Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg eindexamens leerwegen mavo en vbo

Datum nieuwsfeit: 08-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake eindexamens leerwegen mavo en vbo
Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 17:


1


27067 Besluit houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met de invoering van leerwegen in het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroeps-onderwijs (eindexamens leerwegen mavo en vbo)
nr 2 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 8 mei 2000

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen <1> heeft op 20 april 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over het Besluit eindexamens leerwegen MAVO en VBO en over:


- de brieven van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 28 september 1999 respectievelijk 6 oktober 1999 ter aanbieding van het Onderwijsraadadvies concepteindexamenbesluit MAVO/VBO en haar reactie op hoofdlijnen hierop (OCW-99-934 en 24578, nr. 24);


- de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 30 maart 2000 inzake de voorhang van het Besluit houdende wijziging van het Eindexamenbesluit VWO-HAVO-MAVO-VBO in verband met de invoering van leerwegen in het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs (eindexamens leerwegen MAVO en VBO) (27067, nr. 1);

- de antwoorden naar aanleiding van de vragen inzake de voorhang van het Besluit houdende wijziging van het Eindexamenbesluit VWO-HAVO-MAVO-VBO in verband met de invoering van leerwegen in het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs (eindexamens leerwegen MAVO en VBO) (27067).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Lambrechts (D66) memoreerde de bezwaren van de Onderwijsraad tegen de wijziging van het Eindexamenbesluit VWO-HAVO-MAVO-VBO in verband met de invoering van eindexamens voor de leerwegen in MAVO en VBO. De Kamer is ook steeds bevreesd geweest dat er te veel leerlingen zouden uitvallen door een te theoretisch karakter van de leerwegen in MAVO en VBO. Bovendien valt nu in het onderzoeksrapport Inventarisatie zorgleerlingen Amsterdam 28.2 te lezen dat de basisberoepsgerichte leerweg voor 50% van de leerlingen te zwaar zou zijn. Overigens achtte mevrouw Lambrechts een uitval van 25% ook nog te hoog, mede omdat die VMBO-leerlingen te intelligent worden geacht om naar het praktijkonderwijs over te stappen. De vluchtweg van leren en werken, die de staatssecretaris heeft voorgesteld, dreigt volgens de Rotterdamse rector Kweekel dan ook een snelweg te worden. De heer Schüsler, voormalig beleidsvoorbereider, heeft het in dit verband over voorspelbare onuitvoerbaarheid van een examenprogramma dat niet alleen overladen is, maar ook een zeer grote taalvaardigheid van de leerlingen vraagt.

Door middel van monitoring en proefexamens moet blijken of er knelpunten zijn en, zo ja, welke. Om te beginnen zou er evenwel sprake moeten zijn van programma's en een examenbesluit waarvan in ieder geval op papier een oplossing verwacht mag worden voor de leerwegen in MAVO en VBO. Gezien de vluchtroutes die de staatssecretaris heeft gecreëerd, lijkt zij ook te verwachten dat de onderwijsprogramma's in de praktijk overladen en te zwaar zullen zijn en dat er mogelijk problemen zullen optreden bij de invoering hiervan. Het mag niet zo zijn dat het VMBO veel te theoretisch gaat worden voor een grote groep leerlingen. Mevrouw Lambrechts kon dan ook niet zonder meer akkoord gaan met de wijziging van het examenbesluit.

Mevrouw Dijksma (PvdA) merkte op dat al eerder is gebleken dat aan de invoering van nieuwe onderwijsprogramma's haken en ogen kunnen kleven. In hoeverre kunnen de pilots ertoe bijdragen dat bij de eerste verplichte centrale examens voor de leerwegen in MAVO en VBO in 2003 niet alsnog problemen, zoals overladenheid van het programma, zullen blijken? Het Amsterdamse onderzoek is weliswaar op een aantal aannames gebaseerd, maar het geeft wel aanleiding tot zorgen. Kan de regelgeving nog aangepast worden, wanneer uit een eerste proefexamen blijkt dat de basisberoepsgerichte leerweg inderdaad te zwaar is voor de helft van de VMBO-leerlingen?

De staatssecretaris heeft voorgesteld om binnen het VMBO meer ruimte te creëren voor uitgesteld leren en leer-werktrajecten. Daarbij gaat het erom dat de leerlingen binnen de scholen praktijkervaring kunnen opdoen. Zal het eindexamenbesluit, zoals dat nu voorligt, hiervoor gewijzigd moeten worden en zo ja, op welke termijn zal dat dan gebeuren? Hoe kan overigens voorkomen worden dat leerlingen meer dan nodig gebruik gaan maken van leer-werktrajecten?

De beoordeling van het vak maatschappijleer met een cijfer kan voor leerlingen in de beroepsbegeleidende leerweg een verzwaring betekenen en voor leerlingen in de theoretische leerweg een verlichting. Mevrouw Dijksma betwijfelde nog steeds of hiermee wel een goede keuze is gemaakt in het eindexamenbesluit.

De heer Cornielje (VVD) meende dat de Kamer voor een lastige keuze staat. Wanneer zij het ontwerpbesluit goedkeurt, zullen er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitvoeringsproblemen ontstaan, die dan alsnog opgelost moeten worden. Wanneer zij evenwel vraagt om hetgeen in de AMvB wordt voorgesteld bij wet te regelen, zal de invoering van de nieuwe examens een jaar worden vertraagd. Er moet een zodanige bestuurlijke en procesmatige aanpak gekozen worden dat uitvoeringsproblemen, zoals die zich hebben voorgedaan bij de invoering van de nieuwe leerwegen in HAVO en VWO, worden voorkomen. Met het oog daarop moet in het tijdschema duidelijk aangegeven worden wanneer zich aanpassingen kunnen voordoen. De Algemene onderwijsbond, de CNV-onderwijsbonden en de VVO hebben in een informeel contact aangegeven er de voorkeur aan te geven dat het eindexamenbesluit voor MAVO en VBO thans wordt ingevoerd, mits er een implementatieplan komt, er voldoende leermiddelen beschikbaar zijn en er proefexamens zullen worden gehouden. Wil de staatssecretaris de bonden formeel vragen om een bevestiging van dit standpunt?

De heer Cornielje was van mening dat er sprake moet zijn van een gedifferentieerde basisvorming. Is het echter nog mogelijk om alternatieven voor de basisvorming aan te dragen, wanneer nu akkoord gegaan wordt met de onderhavige wijziging van het eindexamenbesluit? Sinds de speech van de staatssecretaris in Amsterdam wordt er openlijk gesproken over trajecten voor werkend leren vanaf veertien jaar. Is het na aanvaarding van het gewijzigde eindexamenbesluit nog mogelijk om oplossingen op maat te zoeken, ook voor Amsterdam? Wanneer er vormen van werkend leren geïntroduceerd worden, zal er ook sprake moeten zijn van aanpassingen in de basisvorming en het VMBO.

Aangezien er bij de invoering van een vernieuwing in het onderwijs een helder aanspreekpunt moet zijn op het ministerie van OCW, wilde de heer Cornielje van de staatssecretaris weten of zij zich ook politiek verantwoordelijk voelt voor een goede uitvoering van de onderhavige eindexamenregeling. Wanneer de PvdA-fractie, als er problemen ontstaan bij de invoering -- en dat gebeurt -- wederom wil dat de minister de zaak overneemt, had overigens beter direct met de minister gesproken kunnen worden.

De heer Mosterd (CDA) sprak de vrees uit dat de knelpunten die zich ongetwijfeld bij de invoering van de leerwegen in MAVO en VBO zullen voordoen, moeilijker opgelost kunnen worden wanneer de wijziging van het eindexamenbesluit eenmaal is aanvaard. Een quick scan, pilots en sleutelnetwerken zijn weliswaar goede instrumenten om knelpunten te signaleren, maar zij bieden geen oplossing voor bijvoorbeeld de verwachte overladenheid van het programma. Wordt de kritiek van de Onderwijsraad op de leerwegen in MAVO en VBO door het veld weersproken en zo neen, waarom is de wijziging van het eindexamenbesluit dan niet op onderdelen aangepast? Er zal overigens nog kritisch gekeken moeten worden naar het idee om voor veertienjarigen het traject van werkend leren mogelijk te maken.

In de beantwoording van de schriftelijke vragen heeft de staatssecretaris aangegeven welke mogelijkheden zij ziet om de verwachte knelpunten bij de invoering van de leerwegen in MAVO en VBO in de praktijk tijdig weg te nemen. Kan zij echter ook garanderen dat daarmee een goede invoering verzekerd is? In dat licht wordt het implementatieplan VMBO overigens ook door het veld van belang geacht. Zullen de knelpunten jaarlijks geëvalueerd worden en zal die evaluatie ook met de Kamer besproken worden? Is de staatssecretaris bereid om de invoering van het centraal examen voor de basisberoepsgerichte leerweg uit te stellen, wanneer bijvoorbeeld de zwaarte van het programma daar aanleiding toe geeft? Het zou overigens interessant zijn om over een paar jaar te vernemen hoe de Onderwijsraad de voortgang van het onderhavige proces beoordeelt, ook al is de monitorfunctie normaal gesproken voorbehouden aan de Onderwijsinspectie. Tot slot wilde de heer Mosterd weten wat de directe gevolgen zijn voor het onderwijsveld van een eventuele verwerping door de Kamer van de onderhavige wijziging van het eindexamenbesluit en of er knelpunten verwacht worden die beter nu meteen opgelost kunnen worden.

Antwoord van de regering

De staatssecretaris had bergrip voor de zorgen van de Kamer over de invoering van de leerwegen in MAVO en VBO. Een en ander moet natuurlijk zeer zorgvuldig gedaan worden. Een aantal van de hiermee samenhangende vraagstukken houdt evenwel verband met de uitvoering van eerder genomen besluiten. Bij de invoering van de tweede fase is ook al gebleken dat zich bij de vertaling van de wetgeving in de praktijk knelpunten kunnen voordoen. Die knelpunten waren overigens ook voorspeld, maar werden toch ervaren als een echec. De staatssecretaris zou dan ook graag zien dat de thans voorspelde problemen bij de invoering van de leerwegen in MAVO en VBO ondervangen worden. Om die reden hechtte zij grote waarde aan monitoring door middel van de periodieke veldscan, de statusrapportages, de sleutelnetwerken voor het sectorwerkstukken, het examendossier en de pilot centrale examinering. Artikel XXII van de Wet van 25 mei 1998 maakt het mogelijk om knelpunten binnen de bestaande regelgeving op te lossen door bij ministeriële regeling voor bepaalde tijd regels vast te stellen. Het ontwerp van zo'n ministeriële regeling wordt aan de Kamer voorgelegd. Ook de beoordelingsnormen die door de CEVO worden vastgesteld, kunnen met de Kamer besproken worden.

De onderwijsprogramma's die thans ontwikkeld zijn, moeten ertoe leiden dat 80% van de leerlingen in 80% van de tijd een VMBO-diploma kan halen. De nieuwe examenprogramma's komen ook voor een groot deel overeen met de oude. De huidige programma's zijn al eerder aangepast op basis van de in 1996 door de adviescommissie-Schüsler en de commissie-Koning geformuleerde voorstellen. Naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad over de zwaarte zijn de nieuwe VMBO-programma's aangepast door velddeskundigen. De examinering voor de AVO-vakken in de basisberoepsgerichte leerweg overstijgt de kerndoelen niet. De examenpakketten in de nieuwe leerwegen zullen qua omvang ook niet groter zijn dan de huidige. Waar het gaat om de beroepsgerichte leerwegen, doet thans al 95% van de scholen vrijwillig mee aan de landelijke examens voor het VBO van het VBO-examenbureau. Met de CEVO, het CITO en het VBO-examenbureau is gesproken over de mogelijkheid voor alle VMBO-scholen om vanaf volgend jaar vrijwillig ervaring op te doen met de nieuwe examens. Voor een aantal programma's, zoals metaaltechniek en mode en commercie, zijn de landelijke examens in 2000-2001 vrijwel geheel identiek aan de nieuwe examens. Voor de programma's waarvoor het landelijke examen wel anders zal zijn, zoals elektrotechniek en verzorging, kunnen scholen vanaf volgend jaar op vrijwillige basis het nieuwe voorbeeldexamen afnemen. Het niveau van de nieuwe examens wordt dus niet alleen geijkt op de resultaten bij de 40 scholen die meedoen aan de pilot centrale examens. Voor de basisberoepsgerichte leerweg wordt het schoolexamen trouwens voor tweederde meegeteld in het eindcijfer. Bij de overige leerwegen geldt voor het centraal examen en het schoolexamen een verhouding van 1:1. Van het centraal examen in de basisberoepsgerichte leerweg is tweederde een praktisch examen. Het centraal schriftelijk maakt dus maar een heel klein deel van het eindexamen uit.

Uitstel van de invoering van de leerwegen in MAVO en VBO zou nadelig zijn voor het imago van het VMBO. Meer dan 60% van alle leerlingen gaat naar het VMBO. Voor een klein deel daarvan moet binnen de basisberoepsgerichte leerweg wellicht een traject van werkend leren ontwikkeld worden, maar de meeste leerlingen kunnen de leerwegen prima volgen. De organisatie van de scholen is ook al afgestemd op het VMBO. Vanwege de zorgen die over de zwaarte van de basisberoepsgerichte leerweg bestaan, zal met de CEVO, het CITO en het VBO-examenbureau worden bekeken hoe de verplichte centrale examens vanaf 2003 gefaseerd ingevoerd kunnen worden. Bij de eerste centrale examens voor de beroepsgerichte programma's en de basisberoepsgerichte leerweg in 2003 zal dan ook nog geen sprake zijn van bindende normering. Scholen krijgen hierdoor de gelegenheid om te bekijken hoe zij scoren in vergelijking met andere scholen, zonder dat hun leerlingen daar de dupe van worden. Indien nodig, kunnen de examennormen weer aangepast worden aan de hand van die scores. In het kader van de evaluatie van de basisvorming en de implementatie van het VMBO zal nader gesproken worden over de kerndoelen en de leerstandaarden. De thans voorgestelde wijziging van het eindexamenbesluit zal die discussie niet blokkeren, net zoals die discussie geen beletsel vormt om het eindexamenbesluit nu te wijzigen, als er maar procedures worden ingebouwd om te voorkomen dat leerlingen tussen wal en schip vallen.

Het traject van werkend leren zal nader besproken kunnen worden in het kader van de beantwoording van de vraag op welke wijze de didactiek in het VMBO aangepast kan worden aan de competenties van de leerlingen. Een deel van de leerlingen wil graag vanuit de praktijk met de theorie te maken krijgen. Daarbij gaat het er ook om dat leerlingen gedurende de tijd die zij leerplichtig zijn, maximaal gemotiveerd worden om te leren. De scholen moeten die trajecten van werkend leren verkennen voor de leerlingen die het betreft. Dat zullen trouwens zelden veertienjarigen zijn. Het zijn vooral oudere leerlingen met een wat langere schoolcarrière die moeten ervaren dat het onderwijs er voor hen is en aansluit bij hun competenties. Er moet een modus gevonden worden om de kennis die in de samenleving aanwezig is te combineren met het onderwijs. Door de didactiek van het VMBO aan te laten sluiten bij de competenties van leerlingen blijkt het leerproces trouwens ook versneld te kunnen worden.

In het invoeringsplan zal precies worden aangeven wanneer welke inzichten en resultaten bekend kunnen zijn en wanneer de Kamer daarover geïnformeerd kan worden. Het is trouwens niet de bedoeling om lopende een schooljaar veranderingen aan te brengen. De onderwijsorganisaties zijn al tweemaal geraadpleegd over de onderhavige wijziging van het eindexamenbesluit. Beide keren hebben zij te kennen gegeven dat die wijziging thans doorgezet moet worden, maar wel zorgvuldig. De regelgeving kan overigens altijd weer aangepast en bijgesteld worden.

Aan de invoering van de vakken maatschappijleer en culturele en kunstzinnige vorming wordt veel aandacht besteed. De opname van CKV in het schoolexamen is overigens pas vanaf eindexamen 2005 verplicht. Wat maatschappijleer betreft, zullen de ervaringen die met de beoordeling daarvan zijn opgedaan, in 2005 geëvalueerd worden. De Nederlandse vereniging van leraren maatschappijleer achtte dit ook een goede weg.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Lambrechts (D66) was van mening dat de onderhavige wijziging van het eindexamenbesluit thans niet doorgevoerd moet worden. Er moet op zijn minst vertrouwen zijn in een goede uitwerking van de plannen op papier. Een afwijzing nu leidt er in het ergste geval toe dat de invoering van de eindexamens voor de leerwegen in MAVO en VBO een jaar uitgesteld wordt. Daar staat echter tegenover dat de basisberoepsgerichte leerweg en de beroepsgerichte leerweg nog eens tegen het licht gehouden kunnen worden, zodat de met de basisvorming beoogde wijzigingen daarin geïncorporeerd kunnen worden. Wellicht is het zelfs mogelijk om een overgangsregeling te treffen.

Mevrouw Dijksma (PvdA) vond dat de nieuwe eindexamens voor MAVO en VBO thans ingevoerd moeten worden, omdat leerlingen de nieuwe leerwegen nu al volgen. De hierbij verwachte problemen zullen zeer zorgvuldig opgelost moeten worden. Er zou dan ook voorrang verleend moeten worden aan de invoering van dit VMBO-traject. Mevrouw Dijksma was overigens van mening dat de staatssecretaris heel goed in staat is om de implementatie van de leerwegen in MAVO en VBO, het werkend leren, de basisvorming en dergelijke af te handelen. Dat neemt echter niet weg dat er altijd een afzonderlijke politieke beoordeling gegeven kan worden over het functioneren van een bewindspersoon.

De heer Cornielje (VVD) meende dat het verantwoord was om het eindexamenbesluit thans te wijzigen. Artikel XXII van de Wet van 25 mei 1998, het eindexamenbesluit zelf en het inrichtingsbesluit bieden immers nog mogelijkheden om oplossingen op maat te zoeken. Bovendien levert uitstel van de invoering van de eindexamens voor de leerwegen in MAVO en VBO ook geen oplossing. Met het onderhavige voorstel wordt een goed kader geboden voor de ontwikkelingen terzake in de toekomst. Daar komt nog bij dat het concepteindexamenbesluit al enkele keren is besproken en aangepast. Verder hebben de onderwijsbonden te kennen gegeven dat zij het beter achten om de plannen werkende weg verder in te vullen. Tot slot vroeg de heer Cornielje de staatssecretaris om nog eens te bevestigen dat zij de politieke verantwoordelijkheid voor het onderhavige proces zal dragen.

De heer Mosterd (CDA) memoreerde dat in het kader van de tweede fase was gebleken dat al te grote afwijkingen van de oorspronkelijke voorstellen veel commotie kunnen oproepen. Wanneer tot aanpassingen wordt overgegaan, moet daarbij voorzichtig te werk gegaan worden en moet daarover overleg gepleegd worden met het veld. Aangezien de staatssecretaris heeft aangegeven dat gedurende de invoering van het vernieuwingsproces nog de noodzakelijke aanpassingen kunnen worden aangebracht en de onderwijsbonden van mening zijn dat dit proces nu ingezet moet worden, wilde de heer Mosterd toch akkoord gaan met de onderhavige wijziging van het eindexamenbesluit.

De staatssecretaris zei dat er nu in tegenstelling tot de situatie bij de tweede fase vooraf zorgvuldig een traject kan worden gekozen voor standaardisering en normering. Daarbij wordt ernaar gestreefd dat 80% van de leerlingen het eindexamen in 80% van de tijd kan halen. Verder wordt het aantal vakken niet uitgebreid en is de regelgeving voor de schoolexamens minder gedetailleerd dan bij de tweede fase. Uitstel van de invoering van de eindexamens voor de leerwegen in MAVO en VBO zou alleen de verdere ontwikkeling van een en ander frustreren. Tot slot merkte de staatssecretaris op dat zij hier natuurlijk de volledige politieke verantwoordelijkheid voor draagt.

De voorzitter van de commissie,

Van der Hoeven

De griffier van de commissie,

Mattijssen


1 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Schutte (RPF/GPV), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter, De Vries (VVD), Van Zuijlen (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Lambrechts (D66), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), Dijksma (PvdA), Cherribi (VVD), Rehwinkel (PvdA), ondervoorzitter, Passtoors (VVD), Wijn (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Örgü (VVD), Nicolaï (VVD), Kortram (PvdA), Halsema (GroenLinks), Eurlings (CDA), Belinfante (PvdA), Van Bommel (SP), Barth (PvdA), Hamer (PvdA)

Plv. leden: Schimmel (D66), Stellingwerf (RPF/GPV), Mosterd (CDA), Atsma (CDA), Van Baalen (VVD), De Cloe (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Bakker (D66), Ravestein (D66), E. Meijer (VVD), Valk (PvdA), Udo (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Verhagen (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Rijpstra (VVD), Brood (VVD), Middel (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Visser-van Doorn (CDA), Gortzak (PvdA), Poppe (SP), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie