Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Resoluties Partijraad CDA over Staatkundige vernieuwing

Datum nieuwsfeit: 13-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA


Resoluties Partijraad 13 mei Staatkundige vernieuwing

Op de Partijraad van 13 mei a.s. in Nieuwegein worden twee resoluties besproken en in stemming gebracht. Op deze resoluties zijn amendementen ingediend van de Provinciale Afdelingen Noord-Brabant en Limburg, en van het CDJA.
Hieronder treft u de concept-resoluties en de amendementen aan. Bij de amendementen is een pre-advies van het Dagelijks Bestuur gevoegd.
Resolutie Toerusting Politieke Partijen

De CDA-Partijraad bijeen in Nieuwegein op 13 mei 2000

A Overweegt dat:

1. het in een parlementaire democratie in essentie gaat om het toekomstgericht en met visie afwegen van gerechtvaardigde belangen op basis van recht en gerechtigheid. Het is de principiële taak van de overheid, en in mede-wetgevende en controlerende zin van de volksvertegenwoordiging, om een integrale afweging te maken van gerechtvaardigde deelbelangen en deze samen te smeden tot het algemeen belang;

2. een stevige inbreng van de volksvertegenwoordiging en van politieke partijen essentieel is uit een oogpunt van communicatie met en democratische betrokkenheid van burgers en uit een oogpunt van evenwicht tussen wetgeving, openbaar bestuur en controle.
3. volksvertegenwoordigers en fracties in staat moeten worden gesteld om zich een goed beeld te vormen van de verschillende gerechtvaardigde belangen van burgers en hun instellingen en in staat moeten zijn om met een eigen visie toekomstgerichte afwegingen te maken;
4. politieke partijen een bijzondere rol vervullen bij de politieke meningsvorming. Zij dienen bij uitstek te zorgen voor integrale kaders waarbinnen afwegingen plaats kunnen vinden en zijn uit dien hoofde ook kweekvijvers van bestuurders en volksvertegenwoordigers.
B Constateert dat

1. de verhouding tussen de toerusting van het openbaar bestuur enerzijds en van fracties en politieke partijen en hun gelieerde instellingen anderzijds te onevenwichtig is geworden.
2. het vertegenwoordigen van het volk vraagt om intensieve communicatie met burgers zowel in termen van luisteren en toetsen van opinies enerzijds als in termen van visie-ontwikkeling op hoofdlijnen anderzijds;

3. ook het controleren van de regering om de nodige toerusting vraagt.
C Spreekt uit dat

1. fracties en politieke partijen zich op alle overheidsniveaus intensiever en breder moeten kunnen inzetten voor een open en modern georganiseerde communicatie met burgers om, mede op basis daarvan, toekomstgericht en principieel keuzes te kunnen maken over de publieke inrichting van de samenleving van morgen;

2. voor een versterking van deze functie en van de controlerende taak van de volksvertegenwoordiging een betere ondersteuning van de fracties van vertegenwoordigende instanties beslist nodig is;
3. een ruimere facilitering van politieke partijen als organisaties van burgers en de aan partijen gelieerde instellingen noodzakelijk is;
4. de overheden daarvoor meer financiële middelen ter beschikking dienen te stellen, gekoppeld aan de mate waarin partijen er zèlf in slagen leden aan zich te binden en bij hun activiteiten te betrekken.
Resolutie staatkundige vernieuwing

De CDA-Partijraad bijeen in Nieuwegein op 13 mei 2000

A Constateert dat:
democratie permanent onderhoud en waar nodig staatkundige vernieuwing vereist; de discussie over staatkundige vernieuwing in de afgelopen periode binnen en buiten het CDA vele nieuwe impulsen heeft gekregen.
B Overweegt dat:

1. het CDA actieve en gemotiveerde mensen nodig heeft die vanuit christen-democratische beginselen een vertegenwoordigende c.q. bestuurlijke functie vervullen, met verantwoordelijkheid voor de inrichting en besturing van de samenleving.

2. dat deze maatschappelijke betrokkenheid en gevoel voor de samenleving samen gaan met een eigen wijze van invulling, van open ogen, duidelijke taal en heldere visies. Daarbij hoort een grote betrokkenheid bij mensen en besluitvorming.

3. de daarbij behorende taakuitoefening moet kunnen plaatsvinden op basis van een heldere taakverdeling, open communicatie met de burgers, duidelijk omschreven verantwoordingsplicht en een scherp geregelde controleerbaarheid.

4. gestreefd moet worden naar een bestuurscultuur waarin een juiste mix van continuïteit en vernieuwing aanwezig is;
C Spreekt uit dat:

1. een meer rechtstreekse relatie tussen kiezer en gekozene bevorderd wordt door de invoering van een gemengd kiesstelsel voor de Tweede Kamerverkiezingen waarbij pluriformiteit en evenredigheid gewaarborgd blijven;

2. zo snel mogelijk stemmen via internet en telefoon mogelijk moet worden gemaakt, waarbij voorop moet blijven staan dat verkiezingen geheim en niet manipuleerbaar zijn.. Ook moet er meer gebruik worden gemaakt van stembureaus op stations en andere plaatsen waar veel publiek komt.

3. de betrokkenheid van burgers bevorderd wordt door de invoering van vormen van interactief bestuur. De volksvertegenwoordiging dient tijdig in dit interactief proces een volwaardige rol te spelen;
4. de Eerste Kamer een eigen waardevolle positie in het Nederlandse constitutionele staatsbestel heeft en de gekozen leden daarvan niet onderworpen zijn aan het Regeerakkoord;

5. het CDA voorstander blijft van handhaving in het algemeen van het huidige stelsel van drie "open" bestuurslagen met autonome en medebewindstaken en bevoegdheden. Binnen dat stelsel past een gematigd duale ontwikkeling, waar het betreft de rollen en verhouding tussen de organen van provincies en gemeenten.

6. bij de herverdeling van bevoegdheden die met verdergaande dualisering samenhangt ervoor gezorgd moet worden dat Provinciale Staten en Gemeenteraad zich duidelijk blijven profileren als hoofd van het provinciaal en gemeentelijk bestuur;

7. wethouders wel uit de Raad afkomstig dienen te zijn maar daar na hun verkiezing geen deel meer van uit mogen maken;
8. het passend is om de invloed van de gemeenteraad op de benoeming van burgemeesters te versterken;

9. de discussie over staatkundige vernieuwing in het CDA moet worden voortgezet.

Amendementen resolutie Staatkundige vernieuwing

C7
Amendement Brabant:
Overwegende dat de Aanzet voor een standpuntbepaling CDA met betrekking tot Staatkundige Vernieuwing een goede leidraad is voor het noodzakelijke proces van in te zetten staatkundige vernieuwingen;
Overwegende dat de ontkoppeling van het wethouderschap van het lidmaatschap van de Gemeenteraad zon positieve staatkundige vernieuwing kan zijn;

Onderschrijvend dat de wethouder politiek herkenbaar en traceerbaar moet blijven en derhalve ook door en uit de Raad gekozen moet worden;

Van mening zijnd, dat in speciale omstandigheden de benoeming van een wethouder buiten de Raad mogelijk dient te zijn, maar dan alleen onder de stringente voorwaarde, dat de te benoemen persoon wel op de kieslijst heeft moeten staan, zodat zijn of haar politieke herkenbaarheid en traceerbaarheid gewaarborgd blijft en de band kiezer-gekozene ook in dier voege aanwezig blijft en waarbij bovendien de koppeling tussen de plaats op de kieslijst en het onderschrijven van het verkiezingsprogramma en de uitgangspunten van het CDA gegarandeerd zijn;

Stelt voor de passage onder III, lid 12 pagina 98 Indien deze ontwikkelingmogelijk te zijn te wijzigen in Indien deze ontwikkeling zich voortzet dan dient de benoeming van een wethouder van buiten de Raad mogelijk te zijn, mits deze persoon voordien op de kieslijst van een van de gekozen partijen heeft gestaan en zelf niet direct in de Gemeenteraad gekozen is

Toelichting:
De belangrijkste overwegingen van de Brabantse Partijraadsleden zijn hierboven feitelijk verwoord. Eigenlijk is het zo dat de Brabantse Partijraadsleden niet zo heel veel voelen voor het benoemen van wethouders buiten de gemeenteraad, omdat men vreest voor een soort superambtenaren die opgewassen moeten zijn tegen de aangestelde bestuursambtenaren. Daarnaast is het zo dat een kiezer zich juist het meest identificeert met een wethouder, omdat hij deze directe macht en invloed op het beleid toedicht. Vandaar dat het belangrijk is, dat de wethouder ook een politiek herkenbaar figuur blijft. (waarom gaan we bij de wethouder een kant op die veel andere politieke partijen bij de burgemeester juist verafschuwen Daar willen we immers de burgemeester laten kiezen door de burgers!)
Desalniettemin zijn de Brabantse Partijraadsleden wel gevoelig voor het argument, dat er kandidaten kunnen zijn voor het wethouderschap die geen raadslid willen zijn en die wanneer hun partij onverhoopt niet in het college komt ook kunnen bedanken voor het raadslidmaatschap. Zij zouden op een lage, in principe onverkiesbare plaats op de lijst kunnen gaan staan, daarmee aangevend de politieke koers van de partij te ondersteunen. Daarna zouden zij door hun partij voorgedragen kunnen worden voor het wethouderschap. Daarmee blijft het politieke landschap ook voor de kiezer helder en overzichtelijk
Advies DB: Overnemen bij C7: de benoeming van een wethouder buiten de Raad dient mogelijk te zijn mits deze persoon voordien op de kieslijst van een van de gekozen partijen heeft gestaan.

C7
Amendement CDJA:
Wethouders zowel van binnen als van buiten de Raad afkomstig kunnen zijn, maar daar na hun verkiezing geen deel meer van uit mogen maken.
Advies DB: niet overnemen, zie amendement Brabant

C8
Amendement Limburg:
Het passend is om, in afwachting van de uitwerking van de idee van de rechtstreeks gekozen Burgemeester, de invloed van de gemeenteraad op de benoeming van burgemeesters te versterken door het invoeren van een enkelvoudige voordracht voor kroonbenoeming;

Advies DB:
Gewijzigd overnemen:
Het passend is om de invloed van de gemeenteraad op de benoeming van burgemeesters te versterken door het invoeren van een enkelvoudige voordracht voor kroonbenoeming;

C8
Amendement CDJA:
Het passend is om de invloed van de gemeenteraad op de benoeming van burgemeesters te versterken door de burgemeesters te laten benoemen op de wijze waarop thans de dijkgraaf wordt benoemd. Voor de benoeming van de commissaris van de Koning geldt dezelfde procedure met dien verstande dat de voordracht van Provinciale Staten wordt doorgestuurd naar de Minister van Binnenlandse Zaken.

Advies DB: niet overnemen: zie amendement Limburg

Behorend bij agendapunt 12, politieke rondblik>

Resolutie CDAV

De CDA-Partijraad in vergadering bijeen in Nieuwegein op 13 mei 2000:

A. Constaterende dat:

1. Huiselijk geweld op grote schaal voorkomt.
2. Er geen goede, snelle en eenduidige procedure bestaat als antwoord op een aangifte in verband met huiselijk geweld.
3. Er een gebrek aan kennis is over een doelmatige bestrijding van dit geweld en ook onvoldoende uitwisseling van kennis en samenwerking tussen hulpverleners, artsen en politie waarop in geval van huiselijk geweld een beroep wordt gedaan.

4. In de beleidsprogrammas van de gemeentelijke en provinciale en landelijke en Europese overheden huiselijk geweld of geweld tegen vrouwen niet of nauwelijks is opgenomen, laat staan dat er beleidsvoornemens zijn geformuleerd.

B Overwegende dat:

5. Het blijkt dat er onvoldoende instrumenten aanwezig zijn om huiselijk geweld effectief aan te pakken.

6. De informatievoorziening t.a.v. huiselijk geweld onvoldoende is, ten aanzien van de preventie onvoldoende beleid is ontwikkeld, de gerichte hulpverlening nog niet optimaal functioneert en er nog onvoldoende gebruik wordt gemaakt van bestaande wettelijke voorzieningen als antwoord op dit geweld..

7. Voorlopige hechtenis slechts mogelijk is bij het op heterdaad constateren van mishandeling en huiselijk geweld zich per definitie niet afspeelt in de openbaarheid, zodat er van heterdaad zelden sprake zal zijn.

8. Een instrumentarium voor toewijzing van de woning aan het slachtoffer ontbreekt (Oostenrijks model)

C. Spreekt uit:

1. Een centrale regiegroep te formeren en opdracht te geven:
a. Te onderzoeken of het bestaande wettelijk kader op de verschillende beleidsterreinen toereikend is voor een effectieve bestrijding van dit geweld.

b. Aanbevelingen te doen voor aanvullende voorzieningen en wettelijke maatregelen op de verschillende beleidsterreinen naar aanleiding van de geconstateerde problemen.

c. Een plan van aanpak op te stellen en een tijdpad met deadline voor dit project vast te stellen.


2. In het landelijk verkiezingsprogramma en het verkiezingsprogramma van de EVP huiselijk geweld als thema op te nemen.
In de leidraad provinciaal en het modelprogram gemeentelijk, beleidsvoorstellen op te nemen ten aanzien van huiselijk geweld binnen de lokale en regionale veiligheidsbeleidsplannen waarin de volgende elementen niet zouden mogen ontbreken:
a) het is een taak van de overheid voorwaarden te scheppen voor een effectieve aanpak van huiselijk geweld.
b) aan tot het oprichten van een lokaal of regionaal laagdrempelig voor alle betrokkenen toegankelijk meld- en informatiepunt huiselijk geweld.
c) een goede en snelle, voor autochtoon en allochtoon toegankelijke procedure te ontwikkelen voor melding en aangifte van huiselijk geweld.
d) regelen te treffen voor de veiligheid van slachtoffers van huiselijk geweld, ook ten aanzien van nazorg.
e) Opnemen van hulpprogrammas gericht op daders van huiselijk geweld in werkprogrammas hulpverlening
f) Over te gaan tot het structureren van een samenwerkingsverband van artsen, hulpverleners en politie en justitie voor een samenhangende effectieve aanpak van huiselijk geweld

En gaat over tot de orde van de dag

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie