Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV inzet Nederland bij conferentie biodiversiteit

Datum nieuwsfeit: 11-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV inzet nederland bij conferentie biodiversit eit

Gemaakt: 16-5-2000 tijd: 13:59


4

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


11 mei 2000

Van 15-26 mei 2000 zal te Nairobi, Kenia, de 6e Conferentie van Partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit plaatsvinden (CvP-5 ). Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister voor
Ontwikke-lingssamenwerking vat ik met voorliggend schrijven de belangrijkste agendapunten van deze conferentie samen en geef ik aan wat de Nederlandse inzet zal zijn in de onderhande-lingen. Ik zal u na CvP-5 verslag doen van de bereikte resultaten, waarbij ik tevens zal ingaan op de wijze waarop deze zullen doorwerken in het Nederlandse beleid.

De afgelopen vier conferenties (in november 1994, november 1995, november 1996 en mei 1998) stonden vooral in het teken van het maken van afspraken over de wijze van inter-nationale samenwerking en het opstellen van thematische werkprogramma's. Nederland zal benadrukken dat de uitvoering hiervan vooral gestalte moet krijgen op nationaal niveau. Nederland zal ontwikkelingslanden hierin blijven bijstaan, conform het vigerende beleid.

Met CvP-5 zal deze reeks worden voltooid met enkele aanvullende programma's. De lopende programma's leiden steeds meer tot concrete producten waarvan een aantal tijdens CvP-5 kan worden bekrachtigd. CvP-5 zal tenslotte besluiten nemen over de opstelling van een strategisch plan voor het Verdrag.

De agenda voor CvP-5 is bijgevoegd in bijlage 1. Inmiddels zijn in de Milieuraad afspraken gemaakt over de hoofdlijnen ten aanzien van de gezamenlijke inzet vanuit de EU, waaraan ook door Nederland actief is bijgedragen. Over de resultaten van de Milieuraad zult u separaat nader worden geïnformeerd.

De hiervoor genoemde hoofdaccenten van CvP-5 leiden voor Nederland tot de navolgende prioriteiten, die aansluiten bij de EU-standpuntbepaling ten aanzien van biodiversiteit:

a) voortgang uitvoering thematische werkprogramma's

Door de brede werkingssfeer van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit is inmiddels een breed scala aan activiteiten in gang gezet, gericht op het bevorderen van de uitvoering van de verplichtingen. Onder het Verdrag zijn onder andere internationale werkprogram-ma's vastgesteld en in uitvoering genomen, gericht op de biodiversiteit van zee en kust, zoete wateren, bossen en landbouwgebieden, op de rol van inheemse volken en op de ontwikkeling van indicatoren. Omdat de Conferenties van Partijen één keer per twee jaar plaatsvinden wordt steeds stilgestaan bij de voortgang van de uitvoering van alle vast-gestelde werkprogramma's. Tijdens CvP-5 zullen daar werkprogramma's aan worden toegevoegd voor (semi-)aride gebieden, duurzaam gebruik en toegang tot genetische bronnen.

Nederland zal opnieuw pleiten voor praktische samenwerking tussen het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en andere relevante verdragen en instellingen bij de uitvoering van de werkprogramma's. Er is veel belangstelling bij deze fora om bij te dragen aan de uitvoering van het Verdrag. De filosofie moet dan ook zijn: eerst kijken waar de ervaring en expertise van anderen kan worden benut, dan samenwerking gaan opzetten en coördi-neren en pas op de laatste plaats zaken zelf gaan uitwerken.

Schoolvoorbeeld voor Nederland is de samenwerking met het Ramsar Verdrag inzake Wetlands bij het werkprogramma zoet water. Ook het programma voor zee en kust wordt vanuit deze filosofie van samenwerking uitgevoerd. Wel pleit Nederland voor verdere contacten met regionale fora, zoals het OSPAR-Verdrag voor het Noordatlantische gebied.

Tijdens CvP-4 (Slowakije, 1998) is een werkprogramma voor bossen vastgesteld, gericht op een analyse van de betekenis van biodiversiteit van bossen en voorstellen voor duurzaam gebruik. De uitvoering van dit programma blijft ernstig achterop. Nederland zal aan-dringen op extra activiteiten, zoals samenwerking met de FAO en de instelling van een ad hoc technische groep over bossen onder het Wetenschappelijk Hulporgaan van het Verdrag.

Van de overige lopende programma's geeft Nederland prioriteit aan het werkprogramma voor graadmeters. De bereikte consensus over methodologie van monitoring is mooi, maar Nederland acht het cruciaal afspraken te maken over een internationaal afgestemde set van graadmeters voor biodiversiteit. Zonder graadmeters kan immers nauwelijks het effect van beleid en maatregelen worden vastgesteld.

Nederland heeft actief bijgedragen aan het concept-programma agrobiodiversiteit door het faciliteren van de twee workshops bij de FAO in Rome. Het concept-programma ziet er goed uit, maar er is meer aandacht nodig voor de wisselwerking tussen landbouw en natuur. Ook zal Nederland pleiten voor uitbreiding van de samenwerking tussen het Biodiversteitsverdrag en de FAO met in ieder geval UNEP, IUCN-The World Conservation Union en de Wereldbank.

Ook in Nederland wordt een programma agrobiodiversiteit opgesteld. Met name de dialoog met boeren over wat zij onder agrobiodiversiteit verstaan en wat zij er aan willen gaan doen, blijkt zeer inspirerend. Nederland zal de resultaten van deze dialoog beschikbaar stellen ten behoeve van het mondiale werkprogramma.

Bij het nieuwe programma (semi-)aride gebieden hecht Nederland aan vergaande samenwerking met het Woestijnverdrag. Het programma voor duurzaam gebruik moet vooral leiden tot praktische handvatten, zoals door de OESO uitgewerkt (onder andere «economic incentives for biodiversity»). Verder liggen er goede mogelijkheden biodiver-siteit te integreren in de richtlijnen voor duurzaam toerisme, zoals die worden ontwikkeld bij de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling.

Bij het programma over de toegang tot genetische bronnen legt Nederland prioriteit bij de afronding in 2000 van de onderhandelingen over de herziening van de zogenaamde International Undertaking on Plant Genetic Resources. Hiermee worden concrete afspraken gemaakt over genetische bronnen in de landbouw. Nederland wil deze herziening vorm-geven als protocol bij het Biodiversiteitsverdrag. Over de status van het beoogde eind-product is er in de EU nog geen consensus. Onder druk van Nederland is afgesproken dat de Raad zich daar zo spoedig mogelijk over buigt.

b) belangrijke producten te bekrachtigen tijdens CvP-5

Het belangrijkste product dat voorligt tijdens CvP-5 is het Biosafety Protocol, dat met succes is vastgesteld tijdens de Buitengewone Conferentie van Partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, 24-28 januari jl. te Montreal. Hierover heeft u uitvoerige informatie ontvangen met de brief van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 maart jl. (TK 1999-2000, 26800 XI, nr. 60). Minister Pronk zal tijdens het High Level Segment op 24 mei a.s. voor Nederland het Biosafety Protocol ondertekenen, hetgeen tevens het startpunt vormt voor de Nederlandse ratificatie-procedure. Tijdens het High Level Segment zal hij het belang onderstrepen van een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van het Biosafety Protocol. De aanpalende Ministerbijeenkomst die door de Regering van Kenia wordt georganiseerd staat in het teken van het uitwisselen van ervaring van landen met biotechnologie en de noodzaak tot institutionele versterking in ontwikkelingslanden. Ik zal hier een uiteenzetting geven van het Nederlandse beleid inzake biotechnologie.

Belangrijk product dat tijdens CvP-5 kan worden bekrachtigd is verder de set van leidinggevende principes voor de toepassing van de ecosysteembenadering. Nederland heeft hier financieel en inhoudelijk intensief aan bijgedragen. Voor het eerst zal er dan op mondiaal niveau een definitie en uitwerking liggen van dit belangrijke, veel gehanteerde begrip. De uitwerking geeft aan de hand van 12 principes de strategie voor geïntegreerd beheer van land, water en natuurlijke bronnen. Het betreft principes gericht op:

het feit dat de maatschappij als geheel de doelen bepaalt voor en betrokken wordt bij het beheer van ecosystemen, soorten en genetische variëteiten;

de noodzaak van goede beleidskaders, zoals samenwerking tussen centrale en lokale overheden en het stellen van normen voor de juiste balans tussen behoud en gebruik van biodiversiteit;

het gebruikmaken van de lessen en ervaringen vanuit de ecologie, onder andere over de samenhang tussen ecologische systemen, het belang van goed functionerende ecologische processen en het rekening houden met naijleffecten van menselijk handelen en

het omgaan met dynamische processen zowel in de natuur als in de maatschappij.

Nederland zal zich blijven inzetten voor de doorwerking van de ecosysteembenadering op internationaal en nationaal niveau.

c) afspraken over de wijze van samenwerking

Medio 1999 heeft een intersessionele bijeenkomst plaatsgevonden, waar kritisch gekeken is naar de institutionele opzet van de internationale samenwerking onder het Verdrag. Geconstateerd werd dat er veel thematische werkprogramma's zijn (zee en kust, bossen, agrobiodiversiteit, inheemse volken, etc.). Er zijn tal van bijeenkomsten om die program-ma's verder uit te werken en uit te voeren. Het gehele bouwwerk is omvangrijk en vrij complex geworden. Tijdens de intersessionele bijeenkomst zijn goede voorstellen gedaan om dit alles te stroomlijnen, onder andere betere notificaties en verscherping van het mandaat van bijeenkomsten en groepen, zoals het Wetenschappelijk Hulporgaan van het Verdrag, dat jaarlijks bijeenkomt.

Sommige ontwikkelingslanden stellen voor alle thematische bijeenkomsten te vervangen door bijeenkomsten van een nieuw in te stellen Verdragsorgaan. De Westerse, en Midden- en Oosteuropese landen vinden dat het bij elkaar vegen van specifieke, thematische bijeenkomsten onrecht doet aan de brede werkingssfeer van het Verdrag. Zij stellen voor de effectiviteit van bestaande structuren verder te verbeteren en een Strategisch Plan voor het Verdrag op te stellen (zie hierna).

CvP-5 zal zich duidelijk moeten uitspreken over de voorstellen die op tafel liggen. Nederland speelt samen met het Verenigd Koninkrijk vanuit de EU een toonaangevende rol in deze discussie en hecht sterk aan verbetering van de effectiviteit van bestaande structuren.

d) Strategisch Plan voor het Verdrag en regionale bijeenkomsten

Nederland heeft voorgesteld om tot een Strategisch Plan te komen voor het Verdrag, om zo de effectiviteit en transparantie van de bestaande structuren te vergroten en de samen-hang te versterken tussen de thematische werkprogramma's. Een Strategisch Plan is ook hét instrument voor externe communicatie. Doel moet zijn dit Plan tijdens CvP-6 te bespreken en vast te stellen. Nederland is bereid actief te blijven bijdragen aan de ontwikkeling van het Strategisch Plan.

Ook is Nederland ervan overtuigd dat er goede mogelijkheden liggen voor het versterken van de internationale samenwerking op het vlak van biodiversiteit op regionaal niveau.

Zo heeft op initiatief van Nederland van 2o-23 maart jl. in Riga, Letland, de Pan-Europese Conferentie Biodiversiteit in Europa plaatsgevonden. Ik heb tijdens deze conferentie aangegeven dat er goede mogelijkheden liggen de samenwerking op het vlak van biodiversiteit in Europa te versterken en te stroomlijnen. De Riga-Conferentie toonde daarbij aan dat bij tal van agendapunten er een duidelijk Europees perspectief bestaat, bijvoorbeeld waar het de aandacht voor natuur in relatie tot landbouw betreft binnen het te ontwikkelen werkprogramma agrobiodiversiteit. Nederland zal erop toezien dat de resultaten van Riga ook in Nairobi voor het voetlicht worden gebracht.

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

G.H. Faber

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie