Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake nieuwe commissievoorstellen (BNC)

Datum nieuwsfeit: 08-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief BUZA inzake nieuwe commissievoorstellen
Gemaakt: 16-5-2000 tijd: 13:59


18


22112 Ontwerprichtlijnen Europese Commissie
nr. 156 Brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 8 mei 2000

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij zeven fiches aan te bieden die werden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):

Voorstel voor een richtlijn van het Europees parlement en de Raad tot wijziging van richtlijnen 78/660/EEC en 83/349/EEC met betrekking tot de waarderingsregels voor enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen van bepaalde rechtspersonen

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europese Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's (Belasting op vliegtuigbrandstof)

'De Commissie en niet-gouvernementele organisaties; bouwen aan een sterker partnerschap' (Discussienota van de Commissie)

Medeling mbt maatregelen en beleid ten aanzien van reductie van broeikasgasemissies; naar een Europees programma voor klimaatverandering.

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 95/53/EG van de Raad tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding en van Richtlijn 1999/29/EG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding.

Voorstel voor een richtlijn tot eenentwintigste wijziging van Richtlijn 76/769/EEG inzake beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of vergiftig voor de voortplanting zijn ingedeeld)

Groenboek over de handel in broeikasgas emissierechten binnen de Europese Unie

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
D.A. Benschop Fiche 1 (waarderingsregels jaarrekeningen rechtspersonen) Titel:
Voorstel voor een richtlijn van het Europees parlement en de Raad tot wijziging van richtlijnen 78/660/EEC en 83/349/EEC met betrekking tot de waarderingsregels voor enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen van bepaalde rechtspersonen Datum Commissiedocument: 24 februari 2000 nr. Raadsdocument: nr. Commissiedocument: COM (2000) 80 final, 2000/0043 (COD) Eerstverantwoordelijke ministerie: Justitie i.o.m. EZ en FIN Behandelingstraject in Brussel: Nog niet bekend Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): geen Korte inhoud en doelstelling van het voorstel: Het voorstel betreft een aanpassing van het jaarrekeningrecht. Het jaarrekeningrecht is vrijwel geheel geharmoniseerd door twee richtlijnen 78/660/EG en 83/349/EG, in Nederland geïmplementeerd in tittel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In de in 1995 gepubliceerde mededeling van de Commissie over de toekomst van het jaarrekeningrecht heeft de Commissie aangegeven in de toekomst geen eigen voorschriften voor de jaarrekening meer te ontwikkelen, maar aansluiting te zoeken bij de International Accounting Standaards(IAS). De nieuwe IAS 39 schrijft voor zogenaamde financiële instrumenten waardering voor volgens de waarde in het economisch verkeer, een methode die thans door de richtlijnen wordt verboden. Het richtlijnvoorstel beoogt deze waarderingsmethode mogelijk te maken. Subsidiariteittoets, proportionaliteittoets, deregulering:
Positief. Het gaat om een voor toepassing van IAS noodzakelijke wijziging van de Europese richtlijnen, die niet door de lidstaten zelf kan worden verwezenlijkt. Nederlandse belangen: Ja. Gelet op de open economie van Nederland en de behoefte aan meer grensoverschrijdend zakendoen is de mogelijkheid om een internationale standaard voor de jaarrekening te kunnen hanteren zowel voor het Nederlandse bedrijfsleven als voor gebruikers van de jaarrekeningen van belang. Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG) Wijziging van titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek noodzakelijk. Geen implementatieproblemen voorzien. Rol EP in de
besluitvormingsprocedure: Codecisie (fiche 2: Belasting op vliegtuigbrandstof) Titel:
Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europese Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's (Belasting op vliegtuigbrandstof) Datum stuk: 2 maart 2000 nr. Raadsdocument: 6743/00 nr. Commissiedocument: COM (2000) 110 definitief Eerstverantwoordelijke ministerie: FIN, i.o.m. V&W, VROM, EZ, AZ Behandelingstraject in Brussel: Presentatie door de Commissie in de Ecofin d.d. 13 maart 2000; daarna bespreking in Raadswerkgroep (Groep Financiële Vraagstukken) en Coreper Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): Geen Korte inhoud en doelstelling van het voorstel: De mededeling heeft betrekking op de eventuele instelling van een belasting op kerosine in het luchtverkeer. De Commissie doet drie aanbevelingen: dat de Raad snel overgaat tot aanvaarding van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad inzake de herstructurering van de belastingen op energieproducten. Dit voorstel voorziet in de mogelijkheid dat lidstaten belasting heffen op kerosine die verbruikt wordt op binnenlandse vluchten en op - nadat daarover bilaterale overeenkomsten zijn gesloten - vluchten in het intracommunautaire verkeer; dat de lidstaten, in samenwerking met de Commissie, een wereldwijde invoering van een dergelijke heffing zullen bepleiten in de ICAO en dat de Raad zich opnieuw over de kwestie buigt na de 33e algemene vergadering van ICAO. Rechtsbasis van het voorstel:
Wat betreft punt 10 a (i): Artikel 93 (voorheen 99) van het verdrag tot oprichting van de Europese gemeenschap Wat betreft de punten 10 a (ii) en (iii): niet van toepassing Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering:
Een eventuele richtlijn of wijziging van een bestaande richtlijn tot instelling van een belasting op vliegtuigbrandstof dan wel tot instelling van de mogelijkheid tot het heffen van belasting op vliegtuigbrandstof past binnen de harmonisatiebevoegdheden van de Raad en van de Commissie. Een dergelijke maatregel is proportioneel vanuit de gedachte van harmonisatie, kan ook slechts in deze vorm worden genomen en verhoudt zich uit dien hoofde ook met het aspect deregulering. Nederlandse belangen: Nederland zet zich - vanuit milieuoverwegingen - al enige jaren krachtig in voor de instelling van een heffing op vliegtuigbrandstof in internationaal verband. Nederland heeft tijdens het EU-voorzitterschap in 1997 een studie naar een mogelijke heffing op vliegtuigbrandstof geïnitieerd. Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG) Geen Rol EP in de besluitvormingsprocedure: Er is nog geen besluitvorming. Fiche 3: Commissie en NGO's Titel:
'De Commissie en niet-gouvernementele organisaties; bouwen aan een sterker partnerschap' (Discussienota van de Commissie) Datum stuk: 1 februari 2000 nr. Raadsdocument: 5824/00 nr. Commissiedocument: COM(2000)11 def Eerstverantwoordelijke ministerie: BZ Behandelingstraject in Brussel: Betreft in eerste instantie bilaterale raadpleging door de Commissie van NGO's . Daarnaast nemen NGO's deel aan raadgevende Comite's en kunnen zij bij het werk van vele comité's en raadgevende organen worden betrokken. Te denken valt aan werkgroepen op het terrein van externe betrekkingen, uitbreiding, OS, milieu, mensenrechten, democratie, humanitaire hulp, jeugd, onderwijs en volksgezondheid. Betreffende werkgroepen zullen daar waar relevant worden geconsulteerd over de wenselijkheid van het betrekken van NGO's bij die groepen conform de nieuwe werkafspraken die in deze nota zijn voorgesteld maar nog nader moeten worden uitgewerkt. Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): Het voorstel heeft geen direkte financiële gevolgen. De Commissie beschouwt deze mededeling als een eerste stap in een uitvoerige gedachtewisseling met de NGO's over een verbeterde relatie tussen de Commissie en NGO's. Veel voorstellen in het document hangen nauw samen met de voorstellen voor administratieve hervormingen (zie het fiche 'Raadplegingsdocument van Commissaris Kinnock over de hervorming van de Commissie, in overeenstemming met Commissievoorzitter Prodi en Commissaris Schreyer' van februari 2000). Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:
Het partnerschap tussen de Commissie en NGO's bestaat al meer dan twintig jaar. De Commissie signaleert echter dat het voor de door haar gewenste uitbouw van het partnerschap nodig is de institutionele voorzieningen te versterken. Een van de (sub_)doelstellingen van het onlangs ingezette hervormingsproces binnen de Commissie is dat de NGO's een beter inzicht krijgen in het EG-beleid, in de mogelijke rol die de NGO's daarbij kunnen spelen, en in de mogelijkheden en voorwaarden voor subsidies van de Commissie aan NGO's. De discussienota bevat globaal twee onderdelen: i) De discussienota geeft enerzijds een overzicht van de bestaande relatie tussen Commissie en NGO's, en anderzijds voorstellen voor de verbetering van de dialoog- en overlegmethodes.
Een gemeenschappelijke definitie van NGO's is moeilijk te geven gezien de enorme diversiteit in doelen, structuren en motivatie, waarnaast ook de grootte en het werkterrein aanzienlijk kunnen verschillen. Het document beperkt zich tot de NGO's op niet-gouvernementeel en niet-economisch gebied, waarna deze benadering ook op de overige categorieën kan worden toegepast. De beweegredenen die de Commissie aanvoert om de band te versterken zijn: Stimulering van de participatieve democratie:
Regeringen en internationale organisaties besteden steeds meer aandacht aan NGO's als belangrijke component van het maatschappelijk middenveld. Met name in de kandidaat-lidstaten en de ontwikkelingslanden kunnen de lokale NGO's een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de democratie. Met het oog op haar initiatiefrecht vormt de dialoog van de Commissie met de NGO's een belangrijke aanvulling op het institutionele proces van beleidsvorming. Vertegenwoordigen van standpunten van specifieke groepen burgers bij de Europese instellingen:
Naast het stimuleren van contacten met het publiek in de lidstaten kunnen NGO's de stem kanaliseren van specifieke groepen burgers (bv. Gehandicapten, etnische minderheden) die door de NGO's makkelijker te bereiken zijn, alsmede de allerarmsten en minst bevoorrechte groepen in ontwikkelingslanden. Bijdragen tot beleidsvorming: Inbreng van de kennis van NGO's op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau ten behoeve van de beleidsvorming door de Commissie; Helpen bij projectbeheer:
Met behulp van hun specifieke kennis kunnen NGO's een bijdrage leveren aan het beheer van de door de EU gefinancierde projecten. Bijdragen tot de Europese integratie:
verspreiden van informatie over Europa in het kader van het totstandkomen van een 'Europese publieke opinie' t.b.v. een echte politieke eenheid in Europa. Rekening houdend met het beginsel van openbaarheid, stelt de Commissie het volgende voor om de dialoog te verbeteren: Opstellen van richtsnoeren voor de beste raadplegingspraktijken; Verbetering van de doorzichtigheid hoe partners worden geselecteerd; Verbetering van informatie over bijeenkomsten (via internet). ii) Beheerskwesties De Commissie signaleert dat er een reeks problemen is bij het beheer van door haar uit te keren subsidies, met name terug te voeren op een (te) kleine personele bezetting en een betrekkelijk omslachtige subsidie-aanvraagprocedure. Hiertoe zal: het institutioneel kader voor beheer van aan NGO's toegekende subsidies moeten worden verbeterd; het beheer van grote aantallen voorstellen in bepaalde sectoren beter gestroomlijnd worden (NGO's aanmoedigen tot het vormen van consortia); bevorderd moeten worden dat de beperkte EU-fondsen naar kwalitatief hoogstaande projecten gaan en procedures moeten worden vereenvoudigd en begrotingslijnen doorzichtiger gemaakt. De Commissie wil daarbij rekening houden met leidende beginselen, zoals de noodzaak tot respecteren van diversiteit, heterogeniteit, autonomie, onafhankelijkheid, specifieke behoeften van de NGO's, grotere openheid en doorzichtigheid en het benadrukken van de Europese dimensie. De hervorming van het subsidiebeheer moet een integraal deel van het totale hervormingsproces vormen. Rechtsbasis van het voorstel: Het EGV bevat geen expliciete basis voor overleg met NGO's. De Commissie wijst wel op Verklaring 23, gehecht aan het Verdrag van Maastricht, die betrekking heeft op sociaal beleid en dialoog met de burgers. Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering: N.v.t. (zie bij rechtsbasis) Nederlandse belangen:
Nederland steunt het betrekken van NGO's bij beleidsvorming en moedigt de Commissie aan dit ook te doen als onderdeel van de hervorming van de Commissie, met betrachting van de grootst mogelijke transparantie, en met een optimaal beheer van de subsidies. Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG) n.v.t. Rol EP in de besluitvormingsprocedure: In dit stadium is nog geen rol voor het EP voorzien. fiche 4: Klimaatverandering Titel:
Medeling mbt maatregelen en beleid ten aanzien van reductie van broeikasgasemissies; naar een Europees programma voor klimaatverandering. Datum stuk: 14 maart 2000 nr. Raadsdocument:
6914/00 nr. Commissiedocument: COM(2000)88 Eerstverantwoordelijke ministerie: VROM i.o.m. EZ, V&W, LNV, BZ/OS Behandelingstraject in Brussel:
Het document is gepresenteerd in de Milieuraad van 30 maart 2000. Het staat vooralsnog niet geagendeerd voor de Milieuraad van juni. Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): n.v.t. Korte inhoud en doelstelling van het voorstel: De Europese Commissie wil het Kyoto Protocol zo snel mogelijk na CoP 6 (november 2000) ratificeren, zodat het in 2002 in werking zou kunnen treden. In de Mededeling presenteert de Commissie haar plan voor het ontwikkelen van een European Climate Change Programma (ECCP). Doel van dit programma is elementen te identificeren en te ontwikkelen voor de implementatie van het Kyoto Protocol. In Annex 3 van de Mededeling doet de Commissie voorstellen voor gemeenschappelijk en gecoördineerd beleid en maatregelen ten behoeve van het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen binnen de EU. Deze lijst is niet uitputtend en concentreert zich vooralsnog op de thema's energie, transport, industrie en flexibele mechanismen (dit zijn de mechanismen die in het Kyoto Protocol worden genoemd met het oog op het in het buitenland kunnen realiseren van emissie-reducties). Het programma zal zich in het begin beperken tot beleid en maatregelen op het gebied van emissiereducties, maar de Commissie voorziet dat het programma op de middellange en lange termijn zal worden uitgebreid met andere thema's die belangrijk zijn voor het uitvoeren van het Kyoto Protocol. Het gaat daarbij om internationale samenwerking op het gebied van capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden, technologie-overdracht, onderzoek en observatie van klimaatverandering, demonstratie van efficiënte en schone technologieën, training en opleiding. Het is de bedoeling dat door een gezamenlijke inzet van alle belanghebbenden (Commissie, Lidstaten, industrie, NGO's) de voorstellen van de Commissie worden voorbereid. Er wordt binnen de Commissie een stuurgroep ingesteld o.l.v. DG Milieu, waaronder werkgroepen functioneren. De werkgroepen moeten na 12 maanden in een 'final report' met concrete beleidsvoorstellen op gemeenschapsniveau komen. Rechtsbasis van het voorstel: N.v.t., het gaat om een Mededeling van de Commissie. Dit initiatief is een antwoord op een vraag gesteld tijdens de Milieuraad van oktober
1999 en gaat in op de implementatie van het Kyoto Protocol. De EG is krachtens artikel 300 van het Verdrag bevoegd om partij te mogen zijn bij het sluiten van Verdragen. Mocht de Mededeling tot verdere maatregelen leiden dan is de rechtsbasis artikel 175, lid 1. Subsidiariteit: Positief. De EU heeft, evenals de afzonderlijke Lidstaten, het Kyoto Protocol ondertekend en heeft derhalve een eigen verantwoordelijkheid in het voldoen aan de verplichtingen van de EU in zijn totaal. Proportionaliteit: Twijfelachtig. De Commissie lijkt in haar voorstel voor de middellange en lange termijn iets verder te gaan dan door de Milieuraad is gevraagd. De Milieuraad vraagt om voorstellen voor beleid en maatregelen op het gebied van emissiereducties. De commissie voorziet ook EU- acties, die wel met de uitvoering van het Kyoto Protocol te maken hebben, maar die niet direct verbonden zijn met het behalen van de reductiedoelstelling. Het gaat daarbij bijv. om het ondersteunen van ontwikkelingslanden in het kader van het Kyoto-Protocol. Nederlandse belangen: Transparanter gemeenschappelijk en gecoördineerd beleid, dat degelijk is voorbereid zal effectiever zijn en in die zin is het procedure voorstel van de Commissie voor Nederland van belang. Het Nederlandse belang in de verbreding van het dossier moet nader worden onderzocht. Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG): n.v.t. Rol EP in de besluitvormingsprocedure:
Niet van toepassing, aangezien het om een Mededeling gaat. Fiche 5: ongewenste stoffen en producten in diervoeding Titel: Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 95/53/EG van de Raad tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding en van Richtlijn 1999/29/EG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding. Datum stuk: 21 maart 2000 nr. Raadsdocument: 7408/00 nr. Commissiedocument: COM(2000) 162 def. Eerstverantwoordelijke ministerie: LNV i.o.m. VWS Behandelingstraject in Brussel: Besluitvorming zal in de Landbouwraad plaats vinden. Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): geen Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:
De huidige Richtlijn 95/53/EG is hoofdzakelijk gericht op de harmonisatie van officiële controles die door de lidstaten worden verricht bij invoer uit derde landen en in het kader van het intracommunautair handelsverkeer. De Richtlijn betreft alle producten en stoffen die in diervoeding geworden gebruikt. Reeds voorgestelde wijzigingen op RL 95/53/EG en RL 1999/29/EG: Naar aanleiding van de dioxinebesmetting van citruspulp uit Brazilië in 1996 heeft de Commissie eind 1998 al aanscherpingen van RL 95/53/EG voorgesteld: de Commissie kan in noodsituaties en preventief (en niet slechts bij constatering van overtreding zoals de huidige richtlijn voorschrijft) controles te laten uitvoeren in de lidstaten door deskundigen van de Commissie en van de lidstaten; deskundigen van de Commissie en de Lidstaten kunnen ook in derde landen controles verrichten, om vast te stellen of de diervoeder producten bestemd voor uitvoer naar de Gemeenschap beantwoorden aan de in de Gemeenschap geldende voorschriften. Het voorstel voert ten aanzien van invoer uit derde landen ook een vrijwaringclausule in voor situaties die een ernstig gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van mens en dier of voor het milieu. Deze clausule stelt de Commissie (na versnelde raadpleging van de lidstaten cf. de reglementeringsprocedure) en, onder voorwaarden, de lidstaten in staat de invoer uit het betrokken land (of deel daarvan) te schorsen of bijzondere voorwaarden te stellen aan de invoer uit het betrokken land (of deel daarvan). Naar aanleiding van de dioxinecrisis in 1999 heeft de Commissie recent (als onderdeel van het Witboek Voedselveiligheid) een voorstel ingediend tot wijziging van RL 1999/29/EG, waarvan een van de hoofdelementen is dat het verdunnen (wegmengen) van voedermiddelen die niet voldoen aan de vereisten inzake het maximumgehalte voor ongewenste stoffen en producten niet meer is toegestaan. Achtergrond en inhoud huidig voorstel N.a.v. de BSE-crisis in 1999 bleek dat de EG-wetgeving voor voedermiddelen de veiligheid van de voedselketen niet voldoende garanderen. De Landbouwraad van juni 1999 verzocht de Commissie naar aanleiding van de dioxinecrisis in mei 1999 zich te beraden op eventueel noodzakelijke wijzigingen van de diervoedervoorschriften. Het voorliggende voorstel past in het kader van het werkprogramma dat de Commissie in antwoord daarop in de Landbouwraad van juli 1999 aankondigde. Bovendien maakt ook dit voorstel deel uit van het Witboek Voedselveiligheid (actie 23) dat de Commissie in januari 2000 heeft gepresenteerd. De geconstateerde problemen waar het voorstel een oplossing voor wil bieden zijn met name: crisisbeheer tijdens de dioxinecrisis in 1999 liet te wensen over en coördinatie tussen de verschillende autoriteiten was slecht; de huidige diervoeder-wetgeving biedt onvoldoende basis voor het nemen van noodmaatregelen door de Commissie; dioxineverontreiniging laattijdig aan Commissie gemeld en nationale maatregelen waren ontoereikend; gebrek aan een regeling voor melding bij Commissie en andere lidstaten van bij officiële controles geconstateerde verwekring van slib in diervoeders; behoefte aan gecoördineerde jaarlijkse controle-programma's. De voorgestelde wijzigingen behelzen: de lidstaten moeten een adequaat rampenplan hebben voor het geval zich ernstige problemen met diervoeders voordoen; de Commissie kan tussentijdse beschermende maatregelen nemen met betrekking tot in de Gemeenschap geproduceerde diervoeders en producten die in diervoeding worden gebruikt, wanneer zich ernstige risico's voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu voordoen; de lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van elke ernstige verontreiniging/risico die is geconstateerd en zich naar diervoeders en naar de voedselketen heeft verspreid of zich vermoedelijk naar andere landen zal verspreiden; wanneer de frequentie van een bepaalde verontreiniging of een bepaald gevaar toeneemt, stellen de lidstaten de Commissie daarvan in kennis; de lidstaten vermelden alle informatie inzake toevallige en beperkte verontreinigingen of gevaren in een jaarverslag aan de Commissie over hun controleactiviteiten in de voedersector; op basis van de jaarverslagen van de lidstaten stelt de Commissie een beschikking vast in plaats van een aanbeveling, teneinde over een adequaat rechtsmiddel te beschikken om toe te zien op de tenuitvoerlegging van de gecoördineerde controleprogramma's in het volgende jaar; de uitwisseling van informatie in noodsituaties met betrekking tot voor gebruik in diervoeding bestemde producten verloopt overeenkomstig de momenteel geldende voorschriften voor de melding en in noodsituatie met betrekking tot levensmiddelen (Rapid Alert System); de voorgestelde Richtlijn zorgt voor een rechtsgrond voor de harmonisering van alle uitwisseling van informatie met betrekking tot voedercontroles en voederveiligheid; rechtsgrond voor het treffen van maatregelen in geval van ernstige verontreiniging van diervoeder; de voorgestelde Richtlijn voorziet in een operationele structuur voor de lidstaten voor het beheer van noodsituaties in de voedersector. Rechtsbasis van het voorstel: Artikel 152 EG Verdrag Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering:
Positief. Het is wenselijk en conform het EG-Verdrag (Art. 2, 3 en
152) dat, voor een effectieve aanpak van eventuele toekomstige problemen en crises omtrent diervoeder-verontreiniging die een gevaar kunnen vormen voor mens, dier en/of milieu, deze materie op Gemeenschapsniveau wordt geregeld. Nederlandse belangen: Nederland heeft, gezien de interne markt voor diervoeders en dierlijke producten, belang bij een structuur in het eigen land en in andere lidstaten die het mogelijk maakt dat de Nederlandse overheid en die van andere lidstaten adequaat reageren en communiceren in crisissituaties omtrent diervoeder-verontreiniging. Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG):
Eén en ander zal tzt worden opgenomen in de op dit moment op LNV in ontwikkeling zijnde Kaderwet Diervoeder (ingangstijdstip wellicht
2002) Rol EP in de besluitvormingsprocedure: Co-decisie. Fiche 6: Gevaarlijke stoffen en preparaten Titel:
Voorstel voor een richtlijn tot eenentwintigste wijziging van Richtlijn 76/769/EEG inzake beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of vergiftig voor de voortplanting zijn ingedeeld) Datum stuk: 10 januari 2000 nr. Raadsdocument: 5199/00
nr. Cie-document: COM(99) 746 Eerstverantwoordelijke Ministerie: EZ i.o.m. VWS, VROM en BZ Behandelingstraject in Brussel: Behandeling in de raadswerkgroep Economische Vraagstukken (gevaarlijke stoffen en preparaten) Consequenties voor EG-begroting in EURO per jaar: n.v.t. Korte inhoud en doelstelling van het voorstel: Het voorstel beoogt beperkende maatregelen vast te stellen voor een drietal stoffen, te weten: 4-chlooraniline, vuurvaste keramische vezels en etacelasil, vanwege indeling van deze stoffen in de groep van kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting giftige stoffen. Volgens de procedure van richtlijn 94/60/EEG is de Commissie verplicht om, nu de genoemde stoffen zijn ingedeeld als kankerverwekkend, binnen 6 maanden een voorstel tot risicobeperkende maatregelen in te dienen door middel van opname in de bijlage van Richtlijn 76/769/EEG (beperking op de markt brengen en gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten).
De voorgestelde maatregelen beogen een verbod dat er voor zal zorgen dat de genoemde kankerverwekkende stoffen en preparaten niet voor gebruik door de consument in de handel worden gebracht. Er bestaat namelijk een mogelijkheid, ook al is dit onwaarschijnlijk, dat bijvoorbeeld vuurvaste keramische vezels door het publiek wordt aangeschaft om voor hobby te gebruiken. Doel van voorstel is dan ook bescherming van de gezondheid van de consument. Rechtsbasis van het voorstel: Artikel 95 EG (invoering van geharmoniseerde voorschriften) Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering: Positief, optreden op dit terrein valt onder bevoegdheid van de Gemeenschap op basis van richtlijn 76/769 EG. Nederlandse belangen Richtlijn 67/548/EEG regelt de risicobeoordeling van nieuwe stoffen. Volgens deze procedure zijn de onder 10a genoemde stoffen ingedeeld als kankerverwekkend respectievelijk giftig voor de voortplanting en opgenomen in bijlage I van voornoemde richtlijn. Krachtens Richtlijn
94/60/EEG is de Commissie hierna verplicht om binnen 6 maanden een voorstel tot risicobeperkende maatregelen in te dienen door middel van opname in de bijlage van Richtlijn 76/769/EEG (beperking op de markt brengen en gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten). Onderhavig voorstel strekt tot het laatste. Opname in de bijlage van laatstgenoemde richtlijn van stoffen met een indeling als voornoemd betekent tevens dat deze stoffen, al dan niet verwerkt, niet aan de particuliere consument ter beschikking mogen worden gesteld. Gezien het feit dat het voorstel een consequent gevolg is van de indeling, kan Nederland het Commissievoorstel onvoorwaardelijk steunen. Consequenties voor de nationale regelgeving en beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO / VNG): Implementatie in de Warenwet/Wet milieu-gevaarlijke stoffen Rol EP in de besluitvormingsprocedure: Co-decisieprocedure conform artikel 251 van EU-verdrag Fiche 7 :Groenboek emissiehandel Titel:
Groenboek over de handel in broeikasgas emissierechten binnen de Europese Unie Datum stuk: 14 maart 2000 nr. Raadsdocument: 6915/00 nr. Commissiedocument: COM(00)87 Eerstverantwoordelijke ministerie: VROM, i.o.m. EZ. FIN, V&W, LNV Behandelingstraject in Brussel: Discussietraject tot 15 september 2000. Belanghebbenden kunnen tot 15 september hun input in de discussie leveren. Na CoP 6 (nov. 2000) ontwikkelt de Commissie een implementatiestrategie voor een EU-emissiehandelsysteem dat er in 2005 zou moeten zijn. Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar): geen Korte inhoud en doelstelling van het voorstel: In het kader van het Kyoto Protocol is de Europese Unie een reductieverplichting aangegaan van 8% tussen
2008-2012 ten opzichte van het niveau in 1990. In het Protocol wordt een aantal flexibele instrumenten geïntroduceerd (Joint Implementation (JI), Clean Development Mechanism (CDM) en emissiehandel). Emissiehandel wordt ook bínnen de EU gezien als een instrument dat op kosteneffectieve wijze kan zorgen voor de benodigde broeikasgasemissiereducties. Hoe groter de schaal waarop emissiehandel wordt toegepast, hoe groter de te verwachten schaalvoordelen. De Europese Commissie beoogt met het uitbrengen van het Groenboek de discussie over emissiehandel in EU-verband op gang te brengen. Op deze wijze hoopt de Commissie van de diverse lidstaten en de belanghebbenden bruikbare input te krijgen die moet leiden tot implementatie van een EU-systeem van emissiehandel in 2005. Rechtsbasis van het voorstel:
N.v.t het gaat om een Groenboek. Het initiatief is één van de oplossingen van de Commissie om de Kyoto-doelstellingen voor de EU te realiseren. De EG is krachtens artikel 300 van het Verdrag bevoegd om partij te mogen zijn bij het sluiten van Verdragen. De EU heeft zich gecommitteerd aan een emissiereductie van broeikasgassen van 8% tussen 2008 en 2012, in vergelijking tot het niveau van 1990. Het Groenboek is tevens bedoeld om de discussie over Europese emissiehandel op gang te helpen. Mocht het tot maatregelen komen dan is de rechtsbasis artikel 175, lid 1. Subsidiaritei: Positief: De EU heeft voor de lidstaten het Kyoto Protocol ondertekend en heeft derhalve een verantwoordelijkheid te nemen bij het behalen van de Kyoto-doelstelling. Emissiehandel is een van de terreinen waarop Common and Co-ordinated Policies and Measures zinvol zijn, met name vanwege het element van schaalgrootte.
Proportionaliteit: Twijfelachtig: De vorm en inhoud van het systeem van emissiehandel zijn op dit moment nog niet in te schatten. Naar verwachting zal de Commissie er naar streven om zoveel mogelijk sectoren te betrekken in het systeem. Dit kan derhalve implicaties hebben voor reeds bestaand nationaal beleid en regelgeving. Nederlandse belangen:
Europese emissiehandel is mogelijk een interessant instrument voor de langere termijn voor Nederland om de Kyoto-doelstelling te halen. In de uitvoeringsnota Klimaatbeleid, deel 1 wordt aangegeven dat de helft van de emissiereducties in het kader van het Kyoto Protocol in het buitenland gehaald zal kunnen worden. Deze emissiehandel biedt een goede gelegenheid om deze emissiereducties op een kosteneffectieve wijze te bereiken. Daarnaast wordt in de Motie Klein Molenkamp ter behandeling van de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid door de TK aangedrongen op het actief zoeken naar mogelijkheden om in Europees verband samen te werken op het terrein van emissiehandel. Hierop is door de regering positief gereageerd. Kritisch volgen van het initiatief van de Commissie, alsmede het actief leveren van input aan de discussie, leidt tot een zinvolle uitvoering van de motie. Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG):
Voorlopig niet aan de orde; indien er naar aanleiding van het Groenboek een Europees systeem van emissiehandel wordt uitgewerkt zullen er raakpunten zijn met bestaand klimaat- en energiebeleid en met bestaande regelgeving. Rol EP in de besluitvormingsprocedure: N.v.t. het gaat om een Groenboek

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie