Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Oppervlakteaangifte Akkerbouw - Campagne 2000 - 2001

Datum nieuwsfeit: 25-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Middenstand en Landbouw België

25/04/2000

PERSBERICHT

OPPERVLAKTEAANGIFTE AKKERBOUW - CAMPAGNE 2000 - 2001 (OOGST 2000)

De Minister van Landbouw en Middenstand vestigt nogmaals de aandacht op een aantal punten in verband met de reglementering voor de oppervlakteaangifte oogst 2000.


1. Algemeen

De producenten die een oppervlaktesteun wensen te bekomen voor bepaalde akkerbouwgewassen of voor uit productie genomen oppervlakten moeten hiervoor een oppervlakteaangifte indienen. Deze oppervlakte-aangifte is ook de basis voor het bekomen van rundveepremies waarvoor oppervlakten voedergewassen (code P) moeten aangegeven worden.

De producenten die premies voor zoogkoeien en/of mannelijke runderen vragen voor meer dan 15 grootvee-eenheden (de melkkoeien nodig voor de productie van het globaal melkquotum op 31 maart 2000 en de ooien waarvoor premies gevraagd worden inbegrepen) moeten een oppervlakte gewassen code P aangeven om deze rundveepremies te kunnen bekomen en om de melkkoeien en de ooien te rechtvaardigen.

Ook de producenten die een extensiveringspremie wensen, moeten een oppervlakteaangifte indienen en expliciet de extensiveringspremie aanvragen in rubriek 9.

De producenten die uitsluitend een premieaanvraag voor ooien hebben ingediend voor de campagne 2000 en waarvan de productie-eenheid volledig gelegen is in de "benadeelde gebieden" moeten geen oppervlakteaangifte 2000 indienen. De producenten waarvan de productie-eenheid maar gedeeltelijk gelegen is in de "benadeelde gebieden" moeten daarentegen wel een oppervlakteaangifte indienen om aan te tonen dat ten minste 50% van hun gebruikte landbouwoppervlakte (zijnde de som van alle percelen) zich bevindt in de "benadeelde gebieden" en aangewend wordt (in zijn geheel of gedeeltelijk) voor de schapenhouderij.


2. Indieningsdatum

De aanvragen moeten worden ingediend ten laatste op 2 mei 2000. Evenwel is voor de dossiers ingediend op informatiedrager deze datum vastgesteld op 15 mei 2000.
De dossiers kunnen nog gedurende een periode van 25 kalenderdagen aanvaard worden mits een penalisatie van 1 % op het totaal van het uit te betalen bedrag per werkdag vertraging.
Vanaf 28 mei 2000 zullen de dossiers niet meer ontvankelijk zijn. Voor de dossiers ingediend op informatiedrager is deze datum vastgelegd op 10 juni 2000.


3. Nieuwe producenten of afwezigheid van documenten
De nieuwe producenten en diegenen die om één of andere reden toch geen formulier zouden hebben ontvangen, dienen zelf een formulier aan te vragen op de provinciale bureaus van het Bestuur voor het Landbouwproductiebeheer (DG 3).

Het feit geen oppervlakteaangifteformulier of fotoplan op tijd te hebben ontvangen kan nooit ingeroepen worden als excuus voor laattijdige indiening.


4. Verplichtingen i.v.m. de VUT-regeling

Er wordt aan herinnerd dat de overnemer-landbouwer zich ertoe heeft verbonden zijn gehele bedrijf met inbegrip van de van de VUT-cedent overgenomen gronden persoonlijk gedurende vijf jaar uit te baten.


5. Verplichtingen i.v.m. verschillende andere sectoren
5.1. Verplichting de oppervlakten waarvoor steun wordt gevraagd in het kader van verordening 1257/99 (vroegere verordening 2078/92) afzonderlijk aan te geven.

Het gaat hier in hoofdzaak over milieumaatregelen (beheerd door de gewesten) en over steun voor biologische landbouw (toegekend door het federaal Ministerie).

Daar elke producent gehouden is jaarlijks het totaal van zijn oppervlakte in gebruik aan te geven moet hij in zijn oppervlakteaangifte de percelen hernemen waarvoor hij een steunaanvraag voor één van beide voornoemde regelingen (biologische landbouw of milieumaatregelen) heeft ingediend. Te dien einde voegt hij een letter toe aan de gewascode van het (de) betrokken perce(e)l(en).

Voor meer details worden de producenten verzocht de toelichting bij de oppervlakteaangifte 2000 te raadplegen.


5.2. Verplichting verschillende teelten aan te geven

5.2.1. Textielvlas

Naast olievlas (vlas ander dan vezelvlas - gewascode 45) is er absolute verplichting om alle percelen ingezaaid met vezelvlas aan te geven onder gewascode 921 met perceelsbestemming I (percelen waarvoor geen premie wordt gevraagd in het kader van de oppervlakteaangifte).


5.2.2. Tabak en hop

Alle betrokken producenten in deze sectoren zijn verplicht alle percelen tabak (gewascode 9821) en hop (gewascode 9822) aan te geven met perceelsbestemming I.


6. Vermeerdering van zaaizaad

Er wordt aan herinnerd dat de percelen aangegeven als voedergewas (perceelsbestemming P) in geen geval mogen gebruikt worden voor de vermeerdering van zaaizaad.

Ditzelfde beginsel is ook van toepassing voor percelen aangegeven als braak.

Vermeerdering van zaaizaad is wel mogelijk op percelen aangegeven als akkerbouwgewassen (perceelsbestemming A) of als niet-premiegerechtigde oppervlakten (perceelsbestemming I).


7. Onjuiste aangifte

De producenten worden herinnerd aan de zware sancties voor onjuiste aangifte.

7.1. Als een onjuiste aangifte door grove nalatigheid wordt gedaan, wordt het betrokken bedrijfshoofd uitgesloten van toepassing van :

- de betrokken steunregeling (ofwel voor de ganse oppervlakte akkerbouwgewassen van de aanvraag ofwel voor de ganse oppervlakte voedergewassen ofwel voor beide als onjuiste aangifte in beide sectoren vastgesteld is) voor het betrokken kalenderjaar.

7.2. Als een opzettelijk onjuiste aangifte wordt gedaan, wordt het betrokken bedrijfshoofd uitgesloten van toepassing van :

- de betrokken steunregeling (ofwel voor de ganse oppervlakte akkerbouwgewassen van de aanvraag ofwel voor de ganse oppervlakte voedergewassen ofwel voor beide als onjuiste aangifte in beide sectoren vastgesteld is) voor het betrokken kalenderjaar

- en van alle in artikel 1 lid 1 van verordening (EEG) nr. 3508/92 bedoelde steunregelingen voor het volgende kalenderjaar voor een oppervlakte die gelijk is aan die waarvoor zijn steunaanvraag is afgewezen.

De producenten dienen alleen die percelen aan te geven die ze in gebruik hebben in 2000 en dienen het juiste gewas aan te geven. Als een reeds aangegeven perceel door omstandigheden niet gebruikt wordt in 2000 of het reeds aangegeven gewas door omstandigheden vervangen is door een ander gewas (zeker in het geval een premiegerechtigd gewas, bv. maïs vervangen werd door een niet-premiegerechtigd gewas, bv. aardappelen) dient onmiddellijk en - alleszins vóór controle - het provinciaal bureau op de hoogte gebracht te worden van de wijziging in de aangifte.


8. Wijzigingen aan de oppervlakteaangifte

8.1. Wijzigingen kunnen alleen worden aanvaard als zij schriftelijk worden medegedeeld aan het provinciaal bureau.

8.2. Wijzigingen vóór de uiterste indieningsdatum (2 mei 2000 of 15 mei 2000 voor deze ingediend op informatiedrager) kunnen zonder meer aanvaard worden.


8.3. Wijzigingen die bestaan uit de terugtrekking van percelen en/of oppervlakte met een vermindering van de steun tot gevolg kunnen steeds worden aanvaard als zij medegedeeld worden vóór de aankondiging van een controle.


8.4. Wijzigingen binnen de oorspronkelijk aangegeven oppervlakte en percelen, uitgezonderd verhoging van braakgelegde oppervlakte kunnen zonder penalisatie aanvaard worden tot 31 mei 2000 zowel voor aangiften "op papier" als op informatiedrager.
Na deze datum kunnen wijzigingen nog aanvaard worden gedurende een periode van 25 kalenderdagen mits toepassing van een penalisatie van 1 % per werkdag vertraging.


8.5. Wijzigingen die percelen en oppervlakte toevoegen kunnen zonder penalisatie aanvaard worden tot - 2 mei 2000 voor aangiften "op papier" - 15 mei 2000 voor aangiften op informatiedrager.
Na deze datum kunnen wijzigingen nog aanvaard worden gedurende een periode van 25 kalenderdagen mits toepassing van een penalisatie van 1 % per werkdag vertraging.

Uitzondering Toevoeging van percelen en oppervlakte door de producent die het recht op gebruik van die percelen na de einddatum voor de indiening heeft verkregen in de gevallen voorzien in de reglementering kan gebeuren tot 31 mei 2000 zonder penalisatie.


8.6. Penalisatie voor laattijdige indiening.
De aandacht van de producenten wordt gevestigd op het feit dat de percentages penalisatie, voorzien in de hogervermelde punten 8.4 en 8.5 voor zulke laattijdige wijzigingen een weerslag hebben op het ganse dossier.

Vooraleer wijzigingen van zulke aard in te dienen moet afgewogen worden of het voordeel (door oppervlaktetoevoeging) opweegt tegen het nadeel (percentage penalisatie voor het ganse dossier).


9. "Permanente" teelten

Aanvragen voor oppervlaktesteun en braakleggingsaangiften kunnen niet worden ingediend voor gronden die op 31 december 1991 als blijvend grasland, voor meerjarige teelten, voor bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik waren.

De definities van de begrippen "blijvend grasland" en "blijvende teelt" betekenen het volgende :

"Blijvend grasland" :

Grond die geen deel uitmaakt van een vruchtwisseling en die blijvend (ten minste vijf jaar) als grasland wordt gebruikt, ongeacht of het ingezaaid dan wel natuurlijk grasland betreft.

"Blijvende teelten" :

Niet in vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, met uitzondering van meerjarige gewassen en van blijvend grasland, die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en die geregeld een oogst opleveren.

De hier vermelde periode van vijf jaar loopt van 1 januari 1987 tot 31 december 1991.

Gronden die tijdens de 5 referentiejaren blijvende teelten (grasland) waren, kunnen dus geen gronden worden die in aanmerking komen voor de oppervlaktesteun (aangegeven onder de codes A, X, 2, 3, 4 of 5). Zij kunnen daarentegen wel in aanmerking worden genomen als voedergewasareaal (code P).

Op premiegerechtigde oppervlakten na 1991 (en zelfs voor 5 of meer jaar) permanente teelten verbouwen brengt niet het verlies teweeg van het recht op oppervlaktesteun voor deze oppervlakten in het geval deze oppervlakten opnieuw voor premiegerechtigde teelten in gebruik worden genomen.

Inderdaad moet steeds teruggegaan worden naar de referentieperiode 1987 - 1991. De teelten die gedurende deze periode in gebruik waren op het perceel bepalen of het perceel al of niet premiegerechtigd is. De teelten die in gebruik waren buiten deze referentieperiode veranderen hier niets aan.

10. "In gebruik"

Bij de oppervlakteaangifte wordt gevraagd alle percelen uitgebaat het betrokken jaar door de producent aan te geven. Dit moet gezien worden ongeacht de uitbatingswijze (eigendom, pacht, seizoenspacht, mondelinge overeenkomst). Een producent mag in geen geval een perceel dat hij niet in gebruik heeft aangeven, noch onder braak (X, 2, 3, 4 of 5), noch onder A (akkerbouwgewassen), noch onder P (percelen met gewassen voor het bekomen van rundvee-premies), noch onder I (niet-premiegerechtigde teelten). De enige uitzondering hierop is een perceel waarvoor een éénjarig contract met een verwerker is afgesloten. In dit geval zou dit perceel onder I (alleen I) mogen aangegeven worden. Het basisprincipe blijft dat een perceel slechts één keer kan aangegeven worden en dat hetzelfde perceel niet mag voorkomen in twee verschillende oppervlakteaangiften.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie