Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervraag over aflossing studieschuld banenpoolers

Datum nieuwsfeit: 21-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over hogere termijnaflossing studieschuld voor ex-banenpoolers
Gemaakt: 25-4-2000 tijd: 9:51


2

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 21 april 2000

Onderwerp:

Kamervragen

Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de antwoorden op de vragen van het lid De Wit (SP) over de hogere termijnaflossing van studieschuld voor ex-banenpoolers.

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(W.A. Vermeend)

Vragen van het lid De Wit (SP) aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over hogere termijnaflossing van studieschuld voor ex-banenpoolers. (Ingezonden 28 maart 2000)

Vraag 1.

Is het waar dat de ex-banenpoolers, voor wie nu een overgangsregeling bestaat om hen te compenseren voor de afname van de huursubsidie, als gevolg van het hogere belastbare inkomen in het kader van de huidige WIW, dit jaar ook geconfronteerd worden met een veel hogere termijnaflossing van hun studieschuld?

Antwoord 1.

Ja, dat kan het geval zijn. Hierbij speelt onder meer de hoogte van de studieschuld een rol. De studieschuld moet in een periode van maximaal 15 jaar worden afgelost. Hoeveel de ex-studerende maandelijks moet aflossen, hangt af van de hoogte van de schuld. De minimale terugbetalingstermijn is echter 100 gulden per maand. Het belastbaar inkomen speelt bij deze berekening van maandelijkse termijnaflossing geen rol.

Indien de ex-studerende echter niet aan deze betalingsverplichting kan voldoen, kan hij draagkrachtmeting aanvragen. Om de draagkracht vast te stellen is wel het belastbaar inkomen, nl. over het peiljaar t-2, relevant. Dat betekent dat ten behoeve van de vaststelling van de draagkracht over kalenderjaar 2000 het belastbaar inkomen uit 1998 relevant is. Als hij daarvoor in aanmerking komt, betekent dit meestal een lagere maandelijkse terugbetalings-termijn. Dit kan dan tevens inhouden dat de periode waarin wordt afgelost, wordt verlengd.

Alleen als een ex-studerende over meerdere jaren om draagkrachtmeting heeft gevraagd, kan het voorkomen dat hij, als gevolg van het wegvallen van de Wet Vermeend-Moor waardoor het belastbaar inkomen per 1-1-1998 steeg, geconfronteerd wordt met een hogere maandelijkse aflossingstermijn.

Vraag 2.

Kunt u aangeven om welk bedrag dit maximaal per maand gaat?

Antwoord 2.

Uitgaande van een alleenstaande ex-banenpooler die het minimumloon verdient, kan de door het wegvallen van de Wet Vermeend-Moor veroorzaakte hogere aflossing voor de studieschuld in het kalenderjaar 2000 maximaal 50 gulden per maand bedragen.
Vraag 3.

Zijn er behalve de huursubsidie en de draagkrachtmeting bij het terugbetalen van de studieschuld nog andere kwijtscheldings- of subsidieregelingen gebaseerd op het belastbaar inkomen?

Antwoord 3.

Kwijtscheldingsregelingen bij rijk, gemeente of waterschap hanteren een netto inkomens-begrip op basis waarvan wordt besloten of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt. Naast de studiefinanciering en de huursubsidie kennen van de grotere inkomensafhankelijke regelingen de Tegemoetkoming Studiekosten (WTS) en de Thuiszorg het belastbaar inkomen uit enig jaar als maatstaf voor het bepalen van de hoogte van de aanspraak.


2

Vraag 4.

Vindt u deze nieuwe inkomensachteruitgang redelijk, gezien de belofte dat banenpoolers bij de overgang naar de WIW netto hetzelfde inkomen zouden behouden?

Antwoord 4.

Ten tijde van de werking van de Wet Vermeend-Moor hadden werknemers op wie die wet van toepassing was een laag belastbaar inkomen in vergelijking met anderen met eenzelfde netto-inkomen. Hierdoor ontstond onbedoeld een relatief hoge aanspraak op inkomensafhankelijke regelingen. Dit onbedoelde voordeel is vervallen met het intrekken van de Wet Vermeend-Moor. In het geval van de studieschuld had dit voordeel de vorm van een meer gespreide aflossing van de studieschuld.

Er is geen sprake van een achteruitgang in netto-inkomen maar van het wegvallen van een oud voordeel. De termijnaflossing van de studieschuld is thans net zo hoog als voor personen met een vergelijkbaar netto-inkomen. De stijging van het belastbaar inkomen heeft in principe geen invloed op de in de loop der jaren totaal af te lossen studieschuld.

Voorzover er sprake was van een achteruitgang in het netto-inkomen bij de overgang van de banenpoolregeling naar de WIW is deze gecompenseerd middels de banenpooltoeslag.

Vraag 5.

Bent u bereid een oplossing voor dit probleem te creëren? Zo ja, waaraan denkt u dan? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 5.

In zijn brief van 1 juli 1999 (Kamerstukken II, 1998/1999, 26200 XV, nr. 77) aan uw Kamer heeft mijn ambtsvoorganger u gemeld dat een compensatie in feite inhoudt dat een genoten voordeel ten opzichte van andere personen met een vergelijkbaar inkomen in stand gehouden wordt. Bovendien wordt hierdoor de uitstroom uit de WIW belemmerd.

In de brieven van 16 juli 1999 (Kamerstukken II, 1998/1999, 26 200-XV, nr. 82) en


27 augustus 1999 (Kamerstukken II, 1998/1999, 26 200 XV, nr. 85) heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die het kabinet heeft getroffen voor de tijdelijke compensatie van de achteruitgang in huursubsidie voor de betreffende ex-banenpoolers. Het betreft hier een tijdelijke afbouwregeling, voor een beperkte doelgroep, met een beperking tot die achteruitgang die betrekking heeft op de huursubsidie. Een compensatie voor een hogere termijnaflossing hoort hier niet bij.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie