Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg inzake kinderopvang

Datum nieuwsfeit: 09-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake kinderopvang
Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 17:2


1


26587 Kinderopvang

nr. 6 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 9 mei 2000

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<1> heeft op
12 april 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over kortetermijnknelpunten in de kinderopvang.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Hamer (PvdA) verklaarde dit overleg in samenspraak met de fracties van VVD en D66 te hebben aangevraagd naar aanleiding van enkele knelpunten die ook in de brief van de staatssecretaris van 14 maart 2000 (26587, nr. 5) worden genoemd. Het grootste probleem wordt gevormd door de wachtlijsten, waardoor ouders vaak langer dan een halfjaar moeten wachten op een plaats. Is dit een reden voor de staatssecretaris de gelden voor de stimuleringsmaatregelen naar voren te halen, zoals in de pers te lezen is? Prikkelt deze maatregel de gemeenten wel voldoende om de uitbreiding van de kinderopvangplaatsen al in 2000-2001 te realiseren? Stimuleert een prestatiegerichte beloning de gemeenten niet meer?

Mevrouw Hamer maakte uit de brief van de staatssecretaris op dat zij geen reden ziet de berekeningsgrondslag te verhogen. Zelf is zij daarvan een voorstander, omdat in de berekeningsgrondslag onvoldoende rekening wordt gehouden met de flexibiliteit die nodig is in de kinderopvang. De bezettingsgraad van 90%, waarop de berekeningsgrondslag is gebaseerd, is aan de hoge kant. Daardoor is het voor instellingen een probleem voldoende plaatsen te realiseren. Er worden nog wel bedrijfsplaatsen gerealiseerd, maar bij de subsidieplaatsen ontstaan knelpunten. Zij vroeg de staatssecretaris om een positievere opstelling jegens verhoging van de berekeningsgrondslag.

Mevrouw Hamer verwees naar de uitspraken van de inspectie in Den Haag over de kwaliteit van de kinderopvang die te wensen zou overlaten. Als gevolg van deze beeldvorming maken ouders zich daarover zorgen. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden, vooruitlopend op de Wet basisvoorziening kinderopvang, maatregelen te nemen ter verbetering van de kwaliteit?

In het vorige overleg had mevrouw Hamer specifieke aandacht gevraagd voor de grote steden. De staatssecretaris schrijft in overleg te zijn met deze steden en dat dit overleg goed verloopt. Toch klagen zij over de wachtlijsten. Is het mogelijk specifiek actie op dit punt te ondernemen voor deze steden? Wil de staatssecretaris met de gemeenten praten over ruimte voor kinderdagverblijven in bestemmingsplannen?

Mevrouw Hamer merkte op veel brieven van ouders te ontvangen over de nieuwe belastingmaatregelen, met name over de belastingaftrek. Is de staatssecretaris op de hoogte van deze problemen en is zij bereid in overleg met haar collega van Financiën deze te bekijken?

Gemeenten zeggen het moeilijk te vinden hun beleid op het gebied van de kinderopvang vast te stellen, omdat er veel onduidelijkheid is over hun positie in de toekomst. Om die reden zouden zij niet meer in kinderopvang investeren. Is dit beeld juist? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om gemeenten de komende tijd te prikkelen toch daarin te investeren?

Mevrouw Örgü (VVD) zag de uitbreiding met 71.000 kinderopvangplaatsen, te realiseren in deze kabinetsperiode zoals is afgesproken in het regeerakkoord, als een belangrijk instrument in het kader van de discussie over arbeid en zorg. Het is belangrijk daar vaart achter te zetten. Volgens de kranten wil de staatssecretaris al dit jaar 420 mln. daaraan uitgeven en niet pas in 2002. Kan de staatssecretaris daar iets meer over zeggen?

De Wet basisvoorziening kinderopvang, gepland aan het einde van dit jaar, is een goed instrument voor de lange termijn. Helaas blijkt de voorbereiding vertraagd te zijn. Hoe is de planning nu? Kan de Kamer erop rekenen dat de kaderstellende notitie nog dit voorjaar de Kamer wordt toegezonden?

Hoewel het aantal plaatsen wordt uitgebreid, zijn de wachtlijsten te lang. Sommige gemeenten werken niet aan hun (gedecentraliseerde) taak tot uitbreiding van de kinderopvang. Omdat gemeenten nog steeds een monopoliepositie bekleden of zelfs dubbele petten op hebben, komt de uitbreiding maar langzaam van de grond. Nieuwe ondernemers krijgen geen kans en kunnen daardoor niet bijdragen aan het opheffen van de wachtlijsten. De staatssecretaris ziet een oplossing in een vraaggestuurd systeem. Wat kan er echter op korte termijn gedaan worden? Mevrouw Örgü riep in dit verband de motie-Weekers in herinnering.

Er heerst nog steeds een personeelstekort in de kinderopvang. Wat zijn de resultaten van de tijdens het vorige overleg aangekondigde maatregelen waarvoor extra middelen zijn uitgetrokken?

In de media is veel aandacht geweest voor de kwaliteit van de kinderopvang. Volgens de inspecteur kinderopvang in Den Haag is er in Nederland sprake van structurele misstanden. Mevrouw Örgü drong er bij de staatssecretaris op aan de landelijke inspectie, die pas in de nieuwe wetgeving geregeld wordt sneller te realiseren.

De heer Blok (VVD) herinnerde eraan tijdens het vorige overleg erop gewezen te hebben dat de drempel in de aftrek voor de inkomstenbelasting zodanig is dat als beide partners een middeninkomen verdienen, het voor de tweede partner al snel niet loont om te gaan werken, omdat het tweede inkomen volledig opgaat aan de kinderopvang. Waarom is er niet voor gekozen die drempel wat omhoog te schuiven?

De staatssecretaris wijst de suggestie de berekeningsgrondslag te verhogen naar f.21.000 af op grond van het feit dat er geen sprake is van volledige bezetting. Voor ouders die een beroep doen op fiscale aftrek wordt ook het bedrag van f.19.500 gehanteerd, terwijl zij niets te maken hebben met de bezettingsgraad. Zij nemen immers een volledige plaats af. Waarom wordt bij de fiscale aftrek dan niet gekozen voor een ander bedrag?

De heer Blok vond het antwoord op de vragen die hij met mevrouw Meijer heeft gesteld over de afspraken met de VNG over de geldstroom via het Gemeentefonds vanaf 2002 niet duidelijk. Hebben zowel de staatssecretaris als de Kamer de volledige vrijheid na 2002 te komen tot een financieringsvorm die kan variëren van 0% via het Gemeentefonds (en alles naar de ouders) tot 100% naar het Gemeentefonds? Behoeft geen enkele mogelijkheid voorafgaande toestemming door de VNG?

Mevrouw Schimmel (D66) was de afgelopen maanden opgeschrikt door de negatieve publiciteit over de kinderopvang. Met name de kwaliteitscontrole is onvoldoende. Kan de wetgeving op dit punt niet eerder worden ingevoerd? Er wordt al tien jaar aan gewerkt om dit voor elkaar te krijgen! Kwaliteitscontrole dient topprioriteit te krijgen. Kan de staatssecretaris niet verplichten tot een keurmerk, totdat de nieuwe wetgeving er is? Een kwaliteitskaart lijkt een goed middel waardoor voor ouders transparant wordt hoe de kwaliteit in een bepaalde instelling voor kinderopvang is. Welke kwaliteitsregels zijn er op dit moment, welke kunnen naar voren getrokken worden en welke zijn in ontwikkeling?

Volgens krantenberichten lijkt de staatssecretaris bereid nu al geld uit te trekken voor het wegwerken van de wachtlijsten. Kan zij aangeven waar de problemen precies zitten? Het vermoeden is dat de vier grote steden de kinderopvangplaatsen pas uitbreiden aan het einde van de regeerperiode, omdat zij het geld dan behouden. Is dat waar? Hoeveel capaciteit komt er eerder beschikbaar met het naar voren halen van het geld? Gaat de staatssecretaris dat monitoren? Mevrouw Schimmel stemde in met de suggestie gemeenten, die de kinderopvang snel uitbreiden te belonen met een bonus.

Problemen die niet te maken hebben met geld zijn onder andere de lange procedures bij vestiging, knelpunten bij het vinden van een geschikte locatie, gebrek aan locaties voor kinderdagverblijven in nieuwe Vinex-gebieden en de houding van sommige gemeenten die niet openstaan voor nieuwe aanbieders. Welk effect verwacht de staatssecretaris van het feit dat zij de VNG heeft gevraagd erop toe te zien dat bestemmingsplannen of het beleid voor ruimtelijke ordening geen extra belemmeringen tot gevolg hebben voor uitbreiding van de kinderopvang?

De staatssecretaris heeft de berekeningsgrondslag een beetje verhoogd, maar niet tot de gevraagde f.21.000 à f.22.000, omdat de berekeningsgrondslag geen rekening houdt met de bezettingsgraad, maar met de gerealiseerde capaciteit. Heeft zij ook rekening gehouden met de extra kosten die gemoeid zijn met de kinderopvang, zoals het extra moeilijk verwerven van locaties, gebouwen en dergelijke? De stimuleringsregeling houdt rekening met 55% bedrijfs- en particuliere plaatsen. Vanwege de krappe berekeningsgrondslag adviseert de Vereniging van ondernemingen in de gepremieerde en gesubsidieerde sector (VOG) haar leden uit te gaan van een hoger percentage bedrijfsplaatsen voor een goede exploitatie. De VOG heeft haar leden eveneens geadviseerd de regeling voortvarend uit te voeren, maar ook in de kosten-batenanalyse de vraag mee te wegen of een wat later uitvoeren van de regeling enige compensatie kan bieden voor de lage berekeningsgrondslag. Wil de staatssecretaris op grond van deze argumenten alsnog eens de berekeningsgrondslag bekijken?

Mevrouw Schimmel sloot zich aan bij de opmerking van de heer Blok over de fiscale regeling die zich richt op de theoretische berekeningsgrondslag. De fiscale regeling behoort uit te gaan van de kostprijs. Hierover kan misschien een overleg gehouden worden met de staatssecretaris van Financiën, waarbij tevens gesproken kan worden over de fiscale positie van de gastouders.

Er komt meer flexibiliteit bij de buitenschoolse opvang. Er zal een extra omrekenfactor worden gehanteerd voor verruimde openingstijden. Dat geldt echter niet bij de kinderdagopvang. Mevrouw Schimmel pleitte voor een extra omrekenfactor boven de 2800 uur.

In de praktijk blijken grote problemen te ontstaan met de tussenschoolse opvang die tot voor kort bijna uitsluitend door vrijwilligers werd gedaan. Mevrouw Schimmel verzocht de staatssecretaris de tussenschoolse opvang voortvarend op te pakken en budgetten beschikbaar te stellen voor assistenten.

Mevrouw Bijleveld-Schouten (CDA) refereerde aan haar pleidooi om tot een vraaggestuurd financieringssysteem te komen. De staatssecretaris heeft in haar brief uiteengezet hoe zij denkt uitvoering te geven aan de motie-De Graaf. Gezien het aantal structurele problemen zijn deze maatregelen nog onvoldoende. Omdat de staatssecretaris in haar brief heeft beloofd in mei extra voorstellen te zullen doen, zowel voor de lange als voor de korte termijn, vroeg mevrouw Bijleveld zich af waarom niet nog een maand gewacht kon worden totdat er meer duidelijkheid is over de voorstellen.

Mevrouw Bijleveld sloot zich aan bij de vragen over de kwaliteit van de kinderopvang. Moet er niet meer haast gemaakt worden met een landelijke inspectie?

Hoewel de opvang niet altijd flexibel genoeg is, betwijfelde zij of het wel in het belang van het kind is om als het ziek is, opgevangen te worden door een onbekende. Het is belangrijker haast te maken met tien dagen betaald zorgverlof.

De staatssecretaris heeft goede argumenten om zich bij de berekeningsgrondslag te baseren op de bezettingsgraad. Alles moet gericht worden op optimalisering van die bezettingsgraad. Mevrouw Bijleveld sloot zich aan bij de vragen van mevrouw Schimmel over de berekeningsgrondslag en de locaties. De "dubbele petten" van de gemeente blijven een probleem, doordat zij te veel de regie bepalen en daardoor soms waardevolle initiatieven tegenhouden.

De heer Van Dijke (RPF/GPV) verzuchtte dat Nederland tot het land van de wachtlijsten is verworden. Het aanbieden van gesubsidieerde kinderopvang wordt gezien als een voorwaarde voor arbeidsparticipatieverhogende omstandigheden. Het aantal kinderopvangplaatsen is de laatste tijd sterk toegenomen. De heer Van Dijke had echter de indruk dat het aanbod de vraag oproept. De groei van de wachtlijsten heeft zich vooral voorgedaan bij de buitenschoolse opvang, de categorie met de grootste capaciteitsgroei.

Omdat de overheid alleen erkende instellingen van kinderopvang subsidieert en kinderopvang in eigen beheer niet steunt, lijkt het logisch dat men zich alleen al uit budgettaire overwegingen aanmeldt voor een gesubsidieerde kinderopvangplaats. De heer Van Dijke meende dat meer aandacht besteed moet worden aan het informele circuit, waaraan geen nadere voorwaarden gesteld behoeven te worden. Er dient dan ook haast gemaakt te worden met het persoonsgebonden budget. Op die manier kan binnen de bestaande financiële kaders tot creatievere oplossingen gekomen worden.

De heer Van Dijke refereerde aan het antwoord van de staatssecretaris dat er geen onderscheid mag worden gemaakt bij kinderopvang die beantwoordt aan de eigen identiteit. Het was hem echter ter ore gekomen dat de gemeente Vriezenveen bereid is tot financiële ondersteuning van de identiteit gebonden instelling op voorwaarde dat zij zich voegt bij een neutrale instelling en daarmee de eigen identiteit prijsgeeft. Wil de staatssecretaris daarop reageren?

De heer Van Dijke sloot zich aan bij de overige vragen over de problematiek van de dubbele petten. Wat heeft de staatssecretaris gedaan met de motie-Weekers?

Als blijkt dat de berekeningsgrondslag onvoldoende is, moet gezocht worden naar differentiatie en toedeling van budgetten, afhankelijk van de vraag waar men zijn kinderen onderbrengt, hetzij bij particulieren, hetzij bij een goedgekeurde instelling.

De heer Van Dijke sloot zich aan bij de opmerking van mevrouw Bijleveld over betaald zorgverlof voor de opvang van zieke kinderen.

Het tekort aan kinderopvang vormt vooral een probleem voor mensen die een inburgeringscursus moeten volgen. De heer Van Dijke verzocht de staatssecretaris daarop in te gaan.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) toonde zich teleurgesteld, omdat er geen overeenstemming blijkt te zijn in de coalitie over de berekeningsgrondslag.

Om de knelpunten in de kinderopvang aan te pakken, zoals het wegwerken van de wachtlijsten, het vinden van de juiste locatie en goed opgeleid personeel, is een integrale aanpak noodzakelijk, omdat verschillende ministeries daarbij betrokken zijn. Heeft de staatssecretaris overleg gepleegd met haar collega's over de punten uit de brief van 14 maart?

Mevrouw Van Gent drong er bij de staatssecretaris op aan het beschikbare geld, te weten 400 mln. plus 20 mln. ingevolge de motie-De Graaf, zo snel mogelijk te besteden aan het oplossen van de knelpunten in de kinderopvang, omdat hierover al jaren wordt gediscussieerd. Wat draagt het invoeren van een bonussysteem daadwerkelijk bij aan het oplossen van de problemen? Vaak is het vinden van een goede locatie een probleem. Zij refereerde in dat verband aan het debat over de artikel-19-procedure, een uitzondering op een bestemmingsplan toe te staan om een bepaalde activiteit te realiseren. Deze zelfstandige projectprocedure kan beter gebruikt worden voor goede maatschappelijke activiteiten zoals kinderopvang, dan voor kantoorlocaties. Wordt daarover overleg gevoerd tussen de verschillende ministeries? Op de Vinex-locaties en bij de stadsvernieuwing dient daarmee meer rekening gehouden te worden.

Mevrouw Van Gent sloot zich aan bij de vragen over de flexibiliteit. Zij had altijd begrepen dat gelden voor buitenschoolse opvang niet voor de tussenschoolse opvang gebruikt mogen worden. Juist bij de tussenschoolse opvang ontstaan problemen als er onvoldoende vrijwilligers zijn om dit werk te doen.

In de Stichting van de arbeid zijn afspraken gemaakt om in de CAO's meer regelingen op te nemen over kinderopvang. Slechts in 60% van de CAO's zijn daarover afspraken gemaakt. Maar zelfs dat biedt geen garantie voor kinderopvang, omdat de werkgevers vaak te weinig middelen beschikbaar stellen. In veel "mannensectoren" zijn überhaupt weinig afspraken gemaakt over de kinderopvang. Kan de staatssecretaris dit meer stimuleren? Als kinderopvang een basisvoorziening wordt, zullen werkgevers, werknemers en rijksoverheid dit moeten realiseren.

Mevrouw Van Gent pleitte voor een collectieve vorm van financiering van de kinderopvang in de toekomst. In mei verschijnt de kaderstellende notitie voor de Wet basisvoorziening kinderopvang. Wil de staatssecretaris daarin ook variante vormen van financiering opnemen?

Het antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris beaamde dat uitbreiding van de kinderopvang een belangrijke voorwaarde is om een aantal andere doelstellingen te kunnen realiseren. Hoewel de contouren van de aanpak van de uitbreiding bekend waren, kon voor de gemeenten pas zekerheid ontstaan, na de parlementaire discussie in november vorig jaar. Sinds december zijn de gemeenten volop bezig met de voorbereidingen van de uitbreiding van de kinderopvang.

Bij deze uitbreiding spelen verschillende aspecten een rol, zoals ruimtelijke ordening en investeringen in personeel. Dat wordt niet allemaal vanuit Den Haag geregeld. Een groot deel van de verantwoordelijkheden berust bij de wethouders op lokaal niveau. Vanuit de sociale invalshoek moeten voorwaarden worden geschapen die eerst gerealiseerd moeten worden. In de beleidsnota van juni 1999 wordt aangegeven dat de artikel-19-procedure de mogelijkheid biedt tot versnelling van procedures. Helaas wordt dat nog niet in iedere gemeente op die manier opgepakt. De staatssecretaris benadrukte dat zij niet vanuit Den Haag alle individuele beslissingen op lokaal niveau wil of kan beïnvloeden. Zij was graag bereid op allerlei knelpunten te reageren waarvoor zij verantwoordelijk is. Desgevraagd antwoordde zij dat zes gemeenten niet meewerken aan het realiseren van uitbreiding van kinderopvang. Andere gemeenten hebben meer plaatsen aangevraagd dan waarop zij op grond van de verdeelsleutel recht hebben. Sommige gemeenten werken aan een brede school en proberen verbindingen te leggen tussen de verschillende vraagstukken. Daarnaast ontwikkelen veel instellingen initiatieven en geven zij de gemeenten aan wat zij kunnen doen. Het betreft niet alleen de traditionele, gesubsidieerde instellingen, maar ook particuliere. Het onderscheid tussen beide soorten is grotendeels verdwenen, omdat bij de gesubsidieerde instellingen vaak een groot aandeel bedrijfsplaatsen aanwezig is en de instelling zelf voor de exploitatie zorg draagt en bij particuliere instellingen via subsidies ook plaatsen ingekocht worden voor bijzondere doelgroepen.

Het beeld dat gemeenten niet meewerken zal van regio tot regio verschillen. In sommige regio's is het personeelstekort nijpend. Weer andere gemeenten beschikken over weinig ruimte. Deze factoren vormen een belemmering om snel de doelstellingen te kunnen realiseren. Dat betekent niet dat deze gemeenten niet willen dat er uitbreiding van kinderopvang tot stand komt. Er moet dus geïnvesteerd worden in het uit de weg nemen van deze belemmeringen. De ene gemeente zal de doelstelling daarom sneller kunnen realiseren dan de andere. Ter ondersteuning van de uitvoering van de stimuleringsmaatregel is geld opzij gelegd voor flankerend arbeidsmarktbeleid en voor ondersteuning van de ruimtelijke component. Het waarborgfonds heeft meer middelen gekregen om het garantiekapitaal ter beschikking te stellen zodat op de kapitaalmarkt geleend kan worden. Maar de uitvoering van de plannen kost tijd. De voortgang wordt door het ministerie gemonitord.

De staatssecretaris wees erop dat zij ingevolge het regeerakkoord gefaseerd middelen ter beschikking krijgt. Aan het einde van de rit worden de gemeenten volgens de regeling afgerekend op het totaal aantal plaatsen dat gerealiseerd moet zijn. Als zij dat aantal niet gerealiseerd hebben, moeten zij het geld weer inleveren. Het geld komt dus stapsgewijze beschikbaar, maar een gemeente kan niet stapsgewijze een kinderdagverblijf bouwen. In het kabinet zal de komende weken een besluit genomen worden over de vraag of het mogelijk is, gegeven de financieel-economische situatie, tot versnelling te komen. Als dat mogelijk blijkt, zullen gemeenten die daadwerkelijk in staat zijn uitbreiding snel te realiseren daartoe de middelen krijgen.

In de Stichting van de arbeid is de afspraak gemaakt dat sociale partners zich zullen inspannen om met de verruiming van de fiscale faciliteiten die door het kabinet beschikbaar zijn gesteld, door uitbreiding van CAO-afspraken een grotere dekkingsgraad te realiseren. Dat impliceert dat door de CAO-financiering het aantal plaatsen zal worden uitgebreid. Voor het realiseren van de doelstellingen is het van groot belang dat sociale partners die verantwoordelijkheid op zich nemen, omdat 55% van de plaatsen met fiscale steun via het CAO-circuit tot stand moet komen.

In het debat van november is gesproken over de toekomstige financiering en structuur van de kinderopvang. De Kamer heeft aangegeven een omslag te willen maken naar een meer vraaggestuurd systeem. De vraag is nu welke risico's gemeenten lopen als zij investeren in kinderopvang. Het feit dat over dit punt discussie is ontstaan, is voor bepaalde gemeenten een rem om nu tot besluitvorming en implementatie van de uitbreiding van de kinderopvang over te gaan. In de notitie die in mei verschijnt, wordt getracht de omslag naar een vraaggestuurd systeem zodanig vorm te geven dat er op het gebied van de exploitatie van de kinderopvang zekerheden worden ingebouwd zodat men de systeemwijziging niet als argument zal gebruiken om dan maar niks meer te doen. De staatssecretaris verwees hierbij naar het regeerakkoord waarin afspraken zijn gemaakt over een evenwichtige kostendriedeling tussen ouders, overheid en werkgevers. De onzekere factor wordt gevormd door de werkgeversbijdrage die niet vanuit Den Haag beïnvloed kan worden. Als de financiering niet sluitend geregeld is, kan het gevolg zijn dat de exploitatie niet verzekerd is en dus een risico vormt. De staatssecretaris antwoordde desgevraagd deze discussie diepgaand te zullen voeren als de stukken beschikbaar zijn. De discussie over de financieringsstructuur zal de kern vormen van de Wet basisvoorziening kinderopvang. De gemeenten moeten over de financieringsstructuur nog voor de zomer helderheid krijgen.

In 1998 is een bestuurlijke afspraak gemaakt met de VNG over de financiering van de kinderopvang vanuit het Gemeentefonds. Het kenmerk van een dergelijke afspraak is dat deze geldt totdat een andere afspraak overeengekomen wordt. In het licht van de Wet basisvoorziening kinderopvang en de financieringsstructuur moet gekeken worden naar de huidige financieringsstromen waaraan na 2003 op een andere manier vorm wordt gegeven.

In het kader van reïntegratie of inburgering kunnen gemeenten kinderopvangplaatsen inkopen als ware zij werkgever. De gemeenten krijgen de middelen om die verantwoordelijkheid waar te maken.

In de brief van maart had de staatssecretaris getracht aan te geven waarom de berekeningsgrondslag f.19.000 bedraagt en waarom die met f.500 is verhoogd. De onderbouwing voor dat bedrag wordt gevormd door de regeling van het ministerie van SZW die op eenzelfde tarief gebaseerd is. Anderzijds is de berekeningsgrondslag gebaseerd op een gemiddelde van de in Nederland geldende kostprijzen. In de praktijk bestaan er verschillen in kostprijzen. Op grond van het genoemde bedrag wordt uitgerekend hoeveel plaatsen er in totaal gerealiseerd moeten worden met de beschikbare middelen van de stimuleringsregeling. Deze berekeningsgrondslag is gebaseerd op een bezettingsgraad van
100%. In werkelijkheid is de bezettingsgraad 90%. De facto bedraagt de kostprijs f.21.000. Noch de VNG, noch de VOG zien de berekeningsgrondslag als een knelpunt. Zij vragen niet om verhoging, omdat daardoor de instellingen alleen maar worden gestimuleerd, minder goed te kijken naar de bezettingsgraad. De staatssecretaris beschikte niet over harde gegevens op basis waarvan het bedrag verhoogd zou moeten worden. De flexibiliteit is in de nieuwe berekeningsgrondslag verwerkt. De staatssecretaris zegde toe de Kamer hierover schriftelijk nader te zullen informeren.

Voor de kinderdagverblijven geldt op dit moment een tijdelijk besluit kwaliteitsregels. Daarin worden minimale eisen geformuleerd waaraan iedere instelling moet voldoen om een vergunning te krijgen om kinderopvang te mogen exploiteren. Op die minimale normen wordt toegezien door de gemeenten. De gemeenten besteden dat meestal uit aan de GGD. Door het radioprogramma Argos is het beeld ontstaan alsof de kinderopvang overal in Nederland erg slecht zou zijn. Den Haag is juist een van de gemeenten in Nederland waar de kinderopvang het beste geregeld is. Zoals vaker gebeurt, is ook in het interview met de betreffende inspecteur geknipt. Hij heeft gefilosofeerd over hoe het vroeger ging. Dat wordt als beeld geprojecteerd op hoe het nu allemaal zou zijn. De staatssecretaris zei niet te beweren dat het overal in het land goed geregeld is. Een aantal instellingen heeft door ziekte of personeelsgebrek problemen met de begeleiding van de groepen. Grosso modo is de kinderopvang in Nederland van een heel behoorlijke kwaliteit. Er wordt ook veel gediscussieerd over de vraag hoe de kwaliteit in de kinderopvang nog verbeterd kan worden. De ontwikkeling van het kwaliteitsstelsel met certificaten waarvoor de sector zelf het voortouw heeft genomen, is een aanvulling op de minimale normen van het tijdelijke besluit. In de nieuwe Wet basisvoorziening kinderopvang moeten de kwaliteitseisen landelijk worden vastgelegd. De staatssecretaris zag geen voordelen in het, vooruitlopend op de wetswijziging, maken van een nieuwe wet waarin de kwaliteitseisen al worden vastgelegd. Er moet goed nagedacht worden over de elementen die in die wet verankerd worden. In de notitie van mei komen de zaken aan de orde die landelijk geregeld moeten worden. Met deskundigen zal daarover worden gesproken.

Over de fiscaliteit merkte de staatssecretaris op dat zij geen signalen heeft ontvangen dat ouders problemen hebben met de buitengewonelastenaftrek. De regeling is net ingevoerd. Over het plafond is gedebatteerd met de staatssecretaris van Financiën. In aansluiting op het gemiddelde tarief dat geldt voor de sector is gekozen voor een vorm van maximale aftrekbaarheid. In de praktijk kan de kostprijs inderdaad hoger zijn. De staatssecretaris vond het terecht dat niet onbeperkt een fiscale tegemoetkoming verleend wordt. Dit punt dient verder besproken te worden met de staatssecretaris van Financiën.

Over de gastouders is bij de behandeling van het belastingplan uitvoerig gesproken. De Kamer heeft ingestemd met het gefaseerd afschaffen van de invorderingsvrijstelling.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Hamer (PvdA) meende dat de discussie over verhoging van de berekeningsgrondslag verzandt in een welles-nietesgesprek. Zij deelde mee de fax van de VOG waarin wordt uitgelegd waarom er argumenten zijn voor verhoging van het bedrag, de staatssecretaris te doen toekomen.

Zij drong er bij de staatssecretaris op aan tijdens het volgende overleg prioriteit te geven aan de kwaliteit van de kinderdagverblijven.

Mevrouw Hamer toonde zich verheugd dat de staatssecretaris de komende weken zal bespreken of een deel van het geld naar voren gehaald kan worden en gemeenten die snel kunnen uitbreiden met een bonus beloond kunnen worden.

Zij verzocht de staatssecretaris aandacht te besteden aan de signalen dat de instroom van allochtone medewerkers in de kinderopvang stagneert.

Wil de staatssecretaris alsnog reageren op de vragen over tussenschoolse opvang? Zij heeft geantwoord dat deze problematiek ten dele terugkomt bij de voor- en vroegschoolse opvang. Mevrouw Hamer benadrukte dat in het volgende overleg specifieker moet worden ingegaan op de professionalisering van de tussen- en naschoolse opvang en van de peuterspeelzalen.

Mevrouw Örgü (VVD) drong er bij de staatssecretaris op aan haast te maken met een onafhankelijke landelijke inspectie om de kwaliteit in de kinderopvang te waarborgen.

Hoe denkt de staatssecretaris uitvoering te geven aan de motie-Weekers (26800-XVI, nr. 61)?

De heer Blok (VVD) had behoefte aan meer duidelijkheid over de vraaggestuurde financiering. Hebben Kamer en staatssecretaris nu alle vrijheid tegenover de VNG om met iedere uitkomst uit het overleg te komen? Hebben Kamer en staatssecretaris geen toestemming nodig van de VNG voor welke uitkomst dan ook?

Mevrouw Schimmel (D66) vond het een goed idee om geld naar voren te halen en daarmee gemeenten in staat te stellen sneller te beginnen met uitbreiding van de kinderopvang en hun eventueel een bonus te geven. Zij betreurde het dat de kwaliteitsverbetering niet naar voren gehaald kan worden. In het overleg van mei dient hieraan prioriteit gegeven te worden.

Mevrouw Schimmel verzocht de staatssecretaris alsnog in te gaan op de vragen over tussenschoolse opvang.

Zij merkte op voorstander te zijn van het systeem van vraaggestuurde financiering, hoewel zij gevoelig was voor het argument dat als er exploitatietekorten optreden, omdat werkgevers onvoldoende bijdragen in het kopen van bedrijfsplaatsen, de kans groot is dat de rekening bij de ouders of de gemeenten gelegd wordt en zelfs dat de instelling sluit. Zij keek dan ook uit naar de kaderstellende notitie waarin dit probleem wordt opgelost.

Het leek mevrouw Bijleveld-Schouten (CDA) verstandig in mei aan de hand van de stukken over het systeem van financiering te spreken. Keuzevrijheid van ouders blijft daarbij belangrijk. Ook aan de kwaliteit dient een afzonderlijk overleg gewijd te worden.

De staatssecretaris is niet ingegaan op de flexibiliteit. Moet voor een ziek kind een wildvreemde verpleegster ingehuurd worden? Zij drong opnieuw aan daadkrachtiger te werken aan tien dagen betaald zorgverlof.

De heer Van Dijke (RPF/GPV) concludeerde dat naarmate er meer zekerheden voor betaalde instellingen worden geregeld, dit uitmondt in het genereren van toekomstige niet-benutte capaciteit.

De staatssecretaris is niet ingegaan op de identiteitgebonden kinderopvang. In het land ontstaan allerlei initiatieven op dat punt die geblokkeerd worden door de opstelling van gemeenten.

Is het denkbaar dat de benodigde capaciteit voor kinderopvang een onderdeel vormt van het inburgeringscontract?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) constateerde een grote meerderheid voor het naar voren halen van middelen met een bonus voor gemeenten die snel aan de slag kunnen. Hoewel zij sympathie had voor verhoging van de berekeningsgrondslag, meende zij ook dat ineffectiviteit niet beloond mag worden. Welke mogelijkheden zijn er voor het realiseren van een meest optimale bezettingsgraad? In dat geheel is flexibiliteit belangrijk, dus openstelling tussen 6 en 7 uur 's avonds. Wil de staatssecretaris daarmee bij de uitwerking van haar plannen rekening houden?

In sommige regio's vormt de personeelsbezetting een knelpunt. Hoe worden de papieren plannen van de gemeenten tijdig tot uitvoering gebracht? Er is geld, er zijn plannen en dan is het de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en rijk daaraan te werken.

Mevrouw Van Gent drong erop aan dat, zolang de nieuwe wet er nog niet is, nieuwe initiatieven goed worden getoetst, zodat de kwaliteit gewaarborgd is. De kinderopvang mag niet ter discussie komen te staan, omdat de kwaliteit afneemt.

De staatssecretaris betreurde het dat haar argumenten om de berekeningsgrondslag niet verder te verhogen mevrouw Hamer niet hebben kunnen overtuigen. Zij zegde toe de fax van de VOG te bestuderen om te beoordelen of er echt redenen zijn voor verhoging. De verhoging met f.500 komt voldoende tegemoet aan de wens tot iets meer ruimte. Een extra verhoging daar bovenop komt ten laste van het volume. Een andere mogelijkheid is dat er meer bedrijfsplaatsen gerealiseerd worden en minder subsidieplaatsen. Het moet uit de lengte of uit de breedte komen.

De instroom van allochtone medewerkers is belangrijk vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Alle potenties in de samenleving moeten worden aangeboord. Met werkgevers in de jeugdhulpverlening en de welzijnssector zijn convenanten gesloten om dat te ondersteunen en mogelijk te maken.

Als gemeenten de buitenschoolse opvang uitbreiden, kunnen zij een verbinding leggen met de tussenschoolse opvang. Scholen zijn op dit moment verantwoordelijk voor het overblijven van kinderen. Die tussenschoolse opvang kan niet "zomaar" ingesluisd worden in de kinderopvang. Met het ministerie van OCW moet bekeken worden hoe hieraan op een betere manier vorm gegeven kan worden. Continuroosters met meer pauzes verspreid over de dag kunnen hiervoor een oplossing bieden. Professionalisering van de tussenschoolse opvang kan niet geïsoleerd worden bekeken. Veel gemeenten vinden hiervoor een creatieve oplossing. De indruk moet echter vermeden worden dat alle problemen tegelijkertijd, onmiddellijk en met hetzelfde aantal mensen kunnen worden opgelost.

Met het ministerie van EZ wordt erover gesproken jonge ondernemers te stimuleren te investeren in de kinderopvang. Wel moet goed bekeken worden of die nieuwe initiatieven beantwoorden aan de huidige kwaliteitscriteria. De gemeenten verlenen de vergunningen. Zij zullen moeten toetsen of aan de criteria wordt voldaan.

In mei wordt verder gesproken over het vraaggestuurde financieringssysteem. Als die omslag wordt gemaakt, moet het systeem wel werken en niet zodanige risico's bij de ouders leggen dat zij moeten afhaken. In 1998 zijn afspraken gemaakt met de VNG. Deze afspraken zijn bij de begrotingsbehandeling voor 1999 in de Kamer besproken en houden in dat na 2002 de middelen die voor de stimuleringsregeling beschikbaar zijn, overgeheveld worden naar het Gemeentefonds en dat, als er een andere verantwoordelijkheidsverdeling zou komen, de gemeenten in staat moeten zijn, hun verantwoordelijkheden waar te maken. Naar de mate waarin een verschuiving van de verantwoordelijkheden plaatsvindt en gemeenten niet meer verantwoordelijk zijn voor de kinderopvang, kan de geldstroom worden aangepast. Een andere verantwoordelijkheidsverdeling zal in goed overleg tot stand moeten komen. De beginselen van behoorlijk bestuur vergen dat je je houdt aan je afspraken, totdat je overeenstemming hebt over een nieuw systeem. De VNG bepaalt dus niet het uiteindelijke systeem, maar de wetgever. De nieuwe systematiek moet vertaald worden in de geldstromen die daarbij horen. Het is begrijpelijk dat gemeenten nagaan of zij niet met financiële risico's worden opgescheept waarvoor zij geen ruimte hebben.

Als men uitgaat van vraaggestuurde principes, waarvoor een draagvlak is in de vorm van identiteitsgebonden kinderopvang, moet deze tot de mogelijkheden behoren. Gemeenten kunnen daarop niet op voorhand negatief reageren. Dat gemeenten toetsen of er voldoende draagvlak is voor zo'n voorziening, is evident. Er zijn geen regelingen die voorschrijven dat identiteitsgebonden kinderopvang moet plaatsvinden onder de paraplu van algemene kinderopvang.

De staatssecretaris verwees inzake de inburgering naar het binnenkort in de Kamer te houden debat daarover. Het is mogelijk dat gemeenten kindplaatsen inkopen voor mensen in een inburgeringstraject. In een aantal gemeenten gebeurt dat ook.

Desgevraagd antwoordde de staatssecretaris dat bij de discussie over de stimuleringsregeling een van de opties was het geld volledig in het Gemeentefonds te storten, omdat kinderopvang op dit moment op basis van de wet een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Omdat zij het wenselijk vond recht te doen aan de afspraken die zijn gemaakt in het regeerakkoord, waarbij een prestatiedoelstelling is geformuleerd, gekoppeld aan de daarvoor beschikbare bedragen, ligt een storting in het Gemeentefonds niet voor de hand, terwijl dat op grond van de wettelijk systematiek wel zo is. In dat kader hebben onderhandelingen plaatsgevonden met de VNG. De VNG ziet voor een periode van vier jaar af van storting van die middelen in het Gemeentefonds. Zelfs heeft de VNG willen afzien van het accres dat daarbij hoort, in ruil voor de zekerheid dat, als de gemeenten na 2002 verantwoordelijk blijven voor de kinderopvang, die middelen in het Gemeentefonds gestort worden. Nu is er een nieuwe discussie ontstaan in de Kamer over een nieuwe financieringssystematiek voor de kinderopvang. Die oude afspraken zijn geaccordeerd door de Kamer in november 1998. De gemeenten zien in dat het wenselijk is een omslag te maken naar een meer vraaggestuurd systeem. Dat principe staat niet ter discussie. Het gaat erom tot een sluitende vormgeving te komen. Dat politieke debat moet worden gevoerd. De vertaling naar geldstromen en wat er wel of niet naar het Gemeentefonds gaat, moet een afgeleide zijn van de inhoudelijke conclusies die in dat debat getrokken zullen worden.

De staatssecretaris zei ervan overtuigd te zijn dat als een sluitend systeem gevonden wordt, de bestuurlijke afspraken geen enkel probleem zullen vormen. Zij benadrukte dat het haar taak is te komen met een goede regeling. De bestuurlijke afspraken die men maakt, zijn van kracht tot het moment dat men nieuwe afspraken overeenkomt. Van haar kon niet gevraagd worden de afspraken die tot 2002 gelden, open te breken, omdat in dat geval van de stimuleringsregeling niets terecht komt.

De voorzitter van de commissie,

Essers

De griffier van de commissie,

Teunissen


1 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Rouvoet (RPF/GPV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts (D66), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Spoelman (PvdA), Hermann (GroenLinks), Kant (SP), Gortzak (PvdA) Buijs (CDA), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Arib (PvdA), Atsma (CDA)

Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van Gent (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Smits (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Marijnissen (SP), Belinfante (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), O.P.G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Duijkers (PvdA), Th.A.M. Meijer (CDA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie