Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Tweede Kamer: verslag sociale raad

Datum nieuwsfeit: 15-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

verslag sociale raad van 8 mei

Gemaakt: 17-5-2000 tijd: 16:28


21501-18 Sociale Raad

Nr.124 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 mei 2000

Bijgaand doe ik u toekomen, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Verstand-Bogaert, het verslag van de Sociale Raad, die op


8 mei 2000 te Brussel heeft plaatsgevonden. Mevrouw Verstand-Bogaert en ik hebben deze Raad bijgewoond.

In aanvulling op dit verslag en op mijn brief van 1 mei jl. informeer ik u met betrekking tot het artikel 13-pakket voorts over de laatste stand van zaken.

Op woensdag 10 mei heeft het Portugese voorzitterschap in de raadswerkgroep sociale vraagstukken (= het orgaan waar de 15 lidstaten op ambtelijk-technisch niveau over dit dossier onderhandelen) te kennen gegeven op de Sociale Raad van 6 juni uitsluitend een akkoord te willen sluiten over de 'richtlijn inzake gelijke behandeling van personen, ongeacht ras of etnische afstemming'. Géén akkoord dus over het volledige

artikel-13-pakket. Wel streeft het voorzitterschap naar een akkoord over de inhoudelijke tekst van die richtlijn. Dus op dit onderdeel méér dan alleen een akkoord op hoofdlijnen.

Politieke besluitvorming over de overige onderdelen van het artikel
13-pakket (i.c. de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep en het actieprogramma anti-discriminatie) zal dus niet meer onder het Portugese voorzitterschap plaatsvinden.
Het Portugese voorzitterschap wil in de komende raadswerkgroepen (18 mei; 23 mei) de inhoud van de genoemde richtlijn zo veel als mogelijk uit-onderhandelen, teneinde op 6 juni de kans op een akkoord over de richtlijn zo groot mogelijk te maken.

Het Europees Parlement zal naar verwachting op 18 mei een advies uitbrengen over de 'richtlijn inzake gelijke behandeling van personen, ongeacht ras of etnische afstamming'. Over de rest van het artikel
13-pakket adviseert het EP pas in de herfst.
De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

W.A. Vermeend3

Verslag van de Sociale Raad van 8 mei jongstleden

Op de agenda van de Sociale Raad van 8 mei te Brussel werden de volgende twee onderwerpen behandeld:


1. De aanbevelingen van de Europese Commissie voor de Globale Richtsnoeren voor het Economisch Beleid 2000.


2. Het pakket van anti-discriminatiemaatregelen volgens artikel 13 van het EG-Verdrag.

Voorstel van de Europese Commissie voor de Globale Richtsnoeren van het Economische Beleid 2000

Doc. 7828/00 UEM 72


7864/00 SOC 142 UEM 73


8098/00 SOC 149 UEM 75

In het oriënterende debat oordeelden de meeste lidstaten waaronder Nederland, positief over de nu voorliggende voorstellen van de Europese Commissie voor de Globale Richtsnoeren voor het Economische Beleid 2000. Men prees het feit dat de Commissie de in Lissabon afgesproken beleidsprioriteiten als uitgangspunten voor het economische beleid in de Globale Richtsnoeren had opgenomen. Een groot aantal landen was evenwel van mening dat de vertaling van deze prioriteiten naar concrete aanbevelingen voor verbetering vatbaar is. Een aantal lidstaten pleitte in dit verband ervoor in de Globale Richtsnoeren meer nadruk te leggen op de bevordering van een actief werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, het stimuleren van 'een leven lang leren' en de investeringen in menselijk kapitaal. De Richtsnoeren kunnen zo nog beter in lijn met de conclusies van de Europese Raad van Lissabon worden gebracht. Overigens complimenteerden alle lidstaten de Voorzitter met de resultaten van de Europese Raad van Lissabon.

Een groot aantal lidstaten wees op het grote belang van consistentie tussen de Globale Richtsnoeren en de Werkgelegenheidsrichtsnoeren. Met name bij de landenspecifieke aanbevelingen betreffende de arbeidsmarkt was de consistentie volgens de meeste lidstaten niet optimaal. De globale Richtsnoeren moeten zich, vonden deze lidstaten, met betrekking tot de arbeidsmarkt concentreren op hoofdlijnen. Gedetailleerde adviezen achtte men op dit terrein niet wenselijk. Een en ander om te voorkomen dat de lidstaten twee keer per jaar aanbevelingen over hun arbeidsmarktbeleid zouden ontvangen.

Een grote meerderheid van lidstaten sprak haar steun uit voor de wijzigingsvoorstellen die het Werkgelegenheidscomité (EMC) in zijn opinie over de Globale Richtsnoeren had opgesteld.

Deze wijzigingsvoorstellen bepleiten aanpassing van het voorstel van de Commissie op de volgende punten:

Een duidelijker pleidooi voor de groei van de investeringen in menselijk kapitaal in het hoofdstuk (3.3) over de kwaliteit en houdbaarheid van de openbare financiën.

Meer aandacht voor 'een leven lang leren' door toevoeging van een nieuwe aanbeveling in hoofdstuk 3.5 over het stimuleren van de kenniseconomie, die de lidstaten oproept bedrijven en sociale partners aan te sporen meer mogelijkheden voor 'een leven lang leren' te creëren.

Een minder eenzijdige concentratie op arbeidsmarkthervormingen. Alvorens in de Globale Richtsnoeren aan te dringen op een versoepeling van de ontslagbescherming zou aangetoond moeten worden dat de nationale wetgeving met betrekking tot ontslag ook werkelijk het scheppen van nieuwe banen belemmert. (pagina 3 van de Globale Richtsnoeren)

Een verheldering van de aanbevelingen over hervorming van belasting- en sociale zekerheidssystemen. De systemen moeten positieve prikkels inbouwen om werklozen aan te sporen aan het werk te gaan en werkgevers om banen te creëren. Duidelijk moet zijn dat de opdracht de systemen meer activerend te maken niet gelijk gesteld moet worden aan beperkingen van hoogte en duur van uitkeringen.

In de arbeidsmarktaanbevelingen moet ook het streefcijfer m.b.t. de verhoging van de arbeidsparticipatie van vrouwen dat de Europese Raad van Lissabon heeft vastgesteld, genoemd worden.

Alle lidstaten besteedden ruime aandacht aan de wijze waarop de Globale Richtsnoeren tot stand komen en in het bijzonder de bijdrage van de Sociale Raad aan de uiteindelijke formulering van de Globale Richtsnoeren. Een groot aantal lidstaten was van mening dat de Sociale Raad voortaan in een vroeger stadium bij de opstelling van de Globale Richtsnoeren betrokken zou moeten worden. Het pleidooi van Nederland om een helder en duidelijk standpunt te formuleren dat ook helder en herkenbaar in de Globale Richtsnoeren zoals die aan de komende Europese Raad in Portugal worden gezonden, moet doorklinken, werd breed ondersteund. Een aantal lidstaten waaronder Nederland pleitte ervoor de opvattingen van de Sociale Raad en het advies van het Werkgelegenheidscomité ter kennis te brengen van de Europese Raad.

Nederland vroeg ook aandacht voor de wijze waarop de Sociale Raad een inbreng zal leveren aan de Europese Raad die elk voorjaar de voortgang van het sociale en economische beleid in de EU zal bespreken. Op grond van zijn verantwoordelijkheid voor de Europese coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid en het beleid ten behoeve van de sociale insluiting moet de Sociale Raad een belangrijke rol bij de voorbereidingen van de Europese Raad spelen.

Gehoord de discussie zal de Voorzitter een brief sturen aan de Voorzitter van de EcoFin, waarin het standpunt van de Sociale Raad wordt aangegeven. De opinie van het werkgelegenheidscomité zal worden bijgevoegd. Vervolgens zou dit standpunt verwerkt moeten worden in de ontwerp-tekst van de globale richtsnoeren, die de EcoFin voorbereidt voor de Europese Raad van Feira in juni. Om een constructieve bijdrage van de Sociale Raad te kunnen garanderen was de Portugese Voorzitter overigens met zijn collega van de EcoFin overeengekomen dat de EcoFin, die op dezelfde dag over de Globale Richtsnoeren sprak, hierover geen conclusies zou formuleren alvorens kennis genomen te hebben van de opvattingen van de Sociale Raad.

Voorstellen van de Europese Commissie ter bestrijding van discriminatie in het kader van artikel 13 EU-verdrag

Doc. 13537/99 SOC 432 JAI 109 FIN 450


13540/99 SOC 433 JAI 110


13541/99 SOC 434 JAI 111

De Raad nam kennis van de mededelingen van de Voorzitter over de stand van zaken m.b.t. de voorgestelde richtlijnen en het actieprogramma. Het EP-advies over de richtlijn van de Raad houdende tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming wordt op 18 mei a.s. verwacht. De adviezen over de horizontale richtlijn en het actieprogramma worden door het EP pas in de herfst behandeld. De Voorzitter gaf aan ernaar te streven om in juni tot een politiek akkoord te komen over het gehele pakket. Nederland vroeg als enige lidstaat het woord om de voorzitter in zijn streven naar een politiek akkoord in juni te ondersteunen.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie