Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Gerechtshof: uitspraak zaak Bot Bouw Groep

Datum nieuwsfeit: 27-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gerechtshof Amsterdam


GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING
van 27 april 2000 in de zaak onder rekestnummer 175/2000 OK van:

1. GERBRAND JOHANNES PETRUS BOT
,

wonende te Heerhugowaard;


2.
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GEM BEHEER B.V.
,

gevestigd te Heerhugowaard;


3. JOHANNES ANTONIUS BOT
,

wonende te Heerhugowaard;


4.
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOBOYS BEHEER B.V.
,

gevestigd te Heerhugowaard;

VERZOEKERS
,

procureur : mr. C.Ch. Mout,

advocaat : mr. G.J.S. Brusche,

t e g e n

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOT BOUW GROEP B.V.,

gevestigd te Heerhugowaard,

VERWEERSTER
,

procureur : mr. S.A. van der Sluijs,

advocaat : mr. R. Rood.


1. Het verloop van het geding


1.1 Verzoekers, hierna ook onderscheidenlijk Gem Bot, Gem Beheer B.V., Jan Bot en Boboys Beheer B.V. te noemen, hebben bij op 21 februari
2000 ter griffie van de Ondernemingskamer onder nummer 175/2000 OK ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht een of meer deskundigen te benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bot Bouw Groep B.V., hierna ook de vennootschap te noemen, alsmede voor zover noodzakelijk naar het beleid en de gang van zaken van de met haar verbonden vennootschappen, dit met vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, met aanhouding van de beslissing omtrent de openbaarmaking van het verslag van het onderzoek en omtrent de vraag te wiens laste de kosten van het onderzoek dienen te worden gebracht, totdat de Ondernemingskamer naar aanleiding van dit verslag een nadere beslissing zal hebben genomen en met veroordeling van de vennootschap in de kosten van dit geding.


1.2 De vennootschap heeft bij op 17 maart 2000 onder nummer 175/2000 OK ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen en verzoekers te veroordelen de schade te vergoeden die de vennootschap als gevolg van het verzoek heeft geleden, en in geval van (gedeeltelijke) toewijzing van het verzoek de kosten van het onderzoek geheel of ten dele ten laste van verzoekers te brengen.

1.3 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 30 maart
2000, alwaar de advocaten van partijen de standpunten van partijen hebben toegelicht aan de hand van bij de stukken gevoegde pleitnotities. Bij die gelegenheid heeft mr. Brusche nog een aantal producties in het geding gebracht.


2. De vaststaande feiten


2.1 De vennootschap met de aan haar gelieerde dochtervennootschappen Bot Bouw B.V., Bot Bouw Initiatief B.V., Wormerveer B.V. en Stammerdijk o.g. B.V., is een Noord-Hollands familiebedrijf dat actief is in projectontwikkeling, woningbouw en utiliteitsbouw. De vennootschap fungeert als houdstermaatschappij en staat onder leiding van P.A.J. Bot, hierna ook Piet Bot te noemen, de oudste van de drie in de onderneming werkzame broers Bot. De feitelijke activiteiten worden uitgevoerd door de 100 % dochtervennootschappen, waarvan Bot Bouw B.V. en Bot Bouw Initiatief B.V. de belangrijkste zijn. Bot Bouw B.V. oefent het aannemingsbedrijf uit en door Bot Bouw Initiatief B.V. wordt de projectontwikkeling bedreven.


2.2 De aandelen in het geplaatste kapitaal van de vennootschap worden al of niet middellijk gehouden door Gem Bot en Jan Bot, tezamen voor
62,31%, en voorts al of niet middellijk door Piet Bot en en diens zoon. Het aannemingsbedrijf staat onder leiding van Gem Bot, bijgestaan door de zoon van Piet Bot; Jan Bot vervult de functie van controller.


2.3 Tussen Piet Bot enerzijds en Gem Bot en Jan Bot anderzijds bestaan reeds jaren grote verschillen van inzicht, onder meer met betrekking tot hun opvolging in het familiebedrijf. Bovendien verwijt Piet Bot zijn broers dat zij als ondernemer tekort schieten, hetgeen dezen bestrijden.


2.4 De animositeit tussen de broers vond haar hoogtepunt ten tijde van de aandeelhoudersvergadering van zowel de vennootschap als van Bot Bouw B.V., gehouden op 16 mei 1999. Bij die gelegenheid onthield Piet Bot in zijn hoedanigheid van bestuurder van de vennootschap de goedkeuring aan de jaarrekening 1998 van Bot Bouw B.V., in reactie waarop Gem Bot en Jan Bot hun goedkeuring onthielden aan de jaarrekening van de vennootschap.


2.5 Toen bovendien tijdens dezelfde vergadering een bemiddelingspoging van de beide commissarissen van de vennootschap en van Bot Bouw B.V. mislukte, hebben dezen met onmiddellijke ingang hun functie bij zowel de vennootschap als Bot Bouw B.V. neergelegd. Sindsdien bestaat de Raad van Commissarissen van Bot Bouw B.V. alleen nog uit Piet Bot.

2.6 Bij brief van 2 juni 1999 van hun raadsman hebben Gem Bot en Jan Bot vervolgens Piet Bot verzocht een vergadering van zowel de prioriteitsaandeelhouders als de gewone aandeelhouders bijeen te roepen met als agendapunten onder meer uitbreiding van de Raad van Bestuur van de vennootschap met twee personen en benoeming van Gem Bot en Jan Bot in de te openen vacatures, benoeming van Gem Bot als voorzitter van de Raad van Bestuur van de vennootschap en ontslag van Piet Bot als commissaris van Bot Bouw B.V.. Na langdurige discussie dienaangaande is de vergadering uiteindelijk bepaald op 22 september
1999.


2.7 Zonder enige vooraankondiging ontving Gem Bot bij brief van 15 september 1999 een uitnodiging om aanwezig te zijn bij een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van Bot Bouw B.V. op 21 september 1999, waarbij hem werd meegedeeld dat de agenda inhield zijn ontslag als bestuurder en benoeming van Piet Bot in zijn plaats. Op 20 september 1999 werd aan de raadsman van Gem Bot en Jan Bot meegedeeld dat de statuten van zowel Bot Bouw B.V. als van Bot Bouw Initiatief B.V. op 29 juli 1999 en 25 augustus 1999 geheel waren gewijzigd en dat in beide vennootschappen prioriteitsaandelen waren geëmitteerd en uitgegeven aan de Stichting Vrienden Bot Bouw Groep.

2.8 Met ingang van 29 juli 1999 is de zoon van Piet Bot buiten medeweten van Gem Bot tot statutair medebestuurder van Bot Bouw B.V. benoemd.


2.9 Voormelde Stichting heeft bij akte van 25 augustus 1999 de aan haar uitgegeven prioriteitsaandelen en gewone aandelen (die zijn omgezet in preferente aandelen) verkocht en geleverd aan Handel- en Exploitatiemaatschappij Cas B.V. wat Bot Bouw B.V. betreft en aan Borgpen B.V. wat Bot Bouw Initiatief B.V. betreft. Cas B.V en Borgpen B.V. zijn vennootschappen waarvan de aandelen in het geplaatste kapitaal worden gehouden door Piet Bot.


2.10 Bij vonnis van 22 september 1999 heeft de president van de Rechtbank te Alkmaar in kort geding Piet Bot en de met hem verbonden rechtspersonen verboden het stemrecht uit te oefenen op de (nieuw) uitgegeven prioriteitsaandelen en de preferente aandelen en verzoekers verboden het stemrecht op hun aandelen uit te oefenen voor zover dat zou leiden tot verandering in de statutaire leiding van de vennootschap, alsmede de aan haar verbonden vennootschappen, zulks totdat de Ondernemingskamer in deze zaak ten principale een beslissing zal hebben gegeven dan wel in enige andere procedure een onherroepelijke beslissing zal zijn gevallen.


3. De standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen verwijst de Ondernemingskamer naar de stukken van het geding.


4. De gronden van de beslissing


4.1 Uit de vaststaande feiten en uit hetgeen partijen over en weer ter ondersteuning van hun standpunten hebben aangevoerd, blijkt dat tussen Piet Bot en zijn zoon enerzijds en Gem Bot en Jan Bot anderzijds diepgaande verschillen van inzicht zijn gerezen met betrekking tot het beleid en de gang van zaken van de vennootschap die een verlammende uitwerking hebben bij haar en bij de met haar verbonden rechtspersonen en ondernemingen. Enig uitzicht op herstel van normale verhoudingen, zonder ingrijpen van buitenaf, lijkt niet aanwezig. Op 2 mei 1994 is tussen Piet Bot, Jan Bot en Gem Bot en hun houdstervennootschappen een aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Het verweer van de vennootschap tegen inwilliging van het verzoek van verzoekers dat alle problemen zouden zijn opgelost als Gem Bot en Jan Bot zich aan die aandeelhoudersovereenkomst zouden hebben gehouden hebben verzoekers gemotiveerd betwist en vindt ook geen steun in de feiten.

4.2 Vaststaat dat de jaarrekeningen 1998 van de vennootschap en van Bot Bouw B.V. niet in de onderscheiden aandeelhoudersvergaderingen zijn vastgesteld.


4.3 Hetgeen met betrekking tot voormelde aspecten van het beleid is gebleken en aannemelijk geworden, levert reeds gegronde redenen op om aan een juist beleid te twijfelen. Daaruit volgt dat het verzoek van verzoekers tot het instellen van een onderzoek voor toewijzing vatbaar is.


4.4 De vennootschap heeft echter aangevoerd dat verzoekers niet kunnen worden ontvangen in hun verzoek, voor zover het betrekking heeft op de met Bot Bouw Groep B.V. verbonden vennootschappen. Zij heeft daartoe verwezen naar het bepaalde in artikel 2:351 lid 2 BW, inhoudende dat een machtiging tot een verderstrekkend onderzoek dan betreffende het beleid en de gang van zaken van de gerekwestreerde vennootschap slechts kan worden verleend op verzoek van de door de Ondernemingskamer benoemde personen en op de wijze zoals in dat artikellid is bepaald.


4.5 Dienaangaande is de Ondernemingskamer van oordeel dat de enkele omstandigheid dat verzoekers slechts aandeelhouders zijn van een gerekwestreerde (houdster)vennootschap en niet ook van de dochtervennootschap(pen) niet zonder meer althans niet in alle gevallen tot de slotsom leidt dat zij niet ontvankelijk zouden moeten zijn in een verzoek tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van dochtervennootschap(pen). Het kan zich immers zeer wel voordoen dat de doeleinden en de daarmee verband houdende draagwijdte van het enquêterecht zoals die in de rechtspraak en in het bijzonder ook in de beschikking van de Hoge Raad van 10 januari 1990, NJ 1990, 466, zijn geformuleerd, slechts -volledig- tot hun recht kunnen komen indien het te bevelen onderzoek zich mede uitstrekt tot bedoelde dochtervennootschappen.


4.6 In een geval als het onderhavige, waarin conflicten tussen de aandeelhouders in een familiehoudstervennootschap aan de orde zijn, die kennelijk hun oorsprong vinden niet alleen in de opvolgingsproblematiek maar ook in de wijze waarop de onderneming op het niveau van de verbonden werkmaatschappijen wordt gedreven, is het niet wel mogelijk een juist beeld van het beleid en de gang van zaken van de houdstervennootschap te verkrijgen, wanneer niet tevens het beleid en de gang van zaken van de geaffilieerde vennootschappen in het onderzoek worden betrokken.


4.7 De Ondernemingskamer acht dan ook niet alleen een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap maar ook van de met haar verbonden vennootschappen gerechtvaardigd en noodzakelijk en zal het verzoek toewijzen als hierna te vermelden.

4.8 De te benoemen onderzoeker mag het tot zijn taak rekenen een regeling in der minne tussen de betrokken partijen te beproeven. Het door hem uit te brengen verslag zal, indien naar zijn oordeel van wanbeleid sprake is, tevens de gegevens dienen te bevatten met betrekking tot de door de Ondernemingskamer te treffen voorzieningen.

4.9 De verzoeken van de vennootschap verzoekers te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding onderscheidenlijk tot het in afwachting van de eindbeslissing (gedeeltelijk) ten laste van verzoekers brengen van de kosten van het onderzoek vinden in het recht geen steun en zijn reeds daarom niet voor toewijzing vatbaar. Ook overigens zou voor toewijzing ervan onvoldoende grond bestaan.


4.10 De vennootschap zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de kosten van het geding.


5. De beslissing

De Ondernemingskamer:

Beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Bot Bouw Groep B.V., Bot Bouw B.V., Bot Bouw Initiatief B.V., Wormerveer B.V. en Stammerdijk o.g. B.V., alle gevestigd te Heerhugowaard;

Benoemt Mr A.G. van Marwijk Kooy te Amsterdam (Trenité van Doorne Advocaten) teneinde voormeld onderzoek te verrichten;

Stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op NLG
30.000,-, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
Bepaalt dat Bot Bouw Groep B.V. de kosten van het onderzoek zal betalen en dat zij binnen veertien dagen na heden ten genoegen van de onderzoeker zekerheid dient te stellen voor de betaling van de kosten van het onderzoek;

Verwijst Bot Bouw Groep B.V. in de kosten van het geding, deze aan de zijde van verzoekers tot op heden begroot op NLG 5.575,-;

Verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gewezen door mr. Willems, voorzitter, mr. Ten Kley en mr. Visser, raadsheren, prof. dr. Van Hoepen RA en drs. Appelo RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. Keus, griffier, en uitgesproken in het openbaar op donderdag 27 april 2000.

coll.:

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie