Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag overleg over beleidsnota rampenbestrijding

Datum nieuwsfeit: 01-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake beleidsnota rampenbestrijding
Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 9:38


1


26956 Beleidsnota Rampenbestrijding 2000-2004
nr. 4 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 1 mei 2000

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<1> heeft op 12 april 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris G.M. de Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de beleidsnota Rampenbestrijding (26956 nrs. 1 en 2).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Van den Doel (VVD) achtte de nota een goede impuls voor het vergroten van de effectiviteit en de slagvaardigheid van het openbaar bestuur en de operationele diensten op het punt van de rampenbestrijding. Naast het repressief optreden, wordt in de nota terecht ook veel aandacht besteed aan preventie en proactie. De rampenbestrijding moet haar prominente plaats op de politieke agenda behouden, omdat de ervaringen uit het recente verleden -- de ramp in de Bijlmer en het ongeluk met de Hercules -- aantonen dat er op veel terreinen nog verbeteringen nodig zijn.

Is de regering het met de VVD-fractie eens dat de onderzoeken terzake zoveel mogelijk een onafhankelijk karakter moeten hebben, mede gelet op het principe van de transparante overheid? Deze onderzoeken moeten ook openbaar zijn. Dit is met name voor slachtoffers en nabestaanden van groot belang.

In de nota is er te weinig aandacht voor de nazorg. Voorkomen moet worden dat er sprake is van een ramp na de ramp. Is de afwikkeling van een grote ramp in het buitenland waar veel Nederlanders bij betrokken zijn -- Tenerife, Faro -- de eerste verantwoordelijkheid van private ondernemingen? De overheid heeft in deze gevallen zeker een taak op het gebied van de informatievoorziening. Deelt de regering dit standpunt?

Helder moet zijn dat de gemeentes primair verantwoordelijk zijn voor rampenbestrijding. Het is dan ook goed dat de nota tot stand is in gekomen in overleg met alle betrokkenen. Desondanks blijkt uit de voortdurende discussie over de verdeling van gelden dat de verdeling van taken en verantwoordlijkheden over de verschillende niveaus niet altijd duidelijk is. Wil de staatssecretaris een notitie uitbrengen waarin de verantwoordelijkheden van de diverse geledingen van de rampenbestrijding duidelijk worden gedefinieerd? Onder anderen de brandweercommandanten wijzen middels de brochure "Boter bij de PVB-vis" erop dat er op dit punt onvoldoende duidelijkheid is. Deze notitie zal de discussie over de toedeling van de budgetten kunnen vergemakkelijken. Rampenbestrijding mag nooit een sluitpost zijn, ook niet financieel. De heer Van den Doel ging ervan uit dat de staatssecretaris zijn wensenlijstje voor de voorjaarsnota bij de minister van Financiën heeft ingediend.

Territoriale congruentie is goed, maar maatwerk moet mogelijk blijven. Het doel is uiteindelijk een betere dienstverlening, een effectievere organisatie. De politieregio's kunnen als uitgangspunt dienen, maar in voorkomende gevallen moet hiervan afgeweken kunnen worden. De heer Van den Doel sloot niet uit dat men om die factoren ook van politieregio wil veranderen.

De gemeentes hebben een taak op het gebied van medisch noodzakelijke hulpverlening en ambulancevervoer zonder dat er goede financiële voorzieningen zijn getroffen. De ambulancevoorziening wordt overgedragen aan RAV (regionale ambulancevoorzieningen), zodat de gemeentes daar ambulances moeten aanvragen. Voor rampenbestrijding is een basiscapaciteit aan ambulancezorg nodig en daarvoor moeten ook middelen beschikbaar zijn. Dit is nu niet geregeld. Zijn overigens de knelpunten in Zeeland en op de Waddeneilanden al opgelost?

Het is verbazingwekkend dat er nog steeds geen effectieve samenwerking met de buurlanden is op het gebied van rampenbestrijding in de grensregio's. Wil de staatssecretaris hier nog meer haast mee maken?

Mevrouw Wagenaar (PvdA) vond dat de nota een te hoog studeerkamergehalte had. Op een aantal punten is een meer krachtdadig aanpak vereist.

Congruente gebiedsindeling leidt tot meer samenwerking, dus tot meer veiligheid. Dit is essentieel voor een basiszorg zoals de rampenbestrijding die zo professioneel mogelijk moet opereren, los van territoriale of bestuurlijke competentiegeschillen. Het is de vraag of het tactisch gezien wel verstandig is dat de staatssecretaris nu al ruimte biedt om van dit uitgangspunt af te wijken. Welke aanpassingen acht de staatssecretaris in dit verband acceptabel?

De burgemeester die de leiding krijgt over de nieuwe regio wordt een soort primus inter pares, zonder dat aan het opperbevel van de individuele burgemeester wordt getornd. De reacties hierop uit het veld zijn helaas bijzonder behoudend. Het debat over de regio-indeling moet gaan over professionaliteit en een meer adequate hulpverlening. Het argument dat regiovorming kan leiden tot een lastiger democratische controle wordt misbruikt. Toetsing van het beheersplan van de regio's door Gedeputeerde Staten wordt door iedereen overbodig geacht. Die bevoegdheid kan beter bij de commissaris van de koningin blijven.

Oefeningen zijn van uitermate groot belang, zowel klein- als grootschalig, op operationeel en bestuurlijk niveau. Hierbij dienen ook andere kwetsbare ketens zoals waterschappen en bedrijfsbrandweer betrokken te worden. Het blijkt dat in kleinere gemeentes te weinig wordt geoefend op binnenbranden. Wil de staatssecretaris op dit punt snel en adequaat maatregelen nemen?

Mevrouw Wagenaar was de staatssecretaris erkentelijk voor het overnemen van de suggestie van de PvdA-fractie, een financiële prikkel voor het houden van oefeningen in te bouwen. Wanneer wordt een en ander concreet ingevuld? Kunnen deze prikkels opgenomen worden in de financieringssystematiek?

Het functioneren van de brandweer staat of valt met de inzet van vrijwilligers. De nota is op dit punt te mager. Er wordt te weinig rekening gehouden met de gewijzigde arbeidspatronen van de afgelopen
25 jaar. De opleidingseisen moeten meer ruimte bieden voor differentiatie, vooral aan de mogelijkheid van medewerking in deeltijd. Er werkt bijna geen vrouw -- vrijwillig of betaald -- bij de brandweer. De participatiegraad van vrouwen bij de brandweer is 2%. Om dit verbeteren zijn streefcijfers nodig, bijvoorbeeld 15% in 2003. Er zijn voorzieningen voor kinderopvang nodig en men moet zowel het betaalde werk als het vrijwilligerswerk in deeltijd kunnen verrichten. Het belangrijkste is echter dat er een cultuuromslag plaatsvindt. Dit onderwerp is overigens ook opgenomen in de emancipatietaakstelling van het departement.

Preventie is essentieel. De veiligheidseffectrapportage (VER) voor ruimtelijke ordening en infrastructuur kan een belangrijke bijdrage leveren aan een veiliger omgeving. Bij de aanbesteding van grote projecten en bij ondergronds bouwen moet de VER nu verplicht gesteld worden en op termijn voor alle bouwwerken. Hoe staat het met de veiligheid van trein- en verkeerstunnels? Wordt hierop regelmatig geoefend? Wil de staatssecretaris een rapportage terzake opstellen?

Uit de Bijlmerenquête is gebleken dat nazorg zeer belangrijk is. Het is goed dat de GGD'en hier veel aandacht aan besteden, want als de politiek in het geding komt, is het al veel te laat. Overheden moeten hun beloftes uiteraard nakomen. Het is te gek voor woorden dat in de Tussenklappenpolder nog steeds niet iedereen de toegezegde compensatie heeft ontvangen. Wil de staatssecretaris op dat punt actie ondernemen?

De nieuwe financieringssystematiek is nog onhelder. Heeft men inmiddels geleerd van de fouten die ten aanzien van de ambulancevoorzieningen zijn gemaakt?

Een groot deel van de nota betreft het project Versterking brandweer. Dit moet slagen om de medewerkers gemotiveerd te houden. Mevrouw Wagenaar ging ervan uit dat de staatssecretaris inmiddels een claim bij minister Zalm heeft neergelegd voor de nog ontbrekende 60 mln.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) merkte op dat de nota veel goede bedoelingen, voornemens en betrokkenheid ademt. Het is echter jammer dat veel zaken naar de toekomst wordt geschoven. Het veld is in kaart gebracht en het traject in gang gezet, maar er valt nog een complexe wereld te winnen. Er wordt nu een verkenning naar nut en noodzaak van onafhankelijk onderzoek gestart. Blijkt niet al uit de ervaringen met de Transportongevallenraad dat zo'n onderzoek nodig is? Terecht wordt het accent gelegd op proactie en preventie. Waarom wordt de VER dan niet verplicht gesteld? Ook ten aanzien van grensoverschrijdende samenwerking blijft men steken in goede bedoelingen.

Er is veel kritiek op het naar aanleiding van het project Versterking brandweer geconstateerde gebrek aan financiën. In deze tijd van economische groei is dit gewoon beknibbeling die ten koste kan gaan van de motivatie. Er worden hoge eisen gesteld aan samenwerking, menskracht en oefening en dat kost geld, zeker als men de meerjarige multidisciplinaire oefensystematiek wil implementeren. Mevrouw Scheltema ging ervan uit dat de financiële problemen worden opgelost.

Het is nog maar de vraag of ook in de toekomst op de grote en gewaardeerde inzet van vrijwilligers gerekend kan blijven worden. Hierop dient gericht beleid ontwikkeld te worden. In de grote steden is het nu reeds moeilijk om voldoende vrijwilligers te vinden. Spelen de zware fysieke eisen een rol bij de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de brandweer? In de brandweerregio's zou men onvoldoende oog hebben voor de bezwaren van werkgevers bij inschakeling van vrijwilligers. Op welke wijze kan er minder belastend en vooral effectiever geoefend worden? Bij de werving en selectie is er geen enkele sprake van professioneel optreden. Hier kan nog veel aan verbeterd worden.

De gecoördineerde aanpak van de rampenbestrijding is uitermate belangrijk. Bij grootschalige rampen moet er worden samengewerkt tussen gemeentes, provincie, rijk en waterschappen en dan blijkt er sprake te zijn van een hybride verantwoordelijkheidverdeling. Een zwaardere optuiging van de rol van de coördinerend burgemeester is in ieder geval een nader onderzoek waard. Het lijkt een goed idee om voor een aantal jaren een "rampenburgemeester" aan te wijzen, vergelijkbaar met een korpsbeheerder, die tevens de nazorg kan coördineren.

In de nota wordt uitgegaan van het zoveel mogelijk gelijkschakelen van de regio's voor politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening. Schrijft Binnenlandse Zaken de maat voor en wordt bijvoorbeeld afwijken van de provinciegrens financieel gestraft? Mevrouw Scheltema wees erop dat maatwerk van groot belang is omdat bij bestrijding van rampen veel afhangt van de goede onderlinge verstandhouding. Van een samenwerking die van onderop gestalte krijgt, is wellicht meer te verwachten.

In de nota worden twee nieuwe planfiguren geïntroduceerd, die door Gedeputeerde Staten goedgekeurd moeten worden. Waarom worden deze planfiguren niet in de bestaande verwerkt? In plaats van de bepaald ongewenste goedkeuring door GS moet worden vastgehouden aan de aanwijzing door de commissaris van de koningin.

Aan oefening en scholing moet nog veel verbeterd worden. Theorie en praktijk blijken ver uiteen te liggen. Oefenen is nog te veel een stiefkind. Het is bijvoorbeeld raar dat meldkamers geen oefeningen houden. Op dit terrein zijn inderdaad een leidraad en positieve stimulering nodig. Mevrouw Scheltema herinnerde aan haar suggestie een rampenoefeningsbokaal in te stellen.

Gemeentes moeten erop vertrouwen dat de geneeskundige kant goed geregeld is. Een regionaal geneeskundig functionaris moet dit op zich nemen. De bevoegdheden van deze functionaris zijn echter nog onduidelijk. Ook op dit terrein is er weer sprake van een grote bestuurlijke drukte. Hoe realistisch zijn de plannen van het kabinet om een en ander te vereenvoudigen? De rol van de overheid op dit terrein wordt steeds beperkter.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma (GroenLinks) vond de nota goed van opzet, maar betreurde het dat er zo weinig concrete maatregelen in worden aangekondigd. Het is jammer dat de nazorg niet beter is omschreven. De nasleep van een ramp moet goed begeleid worden. Op grond van de ervaringen met de Bijlmerramp had een aantal richtlijnen opgesteld kunnen worden. Wil de staatssecretaris op dit punt een aanvulling op de nota geven?

In de nota wordt niet ingegaan op de mogelijke evacuatie van dieren, waarvoor de dierenbescherming bij brief aandacht heeft gevraagd. Kan dit alsnog gebeuren?

Mevrouw Varma sloot zich aan bij het betoog van mevrouw Wagenaar over het gebrek aan vrouwen bij de brandweer. Het is daarnaast van groot belang dat er meer allochtonen voor de brandweer worden geworven, zowel beroeps als vrijwilligers. Hierbij moeten gespecialiseerde bureaus, migrantenorganisaties en migrantenmedia betrokken worden. Zo nodig moet er gericht foldermateriaal verspreid worden.

Op welke termijn kan de staatssecretaris een oplossing bieden voor het nog ontbrekende bedrag van 60 mln.?

Het is goed dat de politieregio's als uitgangspunt worden genomen. Waarom worden GS ingeschakeld? Het is beter de commissaris van de koningin zijn aanwijzingsbevoegdheid te laten behouden.

De heer Mosterd (CDA) wees op het belang van een moderne, goed geoutilleerde rampenbestrijdingsorganisatie die zo nodig snel en adequaat kan reageren. Nog belangrijker is het echter om al het mogelijke te doen om rampen te voorkomen. Onder het motto "voorkomen is beter dan genezen" is er dan ook terecht extra aandacht voor proactie en preventie. Welke normen worden daarbij gehanteerd? Volgens het NIBRA (Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding) is er nog onvoldoende kennis op dit terrein. Op welke termijn kan de staatssecretaris hierover duidelijkheid bieden?

Op gemeentelijke niveau kunnen vrijwilligers een prima rol vervullen. Wordt het verband groter, dan zullen de professionals erbij komen. In dit systeem kan er een goede samenwerking blijven bestaan tussen vrijwilligers en beroeps.

Er moet een duidelijk inzicht zijn in de gemeentelijke en de regionale risico's. Het is in dat verband vreemd dat de regio Rotterdam-Europoort lager scoort dan Gooi en Vechtstreek. Hoe betrouwbaar zijn de cijfers terzake?

In een regionaal beheersplan wordt de organisatie van de gemeentelijke en de regionale brandweer vastgelegd. In hoeverre blijft de gemeenteraad voldoende bij het geheel betrokken? Komt er een richtlijn inzake de coördinerend burgemeester? Ook de heer Mosterd betwijfelde of het nuttig was gedeputeerde staten erbij te betrekken in plaats van de commissaris van de koningin.

Is het waar dat congruentie verplicht is voor brandweerregio's en de geneeskundige regio's en dat dit voor politieregio's wenselijk is? Als dit klopt, hoeven de grenzen niet in alle gevallen keihard te zijn.

Er wordt getracht efficiencywinst te boeken door in plaats van 145 mln. slechts 85 mln. beschikbaar te stellen. De overheid is tegenover de betrokkenen verplicht om met het gehele bedrag over de brug te komen. Veel gemeentes rekenen er ook op.

De vrijwilligers moeten gekoesterd worden. Er moet een soort toets opgesteld worden op grond waarvan beoordeeld wordt of door het invoeren van veranderingen vrijwilligers niet onnodig in de knel komen. Samen werken en samen oefenen zijn essentieel.

Het antwoord van de regering

De staatssecretaris wees erop dat de rampenbestrijding primair aan de gemeentes is opgedragen. Bij eventuele opschaling vervult de provincie een belangrijke rol. De commissaris van de koningin heeft een coördinerende taak en heeft bij bovenregionale rampen de leiding. De provincie heeft taken op het terrein van ruimtelijke ordening, vervoer en verkeer en milieu. Het is dan ook verheugend dat provincies bereid zijn het instrument van de VER te beproeven. Het rijk heeft primair een ondersteunende, een stimulerende en een coördinerende taak. De kracht van de Nederlandse rampenbestrijding is de opbouw van onderaf, waarbij de lokale autoriteiten zoveel mogelijk gesteund worden.

Het project Versterking brandweer (PVB) en het project Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR) hadden tot doel de samenwerking tussen beide kolommen te versterken. Voornamelijk bij de regionale brandweer zijn er inmiddels zo'n 100 extra functionarissen aangesteld. Twaalf mensen houden zich bezig met bedrijven die werken met bijzonder gevaarlijke stoffen. Daarnaast zijn er 26 GHOR-regio's met een coördinerend burgemeester ingesteld. Er zijn 26 regionaal geneeskundige functionarissen aangesteld en er zijn 43 geneeskundige combinaties in het land gestationeerd.

Er zijn drie doelen. In de eerste plaats dient de rampenbestrijding hoger op de politieke agenda geplaatst te worden. "Veiligheid" dient niet alleen geassocieerd te worden met bestrijding van criminaliteit, maar ook met preventie van rampen en snelle en adequate hulpverlening als het toch misgaat. In de tweede plaats moet de preventie een impuls krijgen, zowel operationeel als bestuurlijk. In de derde plaats moet het accent gelegd worden op samenwerking van de partners bij de rampenbestrijding. Het is beter om betrokkenen op basis van bestaande verantwoordelijkheden tot flexibele samenwerking en synergie te bewegen dan om het gehele bouwwerk van bevoegdheden en taken ter discussie te stellen. De keten van de rampenbestrijding bestaat uit zelfstandige onderdelen. Elk van de schakels moet worden versterkt, maar ook de onderlinge samenhang. Er is interdisciplinaire samenwerking nodig, maar ook samenwerking tussen de operationele diensten en de besturen. Ook de interregionale en internationale samenwerking zal de komende jaren meer aandacht vergen.

Dit beleid kan op grote instemming van het veld rekenen. Er is inmiddels een aantal initiatieven genomen, zoals de congruente gebiedsindeling, het beheersplan van de drie disciplines, de oprichting van het landelijk beraad rampenbestrijding en de oprichting van het platform urgentiegeneeskunde. Het laatste platform is een uitvloeisel van de versterking van de onderlinge samenwerking in het veld vanwege het GHOR-proces.

Voldoende geoefendheid is uiteraard van groot belang. De concept-AMvB voor oefeningen voor de luchtvaartterreinen is bijna klaar. Met de waterschappen is een oefenmodule overeengekomen om een en ander meer te structureren. De commissarissen van de koningin is verzocht te rapporteren over het oefenen op een drietal kritieke onderdelen, namelijk luchtvaartterreinen, kerncentrales en Seveso-installaties. Naar verwachting zal de Kamer volgende maand van de stand van zaken op de hoogte gesteld worden. Een onderzoek van het NIBRA inzake het oefenen met ICT-hulpmiddelen zal in de zomer van dit jaar verschijnen. De korpsen zullen de leidraad "oefenen bij de brandweer" voor de zomer ontvangen. Er is overleg gaande dat ertoe moet leiden dat ieder korps binnen het uur een ook voor het oefenen van binnenbranden voldoende toegerust oefencentrum kan bereiken. Aangezien het gemeentelijke competenties betreft, moet het beleid inzake oefeningen breed door het veld worden gedragen. Dit is een essentieel onderdeel van het overleg met de VNG.

De staatssecretaris was bereid de suggestie van mevrouw Scheltema om een oefenprijs in te stellen, te bespreken in het landelijk beraad rampenbestrijding in het kader van de toekomstige gezamenlijke acties. Er dient een kwaliteitszorgsysteem op het gebied van oefeningen ontwikkeld te worden. Dit systeem zal criteria bevatten voor bestuurlijke, inter- en multidisciplinaire oefeningen. Via een databank zullen de ervaringen met oefeningen in de verschillende regio's worden uitgewisseld. De regio die het het beste blijkt te doen, kan via een prijs in het zonnetje worden gezet. Daarnaast moeten de kennis en ervaring van oefenleiders en oefenontwikkelaars uitgewisseld worden.

In het bedrag van 85 mln. dat door het rijk in het kader van PVB en PGOR beschikbaar is gesteld, is 15 mln. opgenomen voor het oefenen. De regio's bepalen zelf in welke mix zij middelen besteden. Daarnaast wordt bezien op welke wijze aan het oefenen een extra impuls gegeven kan worden.

De staatssecretaris was bepaald ontevreden over de vertegenwoordiging van vrouwen bij de brandweer: slechts 2,4% van de vrijwilligers en
3,3% van de beroeps is vrouw; gemiddeld is het percentage 2,6. Hieraan ligt een aantal factoren ten grondslag onder andere verband houdend met het feit dat de cultuur in een aantal korpsen niet meer van deze tijd is. Het is in het belang van de brandweer dat de commandanten het tot hun persoonlijke verantwoordelijkheid rekenen om de werving onder vrouwen te verbeteren. De wijze waarop men aan de eisen moet voldoen, dient nog eens goed tegen het licht te worden gehouden. De mogelijkheden voor kinderopvang moeten uitgebreid worden. De loopbaanontwikkeling voor vrouwen binnen de brandweer is een punt van aandacht, met name de doorstroom naar hogere functies. De door het netwerk Brandweervrouwen aangedragen ideeën zullen indringend worden besproken met het veld. Omdat het gemeentelijke bevoegdheden betreft, achtte de staatssecretaris het niet elegant dat het rijk een streefcijfer vaststelt. Wel zullen de lokale brandweren uitgenodigd worden om zelf een streefcijfer te formuleren. Desgewenst kan een en ander door een nationale campagne ondersteund worden.
Met het oog op het te geringe aantal brandweermensen van allochtone afkomst is het inderdaad van belang dat migrantenorganisaties bij de werving worden betrokken. Ook de migrantenmedia kunnen hierbij ingeschakeld worden. Politie en brandweer kunnen wellicht in dit opzicht van elkaar leren.

De staatssecretaris was gevoelig voor het argument dat toetsing van regionale beheersplannen door gedeputeerde staten leidt tot extra bureaucratie. Hiervan zal dan ook worden afgezien.

De commissaris van de koningin wordt actief betrokken bij het preventiebeleid. De aanbeveling van de enquêtecommissie vliegramp Bijlmermeer om de commissaris van de koningin een explicietere rol te geven, speelt hierbij een rol evenals de suggestie van de Nederlandse vereniging van brandweerkorpsen om de commissaris van de koningin een repressief gerichte aanwijzingsbevoegdheid te geven op het gebied van de preparatie.

Naast de gemeentelijke rampenbestrijdingsplannen wordt onder verantwoordelijkheid van de regionale brandweer een regionaal beheersplan tot stand gebracht ter versterking van de samenwerking van brandweer, politie en geneeskundige diensten. De commissaris van de koningin heeft een aanwijzingsbevoegdheid voor het geval gemeentes op bepaalde punten tekortschieten. Het is met nadruk niet de bedoeling dat de commissaris alle punten tot in detail bestudeert.

In het veld wordt het proces van vermindering van de operationele complexiteit door het op elkaar afstemmen van de onderscheiden regio's breed gedragen. Men ziet in de praktijk dat er op dit vlak winst te halen valt. Op de plaatsen waar dit van de grond komt, zal stimulerend en versterkend opgetreden worden. De commissarissen van de koningin zijn uitgenodigd om met nadruk een rol te spelen in dit proces. Deze functionaris kan in voorkomende gevallen uitstekend bemiddelend optreden.

De regel is dat wordt aangesloten bij de politieregio. Hierop zijn echter uitzonderingen mogelijk, maar dan moet wel duidelijk zijn aangetoond dat afwijking noodzakelijk is. Er moet expliciet worden aangetoond dat het belang van de rampenbestrijding aanzienlijk beter is gewaarborgd in een niet-congruente regio. Daarbij moet de interregionale of de interprovinciale samenwerking expliciet worden gewaarborgd. Deze twee voorwaarden zijn opgenomen in een brief die inmiddels aan de provincies is gestuurd. De commissarissen van de koningin moeten de congruente regiovorming met hun kennis van de regio stimuleren. Een dergelijk belangrijk proces moet een wettelijke basis krijgen. De Kamer zal daar uiteraard bij betrokken zijn. Nadere regelgeving is afhankelijk van hetgeen zich de komende maanden voltrekt. Wellicht blijken grote problemen vrij eenvoudig opgelost te kunnen worden.

De commissaris van de koningin kan zich -- bijvoorbeeld als er zeer veel gemeentes bij betrokken zijn of als de afstand te groot is -- verstaan met een coördinerend burgemeester. Deze burgemeester kan geen gezag uitoefenen over de collega's in de regio en hij kan ook niet treden in de bevoegdheden van de commissaris van de koningin. Hij is eerste aanspreekpunt en kan in overleg met de commissaris de bestuurlijke coördinatie voor zijn rekening nemen. Er is niet voorzien in bij wet geregelde bevoegdheden van deze burgemeester. Bij opschaling van een ramp dient de commissaris van de koningin zijn verantwoordelijkheid te nemen. Desgevraagd was de staatssecretaris bereid na te gaan of er in het veld behoefte is aan een eigen rol van de coördinerend burgemeester.

De nazorg heeft tot nu toe onvoldoende aandacht gekregen. Uiteraard is dit primair een lokale verantwoordelijkheid, maar uit de ervaringen van de afgelopen tijd blijkt dat rampen veel langduriger doorwerken dan soms wordt verwacht. Overleg met het veld moet leiden tot een systematische benadering.

Met de dierenbescherming zal nader contact opgenomen worden. Uit de brief wordt namelijk niet duidelijk wat men van de overheid verwacht.

KPMG zal een rapport uitbrengen over nut en noodzaak van onafhankelijk onderzoek. Er zijn drie soorten: het aan defensie gerelateerde onderzoek, het aan transport gerelateerde onderzoek -- een zaak van de Transportongevallenraad -- en de restcategorie, zoals onderzoek naar milieuongevallen en ongelukken met radioactief materiaal. Ten aanzien van kernongevallen wordt samen met VROM een aantal initiatieven ontplooid. Defensie neemt een aparte plaats in, omdat de NAVO en de daarmee samenhangende vertrouwelijkheid daar onverbrekelijk mee verbonden zijn. Het streven is gericht op een doelmatiger aanpak van ongevallenonderzoek, waarbij voor de drie genoemde sectoren zoveel mogelijk vergelijkbare opzet geldt. De rapportages zijn in beginsel openbaar.

Voor de zomer zal er een inventarisatie worden opgesteld van de knelpunten bij de grensoverschrijdende samenwerking. Deze heeft betrekking op bilaterale aspecten, maar ook op de Nederlandse rol binnen NAVO en EU. De NAVO zal de lidstaten verzoeken, op te geven welke instrumenten inzetbaar zijn bij een gemeenschappelijke actie met betrekking tot civiele crises. Binnen de NAVO speelt ook een discussie over de voorbereiding van de lidstaten op problemen in verband met massavernietigingswapens. Op dit moment wordt in kaart gebracht op welke terreinen EU-lidstaten een toegevoegde waarde kunnen hebben, niet alleen binnen Europa maar ook in Centraal- en Oost-Europa.

Uit de experimenten met de VER komt een wisselend beeld naar voren. Gemeentes zien er wel voordelen in, maar de criteria zijn te abstract. In goed overleg met de VNG wordt gestreefd naar een meer concrete invulling. De provincies gaan na welk nut dit instrument voor hun beleidsterreinen kan hebben. Het is dus nog te vroeg om te kunnen beoordelen of deze rapportage verplicht gesteld moet worden. Ter bevordering van de doelmatigheid wordt er overigens aan gedacht om de VER te combineren met de MER.

Hoewel het lokale bestuur primair verantwoordelijk is voor de rampenbestrijding, heeft ook het rijk een verantwoordelijkheid. Dit heeft uiteraard financiële consequenties. In het veld heeft de discussie over de besteding van het thans beschikbare budget gelukkig prioriteit gekregen. Het beleid moet zijn toegesneden op de grootste risico's in de regio's. De criteria zijn gebaseerd op de uitgangspunten van de verdeelsleutel voor het Gemeentefonds. Deze dienen echter verder verfijnd te worden. De komende maanden zal hier hard aan worden getrokken.

Medio 2001 worden de omvang van het budget en de besteding ervan geëvalueerd. Uit onderzoek blijkt dat gemeentes in de periode
1992-1997 ruim 100 mln. extra hebben uitgegeven en in de jaren
1997-1999 tussen de 55 mln. en 65 mln. Het is toe te juichen dat gemeentes hun verantwoordelijkheid hebben genomen. Daarnaast heeft het rijk 85 mln. beschikbaar gesteld. Er kan nu nog niet vooruitgelopen worden op de begroting voor het jaar 2001.

Nadere gedachtewisseling

De heer Van den Doel (VVD) ging ervan uit dat de staatssecretaris er bij de minister van Financiën op zal aandringen om meer geld voor de rampenbestrijding beschikbaar te stellen. Is de staatssecretaris bereid in een notitie de nadere verantwoordelijkheidsverdeling uiteen te zetten? Bij de onafhankelijke onderzoeken moeten ook inspecties een rol spelen.

Het lijkt erg veel tijd te kosten om de problematiek van grensoverschrijdende rampen te regelen. Kunnen er in de tussentijd geen praktische oplossingen op ad-hocbasis gevonden worden?

Het is goed dat de commissaris van de koningin uiteindelijk verantwoordelijk is voor de bundeling van taken. Er moet op korte termijn duidelijkheid komen over de nieuwe taak van gemeentes inzake spoedeisende hulp en over het budget daarbij hoort.

Het is goed dat Nederland een voortrekkersrol heeft bij de bundeling van krachten binnen de EU. In feite is er een Europese taskforce op het gebied van rampenbestrijding nodig.

Mevrouw Wagenaar (PvdA) vond het te gemakkelijk dat de staatssecretaris de concrete invulling van de emancipatiedoelstelling van het departement overlaat aan de gemeentes. Hij behoort deze verantwoordelijkheid zelf op zich te nemen en een streefcijfer van 15% vast te stellen.

Het is goed dat de rol van de coördinerend burgemeester bij het rechtstreeks aansturen van de bestijding van de ramp nader wordt bezien. Kan de staatssecretaris nog ingaan op uit uitblijven van de toegezegde compensatie ten aanzien van de Tussenklappenpolder?

Wil de staatssecretaris uiteindelijk de VER wel verplicht stellen? Kan er een tijdpad terzake worden opgesteld? Veiligheid is zeer belangrijk bij de grote infrastructurele werken die op stapel staan, zoals de HSL-oost en de Betuwelijn. Ter voorkoming van bureaucratie is koppeling aan de MER een goede suggestie. Is het mogelijk een notitie uit te brengen over de veiligheid in tunnels?

De staatssecretaris spreekt mooie woorden over de rampenbestrijding, maar over de middelen wil hij pas bij de tussentijdse evaluatie een besluit nemen. Nu er dit jaar bij de voorjaarsnota wat geld te verdelen is, dient hij, evenals zijn collega's, een claim voor zijn beleidsterrein bij de minister van Financiën neer te leggen.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) was blij met de toezeggingen voor de rampenoefeningsbokaal, voor het schrappen van de goedkeuring van GS en voor het nader bestuderen van de rol van de coördinerend burgemeester. Wat dit laatste betreft kan wellicht worden aangesloten bij de ervaringen op dit punt in de 26 GHOR-regio's.

Er moet inderdaad gewerkt worden aan een EU-rampenbestrijdingsbeleid, maar zeker op korte termijn mag hier niet te veel van verwacht worden. Nederland dient op het punt van grensoverschrijdende calamiteiten zelf actie te ondernemen.

Er moet een landelijk streefcijfer worden vastgesteld voor het aantal vrouwen bij de brandweer. Op termijn moet de VER in enigerlei vorm verplicht worden gesteld. Bij de voorjaarsnota moeten de ontbrekende financiële middelen alsnog beschikbaar komen.

Tot slot herhaalde mevrouw Scheltema haar vragen over de geneeskundige functionaris en de vereenvoudiging van de bestuurlijke drukte op dit terrein.

De heer Mosterd (CDA) vroeg zich af of het regionale veiligheidsplan voldoende hoog op de gemeentelijke politieke agenda blijft. Op welke wijze worden de verantwoordelijkheden ten aanzien van de geneeskundige hulpverlening waargemaakt?

De heer Mosterd kon zich vinden in de congruente gebiedsindeling zoals door de staatssecretaris verwoord. Worden de voorwaarden voor ontheffing ook in de wettelijke regeling opgenomen?

Het is goed dat de rol van de coördinerend burgemeester nader wordt uitgewerkt. Als het mogelijk is, moeten VER en MER gekoppeld worden. Bij grootschalige projecten dient de nadruk op een proactief veiligheidsbeleid te liggen. Wil de staatssecretaris toezeggen dat hij al het mogelijke zal doen om de ontbrekende 60 mln. alsnog op tafel te krijgen?

De staatssecretaris zegde toe in een notitie de taken en bevoegdheden te inventariseren. Mede in het kader van de voorbereidingen voor het EK2000 worden de mogelijkheden van ad-hocafspraken met de buurlanden bezien. Op het terrein van de politie zijn er overeenkomsten gesloten. VWS is bezig om samen met Duitsland en België praktische oplossingen te bedenken voor de knelpunten in de geneeskundige sector.

De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen is een zaak van gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Het rijk trekt hier de komende jaren 35 mln. voor uit. Daarnaast geeft VWS 10 mln. extra voor traumacentra, 10 mln. extra voor traumahelikopters en een bedrag van
19 mln. tot 35 mln. voor de regionale ambulancevoorzieningen. De staatssecretaris was bereid contact met minister Borst-Eilers op te nemen om te informeren op welke wijze de gemeentes in staat worden gesteld de wettelijk verplichte basiscapaciteit aan ambulancevoorzieningen te realiseren.

De staatssecretaris vond het moeilijk een streefcijfer voor de deelname van vrouwen bij de brandweer vast te stellen, omdat hij niet beschikt over de bevoegdheid of de middelen om die doelstelling te realiseren. Er ligt echter wel degelijk een inspanningsverplichting, zowel ten aanzien van het algemene beleid als ten aanzien van het overleg met het veld. Dit belangrijke onderwerp moet meer aandacht van de betrokkenen krijgen dan het tot nu toe heeft gekregen. BZK heeft een stimulerende en coördinerende taak, maar dit ministerie kan niet op de stoel van de burgemeester gaan zitten.

De staatssecretaris was er nog niet van overtuigd dat het instrument van de VER nu al zo ver is uitgewerkt dat een verplichting zin heeft. Om dit te kunnen bepalen wordt er nu een tweede ronde van experimenten gestart.

De staatssecretaris zegde toe mevrouw Scheltema schriftelijk te informeren over de rol van de regionaal geneeskundig functionaris.

De gemeenteraden hebben tot taak om hetgeen het college van B&W op dit terrein in regionaal verband bespreekt, in de gaten te houden. De indruk is dat dit in toenemende mate het geval is. Dit is echter een permanent punt van aandacht in het overleg met de VNG.

De antwoorden op de schriftelijke vragen aan de minister van LNV over de Tussenklappenpolder zullen de Kamer binnenkort bereiken. Het kan zijn dat de vertraging door beroepsprocedures wordt veroorzaakt. Dit zal nog uitgezocht worden.

Op het punt van de financiën wilde de staatssecretaris met nadruk het zwartepieten tussen rijk en gemeentes vermijden. De gemeentes zijn bij wet primair verantwoordelijk. Bij een beleidsmatige verantwoordelijkheid hoort ook een financiële verantwoordelijkheid. Dit neemt niet weg dat ook het rijk een financiële verantwoordelijkheid heeft. Het vorige kabinet heeft besloten dat een verdeling van 85 mln. voor het rijk en 60 mln. voor de gemeentes redelijk is. Beide bedragen zijn ook op tafel gekomen.

De staatssecretaris wilde de vraag of er extra middelen nodig zijn open tegemoet treden. Hieraan moet echter wel een gezamenlijke analyse van de besteding van het budget ten grondslag liggen. De staatssecretaris was niet bereid om vooruit te lopen op afspraken binnen het kabinet. Op dit moment gaat de discussie primair over de beantwoording van de vraag op welke wijze het beschikbare geld beter besteed kan worden. Er is een tweesporenbeleid nodig: nu de kwaliteit vergroten met de beschikbare middelen en daarna een analyse van wat er gebeurd is en wat er nog gebeuren moet, waarbij beide partijen de bereidheid moeten hebben om, zo nodig, iets extra's te doen.

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De griffier van de commissie,

Coenen


1 Samenstelling:

Leden: Schutte (RPF/GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Dankers (CDA), Cornielje (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), De Boer (PvdA)

Plv. leden: Rouvoet (RPF/GPV), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen (CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Brood (VVD), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks ), Poppe (SP), Belinfante (PvdA), Essers (VVD), Kuijper (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie