Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweetalige wegwijzers Vlaamse rand voltooid verleden tijd?

Datum nieuwsfeit: 03-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Volksunie

Tweetalige wegwijzers in de Vlaamse rand voortaan voltooid verleden tijd? (03/05/00)

Gedeputeerde Herman Van Autgaerden, onder meer bevoegd voor het Vlaams karakter van de provincie Vlaams-Brabant, heeft dinsdagmorgen in gemeenschapscentrum De Bosuil in Overijse het eindrapport voorgesteld van een studie naar de vernederlandsing van het straatbeeld en de verfijning van de bestuurstaalwetgeving.
De studie is in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant uitgevoerd door Prof. dr. Marc Boes van het Instituut voor Administratief Recht van de KU-Leuven en heeft enkele opmerkelijke resultaten opgeleverd.
Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden Johan Sauwens is het eindrapport van de studie officieel in ontvangst komen nemen. Hij beloofde te zullen onderzoeken op welke manier de Vlaamse regering kan bijdragen tot de uitvoering van de aangereikte ideeën.

We geven u een bondig overzicht van de voorstellen uit het onderzoek en het standpunt van de bestendige deputatie ter zake.

Historiek

De provincie Vlaams-Brabant voert sinds haar ontstaan een hoffelijk maar offensief en vastberaden taalbeleid. Het uitgangspunt hierbij is dat Vlaams-Brabant integraal behoort tot Vlaanderen waar het Nederlands de voertaal is. Bij de uitvoering van dit beleid gaat een versterkte aandacht uit naar de Vlaamse rand, zijnde de gemeenten die grenzen aan het hoofdstedelijk gebied of aan de zes gemeenten met een bijzonder taalstatuut. De provincie voert een specifiek beleid dat niet gericht is tegen anderstaligen, maar zich allereerst tot doel stelt hun integratie in de Vlaamse en Vlaams-Brabantse samenleving te bevorderen. De kennis en het gebruik van het Nederlands is hiertoe de sleutel. De provincie steunt de promotiecampagnes 'Nederlands' van de taalcentra en voert jaarlijks bij de aanvang van het schooljaar een overkoepelende campagne. De provincie werkt samen met het Steunpunt NT2 van de K.U.Leuven aan een multiculturele basiscursus Nederlands voor anderstaligen. Met dit initiatief hoopt de provincie een publiek, dat om allerlei redenen de stap naar een taalcentrum niet zet, de kans te bieden op een andere manier Nederlands te leren. De provincie biedt aanvullende pedagogische en didactische omkadering van kleuterscholen en lagere scholen met veel anderstalige leerlingen. Ook daar wordt samengewerkt met het Steunpunt NT2. Er wordt campagne gevoerd om het gebruik van het Nederlands te bevorderen in handelszaken en bedrijven. Als onderdeel van de campagne wordt de 'Instap! Nederlands'-cd-rom aangeboden die het mogelijk maakt individueel of in groep op een vlotte manier een basiskennis Nederlands te vergaren. Sedert haar ontstaan investeert de provincie Vlaams-Brabant in toenemende mate in haar beleid 'Vlaams karakter': van amper 5 miljoen fr. in 1996 over ruim 25 miljoen fr. in 1997 tot ruim 35 miljoen fr. dit jaar. Het Vlaams-Brabants beleid kadert in het actieplan van de Vlaamse regering voor de Vlaamse rand rond Brussel, goedgekeurd op 26 juni 1996.

De provinciale overheid waakt over een strikte toepassing van de taalwetgeving. De toekening van taalfaciliteiten aan de individuele inwoners van de faciliteitengemeenten mag geenszins aanleiding geven tot veralgemeende tweetaligheid. De faciliteiten kunnen noch op formele, noch op informele wijze uitgebreid worden. De provincie is van oordeel dat op termijn moet gestreefd worden naar de afschaffing van het faciliteitensysteem omdat het binnen een geïnternationaliseerde, multiculturele en Europese context zijn bestaansreden verliest.

Hoewel noch de provincie, noch de Vlaamse Gemeenschap bevoegd zijn om rechtstreeks reglementerend op te treden inzake taalgebruik beschikken beiden toch over een uitgebreid instrumentarium om de handhaving van de taalwetgeving te verzekeren. In uitvoering van het actieplan van de Vlaamse regering voor de Vlaamse rand rond Brussel heeft de provincie Vlaams-Brabant zich geëngageerd om in gezamenlijk overleg te onderzoeken op welke vlakken de taalwetgeving verdere verfijning en aanvulling behoeft. In opdracht van de Vlaamse Gemeenschap wordt momenteel een onderzoek gevoerd naar de bescherming van de taalkundige en culturele minderheidsrechten in België. Beide onderzoeken sluiten bij mekaar aan.

Aan prof. dr. Marc Boes van het Instituut voor Administratief Recht van de K.U.Leuven gaf de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant de opdracht om na te gaan hoe de vernederlandsing van het straatbeeld kan gereglementeerd worden op alle bestuursniveaus. Ook moest onderzocht worden hoe de bestaande reglementering inzake reclame, winkels, bedrijven, markten en openbare domeinen kan verbeterd worden met hetzelfde doel, of nieuwe reglementering mogelijk is en zo ja hoe deze kan uitgevoerd en/of afgedwongen worden. Telkens moest worden nagegaan hoe de voorgestelde maatregelen ingepast kunnen worden in het onthaal- en integratiebeleid dat de provincie Vlaams-Brabant voert in samenwerking met de Vlaamse regering.

Overzicht van de voorstellen met het standpunt van de bestendige deputatie:
Het eindrapport van het onderzoek van prof. dr. Marc Boes bevat een reeks voorstellen die hierna bondig worden toegelicht. Het standpunt van de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant t.o.v. de voorstellen wordt telkens toegevoegd.


1. Initiatieven van provincie en gouverneur. Het onderzoek gaat er terecht van uit dat de wetgeving weinig ruimte laat aan de provincies om rechtstreeks reglementerend op te treden inzake taalgebruik. De nadruk van het onderzoek ligt dan ook op de mogelijkheden van de provincie om onrechtstreeks reglementerend op te treden in deze materie.


1.1. Strikte interpretatie van de notie 'berichten aan het publiek' (p. 25 - 35).
Voorstel:
Er van uitgaande dat de faciliteiten enkel gelden voor de inwoners van de faciliteitengemeente in kwestie, moet een onderscheid worden gemaakt tussen berichten gericht naar de eigen inwoners (publiek sensu strictu) en berichten gericht naar 'het publiek' in het algemeen (publiek sensu lato). Enkel de berichten gericht aan de eigen inwoners van de randgemeenten mogen in het Nederlands en het Frans worden gesteld, met voorrang voor het Nederlands, de andere enkel in het Nederlands, de taal van het taalhomogene gebied waartoe de randgemeenten behoren. Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld de straatnaamborden, wegwijzers of gemeentelijke websites enkel in het Nederlands mogen opgesteld zijn. Ze bevatten immers berichten aan een ruimer publiek dan enkel de inwoners van de faciliteitengemeente in kwestie. De aanvaarding van dit principe heeft ook gevolgen voor andere openbare diensten. Zo hangen de dienstregelingen van 'de Lijn' in de faciliteitengemeenten uit in beide landstalen. Aangezien deze berichten kunnen beschouwd worden als berichten aan het publiek sensu lato, mogen ze enkel in het Nederlands gesteld worden. Tevens kan aan 'de Lijn' gevraagd worden om uitsluitend Nederlandstalige reclame toe te laten in haar bushokjes en aandacht te hebben voor het taalgebruik van chauffeurs en inspecteurs.

Dit voorstel is duidelijk het meest verregaande uit het onderzoek. Niettemin heeft de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant het volledig onderschreven.


1.2. Terbeschikkingstellen van brochures in de faciliteitengemeenten (p. 43 - 45).
Voorstel:
Het rechtstreeks ter beschikking stellen van brochures is de enige doeltreffende en wettelijk sluitende mogelijkheid voor de provincie Vlaams-Brabant om zeker te zijn dat de bevolking in de faciliteitengemeenten eentalig Nederlandse folders ter beschikking krijgt. Ze zou hierbij bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van de brochurestanden in banken en dergelijke. Ook de vzw 'de Rand' blijft in deze een bevoorrechte partner. In dit geval kan men Nederlandstalige brochures verspreiden zonder dat er een rechtsgrond bestaat voor Franstaligen om hiervan een Franse vertaling te krijgen.
Indien de provincie de brochures rechtstreeks in de bus van particulieren in de randgemeenten bezorgt, gaat het om een betrekking met een particulier. Eenmaal de taalaanhorigheid van een particulier in de randgemeente is gekend, dient men deze brochures in de door de particulier gewenste taal (Nederlands of Frans) te bezorgen. Ook hier geldt dat een loutere vertaling van de essentiële punten volstaat. Conform de van kracht zijnde omzendbrieven van de ministers Peeters en Martens is de taalaanhorigheid slechts gekend op grond van een uitdrukkelijk, telkens te herhalen verzoek van de particulier.

Indien de brochure verspreid wordt in samenwerking met een plaatselijke dienst en een Franstalige versie wordt gevraagd, volstaat het om een Franstalige vertaling te bezorgen die vormelijk mag bestaan uit louter tekst. De tekst mag zich beperken tot een vertaling van de essentiële punten.

Wat de verspreiding van brochures in de faciliteitengemeenten betreft, gaat de provincie al jaren veel verder dan wat hier wordt voorgesteld. Concreet laat de provincie haar brochures alleen in het Nederlands huis-aan-huis verdelen door de Post. Dat is volgens Vlaams-Brabant perfect in overeenstemming met de taalwetgeving. Een visie die overigens ondersteund wordt door een studie van de professoren Rimanque, Van Orshoven en Velaers. Tegen deze handelswijze is niettemin al herhaaldelijk klacht ingediend. Het is nu wachten op een uitspraak van het Vast Comité voor Taaltoezicht. Ondertussen handhaaft de provincie haar standpunt. De provincie stelt brochures die door bemiddeling van plaatselijke diensten worden verstrekt in het Nederlands ter beschikking. Slechts op uitdrukkelijke verzoek kan een inwoner van een faciliteitengemeente een sobere vertaling van dergelijke brochure in het Frans bekomen.


1.3. Gebruik van het eigendomsrecht om de vernederlandsing van het straatbeeld te bevorderen (p. 47 - 73).
Voorstel:
Door de opname van taalbepalingen in de voorwaarden tot het verkrijgen van vergunningen en concessies van het openbaar domein en huur van het privaat domein kan elke overheid bepalingen opnemen die de vernederlandsing van het straatbeeld bevorderen. Wellicht kan een over heid dit eveneens door de rechtstreekse opname van taalbepalingen in reglementen zolang deze uitdrukkelijk verwijzen naar het eigendomsrecht als rechtsgrond voor deze taalbepalingen en niet naar de taalwetgeving. Daarnaast kan de overheid als eigenaar van het openbaar domein niet-toegestane inbreuken op haar eigendomsrecht ongedaan maken. Ze is immers exclusieve eigenaar, niet alleen van de oppervlakte van het domeingoed, maar tevens van de luchtkolom er boven.
Concreet kunnen gemeenten taalbepalingen opnemen in hun marktreglement en op basis van het eigendomsrecht.
Dit voorstel kan in de eerste plaats toegepast worden door de provincie zelf. Maar ook andere overheden moeten aangespoord worden om dit voorbeeld te volgen. Er is al een concreet voorbeeld (het marktreglement) uitgewerkt en juridisch onderbouwd. Een vlotte implementatie is dus mogelijk.


1.4. Diplomavereisten voor directeurs van Franstalige gemeentescholen en voor ander personeel dat niet bij het onderwijs betrokken is (p. 42
- 43).
Voorstel:
Er wordt vastgesteld dat de taken die door directeurs van Franstalige gemeentescholen in de randgemeenten worden vervuld wel degelijk administratieve taken zijn. Derhalve dienen deze directeurs over een Nederlandstalig diploma of een diploma grondige kennis van de Nederlandse taal te beschikken. Dit geldt ook voor ander, niet lesgevend personeel van de gemeentescholen dat met administratieve taken belast is. Waar directeurs of niet-lesgevend, administratief personeel van Franstalige gemeentescholen uit de randgemeenten niet over het nodige diploma beschikken, kan de gouverneur in uitvoering van het administratieve toezicht optreden.

Dit standpunt wordt door de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant onderschreven.


1.5. Taalvereisten voor ambtenaren in de randgemeenten (p. 40 - 42). Voorstel:
De provincie Vlaams-Brabant blijft bij het standpunt dat conform artikel 31 van de taalwetgeving geen taalvereisten kunnen opgelegd worden aan ambtenaren in Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem. De onderzoekers stellen vast dat alsnog geen éénduidige rechtspraak bestaat. De provincie kan dus, onder voorbehoud van toekomstige rechtspraak die deze materie zou beslechten, haar huidige opvatting handhaven.

De provincie Vlaams-Brabant blijft bij haar standpunt dat conform artikel 31 van de taalwetgeving geen taalvereisten kunnen opgelegd worden aan ambtenaren in Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem.


1.6. Cultuurbeleid met oog voor vernederlandsing (p. 84 - 86). Voorstel:
Volgende stappen zijn mogelijk om via een geïntegreerd cultuurbeleid het Vlaams karakter van de provincie te benadrukken:
- De provincieraad kan een bepaling opnemen in het reglement tot subsidiëring van provinciale en regionale federaties van zang-, muziek- en toneelverenigingen dat bepaalt dat ten minste een derde of de helft van alle te spelen stukken van Vlaamse of Nederlandstalige origine moeten zijn. Dergelijke bepaling kan ook worden opgenomen in de subsidiereglementen voor plaatselijk amateurtoneel, amateur-muziekverenigingen en koren.

- De bestendige deputatie zou de ontwikkeling van het Vlaams karakter van de provincie als prioritair accent van het beleid kunnen beschouwen. Zo zou het voor de organisaties interessanter worden om sociaal-culturele activiteiten met deze doelstellingen te starten in de provincie.

- In het reglement van de provinciale prijs voor letterkunde kan een bepaling worden opgenomen dat de ingezonden werken slechts in aanmerking komen voor de prijs als zij in het Nederlands geschreven zijn.

- Inzake steun aan toegepaste en beeldende kunst kan een bepaling worden opgenomen die kunstenaars aanmoedigt de Vlaams-Brabantse eigenheid in hun kunst te verwerken.

De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant vindt het een legitiem doel van een geïntegreerd cultuurbeleid om het Vlaams karakter te benadrukken en de voorrang voor het Nederlands in subsidiebesluiten te verankeren. Niettemin worden de eerste twee voorstellen niet onderschreven omdat ze te eng en te beperkend zijn.


1.7. Jeugdbeleid met oog voor vernederlandsing (p. 87 - 89). Voorstel:
Een Vlaams-Brabants jeugdbeleid moet oog hebben voor de integratie van anderstalige jongeren. Het kan ertoe bijdragen anderstaligen in contact te brengen met onze cultuur. T.o.v. Vlaamse jongeren kan het beleid aandacht besteden aan de verhoging van de kennis van het Nederlands en de bestendiging van de Nederlandse cultuur. Volgende beleidsmaatregelen worden hiertoe voorgesteld:
- De provincie kan speciale taalcursussen inrichten voor jongeren.
- Er kan promotie gevoerd worden voor taalcursussen voor jongeren.
- Er kunnen subsidies verleend worden voor vormingsprojecten rond Vlaamse kunst en cultuur.

- In het vormingspakket aan eerstelijnsjeugdwerkers kan een cursus over de omgang met anderstaligen, over het bereiken van deze doelgroep , over hun opname in de vereniging, enz. worden opgenomen.
- De informatie die ter beschikking wordt gesteld via de jongeren informatie punten kan ook een luik over de taalwetgeving bevatten.
- Bij de subsidiëring van jeugdinitiatieven kan voorrang gegeven worden aan initiatieven die duidelijk een Vlaams of Nederlandstalig karakter hebben.

De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant onderschrijft dit standpunt volledig.


2. Initiatieven van andere overheden.


2.1. Prejudicieel optreden van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (p. 23)
Voorstel:
Er wordt voorgesteld om de adviesfunctie van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht zodanig uit te breiden dat ook het provinciale en het gemeentelijke niveau een vraag aan de Vaste Commissie voor Taaltoezicht kan richten over de verenigbaarheid van haar reglementering met de taalwetgeving. Hierdoor zou de noodzakelijke stap naar de minister worden vermeden en het belang van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht voor deze bestuursniveaus vergroten. Deze bevoegdheidsuitbreiding zou bovendien een meer ''preventieve' 'toetsing van de provinciale en gemeentelijke reglementering met de taalwetgeving mogelijk maken.

De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant verwerpt dit voorstel omdat het grote risico's inhoudt. Dit voorstel zou immers betekenen dat ook de faciliteitengemeenten voortaan rechtstreeks naar de VCT kunnen stappen voor advies. Momenteel is dat alleen mogelijk via de Vlaamse regering.


2.2. Naar een ruimere bevoegdheid van de gemeenschappen om het taalgebruik te regelen (p. 75 - 81).
Voorstel:
Volgende voorstellen beogen een zelfde doel, nl. de bevoegdheid om het gebruik der talen te regelen overhevelen naar gewesten en gemeenschappen. De provincie kan aandringen op de noodzakelijke wetswijzigingen.

a) Het is aangewezen de volle bevoegdheid om het gebruik van talen te regelen, over te laten aan de gemeenschappen. Hiertoe is een aanpassing van de artikelen 30 en 129 van de Grondwet nodig. b) Het is aangewezen de bevoegdheid om het gebruik der talen te regelen, te koppelen aan de algemene bevoegdheid van de verschillende overheden. Zodoende zou de bevoegdheid om het taalgebruik te regelen een accessoire bevoegdheid uitmaken, gevoegd bij de 'exclusieve' bevoegdheden van de gemeenschappen en gewesten. De regeling van het taalgebruik wordt een intrinsiek deel van de materiële bevoegdheden van de deelstaten.

De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant onderschrijft alleen optie a en zal aandringen op de noodzakelijke wetswijzigingen.


2.3. Het administratief toezicht op de randgemeenten (p. 81 - 82). Voorstel:
Het zou logisch zijn dat de gewesten, wat betreft het gewoon administratief toezicht, ten opzichte van al de op hun gondgebied gelegen gebieden dezelfde bevoegdheden zouden kunnen uitoefenen. Hiertoe moet het administratief toezicht van het Vlaamse gewest bij bijzondere wet uitgebreid worden tot de randgemeenten en Voeren. Dit voorstel is overduidelijk Vlaamse materie.

2.4. Onderwijsfaciliteiten (p. 113 - 118). Voorstel:
De Vlaamse overheid zou de overheveling van de bevoegdheid over de pedagogische inspectie van de Franstalige kleuter- en lagere scholen kunnen nastreven door het aanvechten van de bestaande regeling zoals deze is opgenomen in de bijzondere wet van 21 juli 1971. Dit zou logisch zijn daar het territorialiteitsbeginsel sinds de wet van 21 juli 1971 verstevigd is. In geval het Arbitragehof zou besluiten dat de huidige regeling in strijd zou zijn met de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling van de gemeenschappen, en dus het territorialiteitsprincipe, zou dit de Vlaamse overheid de mogelijkheid bieden zelf de pedagogische aspecten van het onderwijs in deze scholen te regelen. De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant onderschrijft dit voorstel. Evenzeer wenselijk en niet aangekaart in het onderzoek is de volledige overdracht van de taalinspectie in de bewuste scholen naar de Vlaamse Gemeenschap. Ook de plaatselijke Centra voor Leerlingenbegeleiding kunnen ingeschakeld worden in een Vlaamse structuur. Algemeen pleit de provincie Vlaams-Brabant voor de afschaffing van het faciliteitenonderwijs.


2.5. Inkrimping van reclamemogelijkheden (p. 69 - 73). Voorstel:
Een strikte toepassing van de reclamewetgeving zou er waarschijnlijk toe leiden dat heel wat reclame, dus ook anders- of meertalige reclame, verdwijnt. Hiertoe kan een omzendbrief gezonden worden aan de burgemeesters die evenwel enkel beroep kan doen op hun goede wil. Eventueel kan bij de Vlaamse regering aangedrongen worden op een grotere beperking van de reclamemogelijkheden. Er kan ook gevraagd worden om een provinciale verordeningsbevoegdheid inzake reclame-inrichtingen op te nemen in het decreet houdende de ruimtelijke ordening en de stedenbouw.

De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant onderschrijft deze mogelijkheid. Momenteel kan er echter alleen een beroep gedaan worden op de bereidwilligheid van de lokale besturen. Om drastischer in te grijpen, is een aanpassing van de regelgeving noodzakelijk.


2.6. Taalgebruik taxidiensten (p. 37 - 40). Voorstel:
De vraag of taxidiensten onder artikel 1 § 1 van de bestuurstaalwetgeving vallen is niet éénduidig te beantwoorden. Zowel de adviezen van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht als de parlementaire voorbereiding komen niet tot een eensluidende conclusie. Er bestaan plannen om taxidiensten in te schakelen als onderdeel van het openbaar vervoer. Zo zouden zij als concessionarissen van de openbare dienst wel onderworpen zijn aan de taalwetgeving. De gemeenten kunnen taalvereisten laten opnemen in de exploitatievergunning aan taxidiensten.

De provincie Vlaams-Brabant kan hier enkel de gemeenten wijzen op de mogelijkheid om taalvereisten op te nemen in de exploitatievergunning aan taxidiensten. Rechtstreeks ingrijpen is vooralsnog onmogelijk.

Auteur:
VU - Vlaams-Brabant
Herman Van Autgaerden, bestendig afgevaardigde
Meer informatie:
Contactpersoon: Herman Van Autgaerden
Telefoon: 016/267044
Fax: 016/267042
E-post: hvautgae@vl-brabant.be

Terug

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie