Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV: Reactie op adviezen over het natuurbeleid

Datum nieuwsfeit: 10-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV reactie op adviezen over het natuurbeleid
Gemaakt: 15-5-2000 tijd: 16:3


6


26800 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar 2000

Nr. 111 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 mei 2000

Het afgelopen (half)jaar zijn van de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) en van belangenorganisaties de volgende adviezen ontvangen:


- Made in Holland (RLG)

- Geleid door Kwaliteit (RLG)

- Grondbeleid voor groene functies (RLG)

- Vaste waarden, nieuwe opties (RLG)

- Zorg en vertrouwen (RLG)

- Kansen voor groene kwaliteit (Stichting Natuur en Milieu mede namens andere
organisaties)

- Grond voor natuur (rapport van KMPG, in opdracht van Natuurmonumenten,
Staatsbosbeheer en Stichting Natuur en Milieu).
Ik beschouw deze adviezen als van grote waarde voor zowel de uitvoering van het bestaande LNV-beleid als voor de beleidsvernieuwing. Ik ervaar de inhoud van de adviezen als een steun voor mijn streven om de kwaliteit van het landelijk gebied te verhogen.

Omdat de adviezen zich voor een belangrijk deel concentreren op dezelfde thema's lijkt het mij zinvol om daarop één, gecombineerde reactie te geven.

De thema's die in de adviezen aan de orde komen, zijn de volgende:

Rol en verantwoordelijkheid Rijk bij sturing en doorwerking NBP en SGR

Ruimtelijke en sectorale gebiedsbescherming

Landschapsbehoud en landschapsontwikkeling

Grondbeleid

Duurzame financiering

Fiscale maatregelen


7. Voedselveiligheid.

ad 1. Rol en verantwoordelijkheid Rijk bij sturing en doorwerking NBP en SGR.

In een aantal adviezen wordt benadrukt dat het rijk verantwoordelijkheid draagt voor natuurgebieden en waardevolle landschappen. Het rijk moet volgens deze adviezen krachtig sturen en heldere hoofdlijnen uitzetten. Daarbij is het nodig de gewenste kwaliteit en kwantiteit te beschrijven en tussendoelen te formuleren. Dit geldt voor de ecologische waarden, maar ook voor belevings- en gebruikswaarden. De doorwerking van het beleid moet op basis van toetsingscriteria worden bewaakt en gemonitord. Onder die condities moet het rijk de uitwerking en uitvoering aan andere overheden overlaten. De samenleving (organisaties, individuele burgers) moet daar structureel bij betrokken worden.

Reactie:

De rijksoverheid draagt inderdaad verantwoordelijkheid voor natuur en landschap. In elk geval is dat de verantwoordelijkheid voor nationaal en internationaal van belang zijnde natuurgebieden en landschappen. De EHS, de Vogel- en Habitat-richtlijngebieden en de meest waardevolle gebieden uit de nota Belvédère zijn daar voorbeelden van. De rijksoverheid is daarnaast verantwoordelijk voor andere aspecten van het landschap zoals het behoud van open ruimten. Ik onderschrijf de gedachte dat de rijksoverheid heldere, operationeel toetsbare doelen op hoofdlijnen geeft en bij uitwerking en uitvoering een belangrijke rol aan andere overheden moet geven. Daarbij ziet de rijksoverheid er scherp op toe dat een en ander wordt uitgevoerd binnen de kaders van het rijksbeleid. Dit uitgangspunt wordt ook gehanteerd bij recente afspraken op dit punt tussen rijk en provincie over sturing. Het spreekt vanzelf dat daarbij maatschappelijke organisaties worden betrokken. Ik heb u al toegezegd dat ik tussendoelen voor het realiseren van de EHS zal formuleren.

ad 2. Ruimtelijke en sectorale gebiedsbescherming.

De ruimtelijke doorwerking van het natuur- en landschapsbeleid wordt in verschillende adviezen als een knelpunt ervaren. Geadviseerd wordt om het aantal ruimtelijke gebiedscategorieën te beperken, daar eventueel een categorie «nationale landschappen» bij op te nemen, en het nationale ruimtelijke beleid via de mogelijk-heden die de WRO biedt door te laten werken tot op bestemmingsplanniveau. Daarbij wordt onder andere een koppeling voorgesteld tussen de ruimtelijke ordening en de begrenzing van de EHS.

Specifieke aandacht wordt gevraagd voor het handhaven van de bestemmings-plannen, onder andere door het beperken van art. 19 procedures, voor een wettelijke verankering van het compensatiebeginsel en de beschermingsformules uit het SGR en voor de bescherming van de Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden.

Reactie:

Beperking van het aantal gebiedscategorieën, als een van de voorwaarden voor een heldere doorwerking van het ruimtelijk beleid, is uitgangspunt bij mijn inzet in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en NBL21.

Het invoeren van een categorie «nationale landschappen» is een interessante optie om het belang van landschaps-kwaliteiten op nationale schaal aan te geven, maar het is de vraag of dit te combineren is met een vermindering van het aantal gebieds-categorieën. In het kader van de Vijfde Nota RO zal worden besloten of deze optie wordt overgenomen.

Doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid tot op bestemmingsplanniveau vind ik belangrijk, met de kanttekening dat de provincies hier binnen de door het rijk aangegeven hoofdlijnen een eigen beleidsruimte moeten behouden.

In het kader van de wijziging van de WRO wordt bezien of de WRO op dit punt moet worden aangescherpt.
De relatie tussen de begrenzingen van de EHS en de ruimtelijke bestemmingen is onderwerp van nader beraad. Het ligt op de weg van de provincies die koppeling aan te brengen.
Het handhaven van de bestemmingsplannen is mijns inziens noodzakelijk voor een goede doorwerking van het beleid. De rijksoverheid verwacht dat van gemeenten en provincies. Indien bestemmingsplannen niet worden gehandhaafd en er aantasting plaatsvindt van waarden en kwaliteiten die het rijk tot zijn verantwoordelijkheid rekent zal de rijksoverheid niet aarzelen om in te grijpen.
De wettelijke verankering van het compensatiebeginsel is al aangekondigd in het SGR. Het ligt in de rede om eerst na te gaan of deze verankering kan plaatsvinden in de sectorwetgeving. Over mijn voornemens op het gebied van de Habitat- en Vogelrichtlijngebieden heb ik u kortgeleden al geïnformeerd.
ad 3. Landschapsbehoud en landschapsontwikkeling.

De adviezen benadrukken verschillende keren het belang van een kwalitatief hoogwaardig landschap. Door het voortdurend «verbouwen» van Nederland gaan natuur- en cultuurwaarden verloren zonder dat daar nieuwe tegenover staan.
Daarbij komt de leefbaarheid in gevaar, die niet alleen economisch en sociaal maar ook ecologisch en cultureel wordt bepaald. De adviezen onderstrepen het belang van regionale verscheidenheid en identiteit.
Reactie:
Ik onderschrijf volledig het belang van een kwalitatief hoogwaardig landschap, en de wenselijkheid van regionale verscheidenheid en identiteit.
Daarbij is zowel het behoud van de bestaande kwaliteiten als het ontwikkelen van nieuwe aan de orde.
In de nota Belvédère is al op hoofdlijnen aangegeven wat het beleid is ten aanzien van het behoud van de bestaande cultuurhistorische kwaliteit van het landschap. Daarbij is ook aandacht gegeven aan de mogelijkheden om bestaande kwaliteiten te behouden en te versterken, inspelend op vaak onvermijdelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, bedrijvigheid en infrastructuur. Op landelijk niveau wil ik, samen met de bewindspersonen van VROM, OCW en V&W, het behoud en de ontwikkeling van nationale dragers van identiteit en verscheidenheid bevorderen. Visueel-landschappelijke kwaliteiten, zoals openheid, vormen daarbij een ander aspect van het landschap.
De middelen daartoe zijn de rijksprojecten op het gebied van verstedelijking, natuurontwikkeling, waterhuishouding, natte en droge infrastructuur en de reconstructie van landbouwgebieden waarin dit beleid wordt uitgewerkt of meegenomen. Vaak zal hierbij sprake zijn van een rijksbrede integrale ontwerp-opgave. Ik bezie de mogelijkheid om een onafhankelijke kwaliteitstoets te laten uitvoeren bij projecten waarin het rijk participeert. Daarbij betrek ik ook de optie van het instellen van de functie van een landschapsintendant, waartoe door de Tweede Kamer een voorstel is gedaan.

Het bovengenoemde zal ertoe leiden dat de scheppende invloed van vormgevers en andere culturele disciplines bij de inrichting van Nederland wordt vergroot. In de derde Nota Architectuurbeleid, de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, SGR II en NBL21 zal een en ander worden uitgewerkt.

ad 4. Grondbeleid.

Een vrij groot aantal adviezen gaat in op de problematiek van de grondverwerving en het grondbeleid. De achtergrond daarvan is in het algemeen zorg over het tempo van grondverwerving voor de EHS. De adviezen geven een breed scala aan mogelijke oplossingen.

Reactie:

De problematiek van het grondbeleid is breder dan die van de grondverwerving voor de EHS alleen.

Het kabinet laat op dit moment een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO)

naar het grondbeleid uitvoeren.
De eindrapportage daarvoor wordt binnenkort verwacht. Op basis daarvan zult u een nota over dit onderwerp ontvangen. De conclusies uit deze nota zullen betrokken worden bij de opstelling van onder andere de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het SGR II.
ad 5. Duurzame financiering.
De adviezen omvatten een reeks voorstellen die gericht zijn op financiering van het beleid voor natuur en groen. De versterking van de financiering wordt gedeeltelijk gezocht in fiscale maatregelen die opbrengsten genereren. Daarop ga ik hieronder in onder punt 6.
De overige voorstellen zijn onder andere gericht op verschillende varianten van PPS-constructies en rood-groen financiering, en op inzet van de opbrengsten uit verkoop van Domeingronden. Ook wordt voorgesteld het tot 2018 gereserveerde aankoop-budget naar voren te halen en nu in verhoogd tempo aan te kopen.

Reactie:

De gedachte achter de voorstellen is veelal dat de financiering van het natuurbeleid en het groen gedeeltelijk gedragen wordt door andere actoren dan de rijksoverheid. Die gedachte ondersteun ik. De rijksoverheid is op hoofdlijnen verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van natuur, landschap en groen bij de stad, maar dat betekent niet verantwoordelijkheid voor alle gebieden.

Het betekent ook niet dat de rijksoverheid altijd voor 100% kan worden aan-gesproken op de financiering.
De rijksoverheid is primair aanspreekbaar op de belangen die op nationaal niveau aan de orde zijn.

In andere situaties, waar bijvoorbeeld het belang van de lokale leefomgeving zwaar weegt, is ook gedeeltelijke of soms volledige financiering door derden aan de orde.

De gedachte aan de financiering van groen door rood spreekt mij aan.

Uitgangspunt daarbij is dat rood en groen in balans zijn, zowel in kwalitatieve als in financiële zin. Deze gedachte kan operationeel gemaakt worden bij de grote stedelijke uitbreidingen die de komende decennia worden gerealiseerd. Ook dit is een onderwerp van bespreking in het IBO-grondbeleid.

PPS-arrangementen in het landelijk gebied worden al regelmatig toegepast. Bij de Dienst Landelijk gebied wordt een voorziening getroffen om PPS-constructies te stimuleren.
De »rood-groen» benadering wordt uitgewerkt in verschillende nota's waaronder NBL21, de nota Wonen, de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het SGR II. Voor infrastructuur wordt de lijn voortgezet van een zorgvuldige tracékeuze, een goed landschappelijk ontwerp en een goede inpassing.

Een aantal provinciebesturen is al concreet bezig deze principes toe te passen. Met het naar voren halen van de aankoopbudgetten ben ik terughoudend. Los van de financiële problemen die dit veroorzaakt voor de rijksbegroting geeft dit een risico van een verder opdrijven van de grondprijs, terwijl de beschikbaarheid van grond op de juiste plaats afhankelijk is van veel meer factoren dan alleen het beschikbaar zijn van voldoende aankoopbudget. Met de Kamer is afgesproken te koersen op het volledig realiseren van de EHS in 2018. Dat vergt al een grote inspanning. Ik vind het niet verstandig naar versnelling te streven.

De opbrengst van Domeingronden wordt al gedeeltelijk ingezet voor het realiseren van het SGR. De door de grondprijsstijging verhoogde inkomsten hieruit zijn aanleiding na te gaan of deze mogelijkheden kunnen worden vergroot.

ad 6. Fiscale maatregelen
De fiscale adviezen betreffen onder meer voorstellen tot verwerving van middelen door invoering en/of doelgerichter inzetten van de heffingen, zoals bijvoorbeeld bestemmingsheffingen, voorstellen om de grondmobiliteit te stimuleren en voorstellen rond de belastbaarheid van inkomsten uit natuurbeheer.

Reactie:

De fiscale voorstellen die een sterk uiteenlopend karakter hebben, behoeven nadere bestudering. Daarbij zal ik onder andere kijken naar de effectiviteit van mogelijke maat-regelen, de inpasbaarheid in het fiscale stelsel, de toelaatbaarheid binnen het Brusselse steunkader en de mogelijkheden tot uitvoering ervan. Voorstellen die op korte termijn haalbaar worden geacht, worden zo mogelijk meegenomen in het belastingplan 2001.

ad 7. Voedselveiligheid

In het rapport «Zorg en vertrouwen, de basis voor voedselproductie in de 21e eeuw» heeft de Raad voor het Landelijk Gebied de consument als de centrale invalshoek gekozen. De consument moet kunnen vertrouwen op de kwaliteit van het voedsel. De Raad wijst erop dat de afstand tussen producent en consument groter is geworden en dat er een aantal schakels tussen is gekomen. Hierdoor staat dit vertrouwen onder druk. Dit wordt nog eens versterkt door ontwikkelingen als globalisering, de uiteenlopende herkomst van voedingsbestanddelen, de toe-nemende tijd tussen productie en consumptie en de food-engineering. De Raad wijst erop dat de markt het voornaamste mechanisme vormt om vraag en aanbod van voedsel bij elkaar te brengen doch dat het de taak van de overheid is om de markt-werking zo plaats te laten hebben dat de consument vertrouwen kan hebben in het voedsel. Enerzijds adviseert de Raad de rijksoverheid om aandacht te schenken aan het bij de tijd houden van de wetgeving die de basiskwaliteit waarborgt. Anderzijds is het advies aan de rijksoverheid om te komen tot een systematiek voor extra kwaliteit (bijvoorbeeld regionale producten of extra eisen ten aanzien van zuiver-heid, gezondheid en versheid), en deze ook te garanderen. Daarnaast adviseert de Raad om bij ontwikkelingen als liberalisering van de handel, het verlenen van inkomstentoeslagen en de ruimtelijke ordening mogelijkheden te benutten die een bijdrage leveren aan een veilige voedselvoorziening.

Reactie:
De rijksoverheid kan zich in hoofdlijnen heel goed vinden in dit advies. De rijks-
overheid dient met wetgeving een bepaald beschermingsniveau te bieden en erop toe te zien dat dit beschermingsniveau ook wordt bereikt. Er moet boven dit beschermingsniveau ook helderheid zijn over de standaarden die moeten worden aangehouden. Hier dient ook een kanttekening gezet te worden bij het advies. Het advies geeft namelijk aan dat de overheid boven het standaardniveau kwaliteits-niveaus moet instellen en garanderen. De rijksoverheid moet erop toezien dat er een doorzichtig systeem ontstaat, maar bij het bedrijfsleven ligt de taak om deze niveaus hard te maken. De rijksoverheid kan zich ook vinden in het advies dat ook bij andere beleidsmaatregelen de mogelijkheden die bijdragen aan een veilige voedsel-voorziening zo goed mogelijk dienen te worden benut.

Ik verwacht in het kader van de nota NBL 21, het SGR II en de Visie Landbouw 2010

nader met u van gedachten te wisselen over de in de adviezen geschetste hoofdlijnen.

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

G.H. Faber

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie