Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW met onderhandelaarsakkoord CAO onderwijs

Datum nieuwsfeit: 12-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW onderhandelaarsakkoord cao onderwijs
Gemaakt: 16-5-2000 tijd: 14:8


16

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


12 mei 2000 2000

Bijgaand doe ik u het onderhandelaarsakkoord over de nieuwe CAO voor de sectoren PO, VO en BVE toekomen waarover heden met de centrales overeenstemming is bereikt. Met dit onderhandelaarsakkoord zijn de door centrales aangekondigde acties in het onderwijs voorkomen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

(drs. L.M.L.H.A. Hermans)

ONDERHANDELAARSAKKOORD

CAO sector onderwijs (PO, VO, BVE) 2000-2002

De ACOP, de CCOOP, het AC en de CMHF enerzijds en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mede namens de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij anderzijds, verder te noemen 'partijen' maken de volgende afspraken op hoofdlijnen over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.

Over de uitwerking vindt nader overleg plaats.

Looptijd

De afspraken hebben betrekking op de periode 1-3-2000 tot 1-3-2002

Reikwijdte

De afspraken hebben betrekking op het primair onderwijs (po), het voortgezet onderwijs (vo), het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (bve).

Voor het primair onderwijs is een aantal specifieke afspraken gemaakt (zie paragraaf 14).

De loonontwikkeling

Per 1 maart 2000 worden de salarissen verhoogd met 3,25%.

In december 2000 wordt een eenmalige eindejaarsuitkering verstrekt van
0,8%.

Per 1 maart 2001 worden de salarissen verhoogd met 2,75%.

In december 2001 wordt een eenmalige eindejaarsuitkering verstrekt van
0,8%.

Indien in september 2001 de door het Centraal Planbureau in de Macro Economische Verkenning 2002 In de berekening van de gemiddelde contractloonontwikkeling in de marktsector over het jaar 2001 worden door het Centraal Planbureau de gegevens van de Arbeidsinspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid meegenomen. voor de marktsector berekende gemiddelde contractloonontwikkeling voor het jaar 2001 afwijkt van 2,75%, wordt het verschil verrekend in de vorm van een structurele eindejaarsuitkering .

De bovenstaande salarisverhogingen en eindejaarsuitkeringen werken conform de daarvoor geldende systematiek op dezelfde wijze als afgesproken in de cao 1999-2000 door in de pensioenen en uitkeringen. Eindejaarsuitkeringen maken in het OOW-regime onderdeel uit van het dagloon. Om dubbele aanspraken te voorkomen is het niet nodig om de eindejaarsuitkering door te laten werken voor WW-betrokkenen. Een structurele eindejaarsuitkering ten gevolge van de in deze CAO afgesproken aanpassing van de ziektekostenregeling (zie paragraaf 8) werkt niet door in het BWOO.

Onderwijsondersteunend personeel

Partijen komen een zodanige aanpassing van het Rpbo overeen dat de structurele eindejaarsuitkering OOP in het po met ingang van 1 januari
2001 onderdeel uitmaakt van de pensioengrondslag.
Voorts komen partijen overeen dat het resterende wachtjaar in de schalen 1 tot en met 4 komt te vervallen.

Partijen komen tevens overeen dat de structurele eindejaarsuitkering OOP in het po bij een volledige betrekking met ingang vanaf 1 januari
2001 voor de maximumschalen 1 tot en met 8 wordt verhoogd. Daarmee bedraagt de structurele eindejaarsuitkering voor de schalen 1 tot en met 5 een bedrag van fl.1200,- (was fl.1101,-) en voor de schalen 6 tot en met 8 een bedrag van fl.1101,- (was fl.1002,-).
Ten behoeve van het treffen van deze maatregelen in de decentrale cao's vo en bve wordt de bekostiging voor de instellingen in die sectoren overeenkomstig bijgesteld.

Herstructurering loon- en functiegebouw

Om de wervingspositie van het onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren zijn de beginsalarissen van leraren in de afgelopen jaren verhoogd, waardoor deze op dit moment kunnen concurreren met die van beginnende werknemers met een hbo- of wo-opleiding in andere sectoren. Onderwijs moet als werkgever echter niet alleen aantrekkelijk zijn voor starters op de arbeidsmarkt, maar ook voor mensen die in het onderwijs werken en voor herintreders of zij-instromers.

Om de aantrekkelijkheid van het onderwijs als werkgever te vergroten en ter behoud van het zittend personeel, zijn in de vorige cao afspraken gemaakt over het schrappen van de periodiekenstop en het invoeren van integraal personeelsbeleid in het onderwijs.

De resterende knelpunten in het loon- en functiegebouw binnen het onderwijs worden gevormd door de lengte van de carrièrepatronen, de geringe hoogte van een aantal periodiekstappen in de carrièrepatronen van leraren en het gebrek aan promotiemogelijkheden binnen de kernfunctie van leraar.

Partijen komen in dat licht overeen de onderstaande vervolgstappen te zetten bij de modernisering van de arbeidsvoorwaarden, ten behoeve van het aantrekkelijker maken van het onderwijs als werkgever voor zittend en nieuw personeel, een verdere verbetering van de wervingspositie van het onderwijs en een vergroting van de mogelijkheden voor modernisering van de organisatie van het primaire onderwijsproces op instellingsniveau.

Functiedifferentiatie

Partijen erkennen dat de kwaliteit van het onderwijs, de onderwijsorganisatie en daarbinnen het primaire proces gebaat zijn bij een adequate toedeling van taken aan functies en personeel, gebaseerd op schoolspecifieke kenmerken en wensen. In dit licht spreken partijen af een onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheden en gevolgen van een nieuwe ordening van taken en functies in het po. Uitgangspunt daarbij is dat deze mede op onderwijsspecifieke kenmerken gerichte ordening tevens een basis biedt voor de gewenste differentiatie van onderwijsgevende functies op instellingsniveau waarmee een bijdrage wordt geleverd aan een verbetering van de carrièreperspectieven van leraren en andere personeelscategorieën. De eventuele toepasbaarheid van bestaande functiewaarderingssystemen (zoals fuwasys) en de beroepsmogelijkheden bij de toedeling van functies maken eveneens deel uit van het onderzoek. Partijen komen overeen dat de onderzoeksopdracht op korte termijn wordt vastgesteld. Afronding van het onderzoek vindt plaats uiterlijk 1 juni 2001. Na oplevering van het onderzoeksrapport wordt aan de hand van de uitkomsten door partijen open en reëel overleg gestart. De resultaten hiervan worden betrokken bij het volgende CAO-overleg. De vaststelling van de ijk/referentiefuncties binnen de nieuwe rangordening en de vaststelling van de grondslagen voor de ordening vinden plaats in het CAO-overleg. De dan geldende budgettaire kaders vormen de randvoorwaarde voor dit onderzoek en de daaraan te verbinden consequenties.

Met de sociale partners in het vo en bve zal besproken worden of (vooruitlopend op het lopende onderzoek inzake het functiegebouw vo) een functiewaarderingsafspraak ten aanzien van conciërges, mediathecarissen en technisch onderwijsassistenten kan worden overeengekomen.

Aanpassing van het carrièrepatroon

Partijen spreken af het bestaande carrièrepatroon van leraren in de schalen 9 tot en met 12 per 1 maart 2001 als volgt aan te passen:

Inkorting van de carrièrepatronen met maximumschaal 9, 10 en 12 met 1 jaar.

Linearisering van een deel uit de carrièrepatronen van de schalen 9,
10 en 11.

Het resultaat van de door partijen afgesproken aanpassing voor het carrièrepatroon van leraren in de schalen 9 tot en met 12 wordt nader toegelicht in bijlage 1 van deze CAO.

Partijen spreken af om leraren die op 1 maart 2001 bezoldigd worden op of boven het maximumsalaris van de functieschaal van de carrièrepatronen 9 tot en met 12 een eenmalige uitkering te geven van bruto 200 gulden per voltijdbetrekking. Deeltijders ontvangen een uitkering naar rato. Deze uitkering wordt eveneens verstrekt aan de leraren die benoemd zijn in een carrièrepatroon met maximumschaal 11 en die op 1 maart 2001 bezoldigd worden volgens salarisbedrag fl.7478,- . p of bis v


6. Kwaliteitsimpuls arbeidsorganisatie

Het is van groot belang dat het onderwijspersoneel optimaal is toegerust voor de reguliere taken en voor de implementatie van de in het onderwijs doorgevoerde vernieuwingen. Ten behoeve van dit doel wordt aan instellingen een budget toegekend, dat instellingen via concrete maatregelen gedifferentieerd kunnen invullen op een wijze die het beste aansluit bij de instellingsspecifieke omstandigheden en problemen. Het budget moet scholen onder meer mogelijkheden geven voor functiedifferentiatie, voor het creëren van ondersteunende functies en voor gerichte maatregelen om werkdruk te verminderen. Bij de toekenning van de budgetten aan instellingen zullen de bestedingscategorieën waarvoor de budgetten bedoeld zijn, worden aangegeven en zal een regeling voor monitoring worden getroffen.

Voor de sectoren VO en BVE worden over dit budget afspraken gemaakt in de decentrale CAO's. Voor de sector PO heeft het budget het karakter van een budget voor management, ondersteuning en arbeidsmarktbeleid. Voor de verdere uitwerking hiervan wordt verwezen naar paragraaf 14a.

In de budgetten is rekening gehouden met de beschikbaar gestelde extra middelen voor af te sluiten arbo-contracten. Met het Vervangingsfonds wordt nader verkend hoe verzekerd kan worden dat, waar nodig, de beschikbaar gestelde arbo-middelen ook daadwerkelijk voor dit doel worden ingezet.

Individuele keuzemogelijkheden

Werknemers blijken steeds meer behoefte te hebben aan arbeidsvoorwaarden die passen bij hun persoonlijke loopbaan- en levensfase. In dat licht komen partijen overeen om de individuele keuzemogelijkheden van leraren ten aanzien van de lengte van hun arbeidsduur te vergroten. Via flexibilisering van de arbeidsduur van de leraar wordt het mogelijk gemaakt om de wensen van het individu en de organisatie beter op elkaar af te stemmen. De verdere ontwikkeling van flexibilisering en individuele keuzemogelijkheden zal worden geplaatst binnen de context van de ontwikkeling van het personeelsbeleid.

In het kader van het in de vorige cao afgesproken onderzoek naar de taakbelasting van leraren zullen de effecten van de flexibilisering van de arbeidsduur worden meegenomen.

Flexibilisering arbeidsduur

Partijen spreken af dat werknemers de mogelijkheid krijgen om op hun verzoek en in overleg met de werkgever adv-uren in te leveren die gebaseerd zijn op de adv-afspraken, die per 1 augustus 1998 zijn ingegaan. Op deze wijze ontstaat voor werknemers die dat willen de mogelijkheid om meer te werken zonder dat dit leidt tot een aanspraak op verlof. Deze keuze geldt zolang de schoolorganisatie dit toelaat en er geen sprake is van verdringing van zittend personeel en er ook geen bemiddelbare wachtgelders en arbeidsongeschikten beschikbaar zijn.

Modernisering ziektekostenregeling

Partijen zijn de volgende afspraken overeengekomen:

De ZKOO-bedragen worden nominaal gehandhaafd op het niveau van 2000, tot het moment is bereikt dat de vergoeding gelijk is geworden aan 50 procent van de gemiddelde ziektekosten (particuliere verzekeringspremies + wettelijke bijdragen MOOZ en WTZ), zoals berekend door het Centraal Planbureau. De middelen die als gevolg van deze maatregel vrijvallen worden jaarlijks teruggesluisd naar de arbeidsvoorwaardenruimte ten behoeve van een structurele procentuele eindejaarsuitkering met een vloer. Over de verhouding van de procentuele eindejaarsuitkering en de vloer zal nader overleg worden gevoerd met als oogmerk negatieve inkomenseffecten zoveel mogelijk te vermijden.

De inkomenstoeslagen belanghebbenden en de aanvullende toeslag belanghebbenden worden gehandhaafd.

De betaalde ziektekostenpremies komen uitsluitend in aanmerking voor ZVOO-vergoeding voor zover deze niet uitgaan boven de SPP-premie (voor
65-plussers) of de premie voor een verzekering met een dekkingspakket conform de ZFW, zoals benaderd door de CPB-raming van de gemiddelde ziektekostenpremie inclusief wettelijke bijdragen . De ingangsdatum van deze maatregel is 1 januari 2002.

Terugdringing ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

Ziekteverzuim

Partijen zullen de komende jaren de terugdringing van het ziekteverzuim intensief aanpakken. Het streven is om in drie jaar het verzuimgemiddelde met één procentpunt te verlagen. In mei zal er gezamenlijk een deelconvenant reïntegratie worden ondertekend. Hiermee wordt een additionele impuls mogelijk gemaakt voor projecten om werkhervatting van (langdurig) zieken bij de eigen werkgever dan wel een andere werkgever, te bevorderen. Met name een vroegtijdige interventie in geval van ziekmelding leidt in de meeste gevallen tot een aanzienlijke verkorting van de verzuimduur. Daarmee dragen deze verzuimprojecten bij aan het verminderen van de werkdruk in de school.

In het gezamenlijke deelconvenant reïntegratie is een voorlichtingscampagne opgenomen die bekendheid zal geven aan de noodzaak en mogelijkheden van verzuimpreventie, ziekteverzuimbegeleiding en reïntegratie. Deze voorlichting moet het schoolteam er van bewust maken dat de inzet van externe deskundigen en een verhoging van de zelfwerkzaamheid van het schoolteam in geval van ziekteverzuim, een onlosmakelijk onderdeel van het personeelsbeleid betreft.

Met het deelconvenant reïntegratie lopen organisaties van werkgevers en werknemers vooruit op het dit najaar te sluiten arbo-convenant.

Naast de hierboven beschreven maatregelen zullen er, zoals reeds vermeld in paragraaf 6, adequate arbo-contracten afgesloten worden. Ter waarborging hiervan zal het afsluiten van deze contracten via monitoring worden bewaakt.

Partijen komen overeen de reïntegratie van suppletiegerechtigden te intensiveren, gedacht wordt aan een streefcijfer van 10 procent voor het zittende bestand. Voor de nieuwe instroom kan dit hoger zijn. Hierbij zal zorggedragen worden voor een actuele monitoring die afgestemd wordt op de monitoring van reïntegratie van wachtgelders.

Partijen zullen nader overleg voeren over andere mogelijkheden ter beperking van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, dit mede in het licht van de advisering door de ROP over dit onderwerp.

Bevordering arbeidsparticipatie oudere werknemers

BAPO-regeling po

Gezien de vervangingsproblematiek bestaat de behoefte bij schoolbesturen om in incidentele gevallen BAPO-ers te mogen inzetten.

Een versoepeling van de regeling ten aanzien van de opname van het verlof kan hieraan tegemoet komen. Daarnaast kan een beperkte aanpassing in de anti-cumulatieregeling, die de BAPO op dit moment kent, ook een bijdrage hieraan leveren.

De doelstelling van de BAPO-regeling, het aantrekkelijk maken om aan het arbeidsproces te blijven deelnemen door taakverlichting en/of taakvermindering, dient echter door deze aanpassingen niet te worden ondermijnd. Partijen voeren nader overleg over de uitwerking hiervan. Bevorderen deeltijd FPU po, vo, bve

Mede gelet op de arbeidsmarktknelpunten stellen partijen voor het langer doorwerken na de spilleeftijd FPU te bevorderen. Hierbij denken partijen aan het stimuleren van deeltijd-FPU d.m.v. een pensioenreparatie (OP/NP, inclusief werknemersdeel) door de werkgever voor maximaal 1/3 van de betrekkingsomvang. Deze pensioenreparatie is ook mogelijk voor degenen met BAPO-uren als deze uren worden omgezet in deeltijd-FPU.

Gelet op de wens om de effecten te beoordelen gaat het om een tijdelijke regeling voor een periode van vijf jaar.

Partijen zullen samen met werkgevers vo en bve zorgdragen voor een verdere uitwerking.

Opleidings- en ontwikkelingsfonds

Werknemers treden in overleg met werkgevers over het creëren van faciliteiten voor scholing en begeleiding (inclusief loonderving) van die mensen, die in de school worden opgeleid totdat zij een onderwijsbevoegdheid hebben gekregen, zoals LIO's met leerarbeidsovereenkomst, onderwijsassistenten en zij-instromers in het beroep. De organisatie van deze faciliteiten voor het po, vo en bve zal gezamenlijk worden ondergebracht in één fonds voor scholing. De nadere vormgeving van dit fonds zal worden uitgewerkt conform de vergelijkbare fondsen in de marktsector. Werknemers zullen hierover met werkgevers nadere afspraken maken. OCenW zal ten behoeve van het fonds in zowel het jaar 2001 als 2002 een incidentele bijdrage van 20 miljoen gulden verstrekken.

Kinderopvang

Partijen komen overeen om met ingang van 2002 het budget voor de kinderopvang van nul- tot vierjarigen structureel met tien miljoen te verhogen. Daarbij is de afdrachtkorting op grond van de Wet Vermindering Afdracht Loonbelasting (WVA) inbegrepen.

Daarnaast wordt in 2000 een structureel budget van vier miljoen beschikbaar gesteld voor de invoering van buitenschoolse opvang voor vier-tot twaalfjarigen. Daarbij is de afdrachtkorting op grond van de Wet Vermindering Afdracht Loonbelasting (WVA) inbegrepen.

Hiertoe zal een regeling Buitenschoolse Opvang voor onderwijspersoneel worden ingericht, welke geldt voor dezelfde sectoren als waar de Regeling Kinderopvang Onderwijspersoneel op van toepassing is.

Partijen spreken tevens af dat zij de gevolgen van een eventuele landelijke herziening van de ouderbijdrage-systematiek voor Kinderopvang en Buitenschoolse Opvang in de toekomst nader zullen bezien.

OHT

Brutering van de OHT vindt plaats volgens het wettelijk regime. Dit betekent dat de volgende uitgangspunten worden gehanteerd:

Het salaris wordt gebruteerd met 1,9% conform het wettelijk bruteringspercentage;

De brutering is gemaximeerd op fl.1745,- op jaarbasis.

Over de exacte uitwerking van dit voorstel naar de schaalbedragen vindt nader overleg plaats..

Voorstellen die specifiek betrekking hebben op het primair onderwijs


14a. Voorstellen inzake schoolbudget management, ondersteuning en arbeidsmarktbeleid

Met ingang van het schooljaar 2000-2001 wordt aan de instellingen in het basisonderwijs (basisscholen en speciale scholen voor onderwijs), het (voortgezet) speciaal onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs voor lom en mlk een budget management, ondersteuning en arbeidsmarktbeleid toegekend (hierna genoemd het moa-budget).

Met dit budget wordt via een extra investering een belangrijke impuls gegeven aan de versterking en de innovatie van de instelling als arbeidsorganisatie en aan een verdere professionalisering van het management.

Het moa-budget is vrij besteedbaar ten behoeve van de schoolspecifieke omstandigheden en problemen binnen de aandachtsgebieden management, arbeidsmarkt en ondersteuning.

Als leidraad voor de instelling zullen in elk geval in de toelichting op de toekenningssystematiek voorbeelden worden opgenomen van mogelijke bestedingen van het budget. Ook zal in de toelichting en in voorlichting worden gewezen op de mogelijkheid een inzet ten behoeve van (extra) taakrealisatie te benutten om leden van de schoolleiding - op basis van daartoe tussen bevoegd gezag en betrokkene(n) te maken afspraken - in staat te stellen scholing te volgen.

Wat betreft de besteding van het moa-budget op instellingsniveau gelden de volgende aanvullende bepalingen:

dat de verdeling tussen het management en de overige bestemmingen wordt vastgesteld na overleg met de schoolleiding;

dat de middelen uitsluitend besteed zullen kunnen worden aan personeel.

In het kader van de nadere uitwerking van deze afspraken in de SCOW-PO zullen o.a. de volgende punten aan de orde zijn:

de vorm waarin het moa-budget worden toegekend (in geld of fre's);

de toekenningsystematiek: hierbij zal worden aangegeven dat het budget mede bedoeld is om met name kleine scholen in staat te stellen de managementtijd (taakrealisatie of andere vormen van ondersteuning) te verruimen;

maatregelen waardoor voorkomen kan worden dat de middelen niet binnen het schooljaar van toekenning worden ingezet.

De middelen voor het management zijn mede bedoeld om de professionaliteit van het management te verbeteren middels scholing in het kader van integraal personeelsbeleid.


14 b. Beloning van de schoolleiding

Partijen constateren dat, gegeven de ontwikkeling in taken en positie van de schoolleiding, de beloningspositie van de schoolleiding in het basisonderwijs (basisscholen en speciale scholen voor onderwijs) en het (voortgezet) speciaal onderwijs versterkt moet worden.

Met ingang van 1 maart 2001 geldt voor de normfuncties van directeur in de genoemde onderwijssectoren een nieuwe salarisstructuur, waarin:

voor de normfuncties van directeur nieuwe salarisschalen worden vastgesteld;

voor deze nieuwe salarisschalen een aanlooptraject wordt vastgesteld;

de per 1 januari 2000 geldende toelagen voor de normfuncties van directeur van een basisschool worden ingebouwd in de nieuwe salarisschalen;

ten opzichte van de huidige carrièrepatronen voor directeuren een verbetering van het carrièrepatroon wordt gerealiseerd via een linearisering van de periodiekstappen en een verkorting van de salarislijn en een verhoging van het maximumsalaris.

In verband met de invoering van de nieuwe salarisschalen en de verbeteringen in het aanlooptraject naar deze schalen, komt de bepaling inzake de toekenning van een extra periodieke verhoging in het aanlooptraject als bedoeld in artikel I-Q105, tweede lid, van het RPBO, te vervallen.

De inpassing van de zittende directeuren met een normfunctie in de nieuwe salarisstructuur zal plaatsvinden in stappen / fasen die zullen worden vastgesteld in het uitwerkingsoverleg. In dat verband zal ook worden ingegaan op de schalen en de schaalbedragen die in de nieuwe structuur zullen gelden voor de normfuncties directeur in een tweehoofdige schoolleiding (twee normfuncties directeur).

Met ingang van 1 maart 2001 zal ook voor de normfuncties van adjunct-directeur in het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs een nieuwe salarisstructuur worden vastgesteld. Deze structuur zal zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande carrièrepatronen en voor wat betreft de basisscholen met inbegrip van de toelagen schoolleiding worden vastgesteld. In het uitwerkingsoverleg zal deze structuur nader worden uitgewerkt.

Wat betreft de inbouw van de toelage schoolleiding voor de normfunctie van adjunct-directeur van een basisschool met maximumschaal 9, wordt dan uitgegaan van een toelage van f.200,- per maand.

Wat betreft de scholen voor speciaal basisonderwijs en de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs wordt in de nieuwe salarisstructuur uitgegaan van een maandelijkse toelage van f.100,- voor de normfunctie van adjunct-directeur waarvoor nu maximumschaal 10 geldt.

In verband met de nieuwe salarisstructuur komt voorts de met ingang van 1 januari 2000 geldende regeling toelagen schoolleiding basisscholen te vervallen. Bestaande aanspraken op deze toelage worden overgangsrechtelijk gegarandeerd voor:


- 'locatieleiders' voor wie een carrièrepatroon als leraar geldt als bedoeld in hoofdstuk I-R van het RPBO;


- degenen die zijn benoemd in een 'niet-normfunctie directeur';
voor zover voor deze personeelsleden ingevolge de regeling toelagen schoolleiding basisscholen een toelage geldt op de dag voorafgaand aan de invoering van de nieuwe salarisstructuur. De gegarandeerde toelagen worden met ingang van 1 maart 2001 ten laste van het eigen formatiebudget rechtstreeks toegekend door de besturen van de scholen die het betreft. De besturen worden daartoe in staat gesteld door de verhoging van het formatiebudget in verband met de gewijzigde salarisstructuur voor de schoolleiding.

Over de exacte uitwerking van dit voorstel vindt nader overleg plaats. Dit overleg wordt vóór de zomer 2000 afgerond.


14 c. Deregulering en versterking decentraal CAO overleg
Partijen zijn van mening dat de positie van de instellingen bij de totstandkoming van het arbeidsvoorwaardenbeleid in het primair onderwijs (po) versterkt moet worden. Noodzakelijke voorwaarde hiervoor is allereerst een goed functionerend decentraal CAO-overleg po, waarbij de werkgeversorganisaties in het po, vertegenwoordigd in het werkgeversoverleg namens hun leden afspraken kunnen maken die vervolgens rechtstreeks van toepassing zijn op het personeel in dienst van instellingen die statutair gebonden zijn aan de door sociale partners gemaakte cao-afspraken.

Centrales zijn bereid om als proef over een aantal nader te bepalen onderwerpen uit het RPBO het overleg met werkgeversorganisaties aan te gaan.

Uitvoerings- en dereguleringstoets

Alle onderdelen van deze CAO of de uitwerkingen ervan (voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de minister van OCenW) die uitvoeringstechnische consequenties hebben wordt onderworpen aan een uitvoeringstoets. De uitwerking van deze CAO wordt tevens getoetst in het licht van deregulering.

Den Haag, 12 mei 2000

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Drs. L. M. L. H. A. Hermans

Namens de ACOP,

A. A. Rolvink

Namens de CCOOP,

F. H. M. van Rooij

Namens het AC,

A. J. F. Duif

Namens de CMHF,

Mr. H. K. Evers

Bijlage 1 bij punt 5 van de CAO

Aanpassing van de carrièrepatronen leraren sector PO

Het resultaat van de aanpassingen houdt het volgende in:

Maximumschaal 9: De lengte van het patroon wordt met 1 jaar teruggebracht en de linearisering zorgt ervoor dat alle periodiekstappen minimaal fl. 60,-- zijn. In het huidige patroon bevinden zich 9 periodiekstappen die kleiner zijn dan fl. 60,--.

Maximumschaal 10: De lengte van het patroon wordt met 1 jaar teruggebracht en de linearisering zorgt ervoor dat alle periodiekstappen fl. 69,- of groter zijn. In het huidige patroon bevinden zich 4 periodiekstappen die kleiner zijn dan fl. 55,-.

Maximumschaal 11: De lengte van het patroon blijft onveranderd. Afgezien van de laatste stap worden alle periodiekstappen groter of gelijk aan fl. 140,-. In het huidige patroon bevinden zich 2 periodiekstappen die kleiner zijn dan fl. 75,-.

Maximumschaal 12: De lengte van het patroon wordt met 1 jaar teruggebracht. Afgezien van de laatste stap zijn alle periodiekstappen groter dan fl. 185,-. In het huidige patroon bevinden zich 2 periodiekstappen die kleiner zijn dan fl. 105,-.

Inpassing in het nieuwe carrièrepatroon voor de sector PO

De inpassing in de nieuwe carrièrepatronen geschiedt als volgt.

Aan de hand van het carrièrepatroon dat op 28 februari 2001 op de leraar (hoofdstuk I-R van het RPBO) van toepassing is, wordt een salarispositie vastgesteld. De vaststelling van die positie geschiedt door het aantal salarisposities te tellen gerekend vanaf de laagste salarispositie van het desbetreffende carrièrepatroon tot en met de salarispositie waar de leraar op 28 februari 2001 naar bezoldigd wordt. De salarispositie die betrokkene in het nieuwe carrièrepatroon per 1 maart 2001 in gaat nemen bij dezelfde functie, wordt vastgesteld door eenzelfde aantal posities te tellen in het nieuwe carrièrepatroon gerekend vanaf de laagste salarispositie van het desbetreffende nieuwe carrièrepatroon. De op deze wijze vastgestelde salarispositie kan nooit hoger zijn dan de hoogste salarispositie in het betreffende carrièrepatroon.

In de bijgaande tabellen wordt per carrièrepatroon aangegeven hoe de hiervoor beschreven inpassing in het nieuwe carrièrepatroon uitwerkt.

In de bijgevoegde tabel is af te lezen hoe leraren met ingang van 1 maart
2001 worden ingepast in de nieuwe salarisstructuur. Vanuit het huidige salaris vindt horizontale inpassing in de nieuwe structuur plaats (bijv. schaal 9 salarisbedrag 4557 wordt ingepast op salarisbedrag 4620). Vervolgens vindt per 1 augustus 2001 de periodieke verhoging in de nieuwe structuur plaats.

Compensatieregeling voor de sector PO

Als compensatiemaatregel geldt voor alle leraren die op 28 februari 2001 en
1 maart 2001 benoemd zijn in een onderwijsgevende functie (hoofdstuk I-R van het RPBO) met de dezelfde maximumschaal en die op 28 februari 2001 bezoldigd worden op of boven het maximumsalaris van de functieschaal van de carrièrepatronen 9 t/m 12 een eenmalige uitkering in de maand maart 2001. De hoogte van de uitkering wordt bepaald door f 200,-- te vermenigvuldigen met het feitelijk genoten salaris in de maand februari 2001 en de uitkomst hiervan te delen door het normsalaris van die maand. De uitkering wordt eveneens verstrekt aan de leraren die op 28 februari en 1 maart 2001 benoemd zijn in een onderwijsgevende functie met maximumschaal 11 en die op 28 februari 2001 volgens de één na laatste salarispositie van dat carrièrepatroon worden bezoldigd.

Doorwerking van de maatregelen voor de sectoren VO en BVE

De nieuwe salarissenreeksen zoals genoemd in de bijgaande tabellen (zie kolom: wordt) worden opgenomen in bijlage 1C van de Kaderbesluiten rechtspositie VO en BVE. In de decentrale CAO worden afspraken gemaakt over nieuwe carrièrepatronen. Voor de betreffende sectoren worden middelen beschikbaar gesteld voor op decentraal niveau te maken afspraken over de inpassing in de nieuwe carrièrepatronen en een compensatieregeling overeenkomstig de voor sector PO gemaakte afspraken.

Huidige en nieuwe carrièrepatronen leraren PO

Loonpeil 1 februari 1999

SCHAAL 9 SCHAAL 10

Was

Schaal 9

Nr.

bedrag

Huidige

Stap

Wordt

Schaal A

nr.

Bedrag

Nieuwe

Stap

Verhoging

In % bij

Inpassing

Was

Schaal 10

Nr.

Bedrag

Huidige

stap

Wordt

Schaal B

nr.

bedrag

nieuwe

stap

Verhoging

in% bij inpassing


3


4089


1


4089


0,0


2


4243


1


4243


0,0


4


4159


70


2


4159


70


0,0


3


4313


70


2


4313


70


0,0


5


4229


70


3


4229


70


0,0


4


4412


99


3


4412


99


0,0


6


4298


69


4


4298


69


0,0


5


4481


69


4


4481


69


0,0


7


4367


69


5


4367


69


0,0


6


4593


112


5


4593


112


0,0


8


4440


73


6


4440


73


0,0


7


4666


73


6


4666


73


0,0


9


4481


41


7


4500


60


0,4


8


4731


65


7


4746


80


0,3


10


4518


37


8


4560


60


0,9


9


4804


73


8


4826


80


0,5


11


4557


39


9


4620


60


1,4


10


4883


79


9


4906


80


0,5


12


4609


52


10


4680


60


1,5


11


4962


79


10


4986


80


0,5


13


4656


47


11


4740


60


1,8


12


5039


77


11


5066


80


0,5


14


4708


52


12


4800


60


2,0


13


5085


46


12


5146


80


1,2


15


4752


44


13


4860


60


2,3


14


5131


46


13


5226


80


1,9


16


4800


48


14


4930


70


2,7


15


5179


48


14


5306


80


2,5


17


4876


76


15


5000


70


2,5


16


5219


40


15


5386


80


3,2


8.7


4926


50


16


5070


70


2,9


9.5


5319


100


16


5466


80


2,8


8.8


5033


107


17


5140


70


2,1


9.6


5507


188


17


5670


204


3,0


8.9


5128


95


18


5230


90


2,0


9.7


5716


209


18


5873


203


2,7


8.10


5219


91


19


5320


90


1,9


9.8


5902


186


19


6077


204


3,0


9.5


5319


100


20


5507


187


3,5


10.10


6089


187


20


6280


203


3,1


9.6


5507


188


21


5716


209


3,8


10.11


6275


186


21


6484


204


3,3


9.7


5716


209


22


5902


186


3,3


10.12


6484


209


21


6484


0


0,0


9.8


5902


186


22


5902


0


0,0

SCHAAL 11 SCHAAL 12

Was Schaal 11

nr.

Bedrag
huidige

stap
Wordt Schaal C

nr.

Bedrag Nieuwe

Stap
verhoging in % bij

inpassing
Was Schaal 12

nr.

Bedrag huidige

stap
Wordt Schaal D

nr.

bedrag nieuwe

stap
verhoging in % bij

inpassing


2


4268


1


4268


0,0


10.1


4284

1


4284


0,0


3


4452


184


2


4452


184


0,0


10.2


4493

209

2


4493


209


0,0


4


4679


227


3


4679


227


0,0


10.3


4725

232

3


4725


232


0,0


5


4831


152


4


4831


152


0,0


10.4


4926

201

4


4926


201


0,0


6


4998


167


5


4998


167


0,0


10.5


5128

202

5


5128


202


0,0


7


5071


73


6


5138


140


1,3


11.0


5507

379

6


5507


379


0,0


8


5144


73


7


5278


140


2,6


11.1


5716

209

7


5716


209


0,0


9


5280


136


8


5418


140


2,6


11.2


5902

186

8


5902


186


0,0


10


5421


141


9


5558


140


2,5


11.3


6089

187

9


6089


187


0,0


11


5609


188


10


5735


177


2,2


11.4


6275

186

10


6275


186


0,0


12


5794


185


11


5911


176


2,0


11.5


6484

209

11


6484


209


0,0


13


5948


154


12


6088


177


2,4


11.6


6691

207

12


6691


207


0,0


14


6134


186


13


6265


177


2,1


11.7


6890

199

13


6890


199


0,0


10.11


6275


141


14


6442


177


2,7


11.8


7088

198

14


7088


198


0,0


10.12


6484


209


15


6618


176


2,1


11.9


7286

198

15


7286


198


0,0


11.6


6691


207


16


6795


177


1,6


11.10


7478

192

16


7478


192


0,0


11.7


6890


199


17


6972


177


1,2


11.11


7580

102

17


7680


202


1,3


11.8


7088


198


18


7148


176


0,8


12.5


7680

100

18


7879


199


2,6


11.9


7286


198


19


7325


177


0,5


12.6


7879

199

19


8070


191


2,4


11.10


7478


192


20


7478


153


0,0


12.7


8070

191

20


8269


199


2,5


11.11


7580


102


21


7580


102


0,0


12.8


8269

199

21


8517


248


3,0


12.9


8517

248

22


8640


123


1,4


12.10


8640

123

22


8640


0


0,0

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie