Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag PvdA Vierde deel Belastingplan 2000

Datum nieuwsfeit: 11-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 11 mei 2000

Verslag Partij van de Arbeid Vierde deel Belastingplan 2000 (27 030)


 

Woordvoerder: Arie Kuijper

 

De leden van de Partij van de Arbeid hebben met belangstelling kennis genomen van bovenvermeld wetsvoorstel. Zij staan positief tegenover de uitbreiding van het begrip "landgoed" met het begrip "natuurterreinen". Kan het begrip "natuurterreinen" - dat nader zal worden omschreven in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 - zo spoedig mogelijk nader worden gedefinieerd, vragen deze leden.

De voorgestelde maatregelen zijn gericht op voorkoming van oneigenlijk gebruik. Kan de omvang van dit oneigenlijk gebruik worden aangegeven, zo vragen deze leden.

Is het juist zo vragen deze leden dat de voorstellen niet alleen leiden tot een verruiming van de fiscale faciliteiten ten behoeve van de Natuurschoonwet maar tevens bijdragen aan een vergroting van de ruimte van de mogelijkheden tot oneigenlijk gebruik. Deelt de staatssecretaris de conclusie van Van Mens & Wisselink in hun brief van 4 april 2000, dat de voorgestelde wijzigingen niet nodig zijn omdat zij met fraus legis te bestrijden zijn.

Wat denkt de regering van het idee een club deskundigen, w.o. uitdrukkelijk praktijkdeskundigen die met de uitvoering van de huidige wet zijn belast, de effecten (misbruik etc.) van de huidige wet en mogelijke alternatieve oplossingen daarvoor nader uit te werken?

De voorgestelde wijziging van de Natuurschoonwet beoogt bij te dragen aan de verwezenlijking van het natuurbeleid. Centraal in het natuurbeleid staat natuurlijk de Ecologische Hoofdstructuur (verder: EHS). Deze leden vragen de Regering te reageren op de recente fiscale voorstellen ontwikkelt door KPMG op verzoek van de Vereniging Natuurmonumenten ter bevordering van de totstandbrenging van de Ecologische Hoofdstructuur. Het gaat deze leden daarbij om de volgende drie opties. Ten eerste een tijdelijke vrijstellingsfaciliteit voor winst voorzover deze rechtstreeks het gevolg is van grondverkoop ten behoeve van de EHS. Ten tweede een verruiming van de landbouwvrijstelling door de definitie van het begrip landbouwbedrijf uit te breiden met natuurbeheer. Ten derde een aanpassing van het Besluit inzake agrarische bedrijfsverplaatsing zodanig dat het geldt voor de toepassing van de herinvesteringsreserve en de ruilgedachte ter zake van alle agrarische bedrijfsverplaatsingen die plaatsvinden in het kader van de tot stand koming van de EHS. Is de regering bereid op deze voorstellen te reageren dan wel de Tweede werkgroep "Vergroening" te vragen deze voorstellen bij hun adviezen te betrekken?

Wat is de reactie van de staatssecretaris op het voorstel van de Federatie Particulier Grondbezit om de bloot-eigenaar in de Natuurschoonwet als eigenaar in de zin der wet te beschouwen, om het risico van versnippering van historische landgoederen - waarbij het beheer is "rond te krijgen" door onderdelen in erfpacht of vruchtgebruik uit te geven - te voorkomen.

De Stuurgroep particuliere natuurschoonwetlandgoederen heeft voorgesteld om de bezitseis niet van toepassing te laten zijn op:

a. verkopen van een deel van een verdeelde boedel aan de overige eigenaren van de boedel, en

b. verkopen van certificaten aan medeaandeelhouders van een Natuurschoonwet-BV.

Wel acht de Federatie het in deze gevallen redelijk dat de claim tot navordering welke de belastingdienst bezit ten opzichte van de vervreemder, overgaat op de verwerver.

Wat is de reactie van de staatssecretaris hierop, zo vragen deze leden.

De bezitstermijn is naast de instandhoudingstermijn gesteld op 25 jaar. Wordt bij een kortere bezitstermijn dan 25 jaar - bijvoorbeeld 10 jaar - het oneigenlijk gebruik ook niet uitgesloten, zo vragen deze leden.

Doordat de opstallen van kleine percelen een rijksmonument moeten zijn, komen deze percelen slechts voor rangschikking in aanmerking indien de opstallen buiten het verzoek worden gehouden. De fiscale faciliteiten zijn in dat geval uitsluitend van toepassing op de omringende grond, waarvan de waarde vele malen lager zal zijn dan de opstal. De (fiscale) voordelen van de kwalificatie als landgoed zullen dan veelal niet opwegen tegen de nadelen van de vele voorwaarden die hieraan worden verbonden volgens Van Mens & Wisselink. Zij verwachten dat de eigenaar van een dergelijk perceel niet om rangschikking zal verzoeken en op zoek zal gaan naar een andere bestemming van het perceel dat meer rendement oplevert, zoals bijvoorbeeld huizenbouw. Kan de staatssecretaris hierop een reactie geven, zo vragen de leden van de PvdA. Waarom is afgestapt van de eis van minimum oppervlakte (voorontwerp)? Wordt met het begrip rijksmonument gedoeld op artikel 6 Monumentenwet 1988? Is overwogen om in plaats van rijksmonument een pand te benoemen als monumentaal- of karakteristiek pand? Zijn percelen ook voor rangschikking uitgesloten als er slechts een schuurtje op staat?

Bij de rangschikking van kleinere percelen wordt gekeken naar de samenhang met één aangrenzende onroerende zaak. Als deze laatste de status verliest wordt de kleinere onroerende zaak automatisch meegetrokken. Is overwogen dat risico te verkleinen door de samenhang met meerdere aangrenzende landgoederen (zo die er zijn) bij de statusverlening te betrekken?

Is het effect wenselijk, zo vragen de leden van de PvdA, dat de wijziging van het regime van gezamenlijk rangschikken tot gevolg heeft dat aandeelhouders van zogenaamde NSW-BV's, (fiscaaltransparante vennootschappen die voor tenminste 70% bestaan uit onder de NSW gerangschikte landgoederen) niet langer de fiscale faciliteiten van de NSW-rangschikking zullen genieten en de NSW-BV's vervallen tot gewone BV's.

Tot welke datum werkt de uitzondering met betrekking tot het schenkingsrecht terug. Is dit het moment waarop het algemene Belastingplan 2000 bij de Tweede Kamer is ingediend t.w. oktober 1999 of het moment waarop dit voorliggende wetsvoorstel aan de Tweede Kamer is aangeboden t.w. 28 februari 2000. De leden van de PvdA vragen hierop een reactie van de staatssecretaris.

In de overgangswet is geen bepaling opgenomen die ziet op de afhandeling van verzoeken die zijn binnengekomen voor de inwerkingtreding van deze wet en op dat tijdstip nog niet zijn afgehandeld. Welk regime gaat voor deze verzoeken gelden, zo vragen deze leden.

Een eigenaar van een onroerende zaak waaruit het landgoed is samengesteld kan een verzoek indienen om zijn onroerende zaak afzonderlijk als landgoed aan te merken volgens de bepalingen van het nieuwe regime. Dit verzoek moet worden gedaan voor 1 januari 2001. Indien het verzoek niet wordt gehonoreerd blijft de gezamenlijke rangschikking gehandhaafd tot uiterlijk 1 januari 2001.

Is deze overgangsperiode niet wat kort nu dit wetsvoorstel niet eind vorig jaar is behandeld maar pas halverwege het jaar 2000.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie