Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoorden: sluiting Sellafield als opwerkingsinstallatie

Datum nieuwsfeit: 11-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over sluiting van sellafield als opwerkingsinstallatie
Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 14:35


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


11 mei 2000

Hierbij zend ik U mede namens de Ministers van Economische Zaken, van Verkeer en Waterstaat en van Buitenlandse Zaken de antwoorden op de vragen gesteld door het lid Feenstra, welke U bij brief van 30 maart
2000 onder nummer 2990009150 aan mij toezond.
de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 1a


2513 AA 's-Gravenhage


2990009150


30 maart 2000

DGM/SVS/2000051193

Vragen van het Kamerlid Feenstra


1

Directoraat-Generaal Milieubeheer

Directie Stoffen, Veiligheid, Straling

Afd. Straling, Nucleaire en Bioveiligheid


33312/DV

Rijnstraat 8


2515 XP Den Haag

Interne postcode 655

Tel : 3394988

Fax: 3391314

Antwoorden op de kamervragen van het Tweede Kamerlid Feenstra d.d. 30 maart 2000 met kenmerk 2990009150 over sluiting van Sellafield als opwerkingsinstallatie.

Antwoord 1

Ja. Ik heb tevens kennis genomen van uitspraken van de Britse minister van Energie (Helen Liddell) tijdens een vergadering van de Britse parlementaire commissie voor Trade and Industry op 3 april jl. waarin deze pers-berichten worden tegengesproken en gesteld wordt dat de Engelse positie met betrekking tot BNFL en opwerking tot op dat moment ongewijzigd is gebleven. In een gesprek met mijn collega Michael Meacher op 15 april jl. heeft deze dit bevestigd.

Antwoord 2

De berichten omtrent opschorting van toestemming tot invoer van MOX-leveranties zijn mij bekend. Deze opwerkingscontracten betreffen overigens private overeenkomsten tussen exploitanten van kerncentrales en BNFL. Met betrekking tot de Nederlandse opwerkingscontracten alsmede de bestuurlijke en juridische mogelijkheden van beleidswijziging verwijs ik U naar hetgeen daarover vermeld is in de notitie «Nut en noodzaak», aangeboden aan de Tweede Kamer bij brief van 25 juni 1997 van de Minister van EZ (TK 1996-1997, 25 422, nr. 1). Daarin werd geconcludeerd dat het onder de huidige wet-en regelgeving ontbreekt aan middelen om partijen te dwingen de huidige praktijk van opwerking te beëindigen. Zoals in het Algemeen Overleg van 19 januari
2000 (verslag: TK 1999-2000, 25 422, nr. 9 ) door de Minister van EZ is meegedeeld zou met de beëindiging van de opwerkingscontracten in totaal een bedrag van 425 - 625 Mfl gemoeid zijn.
Antwoord 3

De bezwaren zijn formeel gezien niet gebaseerd op schending van het OSPAR verdrag. In het kader van dat verdrag is in juli 1998 met betrekking tot radioactieve stoffen besloten vervuiling van het maritieme gebied te voorkomen door middel van een progressieve en substantiële reductie van de lozingen. Het uiteindelijk doel is te komen tot concentraties in het milieu die dicht liggen bij het achtergrondniveau voor wat betreft natuurlijk voorkomende radioactieve stoffen en dicht bij nul voor wat betreft kunstmatige radioactieve stoffen. Ierland en Denemarken hebben aangegeven tijdens het vooroverleg van de 'Heads of Delegation' (16 _ 18 mei 2000) voor de jaarlijkse vergadering van de OSPAR Commissie, die in juni 2000 in Denemarken zal plaatsvinden, met een voorstel te komen om opwerkingsactiviteiten in het OSPAR conventie gebied met onmiddellijke ingang stop te zetten. Of dit voorstel ook zal

worden ingebracht tijdens de OSPAR Commissie vergadering is op dit moment niet bekend.

Ik acht het thans nog prematuur om een definitief oordeel te geven over de Deense en Ierse bezwaren.

Tenslotte wijs ik op het overleg met de Tweede Kamer (laatstelijk tijdens het Algemeen Overleg van 19 januari 2000 als genoemd in antwoord 1) met betrekking tot de opwerking en de daarbij door de regering getrokken conclusie dat er geen zwaarwegende en dringende redenen zijn om het huidige beleid van de E-sector, dat uitgaat van opwerking, te doen wijzigen.

Antwoord 4

Voor een antwoord op deze vraag verwijs ik tevens naar hetgeen ik bij brief van 31 maart 2000 aan de Vaste Commissie voor Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daaromtrent heb bericht. Daarin heb ik onder meer meegedeeld dat ik aan mijn Britse collega heb gevraagd mij te berichten in hoeverre het verantwoord is om in de gegeven omstandigheden gebruikte splijtstof voor opwerking naar Sellafield te verzenden. Mijn collega Michael Meacher heeft mij mondeling bericht dat de Britse regering verzending van gebruikte splijtstof voor verwerking in Sellafield verantwoord acht. Nadere schriftelijke bevestiging is mij in het vooruitzicht gesteld. Hervatting van transporten is naar mijn mening alleen mogelijk indien deze op verantwoorde wijze in Sellafield in ontvangst en opslag genomen kunnen worden.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie