Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

'Renteloze personeelslening: hoe verder in 2001?'

Datum nieuwsfeit: 10-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ernst & Young

Nieuws
Belastingadviseurs
Renteloze of laagrentende personeelslening: hoe verder na 1-1-2001?
Het lijkt gedaan met aantrekkelijke renteloze of laagrentende leningen van werkgevers aan hun werknemers, althans wanneer die leningen gezien kunnen worden als consumptief krediet (bijvoorbeeld voor een auto of een pc). Vanaf 1 januari 2001 zal een dergelijke lening gezien worden als loon en dus belast worden. Er zijn compensatiemogelijkheden.

Nu is het nog zo dat nogal wat werkgevers hun werknemers een personeelslening verstrekken. Deze lening is vaak bedoeld voor de aanschaf van een auto of een pc, soms voor een woning. Als de werkgever aan de lening een lagere rente dan de marktrente verbindt of (in veel gevallen) helemaal geen rente, kan een fiscaal probleem ontstaan. De werknemer ontvangt dan immers een voordeel uit de dienstbetrekking dat de belastingdienst en de uitvoeringsinstelling kunnen aanmerken als loon. Alleen als de werkgever en werknemer voldoen aan bepaalde voorwaarden, zullen deze instanties geen te belasten loon in aanmerking nemen. De belangrijkste voorwaarde is dat de werknemer een verklaring tekent dat hij de betreffende (niet door de werkgever in rekening gebrachte) rente in zijn aangifte inkomstenbelasting in aftrek had kunnen brengen. Daarbij moeten werkgever en werknemer een onderscheid maken tussen rente op consumptief krediet (zoals voor de aanschaf van een auto of pc) en overige rente (zoals voor de aanschaf van een huis).

Wijziging per 1 januari 2001
Door de Tweede Kamer is inmiddels de Belastingherziening 2001 aangenomen. Onderdeel van de herziening is het afschaffen in de inkomstenbelasting van de aftrek van consumptief krediet rente. Het wetsvoorstel kent geen overgangsrecht. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2001 deze renteaftrek abrupt ophoudt. Dit leidt tot gevolgen in de heffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen (de loonheffing) en de heffing van premies werknemersverzekeringen. Het voordeel van het niet hoeven betalen van rente respectievelijk van het betalen van een lagere rente zal dan in de heffingen dienen te worden betrokken. De gevolgen van de Belastingherziening 2001 voor personeelsleningen zijn niet mals. Verschaft een werkgever bij ongewijzigd beleid na 1 januari 2001 zijn werknemers nog steeds een laagrentende of renteloze personeelslening voor consumptieve doeleinden, dan is sprake van loon. De werkgever is over de niet in rekening gebrachte rente loonheffing en premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Zo wordt de personeelslening een stuk duurder dan wellicht vooraf was bedacht. Gegeven de op dit moment actuele rentestijgingen zal het loonelement alleen maar toenemen. Een voorbeeld. Stel een werknemer leent f 40.000,-- van zijn werkgever, af te betalen in één jaar in twaalf termijnen. Gaan we uit van een effectieve marktrente van 8% per jaar, dan moet de werknemer 8% van f 40.000,-- = f 3.200,-- aan rente betalen. Dit rentebedrag komt bovenop de terugbetalingstermijnen.

Voorkom nadelig effect
Werkgevers en werknemers kunnen een aantal mogelijkheden benutten om het nadelige effect van de belastingwijziging te voorkomen. We noemen twee voorbeelden: Zij kunnen de lening rentedragend maken, conform de dan geldende marktrente. De werknemer in het voorbeeld moet dan in het terugbetalingsjaar fl 3.200,-- meer betalen, maar mag de rente niet in de inkomstenbelasting aftrekken. Ook kan de werkgever besluiten geen rente in rekening te brengen, maar de rente als (rente)voordeel uit de dienstbetrekking bij het loon tellen zonder deze feitelijk uit te betalen. Stel dat de werknemer met de top van zijn inkomen in het 60% belastingtarief uitkomt, dan betaalt de werknemer uiteindelijk 60% van f 3.200 = f 1.920 aan belasting. Een oplossing die voor de werknemer gunstiger uitpakt dan het betalen van rente. Bij lagere lonen kan dit overigens anders uitpakken, omdat dan tevens de premies werknemersverzekeringen een rol spelen.

Compensatie voor werknemer
De nadelige effecten voor de werknemer (namelijk de extra kosten voor hem), kunnen werkgever en werknemer via verschillende wegen compenseren. Bijvoorbeeld door het (beter) gebruiken van diverse vrijstellingen in de loonbelastingwetgeving, zoals het ten volle benutten van de kilometervergoeding voor zakelijke ritten met de eigen auto tot f 0,60 per kilometer. Ook kan de werkgever kiezen om een geheel door de werknemer betaalde WAO-gat verzekering gedeeltelijk voor eigen rekening te nemen danwel de pensioentoezegging ten laste van de werkgever te verbeteren. Zo zijn diverse mogelijkheden aanwezig. Uiteindelijk leidt de compensatie wél tot hogere personeelslasten voor de werkgever.

Overige leningen
Het wetsvoorstel voor 2001 geeft niet aan wat er gebeurt met renteloze of laagrentende leningen die gebruikt worden voor de aanschaf van een woning of een vermogensbestanddeel. Omdat in de inkomstenbelasting de renteaftrek op een lening voor de eigen woning vanaf 2001 blijft bestaan, lijkt het erop dat de werkgever ook dan de werknemer een renteloze of laagrentende lening kan blijven verstrekken. Voor andere vermogensbestanddelen waar werkgever en werknemer een dergelijke lening overeenkomen (zoals de tweede woning, aandelen, obligaties), is op dit moment nog niet geheel duidelijk of werkgever en werknemer deze lening zonder problemen kunnen (blijven) afsluiten.
Conclusie
Voor werkgevers en werknemers is het van belang na te gaan of zij renteloze en/of laagrentende personeelsleningen hebben lopen. Zij zullen hoe dan ook deze leningen moeten aanpassen vóór 1 januari 2001. Voor deze aanpassing zijn diverse mogelijkheden aanwezig. Afhankelijk van de keuze zal een nadelig effect kunnen optreden. Werkgevers en werknemers kunnen in dat geval (een deel van) het nadelige effect compenseren.

Dit artikel is geschreven door de adviesgroep Loonbelasting en Sociale verzekering van Ernst & Young Belastingadviseurs. Voor vragen kunt u bellen met de leden van de adviesgroep, die zijn vertegenwoordigd op de grote kantoren van Ernst & Young.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie