Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg Wet voorzieningen gehandicapten

Datum nieuwsfeit: 27-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake wet voorzieningen gehandicapten 2e eval uatie

Gemaakt: 10-5-2000 tijd: 9:21


1


26435 Wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met de tweede evaluatie van die wet

nr. 28 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 27 april 2000

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid<1> heeft op
12 april 2000 overleg gevoerd met minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:


- de brief inzake de uitvoering van moties ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten i.v.m. de tweede evaluatie (26435 nr. 27).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Weekers (VVD) was teleurgesteld dat er nog niets is gedaan met de twee kamerbreed gesteunde moties die hij tijdens de behandeling van het wetsvoorstel wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) heeft ingediend.

De motie-Weekers c.s. op stuk nr. 16 handelt over de indicering en de RIO's (regionale indicatie organen). Herhaaldelijk is geconstateerd dat deze organen niet goed functioneren. Er zijn lange wachtlijsten voor de indicatie, terwijl het toewijzen en realiseren van de voorzieningen veel te lang duurt. De wijziging van de WVG heeft voor de RIO's een taakverzwaring opgeleverd. Zo zijn de woningaanpassingen van f.45.000 en meer onder de RIO-advisering gebracht met de bedoeling hierdoor kortere doorlooptijden te realiseren. Hiervan is echter niets terechtgekomen. Verder is door het ministerie van SZW en dat van VWS een stimuleringsprogramma opgezet om ook andere WVG-adviesaanvragen bij de RIO's onder te brengen. Ten slotte is de mogelijkheid ingebouwd om bij algemene maatregel van bestuur de gemeentes te dwingen tot advisering door het RIO. De heer Weekers vroeg zich af of het zinvol is gemeentes te stimuleren, laat staan hiertoe te dwingen, zolang de RIO's niet goed functioneren: Is het overigens geen inbreuk op de lokale autonomie om gemeentes hiertoe te verplichten?

In zijn motie wordt het verzoek gedaan in kaart te brengen welke knelpunten er bij de RIO's zijn. De minister schrijft in zijn brief dat hierover pas duidelijkheid zal komen in de loop van 2001, wanneer de resultaten van de algemene evaluatie van de RIO's van VWS beschikbaar zullen zijn. De heer Weekers vond dit erg laat en sprak de hoop uit dat de minister in een tussenevaluatie antwoord geeft op de vragen in zijn motie die specifiek betrekking hebben op de WVG. Hij wees in dit verband op de bij de wetswijziging van de WVG opgenomen inlichtingenplicht voor gemeentes.

De motie-Weekers c.s. op stuk nr. 17 gaat over het landelijk klachtenmeldpunt. In zijn antwoord stelt de minister dat gemeentes evenals de VNG de voorkeur geven aan een gemeentelijke ombudsman als klachtenmeldpunt. De heer Weekers vond het een goede zaak dat gemeentes een eigen klachtenafhandeling hebben, al zou hij graag eens in kaart gebracht zien op welke wijze gemeentes hiermee omgaan. Uit het antwoord van de regering blijkt dat de inhoud van zijn motie niet op de juiste wijze is geïnterpreteerd. Het is niet de bedoeling om de functie van de gemeente als klachtenmeldpunt op landelijk niveau over te nemen, maar om meer informatie te krijgen over de klachten die burgers hebben over de inhoud of de uitvoering van de regeling of de wijze waarop gemeentes met klachten omgaan. Bij de tweede evaluatie bleek dat het cliëntenonderzoek uitwees dat cliënten zeer tevreden zijn, terwijl tegelijkertijd signalen van de Gehandicaptenraad en brieven van cliënten aangaven dat er grote problemen zijn. Hij zag een landelijk klachtenmeldpunt als een verzamelpunt van signalen die bij de volgende evaluatie betrokken kunnen worden, zodat hiermee bij de mogelijke aanpassing van de regelgeving rekening gehouden kan worden. In de motie is de expliciete vraag gesteld om de klachten niet alleen te bundelen maar ook te analyseren en uit te splitsen naar de diverse doelgroepen, omdat de gedachte leeft bij de Kamer dat de vele ouderen die van de WVG gebruik maken zeer tevreden zijn maar de gehandicapten niet.

De heer Mosterd (CDA) vond het jammer dat de vorige minister geen mogelijkheden heeft gezien om de motie-Eisses-Timmerman c.s. op stuk nr. 23 over de planning van de derde evaluatie WVG volledig uit te voeren. Ziet de nieuwe minister wellicht kans om een aantal deelonderzoeken voor de derde evaluatie naar voren te halen? Ook vele verzoeken gedaan in de andere ingediende moties hebben betrekking op de uitkomsten van de derde evaluatie. Hoe meer de derde evaluatie naar voren wordt gehaald, hoe groter de kans op een goede uitvoering van deze moties is. Hij waardeerde het dat de vorige minister zich heeft ingespannen om de evaluatie van het budgettaire deel naar voren te halen, waardoor een betere afweging van de budgettaire verdeling en de toereikendheid van het budget voor 2001 mogelijk wordt.

De heer Mosterd sloot zich aan bij het verzoek om de problemen bij de RIO's zo snel mogelijk in kaart te brengen en niet pas in 2001. Het leek hem goed om op het moment van de derde evaluatie te beslissen of het instellen van een landelijk klachtenmeldpunt noodzakelijk is.

Mevrouw Lambrechts (D66) vond het antwoord op de motie-Lambrechts c.s. op stuk nr. 19 over de doorlooptijden WVG-aanvragen onbevredigend. Waar van burgers vaak gevraagd wordt om binnen zes weken of drie maanden op zaken te reageren, mag van de overheid hetzelfde worden gevraagd. De intentie van de overheid zou moeten zijn om snel, liefst binnen drie maanden te reageren, ook als het om ingewikkelde WVG-aanpassingen gaat.

Wat de motie-Lambrechts c.s. op stuk nr. 20 over de nadere omschrijving van de zorgplicht betreft, wilde zij de brief die de minister de Kamer voor het voorjaar heeft toegezegd, afwachten.

In zijn antwoord op de motie-Lambrechts c.s. op stuk nr. 21 over socialehulphonden stelt de minister dat er nog geen regeling is getroffen voor de vergoeding van de socialehulphonden. Zij had echter van de kant van VWS andere geluiden opgevangen. Kan de minister op dit punt meer duidelijkheid geven?

De heer Van Middelkoop (RPF/GPV) sloot zich aan bij de opmerkingen over de indicering en de RIO's. Hij was van mening dat de term "klachtenmeldpunt" wellicht debet is geweest aan de verkeerde interpretatie van de motie-Weekers op stuk nr. 17. De bedoeling van de motie is dat het ministerie in de beginperiode van de decentralisatie tijdelijk de rol vervult van klachtenbundelingscentrum om gemeentes hierdoor van elkaar te laten leren. Dat is iets anders dan het klagen bij een gemeentelijke ombudsman. Overigens had hij niet het idee dat er veel gemeentelijke ombudsmannen zijn.

In verband met de motie-Lambrechts c.s. over de nadere omschrijving van de zorgplicht, merkte hij op dat er gestreefd moet worden naar zoveel mogelijk eenheid op het gebied van het recht op voorzieningen. Hij vond het de moeite waard eens na te denken over de vraag of op de langere termijn wellicht een verdergaande stap in de richting van een recht op zorg voor gehandicapte burgers gezet zou kunnen worden.

Hij had begrepen dat alleen het budgettaire deel van de derde evaluatie voor de behandeling van de begroting 2001 aan de Kamer toegezonden zal worden. Het leek hem riskant om hiermee als Kamer akkoord te gaan. De Kamer zou daarmee een bepaald budget accorderen en later bij de inhoudelijke discussie tot de conclusie kunnen komen dat dit budget niet toereikend is. Daarnaast was hij benieuwd op welke gegevens de minister zich gaat baseren bij de kwantitatieve vaststelling van het budgettaire deel. Het gaat hier uiteindelijk om vele honderden miljoenen.

Antwoord van de regering

De minister begreep dat de heer Weekers teleurgesteld is dat er met zijn motie op stuk nr. 17 na een halfjaar nog niets is gedaan. Ook hij had zich als nieuwbakken minister bij eerste lezing de vraag gesteld of een snellere uitvoering wellicht mogelijk is. Zijn interpretatie van het landelijk klachtenmeldpunt zou zijn: een punt waar klachten uit het hele land gebundeld en geanalyseerd worden, zodat er vervolgens iets mee gedaan kan worden. In de motie wordt gevraagd om dit op een zo effectief mogelijke wijze te organiseren. Het instellen van een centraal meldnummer dat terugkoppelt naar gemeentes, leek hem geen goede oplossing. Hij was het met de geest van de motie eens, maar wilde zoeken naar een pragmatische uitwerking. Er zal bij de derde evaluatie een grootschalig cliëntenonderzoek worden gedaan om knelpunten op te sporen. Hij zou in een overleg met de VNG en de Gehandicaptenraad bekijken op welke wijze het mogelijk is om de klachten die binnenkomen centraal te bundelen, zodat inzicht in deze klachten kan worden verkregen en hiermee vervolgens rekening kan worden gehouden in het vervolgtraject. Hij zou de Kamer hierover zo snel mogelijk berichten.

Wat de motie-Weekers c.s. op stuk nr. 16 over indicering en RIO's betreft, wees de minister erop dat de staatssecretaris van VWS in 2001 een evaluatie heeft toegezegd over het functioneren van de RIO's. Hij was graag bereid om samen met de staatssecretaris van VWS te bezien of het mogelijk is sneller te beschikken over de resultaten.

In de motie-Eisses-Timmerman c.s. op stuk nr. 23 wordt gevraagd de derde evaluatie WVG uiterlijk voor de aanbieding van de begroting van het jaar 2001 aan de Kamer te doen toekomen. Het probleem is dat het hier gaat om een omvangrijk traject dat bestaat uit een groot aantal deelonderzoeken die elkaar in de tijd opvolgen en onderling een afhankelijkheidsrelatie hebben, wat het moeilijk maakt om bepaalde deelonderzoeken in de tijd naar voren te halen. Hoewel hij graag een toezegging zou willen doen op dit punt, zag hij geen kans om versnelling aan te brengen in een traject dat al loopt. Hij had begrip voor het budgettaire probleem dat hierdoor ontstaat en wilde graag samen met de Kamer bekijken of hier een adequate oplossing voor te vinden is. Wat betreft het budgettaire deel wilde hij zich baseren op de kerncijfers-WVG die ruim voor de uitkomsten van de derde evaluatie beschikbaar zouden zijn, alsmede een aantal nadere analyses daarvan.

De minister zou de vraag van mevrouw Lambrechts over de regeling voor de vergoeding van de socialehulphonden in het interdepartementale overleg met VWS aan de orde stellen en het antwoord aan de Kamer doen toekomen.

Bij de motie-Lambrechts c.s. op stuk nr. 20 over een nadere omschrijving van de zorgplicht gaat het om een oplossing op korte termijn. Het jurisprudentieonderzoek naar de zorgplicht is al in volle gang. De opmerking over de formulering van een recht op zorg is meer een kwestie van de lange termijn, maar hij zou deze opmerking in zijn achterhoofd houden.

Nadere gedachtewisseling

De heer Weekers (VVD) was blij met de intentie van de minister om waar mogelijk versnelling in de procedures aan te brengen. De minister heeft de bedoeling van de motie over het klachtenmeldpunt juist geïnterpreteerd. Wellicht is het goed om bij de praktische uitwerking niet alleen de VNG maar ook de Gehandicaptenraad te betrekken.

Hij begreep dat de minister voor de uitkomsten van de evaluatie over het functioneren van de RIO's afhankelijk is van de staatssecretaris van VWS, maar was verheugd dat hij in overleg met zijn collega van VWS wil bezien of versnelling van het traject mogelijk is. De vraag hoe de indicatie en advisering in grote en kleine gemeentes inmiddels is geregeld en hoe hierin verbetering kan worden aangebracht, staat echter los van de evaluatie van VWS. De in de wetswijziging uitdrukkelijk opgenomen inlichtingenplicht van gemeentes ten opzichte van het ministerie maakt het mogelijk om hierover rechtstreeks via de gemeentes meer informatie te krijgen.

De minister zou bekijken of versnelling van het onderzoek op dit laatste punt tot de mogelijkheden behoort, vooropgesteld dat deze kwestie inderdaad onder zijn verantwoordelijkheid valt.

De voorzitter van de commissie,

Terpstra

De griffier van de commissie,

Van Dijk


1 Samenstelling:

Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Kalsbeek (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Essers (VVD), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP), Verburg (CDA), Smits (PvdA), Spoelman (PvdA), Van der Staaij (SGP), Örgü (VVD), Harrewijn (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Balkenende (CDA), Wilders (VVD), Santi (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD)

Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Van der Hoek (PvdA), Dankers (CDA), Hamer (PvdA), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), Eisses-Timmerman (CDA), Schoenmakers (PvdA), Middel (PvdA), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Vendrik (GroenLinks), Rosenmöller (GroenLinks), Wagenaar (PvdA), Mosterd (CDA), De Vries (VVD), Oudkerk (PvdA), Klein Molekamp (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie