Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Premie voor zoogkoeien - campagne 2000 in Belgie

Datum nieuwsfeit: 03-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Middenstand en Landbouw België

03/05/2000

PERSBERICHT

PREMIE VOOR ZOOGKOEIEN - CAMPAGNE 2000
UITERSTE INDIENINGSDATUM : 30 SEPTEMBER 2000

De Minister van Landbouw en Middenstand deelt de modaliteiten mee betreffende de premieaanvragen voor zoogkoeien voor de campagne 2000.

Indieningsperiode voor de premieaanvragen

Het versturen van de gepersonaliseerde aanvraagformulieren aan de producenten is voorzien tijdens de eerste 14 dagen van de maand mei 2000. Blanco formulieren zullen beschikbaar zijn in de verschillende provinciale bureaus voor de producenten die hun premieaanvraag wensen in te dienen vanaf begin mei 2000.

Het originele aanvraagformulier moet, volledig ingevuld, uiterlijk op 30 september 2000 aangetekend naar het Provinciale Bureau van het Ministerie van Middenstand en Landbouw worden verzonden. Het ingevulde dubbel van het formulier dient door de producent te worden bewaard.

Aanvragen die na 30 september 2000 worden ingediend zullen nog tot 25 oktober 2000 aanvaard worden, maar zullen een vermindering van het premiebedrag tot gevolg hebben (1% per werkdag te laat).

Enkel voor de premieaanvragen die ingediend zijn tegen uiterlijk 30 juni 2000 zal een voorschot worden uitbetaald.

De producenten die hun aanvraagformulier niet ontvangen, kunnen een duplicaat aanvragen bij het Provinciale Bureau van het Ministerie van Middenstand en Landbouw tot uiterlijk 25 oktober 2000.

Aangifte van vaarzen

Het is mogelijk om in de premieaanvraag vaarzen aan te geven ten belope van maximum 20 % van het totaal aantal aangegeven vrouwelijke runderen (zoogkoeien en vaarzen samen).

Documenten mee te sturen met de aanvraag

De producent moet samen met het aanvraagformulier een fotokopie van de originele SANITEL-identificatiedocumenten (paspoorten) van de aangegeven zoogkoeien en vaarzen overmaken. De fotokopieën dienen van goede kwaliteit te zijn en van dezelfde grootte als de originele identificatiedocumenten (een kopie gemaakt met een telefaxtoestel wordt niet aanvaard).

Indien de producent op 31 maart 2000 in het bezit is van een melkquotum, dient hij een overeenstemmend aantal melkkoeien op te geven. Het aantal voorgedrukt op het formulier is gebaseerd op het quotum geregistreerd door het Bestuur op het moment van het aanmaken van het formulier. Bij het berekenen van het aantal melkkoeien dienen de producenten rekening te houden met het totale verwachte melkquotum op 31 maart 2000 (totaal melkquotum van het tijdvak 1999-2000, leasing inbegrepen).

Van de aangegeven melkkoeien dient eveneens een fotokopie van de originele SANITEL-identificatiedocumenten met de premieaanvraag te worden overgemaakt.

De producent dient duidelijk de identificatiedocumenten (paspoorten) van de zoogkoeien, de vaarzen en de melkkoeien te scheiden.

Het minimum aantal aan te geven melkkoeien wordt berekend door de som van de op 31 maart 2000 gekende melkquota (leveringen + rechtstreekse verkoop) te delen door hetzij het theoretische melkrendement van 5.291 liter/koe, hetzij het werkelijke melkrendement (VRV-jaaruitslag 1999) omgezet naar liter.

Een producent die tijdens het tijdvak 1999-2000 een definitieve overdracht van melkquotum heeft uitgevoerd, kan vragen dat het nieuwe melkquotum op 01/04/2000 als referentie wordt genomen.

Producenten onderworpen aan de melkcontrole van de VRV

De producent die wenst dat rekening wordt gehouden met het gemiddelde werkelijke melkrendement, zoals vastgesteld bij de officiële melkcontrole van zijn melkveestapel, dient dit werkelijke melkrendement op zijn aanvraagformulier te vermelden. In voorkomend geval dient de producent de berekening van het minimum aantal aan te geven melkkoeien te hermaken en dit aantal aan te passen op het aanvraagformulier. Een fotokopie van de VRV-jaaruitslag 1999 moet ofwel samen met het aanvraagformulier voor de zoogkoeienpremie ofwel samen met de oppervlakteaangifte voedergewassen - oogst 2000 opgestuurd worden.

Indien het aantal melkkoeien onderworpen aan de melkcontrole lager is dan het aantal dat bekomen wordt door deling van het melkquotum door het werkelijke melkrendement (in liter), dan is het aantal in rekening te brengen melkkoeien gelijk aan het aantal koeien onder melkcontrole vermeerderd met het afgeronde aantal koeien ter verantwoording van het gedeelte van het melkquotum dat niet gedekt wordt door de melkcontrole, berekend met het theoretische melkrendement.

Belangrijkste voorwaarden voor toekenning van de premie zijn de volgende :

De producent moet in de voorziene periode, in principe uiterlijk op 30 april 2000, een oppervlakteaangifte - oogst 2000 indienen. De oppervlakte voedergewassen moet voldoende groot zijn indien tijdens het jaar 2000 voor meer dan 15 grootvee-eenheden (GVE) rundveepremies worden aangevraagd.

Het totale aantal premies wordt beperkt door de veebezetting, zijnde 2,0 GVE per hectare oppervlakte voedergewas.

Opmerkingen


1. De veebezetting wordt berekend op basis van het aantal melkkoeien nodig om de melkquota (som van het quotum "leveringen" en quotum "rechtstreekse verkoop") te kunnen produceren, van het aantal ooien waarvoor een premie wordt aangevraagd voor de campagne 2000 en van het aantal mannelijke runderen (stieren en ossen) en zoogkoeien waarvoor in de campagne 2000 een premie wordt aangevraagd. Een melkkoe of zoogkoe wordt geteld aan 1 GVE, een ooi aan 0,15 GVE, een mannelijk rund of een vrouwelijk rund tot 2 jaar aan 0,6 GVE en ouder dan 2 jaar aan 1 GVE.


2. Voor de campagne 2000, kunnen de producenten de berekeningsmethode van de premie kiezen, met name:

* hetzij, analoog aan de voorbije campagnes, eerst de uitbetaling van de premieaanvragen voor de mannelijke runderen en pas nadien de premieaanvraag zoogkoeien';

* ofwel het prioritair uitbetalen van de premieaanvraag zoogkoeien' en pas nadien de berekening van de premieaanvragen mannelijke runderen'.

De producent moet zich ertoe verbinden op zijn bedrijf gedurende minstens 6 maanden volgend op de dag van de aanvraag een aantal zoogkoeien, vaarzen en melkkoeien aan te houden dat minstens gelijk is aan het aangegeven aantal. Tijdens deze periode is de vervanging van aangegeven zoogkoeien door andere zoogkoeien of door vaarzen en de vervanging van aangegeven vaarzen door zoogkoeien of door vaarzen toegestaan, voor zover nooit het maximum van 20 % vaarzen ten opzichte van het aantal aangegeven vrouwelijke runderen (zoogkoeien en vaarzen samen) wordt overschreden. Dergelijke vervanging moet permanent worden ingeschreven in de respectieve "Registers van de vervangingen". De vervanging van melkkoeien door andere melkkoeien is ook toegestaan.

Om als zoogkoe premiegerechtigd te kunnen zijn, moet het dier minstens één maal hebben gekalfd, aanwezig zijn op het bedrijf op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, behoren tot één van de toegelaten rassen en deel uitmaken van een zoogkoeienbestand dat bestemd is voor het opfokken van kalveren voor de vleesproductie; daartoe dienen in dit zoogkoeienbestand, gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag, kalvingen te zijn gebeurd ten belope van minimum 70 % van het aantal aangegeven zoogkoeien.

Om als vaars premiegerechtigd te kunnen zijn, moet het rund minstens acht maand oud zijn, aanwezig zijn op het bedrijf op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, behoren tot één van de toegelaten rassen en deel uitmaken van een zoogkoeienbestand dat bestemd is voor het opfokken van kalveren voor de vleesproductie.

De eventueel aangegeven aangekochte dieren moeten op het bedrijf kalven.

Aangekochte runderen die reeds door een andere producent zijn aangegeven voor de zoogkoeienpremie van de campagne 2000, mogen geen tweede keer worden aangegeven.

Vaarzen mogen in geen geval worden aangegeven als zoogkoe of als melkkoe.

De producent dient bijzondere aandacht te schenken aan de juistheid en de volledigheid (dag, maand en jaar) van de kalfdata die hij opgeeft.

De aangegeven zoogkoeien mogen niet behoren tot een zuiver melkras (w.o. Zwartbont, Holstein,...); ze mogen echter wel het resultaat zijn van een kruising van een zuiver melkras met een vleesras.

Het aangeven van zoogkoeien die behoren tot een zuiver melkras en gedekt of geïnsemineerd zijn door stieren van een vleesras, of die draagmoeder zijn van embryo's van een vleesras, is niet toegelaten.

In geval van gedwongen vermindering (zonder vervanging) van het aantal opgegeven koeien of vaarzen, dient de producent binnen de 10 werkdagen schriftelijk het Provinciale Bureau te verwittigen en alle bewijsstukken te bewaren.

De premieaanvraag zal geheel worden geweigerd bij een onjuiste aangifte of indien de verbintenissen niet worden nageleefd, ondermeer in de volgende gevallen :


* fraude bij Sanitel identificatie

* bij gebruik van verboden stoffen (w.o. hormonen)
* bij een opzettelijk onjuiste aangifte

* bij een onjuiste aangifte door grove nalatigheid
* indien het verschil tussen het aantal opgegeven dieren en het aantal bij controle vastgestelde premiegerechtigde dieren meer dan 4 bedraagt voor aanvragen van minder dan 21 dieren
* indien het verschil tussen het aantal opgegeven dieren en het aantal bij controle vastgestelde premiegerechtigde dieren meer dan 20% bedraagt van het aantal bij de controle vastgestelde premiegerechtigde dieren, voor aanvragen van meer dan 20 dieren.
In de andere gevallen worden proportionele sancties toegepast.

De hierboven vermelde totale en proportionele sancties worden ook toegepast op de premieaanvragen waarin runderen zijn vermeld die na administratieve controle van het dossier niet aan de premievoorwaarden blijken te voldoen (rund dat niet gekend is in Sanitel, rund met onjuiste identificatie in Sanitel, rund dat op het ogenblik van de indiening van de premieaanvraag niet meer op het bedrijf aanwezig is, of een rund dat reeds door een andere producent werd aangegeven voor de campagne 2000.

Indien de producent de reglementering inzake de identificatie en/of registratie van runderen (o.a. het correct bijhouden van het register van het veebeslag) niet respecteert, kunnen proportionele of totale sancties toegepast worden op alle premieaanvragen ingediend gedurende 12 voorafgaande maanden.

Bovendien kan de aanvrager bij een opzettelijk onjuiste aangifte worden uitgesloten van het recht op de betrokken steunregeling voor het volgende premiejaar. Dit sluit andere bijkomende sancties niet uit.

De bedragen die onrechtmatig werden uitbetaald als gevolg van het niet nakomen van de verbintenissen en/of van een onjuiste aangifte zullen worden teruggevorderd, dit vermeerderd met een interest berekend op basis van de wettelijke rentevoet.

Premiebedragen

Voor de campagne 2000 is het bedrag van de premie voor zoogkoeien vastgesteld op 8.592 BEF per zoogkoe of per vaars. Dit bedrag wordt verhoogd met een supplement van ongeveer 1.050 BEF afkomstig van de beschikbare financiële enveloppe voor extra betalingen'. Het precieze bedrag van dit supplement zal pas na afloop van de campagne bekend zijn.

Indien de producent de voorwaarden respecteert voor de betaling van het extensiveringsbedrag, en ingeval het veebezettingsgetal van het bedrijf (specifiek voor de extensivering) voor het jaar 2000 zich situeert tussen 2,0 GVE/ha en 1,6 GVE/ha, respectievelijk kleiner is dan 1,6 GVE/ha, ontvangt de producent een extra premie van respectievelijk 1.331 BEF of 2.662 BEF per zoogkoe of vaars.

De betaling van een voorschot is gepland voor eind november 2000. De betaling van het saldo is gepland voor eind maart 2001.

Minimaal gebruik van het quotum

Aandacht : Als gevolg van de keuzemogelijkheid van de berekeningsmethode voor de premie, wordt het minimaal gebruik van 90 % berekend op basis van de werkelijke uitbetaalde vrouwelijke runderen.

De producent die voor de campagne 2000 geen 90 % van zijn premierechten gebruikt, zal het niet-gebruikte deel van het premiequotum verliezen na de campagne 2000.

Uitzondering : de producent die ten hoogste 7 premierechten bezit, moet slechts één jaar op twee 90 % van zijn quotum gebruiken. Als hij dit dus niet gedaan heeft in 1999, is hij verplicht in 2000 wel 90 % van zijn quotum te gebruiken, anders verliest hij in 2000 het niet-gebruikte deel van zijn quotum. Omgekeerd, wanneer hij in 1999 90 % van zijn rechten heeft gebruikt, mag hij in 2000 minder dan 90 % gebruiken zonder gevaar zijn quotum te verliezen.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie