Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VROM over asbest-inventarisatieplicht

Datum nieuwsfeit: 01-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VROM inzake asbestinventralisatieplicht
Gemaakt: 18-5-2000 tijd: 14:37


2


25834 Probelmatiek rondom asbest

nr. 19 Brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 1 mei 2000

Tijdens het Algemeen Overleg van 23 maart 1999 (25834, nr. 10) spraken wij onder meer over de mogelijkheid om een verplichte asbestinventarisatie in niet-sloopsituaties in te voeren. Ik heb in dat kader toegezegd de mogelijkheden hiervoor verder te verkennen met als doel het invoeren van een dergelijke plicht. Op de voortgang en de verwachte vervolgstappen ga ik, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in deze brief in.

In het najaar van 1999 is het door TNO uitgevoerde onderzoek «Asbestinventarisatie in niet-sloopsituaties» afgerond. Het rapport treft u bij deze brief aan*) Het rapport gaat in op de mogelijkheden en de consequenties van het invoeren van de inventarisatieplicht. TNO maakt daarbij onderscheid in verschillende risicoklassen van gebouwen. De groep gebouwen waar het grootste risico op asbestblootstelling voor geldt, omvat circa 60.000 gebouwen met een naar schatting totale jaarlijkse populatie die daar werkt of verblijft van 2,5 miljoen werknemers en 18 miljoen bezoekers.

Op basis van het TNO-rapport is besloten over te gaan tot het uitwerken van de consequenties van een verplichting van een Asbestinventarisatie in niet-sloopsituaties, in een op de Woningwet gebaseerd besluit. Deze uitwerking zou zich primair kunnen richten op de eigenaren van gebouwen die op grond van het TNO-rapport als gebouwen met een hoog potentieel risico voor de gebruikers worden gekenmerkt. De asbestinventarisatie zou gelijk kunnen zijn aan de inventarisatie die op basis van het Asbestverwijderingsbesluit uitgevoerd moet worden. Een dergelijke inventarisatie kost meestal tussen de fl 2000,- en fl 8000,- per gebouw. Macro komt dit, voor de eerdergenoemde gebouwen met een hoog potentieel risico voor de gebruikers, neer op circa 140 miljoen gulden. Daar staat aan de batenkant het een en ander tegenover. In de eerste plaats is er de gezondheidswinst, die (naar ruwe schatting) overigens beperkt is. Voorts is er de winst in termen van minder asbestaffaires en de ermee geassocieerde financiële en sociaal-maatschappelijke gevolgen. Dit laatste doet de kosten-batenbalans van de invoering van een inventarisatieplicht ons inziens naar de positieve kant doorslaan. Het grootste deel van deze kosten zal overigens op enig moment toch gemaakt moeten worden in geval van verbouwing of sloop. In feite worden de meeste kosten in de tijd naar voren gehaald.

Tegelijk met het ontwikkelen van de inventarisatieplicht kunnen ook handreikingen worden ontwikkeld op basis waarvan de gebouweigenaar kan beslissen wat met het aanwezige asbest te doen. Binnen de thans vigerende voorschriften staat hij immers voor de keuze om het te laten zitten, al dan niet afgeschermd, of om het te laten verwijderen. Om te voorkomen dat het invoeren van de inventarisatieplicht leidt tot een grootschalige, wellicht overbodige, asbestsanering zal veel aandacht moeten uitgaan naar de daarbij te hanteren criteria.

In een verplichting zal aandacht moeten worden besteed aan de overdracht van informatie uit de asbestinventarisatieplicht aan de gebruikers van het gebouw of aan personen die werkzaamheden aan het gebouw uitvoeren. Een gebruiker die tevens eigenaar is, is beter in staat om op basis van deze informatie een adequate risico-inventarisatie en risico-evaluatie op te stellen betreffende de blootstelling aan asbest. Het Arbobesluit Arbeidsomstandighedenwet dient daartoe te worden aangepast.

Dit voorjaar zullen de aspecten rond de inventarisatieplicht, zoals looptijd, registratie, verantwoordelijkheden, harmonisering van de normstelling en meetmethoden in verschillende wetgeving en dergelijke worden uitgewerkt. Hiervoor zal overleg worden gevoerd met de belangrijkste partijen, zoals de VNG, de asbestinventarisatie branche en vertegenwoordigers van gebouweigenaren.

de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie