Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord LNV op kamervragen inzake Basisdocument SBB 30 mei

Datum nieuwsfeit: 10-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV inzake het ao basisdocument sbb 30 mei
Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 16:43


6

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

's-Gravenhage, 10 mei 2000

Geachte Voorzitter,

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke voorbereidingsvragen voor het Algemeen Overleg Basisdocument SBB van
30 mei a.s.


1

Binnen het kader van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer ontwikkelt zich vanaf 1998 de aansturingsrelatie. In het kader van dit groeipad zijn in 1998 en een deel van 1999 de langjarige afspraken met Staatsbosbeheer, dit zijn reeds bestaande langjarige afspraken, verder uitgewerkt en uiteindelijk in het Basisdocument vastgelegd.

Het Basisdocument heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. In de tussentijd evolueert de aansturingsrelatie. Jaarlijks veranderende zaken worden in de jaarlijkse Offerte-aanvraag en Offerte afgehandeld.


2

Het tijdstip van uitwerken varieert per onderdeel en is met name afhankelijk van het opstellen en uitwerken van beleidsnota's hieromtrent.
Het formuleren van kwaliteitseisen voor landschapsdoelen zal worden gekoppeld aan het beleidsvoornemen in de nieuwe nota voor natuur, bos en landschapsbeleid.

Er wordt naar gestreefd een uitwerking voor de landschapsdoelen voor Staatsbosbeheer medio 2001 op te leveren.
Voor dierziekten is het beleid inzake grote grazers, zoals onlangs besproken in de Tweede Kamer, richtinggevend. Voor de invulling van dit beleid zullen er concrete afspraken met SBB worden gemaakt. Afspraken met Staatsbosbeheer die betrekking hebben op het beheer, en de realisatie van doeltypen, worden voorzover zij niet staan verwoord in het Basisdocument vastgelegd in de
offerte-aanvraag/offerte/opdracht richting Staatsbosbeheer.
Deze stukken worden jaarlijks ter kennisname aan de Tweede Kamer verzonden.


3

Uiteraard is het recreatiebeleid ook gericht op het vergroten van de recreatiemogelijk-heden.

In eerste instantie is dit aan de orde bij de overdracht van gronden, waarna ook een toewijzing van een recreatiedoeltype plaatsvindt, veelal met als gevolg uitbreiding van de recreatiemogelijkheden. Voorts vindt vergroting van recreatiemogelijkheden met name ook plaats via het treffen van maatregelen in het kader van landinrichting (waaronder de uitvoering van Strategische Groenprojecten). Door Staatsbosbeheer worden daarnaast in de bestaande natuurgebieden nieuwe recreatiemogelijkheden ontwikkeld, gericht op andere vormen van natuurbeleving (Earth Education) en op een breed scala van doel-groepen (bijvoorbeeld gehandicapten).


4

Volgens artikel 3, eerste lid, van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer dient Staats-bosbeheer zijn taakopdracht te realiseren met inachtneming van de door de Minister van LNV geformuleerde beleidskaders. In die zin stellen de in het basisdocument genoemde beleidsnota's net zo goed als de genoemde wetgeving de kaders waarbinnen Staatsbos-beheer moet opereren.

Staatsbosbeheer heeft inderdaad geen taak met betrekking tot de handhaving van groene wetten.

Een aantal medewerkers van Staatsbosbeheer heeft ter ondersteuning van hun taakuit-oefening bij het beheer van de terreinen een opsporingsbevoegdheid. Hiermee kan bijvoorbeeld wanneer het onverhoopt nodig is de handhaving van de toegangsregels gegarandeerd worden.


5

Uitgangspunt in het Basisdocument is, dat de doelstellingen in het kader van het inter-nationale natuurbeheer gerealiseerd worden door middel van de systematiek van de doeltypen. In de genoemde passage wordt ingegaan op eventuele situaties waarbij de bestaande doeltypemix onvoldoende is om deze doelstellingen te bereiken en waar dus aanvullende afspraken over het beheer noodzakelijk zijn. Ook is Staatsbosbeheer als beleidsadviseur betrokken bij de beleidsprocessen rond het (inter)nationale natuurbeleid.


6

Staatsbosbeheer heeft met het opstellen van de beheersplannen reeds lang geleden de terreintoestand beschreven. Met de invoering van het nieuwe besturingssysteem wordt deze uitgangssituatie in een periode van vijf jaar in de daarbij behorende termen beschreven. Er is dus geen sprake van een eerste beschrijving, maar van een vernieuwing. Op deze wijze wordt de nulsituatie binnen een termijn van vijf jaar vastgelegd.


7

Voor het realiseren van de gestelde doelen is Staatsbosbeheer mede afhankelijk van het provinciale water- en milieubeleid. In het proces van doelallocatie wordt altijd afgestemd met het provinciaal beleid terzake. In de praktijk kan dan een optimale allocatie plaats-vinden die is afgestemd op de beleidswensen enerzijds en de feitelijke realiseringsmoge-lijkheden (op de middellange termijn) anderzijds.


8

Het is de bedoeling om op termijn de gehele aansturing van Staatsbosbeheer te enten op de principes van de outputsturing. Voor de doelen van natuur, bos en recreatie is dat inmiddels doorgevoerd. Voor een aantal andere doelstellingen is een dergelijk systeem in de maak. Sturing op output vraagt van zowel de beleidsmaker als voor de uitvoerder dat de doelen helder zijn (kwalitatief en kwantitatief) en in outputtermen zijn geformuleerd.

De komende jaren wordt gewerkt aan het opstellen en invoeren van outputdoelen voor landschap en voor de overige producten op te stellen en in te voeren.
Overigens zal het voor een aantal producten moeilijk zijn kwantitatieve doelen te stellen. Een voorbeeld hiervan is vermaatschappelijking. Om de realisatie daarvan te meten wordt gezocht naar prestatie-indicatoren. Tot het moment dat een dergelijk systeem voor deze producten beschikbaar is zal hier op input gestuurd wordt.

9

Het bestaande areaal bos met accent natuur bij Staatsbosbeheer bedraagt ruim 29.000 ha.


10

De genoemde nota bevat de parameters waarmee de vereiste kwaliteit van het landschap kan worden bepaald. Tevens is een indeling gemaakt in landschapstypen en is voor elk ervan beschreven aan welke kwaliteit deze parameters moeten voldoen.

Op basis hiervan is in een Staatsbosbeheerregio een pilot gestart. Doel was om te is bezien of het model in de praktijk werkzaam zou kunnen zijn. Daaruit blijkt dat bij een vergelij-king met de huidige planningen van Staatsbosbeheer de parameters en beschrijvingen op zichzelf voldoen om greep te krijgen op het diffuse begrip landschap, met name waar het de samenhang in het landschap betreft.

De uitwerking van specifieke doelen cultuurhistorie en aardkunde en de vertaling van de kwalitatieve parameters in concrete en meetbare taakstellingen voor SBB is gaande.


11

Het is denkbaar dat in de strategische projecten RandstadGroenStructuur hogere ambities worden geformuleerd voor het recreatiebeleid dan met de vigerende doeltypen gereali-seerd kunnen worden. Om deze doelen te realiseren kunnen dan verdergaande doeltypen opgesteld en gealloceerd worden.


12

De ontwikkeling van een beperkt aantal natuuractiviteitencentra vormt een onderdeel van de realisatie van de doelstellingen die SBB heeft in het kader van recreatie en vermaat-schappelijking. In dit kader wordt voor de exploitatie van deze centra een bijdrage in de offerte opgenomen. Indien andere natuurbeschermingsorganisaties zouden besluiten hun centra om te vormen dan is dat uiteraard mogelijk. De financiering van de exploitatie dient middels de bestaande regelingen te geschieden.


13

Staatsbosbeheer en de Stichting Nationale Boomfeestdag hebben besloten hun samenwerkingsovereenkomst te verlengen. Over de voorwaarden van de nieuwe overeenkomst zijn de gesprekken nog gaande.


14

Ik deel inderdaad de mening van de toenmalige minister Van Aartsen dat deelname van een medewerker van SBB aan het werk van een Landinrichtingscommissie niet bezwaarlijk en in sommige gevallen zelfs wenselijk is. Een koppeling met de beleidsondersteunende activiteiten zoals bedoeld in het Basisdocument is hierbij echter niet op zijn plaats.

Een medewerker van SBB neemt niet deel als vertegenwoordiger van de Minister van LNV maar als vertegenwoordiger van de (toekomstig) beheerder van een deel van het landinrichtingsgebied.


15

Staatsbosbeheer heeft een ontheffing in het kader van de Boswet met daarbij echter wel de voorwaarde dat zij jaarlijks melding maakt van de oppervlakten, en de plaats waar zij in het kader van haar beheer tot velling is overgegaan.
Bij de uitvoering van de Boswet ligt de verantwoordelijkheid nog bij LNV. De provincies hebben een adviserende rol bij niet-rijksterreinen. Voor de rijksterreinen is er een vergelijk-bare overeenkomst met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Rijkswaterstaat).

16

Op mijn ministerie wordt thans nagegaan of regionale beheersschema's kunnen worden beschouwd als beheerplannen ex. Art. 14 Nbwet. De mate van concreetheid is daarbij van belang.


17

De Oostvaardersplassen vormen een afgesloten eenheid en bovendien bevindt zich om het gebied een bufferzone van ongeveer 750 m. Er is dus geen enkel contact met runderen van omliggende veehouderijbedrijven. Wanneer dit vergeleken wordt met de eisen die aan landbouwbedrijven gesteld worden, te weten geen contact tussen IBR-vrije en niet IBR-vrije dieren (minimale afstand 3 m) en uitsluitend afvoer naar het slachthuis voor niet IBR-vrije dieren, dan zijn de risico's voor besmetting vanuit het natuurgebied duidelijk kleiner dan de kennelijk geaccepteerde risico's van besmetting tussen bedrijven onderling.

Het afzien van vaccinatieplicht tegen IBR levert dus geen risico's op voor landbouw-bedrijven. Het uitroeien van IBR is overigens een bedrijfseconomische maatregel.


18
Voor de in het Programma Beheer genoemde categorieën (landschapselementen, winter-gastenbeheer, weidevogelbeheer (niet-kritische soorten) en bufferbeheer) wordt nagegaan of belangstelling bestaat voor eigendomsoverdracht, onder de condities van het beleid inzake particulier beheer, voor ca. 10.000 hectare. Voor overige gronden is het niet de afspraak dat wat in particulier beheer kan ook in particulier eigendom moet kunnen komen.

19

Indien nieuwe inzichten van landinrichting en grondverwerving hiertoe aanleiding geven is aanpassing van de afspraken in het Basisdocument uiteraard mogelijk. Vooralsnog is er geen aanleiding om hier de komende jaren van af te wijken. Wel is er uiteraard sprake van schommelingen in het jaarlijks aantal daadwerkelijk doorgeleverde hectaren en heeft de Dienst Landelijk Gebied ook bij de voor Staatsbosbeheer bestemde aankopen te maken met stijgende grondprijzen. De regering heeft inmiddels, daartoe uitgenodigd in de motie De Graaf, extra middelen gereserveerd voor grondaankopen.

Wat betreft het aantal door te leveren hectaren krijgt DLG in de prestatie-overeenkomst DLG-Rijk jaarlijks opdracht tot verwerving. Bovendien vindt registratie plaats van de daad-werkelijke doorlevering.

In het verleden heeft de overdracht een stagnatie te zien gegeven. Met DLG is afgesproken dat gronden versneld doorgeleverd worden.


20

In maart 2000 hebben de Staatssecretaris van LNV en de Staatssecretaris van V&W een raamovereenkomst getekend betreffende Veiligheid en ICES natte natuur(ontwikkeling). Uw Kamer is over de overeenkomst geïnformeerd bij brief van de Staatssecretaris van LNV en de Staatssecretaris van V&W d.d. 08-10-1999 (Kamerstuk 25017 nr. 25). Deze overeenkomst voorziet onder andere in de procedure omtrent de verwerving en inrichting van gronden in het kader van veiligheid en natte natuurontwikkeling en de financiering daarvan. Voorzover deze gronden volgens de eerstgegadigdenkaart in de invloedssfeer van Staatsbosbeheer liggen, worden deze overgedragen aan Staatsbosbeheer.


21

Kavelruil wordt in relatie tot de Herijking Landinrichting gezien als de eenvoudigste module van landinrichting. Evaluatie van de huidige regeling kavelruil heeft uitgewezen dat kavelruil een effectief en goedkoop middel is om beleidsdoelstellingen te bereiken.

De toepassing van kavelruil wordt dan ook in de toekomst voortgezet. Ook voor gronden in eigendom of bezit van Staatsbosbeheer kan kavelruil worden ingezet. Gezien de brede mogelijkheden van het instrument acht ik een verdere bevordering in dit kader niet noodzakelijk.


22

Vervreemding in het kader van de 10.000 ha heeft nog slechts incidenteel plaatsgevonden. Voordat structureel kan worden overgegaan tot vervreemding dient duidelijkheid te bestaan omtrent de toekomstige toedeling in landinrichtingsprojecten van vergelijkbare objecten. Een aanpassing van de nota Eigendom, Beheer en Overdrachten (EBO-nota) is hiervoor noodzakelijk. Binnenkort wordt een begin gemaakt met de herziening van deze nota.

Bij particulieren blijkt overigens op dit moment beperkte belangstelling te bestaan voor overdracht van dergelijke gronden.


23

Er is geen verwijzing naar de regeling Programma Beheer omdat de regelingen met betrek-king tot Staatsbosbeheer niet zijn gebaseerd op Programma Beheer. Het Programma Beheer is juist mede gebaseerd op het sturingssysteem van Staatsbosbeheer, meer in het bijzonder de door SBB gehanteerde normkostensystematiek. Beide systemen gaan uit van de principes van outputsturing. De vergoedingen voor Staatsbosbeheer liggen gemiddeld op een lager niveau dan die van het Programma Beheer. Naast de prestaties in het kader van het doeltypebeheer worden aan Staatsbosbeheer ook aan-vullende prestaties gevraagd. Beide systemen zijn één op één te herleiden tot de basis die wordt gevormd door het Handboek «Natuurdoeltypen in Nederland» (1995).


24

In 2000 zal de staatssecretaris de normkosten voor Staatsbosbeheer vaststellen voor de volgende periode van 5 jaar. Staatsbosbeheer dient zijn voorstel voor de normkosten voor deze periode in, voorzien van een onafhankelijke externe audit. Op dit moment wordt deze onafhankelijk externe audit uitgevoerd door KPMG en Alterra. Conform de afspraken hieromtrent in het aansturingsprotocol vindt eenmaal in de vijf jaar een audit plaats. De normkostenaudit is gericht op twee elementen: bezinning op de vraag of de activiteiten noodzakelijk zijn ter bereiking van het overeengekomen doel en bezinning op de vraag of de prijs voor de overeengekomen activiteiten juist is. In het kader van de offerte 2001 zal de Tweede Kamer hierover worden geïnformeerd.


25

De externe afstemmingsprocedure (1-1-1999) is een interne richtlijn bij Staatsbosbeheer. In deze richtlijn staat een procedure beschreven om de regionale beheersschema's af te stemmen met het provinciale beleid.
Hierbij doe ik u deze richtlijn toekomen.


26

De gegevensbehoefte voor de prestatieverantwoording aan de Minister van LNV over het gevoerde recreatiebeheer komt neer op het aangeven van:

de mate van toegankelijkheid van de SBB-terreinen voor recreanten;

aantallen bezoekers: hiermee wordt duidelijk hoe het bezoek zich verhoudt tot de door SBB te leveren capaciteit per hectare per doeltype;

categorieën gebruikers: hiermee kan een koppeling worden gelegd met de beoogde doelgroepen en de aard van het recreatief gebruik;

kwaliteit: wat vinden bezoekers belangrijk met betrekking tot kwaliteit en hoe scoren de terreinen daarop?

Er is een monitoringsysteem waarmee de vragen voor de punten 1, 3 en 4 goeddeels beantwoord kunnen worden. Een voorstel voor de monitoring van het aantal bezoekers ligt bij mijn ministerie ter beoordeling.

De systematiek van aansturing van de landschapsdoelen bij Staatsbosbeheer is nog in ontwikkeling. De wijze waarop beheersresultaten bijgehouden worden, wordt daar vervolgens weer op gebaseerd. In afwachting van de definitieve aansturingssystematiek wordt thans geïnventariseerd welke gegevens gewenst zijn.

Wel zal SBB voor het volgen van de gerealiseerde landschapskwaliteit - indien passend of passend te maken - zo veel mogelijk aansluiten bij reeds bestaande of in ontwikkeling zijnde meetsystemen. Zo wordt momenteel bekeken welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot het bij Alterra en het Expertisecentrum LNV (voorheen IKC-N) in ontwikke-ling zijnde Meetnet Landschap .


27

Bij de begroting voor 2000 is u de prestatieverantwoording over 1998 (het eerste jaar na de verzelfstandiging) toegezonden. Hieruit blijkt dat voor 86% van het onderzochte areaal
(5% van de totale oppervlakte) de doelen zijn gehaald. Met de begroting 2001 zal de prestatieverantwoording over 1999 worden toegestuurd.

De gegevens die voorhanden zijn, zijn in overeenstemming met de trend die bijvoorbeeld wordt geconstateerd door het Natuurplanbureau.

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

G.H. Faber

Bijlage is niet elektronisch beschikbaar

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie