Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BZK vbtb-dummy-begrotingen 2000

Datum nieuwsfeit: 09-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief BZK vbtb-dummy-begrotingen 2000 van het gemeent efonds en provinciefonds

Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 15:11


2


26573 Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording
Nr. 21 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 mei 2000

Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Financiën, de VBTB-dummy-begrotingen 2000 van het gemeentefonds en van het provinciefonds aan, die zijn opgesteld in het kader van het project 'Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording' (VBTB) 1). Dit project heeft tot doel de toegankelijkheid van de begroting te verbeteren door beleid, prestaties en geld aan elkaar te koppelen. Deze ontwikkeling acht ik van belang voor het overleg met uw Kamer, omdat in het kader van VBTB een heldere beleidsdiscussie mogelijk is.

Ik hecht er aan in overleg met u vast te stellen in welke mate de VBTB-dummy-begrotingen van gemeentefonds en van het provinciefonds tegemoet komen aan uw informatiebehoefte. De uitkomsten hiervan worden meegenomen bij het opstellen van de begrotingen 2002.


2. Nieuwe opzet van de begroting

De beide VBTB-dummy-begrotingen zijn een bewerking van de begrotingen
2000 waarbij zoveel mogelijk elementen uit het rapport 'Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording' verwerkt zijn. Dit betekent dat de toelichting bij beide dummy-begrotingen begint met de beleidsagenda voor het jaar 2000. Vervolgens worden de algemene doelstelling en de operationele doelstellingen gegeven.
De budgettaire gevolgen van beleid worden in één tabel samengevat.

Bij het opstellen van de VBTB-dummy-begrotingen is uitgegaan van het bestaande beleid. Het moment van schrijven is dus 'Prinsjesdag 1999'. Dit betekent dat nieuwe beleidsontwikkelingen sinds september 1999 niet zijn verwerkt.

Alle begrotingsmutaties zijn samengebracht in de verdiepingsbijlage. In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste mutaties die zijn opgenomen in de zogenoemde opbouwtabel algemene uitkering.


3. Verbeteringen ten opzichte van de huidige opzet
De winst van de nieuwe opzet is gelegen in een heldere structurering overeenkomstig de VBTB-benadering.

Verder wordt door de doelstellingen te operationaliseren, de politiek-bestuurlijke oordeelsvorming over de omvang en de verdeling van de fondsen doelgerichter, mede doordat aan deze onderwerpen expliciet aandacht besteed zal gaan worden. Overigens is daarvan met name ten aanzien van de verdeling al geruime tijd sprake door het zogenoemde Periodieke OnderhoudsRapport (POR) dat jaarlijks zowel voor het gemeentefonds als voor het provinciefonds wordt opgesteld. Ook nu zijn het POR gemeentefonds en het POR provinciefonds als (enige) bijlage bij de VBTB-dummy-begrotingen opgenomen.


4. De begroting gemeentefonds/provinciefonds
Ter toelichting op de beide VBTB-dummy-begrotingen is nog het volgende van belang.

De verantwoordelijkheden die de fondsbeheerders hebben in het kader van de begrotingen gemeentefonds en provinciefonds is anders van aard dan de verantwoordelijkheden bij een departementale begroting. De verantwoordelijkheden van de fondsbeheerders zijn primair systeem gericht en veel indirecter. Dit heeft gevolgen voor de vorm en inhoud van een gemeentefonds-/provinciefondsbegroting, ook bij een VBTB-begroting. Dit is als volgt te verduidelijken.

De fondsbeheerders zijn aanspreekbaar op de verdeelsystematiek en met name op de vraag of aan het uitgangspunt van de Financiële-verhoudingswet, namelijk het mogelijk maken van een globaal gelijkwaardig voorzieningenniveau tegen globaal gelijke lokale lasten, is voldaan. Ook op specifieke verdeelaspecten -waaronder het artikel
12-beleid en de artikel 12-uitkeringen bij het gemeentefonds- zijn de fondsbeheerders volledig aanspreekbaar. De verantwoordelijkheid betreft zowel de verdeling over de gemeenten c.q. provincies als de verdeling van de beschikbare middelen over (clusters van) beleidsterreinen. Zoals hierboven al is opgemerkt wordt de vraag of de verdeling voldoet aan het genoemde uitgangspunt jaarlijks geëvalueerd in het Periodiek Onderhouds-Rapport (POR).

De gemeenten (hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de provincies) zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, vrij in de besteding van de middelen. Ook de effectiviteit van de inzet van de middelen is een gemeentelijke verantwoordelijkheid, waarin het college van burgemeester en wethouders wordt gecontroleerd door de gemeenteraad. Dat neemt niet weg dat van tijd tot tijd vragen opkomen of de gemeenten als collectiviteit geen andere prioriteiten zouden moeten stellen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de prioriteiten van het Rijk. In zo'n geval kunnen het Rijk en de gemeenten bestuurlijke afspraken maken over de accenten in de bestedingsrichting van de gemeenten (voorbeeld: het grotestedenbeleid). Een dergelijke afspraak kan ook vastgelegd worden in het Bestuursakkoord nieuwe stijl (BANS). De desbetreffende vakministers spelen hier naast de fondsbeheerders een belangrijke rol.

Eén en ander betekent onder meer dat de dummy-begrotingen geen prestatie-gegevens vermelden zoals op de departementale begrotingen wel aan de orde is.

Het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie, dat deze dummy-begrotingen een reëel beeld geven van hoe de begrotingen van het gemeentefonds en van het provinciefonds vanaf 2002 eruit zullen komen te zien.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

K.G. de Vries


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie