Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief premier Kok beleidsplan Nationaal Comite 4 en 5 mei

Datum nieuwsfeit: 02-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

brief mp beleidsplan nationaal comite 4 en 5 mei
Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 16:50


3


26800-III Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Algemene Zaken (III) voor het jaar
2000

Nr. 9 Brief van de minister-president, minister van Algemene Zaken en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 mei 2000

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) heeft op 17 december 1999 een beleidsplan gepubliceerd, getiteld «Herdenken en vieren 2001-2005. De toekomst van 4 en 5 mei», dat ik u hierbij doe toekomen 1).

Voor de beoordeling van het plan is nog steeds het kader actueel van het regeringsstandpunt op het advies van het NC van 11 september 1995 inzake de invulling van de nationale herdenking en viering na het jubileumjaar 1995 (Kamerstukken II 1995/96, 24.400 III, nr. 10). Mede tegen de achtergrond daarvan kan het volgende worden opgemerkt.

Algemeen

De regering heeft met veel waardering van het beleidsplan kennisgenomen. Zij acht een periodieke herijking van het beleid door het NC geboden vanwege het belang van blijvende aansluiting van de herdenking en viering op 4 en 5 mei bij veranderende omstandigheden, inzichten en gevoelens bij de bevolking. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat nog slechts een kwart van de bevolking de periode van de Tweede Wereldoorlog geheel of gedeeltelijk zelf heeft meegemaakt. Hiermee zal rekening gehouden moeten worden om de nationale betekenis van de herdenking en viering op 4 en 5 mei in stand te houden. In dat verband dient ook stilgestaan te worden bij voortgaande gewapende conflicten en schendingen van mensenrechten sedert de Tweede Wereldoorlog en bij de actuele bijdragen van Nederland aan vredeshandhaving.

Het NC constateert dat de herdenking en viering op 4 en 5 mei nog steeds over een sterk maatschappelijk draagvlak beschikken en daarom ook de komende jaren brede politieke aandacht en steun verdienen. In grote lijnen dient volgens het NC de vormgeving van beide dagen gelijk te blijven. Dat laatste laat onverlet dat op onderdelen, zoals de omvang van de kranslegging op 4 mei, een nieuwe opzet wordt voorgesteld. Met betrekking tot dit laatste heeft het NC een vorm gevonden die op brede steun uit de kringen van oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden kan rekenen.

Bevrijdingsdag

Relatief veel aandacht wordt in het beleidsplan gereserveerd voor de toekomst van de nationale viering van de bevrijding op 5 mei.

Het NC doet een beroep op de overheid en op de sociale partners om de positie van deze nationale feestdag te versterken door deze voor alle werknemers een doorbetaalde vrije dag te laten zijn. Zoals bekend, is dit al het geval voor alle ambtenaren van het rijk en voor de meeste provinciale en gemeentelijke ambtenaren. De particuliere sector geeft echter een ander beeld te zien. De regering is van oordeel dat het de verantwoordelijkheid van de sociale partners is hierover desgewenst nadere afspraken te maken.

De activiteiten op 5 mei stonden de laatste jaren mede in het teken van actuele vraagstukken in relatie tot vrijheid, vrede, democratie en rechtstaat. Tevens werd in dat verband aandacht gegeven aan de internationale context. De regering onderschrijft het voornemen van het NC om deze lijn voort te zetten om aldus de nationale viering van de bevrijding te benutten als aangrijpingspunt voor fundamentele bezinning.

Door middel van de zogenaamde bevrijdingsfestivals is men er de laatste jaren in geslaagd op 5 mei grote aantallen jongeren te betrekken bij de doelstellingen van deze dag. Het afgelopen jaar was het bezoekersaantal gestegen tot 600.000. De financiering van de festivals is tot op heden vooral gedragen door overheden en bedrijven binnen iedere provincie. Het NC draagt zorg voor coördinatie en afstemming.

Het NC acht het noodzakelijk dat er voor de algemene exploitatie van de festivals een structurele basisfinanciering beschikbaar komt, waaraan naast het bedrijfsleven, fondsen en particulieren, ook de nationale, provinciale en lokale overheden een substantiële bijdrage leveren. Van de rijksoverheid vraagt men een jaarlijks bedrag van f
195.000,--.

In het vorengenoemde regeringsstandpunt van 11 september 1995 over de invulling van de nationale herdenking en viering van de bevrijding na het jubileumjaar 1995 is de coördinatie van de provinciale bevrijdingsfestivals genoemd als een van de taken van het NC. Het zou een principiële grensverlegging betekenen als de rijksoverheid via een jaarlijkse subsidieverlening aan het NC ook structurele medeverantwoordelijkheid voor de financiering van de provinciale festivals zou gaan dragen. Het draagvlak voor deze festivals behoort primair een aangelegenheid te zijn van de maatschappelijke en politieke geledingen in iedere provincie.

De regering heeft er, gezien de problemen van de laatste jaren, begrip voor dat het NC met de oprichting van een specifieke stichting ten behoeve van een fonds ernaar streeft om extra financiën te verwerven, die primair zijn bedoeld voor de bevrijdingsfestivals. Zij is bereid om door een éénmalige subsidie van f 1 miljoen aan deze stichting een impuls te geven.

Jeugdvoorlichting

Het beleidsplan van het NC gaat tenslotte ook in op jeugdvoorlichting over de Tweede Wereldoorlog in relatie tot de actualiteit.

Het NC wil zijn jeugdvoorlichtingsactiviteiten zowel richten op jongeren in het onderwijs als op buitenschoolse jongeren. In dit verband is het van belang om onderscheid te maken tussen reguliere taken van het comité, waarvoor jaarlijks subsidie wordt ontvangen, en taken die het comité ad hoc op zich neemt.

Het jaarlijkse subsidie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan het NC heeft ten doel om de organisatie van de nationale herdenking en viering op 4 en 5 mei vorm te geven. Daarbij pleegt het NC speciale aandacht te geven aan de vraag, op welke wijze de jeugd betrokken kan worden bij de manifestaties op deze dagen. De vraag of het aanbeveling verdient om ook speciale aandacht te geven aan de leeftijdsgroep van 25 tot 49 jaar, die de Tweede Wereldoorlog niet zelf heeft meegemaakt, kan in eerste instantie het beste door het NC zelf onder ogen worden gezien. De regering ziet nog geen reden om op dit punt zelf initiatieven te nemen.

Voorlichting aan de jeugd over de geschiedenis en de lessen van de Tweede Wereldoorlog moet niet beperkt blijven tot 4 en 5 mei. Deze periode vormt een vast onderdeel van de geschiedenislessen in de basisvorming voor schoolgaande jongeren. Verder is er op de begroting van het Ministerie van VWS structureel f 2,5 miljoen beschikbaar voor subsidie voor projecten gericht op voorlichting over de Tweede Wereldoorlog. In dat verband wordt ook aandacht gegeven aan buitenschoolse jongeren.

Ook het NC komt in aanmerking voor projectsubsidies. Het beleidsplan van het NC maakt dan ook melding van incidentele initiatieven tot projecten jeugdvoorlichting. De afgelopen jaren is daarvoor al enkele malen projectsubsidie ontvangen van het Ministerie van VWS. Bespreking van dit deel van de activiteiten van het NC hoort evenwel eerder thuis in een evaluatie van het projectsubsidiebeleid jeugdvoorlichting WOII-heden, waarbij ook andere actoren zoals oorlogs- en verzetsmusea een belangrijke rol vervullen, dan bij de beoordeling van de structurele activiteiten van het NC zoals die zijn voorzien in het beleidsplan van het NC.

Subsidie

Zoals gesteld, ontvangt het NC van het Ministerie van VWS structureel subsidie met het oog op haar verantwoordelijkheid voor de vormgeving van de herdenking en viering op 4 en 5 mei. Voor het jaar 2000 bedraagt dit subsidie f 1,9 miljoen. Dit bedrag zal in de periode, waarop het beleidsplan betrekking heeft, jaarlijks beschikbaar blijven. Het Ministerie van Algemene Zaken verstrekt jaarlijks een substantiële financiële bijdrage ten behoeve van de voorlichtingscampagne over 4 en 5 mei. Het Ministerie van Defensie verleent voorts zowel op 4 mei als op 5 mei belangrijke logistieke steun.

Voor zover de activiteiten van het NC kosten met zich meebrengen, die het jaarlijks subsidie te boven gaan, zal het NC daarvoor elders middelen moeten zien te werven, zoals dat ook de laatste jaren het geval is geweest.

De Minister-President,

Minister van Algemene Zaken,

W. Kok

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie