Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech Netelenbos bij ingebruikname terminal Rail Center

Datum nieuwsfeit: 15-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
MINVENW

15 mei 2000

Toespraken

13.47

Speech van de minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos, bij de officiële ingebruikname van de uitgebreide terminal van Rail Service Center Rotterdam, in Rotterdam op maandag 15 mei 2000 om 10.30 uur.

(Alleen de uitgesproken tekst geldt)

Dames en heren,

In 1994 verrichtte mijn voorgangster de officiële openingshandeling van de terminal van het Rail Service Center Rotterdam. Dat jaar werden in totaal 250-duizend intermodale eenheden van en naar Rotterdam vervoerd.

In 1999 was dit aantal gestegen tot 500-duizend eenheden. Een verdubbeling dus van de intermodale overslag in zes jaar tijd.

Deze enorme stijging is mede te danken aan het Rail Service Centrum Rotterdam.

Het RSC speelt een cruciale rol in het zogenaamde shuttle-concept, waarbij treinen van het ene punt naar het andere rijden met een vaste frequentie. Het fungeert in dat concept als op- en afstapterminal voor de shuttles naar en van de Maasvlakte.

Het concept van shuttletreinen was in 1994 relatief nieuw en moest zich nog bewijzen. Zes jaar later blijkt de vervoersmarkt zeer tevreden over de efficiency, de service en de neutraliteit van het RSC Rotterdam.

Dit vertrouwen is natuurlijk bevorderlijk voor de groei van het intermodale spoorvervoer. Inmiddels wordt vanuit Rotterdam dan ook een netwerk van shuttleverbindingen onderhouden. Een groot deel van de Europese markt en vele bestemmingen in Nederland worden zo aangedaan.

De snelle groei van de overslag maakte al snel na de opening uitbreiding van de capaciteit van de terminal noodzakelijk. De nu gerealiseerde uitbreiding maakt dat het RSC weer een tijdje kan doorgroeien. Dat is belangrijk, want op het moment maakt de te krappe capaciteit voor het rail-goederenvervoer het moeilijk om de bestaande groei van het spoorvervoer vast te houden.

Via de Havenspoorlijn, die parallel aan het RSC loopt, is het Center verbonden met het verdere spoorwegnetwerk en de achterlandverbindingen in Nederland en Europa. De Betuweroute zal die band met Europa alleen maar verbeteren en sterker maken. Daarnaast zal zij een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van het capaciteitsprobleem.

Langs het hele geplande tracé begint de Betuweroute realiteit te worden.

In het havengebied zijn de projecten rond de Havenspoorlijn voor het grootste deel afgerond of bijna afgerond. En op verschillende plekken vanaf de Maasvlakte tot Kijfhoek is de railinfrastructuur aangepakt, door het aanleggen of uitbreiden van emplacementen en het verdubbelen en electrificeren van de Havenspoorlijn.

Verder is de Dintelhavenspoorbrug klaar en is voor de Botlektunnel de eerste buis geboord. Er is een pilot gestart met het gebruik van 25 Kilovolt, en tenslotte: aan het traject tussen Kijfhoek en Zevenaar wordt volop gewerkt.

Richting zeezijde is het RSC Rotterdam via de Havenspoorlijn verbonden met de ECT-terminal op de Maasvlakte. Ook deze railterminal groeit uit zijn jasje, en er wordt een nieuwe terminal aangelegd om de overslagcapaciteit aanzienlijk te vergroten. De verwachting is dat volgende maand ook deze nieuwe terminal in bedrijf kan worden genomen.

Hiermee kan de steeds groter wordende stroom containers die wordt overgeslagen in Rotterdam, nóg beter worden verwerkt.

Van deze lading wordt wel gezegd, dat het allemaal doorvoer is. Dit is echter vooral een kwestie van perspectief. Ten eerste is een groot deel van de goederen bestemd voor de interne markt in Rijnmond en voor het Nederlandse achterland. Ten tweede is praktisch alle overige lading bestemd voor de interne Europese markt, waarbij juist onze buurlanden Duitsland en België de belangrijkste klanten zijn. De sterke markt in het Duitse Ruhrgebied kan het meest efficiënt via Rotterdam worden bediend met gebruik van gecombineerd vervoer.

Multimodale centra als het RSC zijn belangrijke schakels in de internationale transportketen, omdat ze bestemmingsverkeer en doorvoer op efficiënte wijze per binnenvaart, spoor en short sea accommoderen. Bovendien verzorgen zij het landzijdige transport op milieuvriendelijke wijze. Kortom, de in Rotterdam door schaalgrootte opgebouwde dikke transportstromen maken milieuvriendelijker, intermodaler en goedkoper vervoer mogelijk, dan met dunnere stromen ooit haalbaar zal zijn.

Zou je de huidige Rotterdamse stromen willen verleggen naar andere havens in noordwest-Europa, dan is het nog maar de vraag of het transport daar wel op eenzelfde efficiënte manier zou kunnen worden afgewikkeld. Een en ander nog afgezien van de vragen of men elders wel de logistieke capaciteit heeft om de grootschalige doorvoer van bulkgoederen van Rotterdam over te nemen, en of de rijksoverheid wel de competentie bezit om zo ingrijpend in de markt te interveniëren.

Iedereen die de doorvoerfunctie van Nederland in Europa ter discussie stelt, moet zich tenslotte ook afvragen wat er zou gebeuren als er geen doorvoer meer zou worden toegelaten door bijvoorbeeld Duitsland. Het antwoord is duidelijk: dat zou desastreus zijn voor de Europese en Nederlandse samenleving.

Ik ben wel degelijk voorstander van selectiviteit van transportstromen. Zo wordt in EU-verband gewerkt aan een witboek over doorberekening van interne en externe kosten in de transportsector. Wanneer op die wijze alle maatschappelijke kosten van transport worden doorberekend, kan de markt besluiten om de verhouding tussen bestemmingsverkeer en doorvoer in het landzijdige na-transport anders in te richten. Dit valt echter buiten mijn competentie en dat kan en wil ik dus nooit afdwingen.

De Nederlandse overheid kan niet in Rotterdam politieagentje gaan spelen en de container met bestemming Rijnmond wel doorlaten en de volgende container op hetzelfde schip met als eindpunt het Ruhrgebied, tegenhouden.

In Europees verband wordt samen met de verkeersministers uit de andere EU-lidstaten

gewerkt aan liberalisering van het goederenvervoer per spoor. Het afgelopen jaar is onder het Finse voorzitterschap veel vooruitgang geboekt op dit terrein. Maar er is nog veel werk te doen.

Tijdens het Franse voorzitterschap zullen de conclusies van de Transportraad uit oktober 1999 over de nieuwe dynamiek van de Europese spoorwegen verder worden uitgewerkt. Met name het gegarandeerde recht van toegang voor internationale goederendiensten is hierin van groot belang.

Verder wordt verwacht dat de Europese Commissie een voorstel zal presenteren over de interoperabiliteit voor het conventionele Trans Europese spoorvervoer.

Er worden grote inspanningen gedaan om het goederenvervoer per spoor tot een succes te maken. Het nieuwe bedrijf Railion, een fusie van NS Cargo en DB Cargo, zal een belangrijke impuls geven aan het intermodale spoorvervoer en zal er met name aan bijdragen dat het spoorvervoer tussen Rotterdam en het Duitse achterland beter verloopt.

In Nederland is één van de onderdelen van het spoorbeleid het bevorderen van concurrentie in het goederenvervoer per spoor. Vanaf het RSC kan het resultaat van dit beleid, gecombineerd met ondernemerschap uit de markt, worden aanschouwd.

Op regelmatige tijden zullen er andersoortige en anders gekleurde locomotieven voorbij rijden, met als het goed is een lange rij beladen wagons er achteraan. Dit zijn treinen van de nieuwe spoorbedrijven Shortlines en ACTS, die dagelijkse verbindingen zullen onderhouden richting de inlandterminals in Veendam, Born en Keulen. Naast Railion zullen deze bedrijven een niet onaanzienlijk deel van het intermodale spoorvervoer verzorgen.

ACTS en Shortlines zullen er bijna alles aan doen om een groter marktaandeel te verwerven. Hun aanwezigheid moet ook een prikkel zijn voor bijna-monopolist Railion om de prijs/kwaliteitverhouding van haar product te verbeteren. En dat moet op zijn beurt weer leiden tot een groter aandeel van het spoor in het totale goederenvervoer.

Ook de binnenvaart, tenslotte, levert een grote bijdrage aan het intermodaal vervoer.

Een stijgend gedeelte van de containers vanuit Rotterdam wordt per spoor en binnenvaart vervoerd. Deze verschuiving, een betere modal split, draagt belangrijk bij aan het bereikbaar houden van de Rotterdamse haven.

Vanaf de Maasvlakte, bijvoorbeeld, wordt momenteel 47 procent van de containers over de weg vervoerd, 18 procent over het spoor en 35 procent via de binnenvaart. Minder dan de helft gaat dus nog maar over de weg.

Er wordt weleens beweerd dat Antwerpen het wat spoor betreft beter doet. Maar in Antwerpen gaat van het containervervoer 62 procent over de weg, 36 procent via de binnenvaart en maar 2 procent via het spoor. Rotterdam doet het op dit gebied dus aanmerkelijk beter dan Antwerpen.

Al deze ontwikkelingen in de markt passen in het beleid om intermodaal vervoer te bevorderen, met als uiteindelijk doel het hele vervoerssysteem efficiënter te maken.

Met dit doel in het achterhoofd is het noodzakelijk om een aanzienlijk deel van de lading van en naar Rotterdam via het spoor af te wikkelen. Anders zou het transportsysteem volledig vastlopen door congestie op de wegen.

Dames en heren,

Al snel na de ingebruikname van de eerste RSC-terminal in 1994 bleek de behoefte aan grotere capaciteit. Samen met een kwalitatieve verbetering van het spoornetwerk maakt die dat het RSC nog beter kan presteren en haar rol nog beter kan vervullen.

Dat is in ieders belang, want een efficiënt functionerende Mainport Rotterdam is van levensbelang voor de Nederlandse economie, en voor het veiligstellen en verder uitbouwen van onze positie als sleutelfiguur in het internationale goederentransport van bestemmingsverkeer èn doorvoer.

Om die reden is mijn ministerie van zins een stevige financiële bijdrage te leveren aan de uitbreiding van zowel het RSC Rotterdam als het RSC Maasvlakte.

Verder heeft de Nederlandse regering een subsidieregeling voor openbare inlandterminals ingediend bij de Europese Commissie. Deze regeling is bedoeld om ondernemers die van plan zijn een binnenvaart- of spoorterminal te starten, financieel te ondersteunen. Over beide zaken moet de Commissie zich nog buigen.

In afwachting daarvan spreek ik de hoop op een stevige groei van het spoorverkeer uit en wens ik het RSC Rotterdam vast veel succes met zijn intermodale activiteiten.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie