Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over een nieuw soort benzine

Datum nieuwsfeit: 26-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over een nieuw soort benzine
Gemaakt: 1-5-2000 tijd: 11:7


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 26 april 2000

Onderwerp:

Kamervragen

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financien, de antwoorden toekomen op

de door het lid Stellingwerf (RPF) gestelde vragen over een nieuw soort benzine.

Hoogachtend,

de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

Stellingwerf - min VROM en Staatssecretaris Financiën


2990007350

Antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Stellingwerf over een nieuw soort benzine (ingezonden 22 februari 2000)

Ja.

De argumenten die Shell aanvoert ter rechtvaardiging van de hogere prijs acht ik niet onaannemelijk. Shell positioneert dit nieuwe product overigens als kwaliteitsproduct, om een groep consumenten te bedienen die daarin is geïnteresseerd, vergelijkbaar met groene stroom of scharreleieren.

In 2005 worden nieuwe emissie-eisen voor auto's van kracht. Op hetzelfde moment gaan ook strengere eisen aan de brandstoffen gelden, deels nodig om de nabehandelingstechniek te kunnen toepassen die bij de voertuigen nodig is om aan de scherpere emissie-eisen te kunnen voldoen.

De milieuclaims van SHELL PURA lijken aan te geven dat de emissiereductie van het gebruik van 2005-brandstoffen in het huidige wagenpark (dus auto's die niet aan de 2005-eisen voldoen) bescheiden zal zijn. Indien dat beeld in het hieronder bedoelde onderzoek wordt bevestigd, dient de introductie van de 2005-brandstoffen beleidsmatig te worden gekoppeld aan de introductie van de 2005-voertuigen. Dat betekent dat indien op enige schaal eerder dan in 2005 voertuigen worden verkocht die al aan de 2005 eisen voldoen, ook eerder dan in
2005 brandstof in voldoende mate te koop moet zijn om probleemloos met die voertuigen te kunnen rijden.

Eind 1999 is op initiatief van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een onderzoek gestart naar de wenselijkheid van een dergelijke vervroegde introductie. In dit onderzoek zal worden vastgesteld of vervroegde introductie een kosteneffectieve bijdrage zal leveren aan het verminderen van de milieuschade door het wegverkeer. Hierbij zullen ook de hogere emissies op de raffinaderijen in ogenschouw worden genomen.

Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan in de tweede helft van 2000 een beslissing worden genomen over de vraag of en op welke wijze een vervroegde introductie moet worden gestimuleerd.

In dit licht bezien acht ik het thans nog te vroeg om te beslissen over de inzet van het accijnsinstrument. In dit kader speelt mee dat een accijnsdifferentiatie gepaard zou moeten gaan met een fysiek onderscheid tussen de alsdan lager belaste 2005 brandstof en de alsdan hoger belaste 2000-brandstof. Een dergelijke fysieke onderscheiding (onder meer door kleuring) brengt technische problemen en kosten met zich mee.

Een wijze van differentiatie van de accijns die neutraal is voor de schatkist is in beginsel mogelijk, maar vereist wel inzicht in de verhouding tussen de hoeveelheden brandstof tegen het hogere en het lagere tarief.

De situatie is op een belangrijk punt niet vergelijkbaar met die van de overgang van gelode naar ongelode benzine. Inmiddels zijn ongelode en gelode (thans met loodvervanger) benzine reeds 14 jaar naast elkaar op de markt omdat auto's die ongelode benzine nodig hebben, schade oplopen bij het gebruik van gelode benzine (defecte katalysator) en omgekeerd (defecte klepzetels). De huidige brandstoffen en de
2005-brandstoffen kunnen in het algemeen zònder schade in iedere auto worden gebruikt (bij gebruik van een 2000-brandstof in een 2005-auto op straffe van een hogere emissie). Een differentiatie van de accijns, waardoor 2005-brandstoffen tegen dezelfde prijs kunnen worden aangeboden, zal daarom vrij gemakkelijk leiden tot een volledige omschakeling van de vraagzijde van de markt. Indien daar (aanvankelijk) onvoldoende aanbod tegenover staat zal het product niet voor alle leveranciers in voldoende mate beschikbaar zijn. Dat leidt tot een verstoring van de markt.


5. Voor zover ik kan nagaan stimuleren op dit moment Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk de verkoop van dieselolie van
2005-kwaliteit en Zweden de verkoop van benzine van 2005-kwaliteit. Duitsland heeft onlangs het voornemen bekend gemaakt om met ingang van
1 oktober 2001 de verkoop van zowel benzine als diesel van
2005-kwaliteit te gaan stimuleren. Navraag bij de Europese Commissie wijst uit dat de Commissie niet over een overzicht beschikt en onze informatie dus ook niet kan aanvullen.

De EU stelt alleen een ondergrens aan de brandstofaccijnzen. Nederland zit daar voldoende boven om een effectieve differentiatie mogelijk te maken. Wel is een dergelijke differentiatie afhankelijk van de unanieme goedkeuring van de Raad van Ministers van de Europese Unie. Zonder een dergelijke goedkeuring is het niet toegestaan om voor een in Europese fiscale termen zelfde soort brandstof, bijvoorbeeld ongelode benzine (onderscheiden naar onder meer het zwavelgehalte), twee verschillende accijnstarieven te hanteren.

Een onderzoek naar mogelijkheden buiten de fiscaliteit lijkt mij op dit moment prematuur.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie