Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag van de Ecofin Raad van 8 mei 2000

Datum nieuwsfeit: 15-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Toezending verslag van de Ecofin Raad van 8 mei 2000


DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/00-452m

15 mei 2000

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad van 8 mei 2000.

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris, het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 8 mei 2000.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

MINISTERIE VAN FINANCIËN

Afdeling Europese Unie

Verslag van de Euro-11 en de Ecofin Raad van 8 mei 2000

Op 8 mei vergaderde de Ecofin Raad in Brussel over EU-steun aan Montenegro, de implementatie van het stabiliteits- en groeipact, over de globale richtsnoeren voor economisch beleid, over de prioriteiten voor de EU-begroting 2001 en over de strategie ter verbetering van het functioneren van het BTW-stelsel. Een gemeenschappelijk standpunt over de Richtlijn sanering en liquidatie van kredietinstellingen werd zonder discussie vastgesteld. Voorafgaand aan de Ecofin Raad kwam de Euro-11 groep bijeen.

Euro-11

Markt-en wisselkoerssituatie

Tijdens de Euro-11 werd voornamelijk gesproken over de marktsituatie en de euro. De vice-president

van de ECB gaf aan dat de ruime liquiditeit en de oplopende inflatie in het eurogebied de ECB hadden doen besluiten de rente eind april te verhogen. Men was over de huidige groeivooruitzichten positief, al houden de huidige groeivooruitzichten wel een zeker inflatierisico in. Commissaris Solbes deelde de zorg over de inflatie, maar wees op ontwikkelingen in positieve richting, zoals de voortgang in budgettaire consolidatie en in structurele hervormingen. Met betrekking tot de recente ontwikkelingen rond de euro werd in de vergadering benadrukt dat vastberaden moet worden doorgegaan met het op orde brengen van de overheidsfinanciën en met de structurele hervormingen: dit vormt het juiste signaal richting de markten. Zo werd het idee geopperd de opbrengsten van de verkoop van GSM-licenties aan te wenden voor verdere schuldreductie. Belangrijk werd voorts geacht dat in de communicatie richting de markten met één stem wordt gesproken: door de ECB over het monetair beleid en door het Voorzitterschap over de overige zaken. Ook minister Zalm onderstreepte het belang van voortgaande begrotingsconsolidatie en het doorvoeren van structurele hervormingen. De ministers deelden de zorg over het huidige niveau van de euro, dat geen weerspiegeling vormt van de sterke economische basis van het eurogebied.

Globale richtsnoeren en eurogebied

Commissaris Solbes stelde voor om een aparte passage in de globale richtsnoeren op te nemen over het eurogebied. Er bestond de nodige steun voor dit voorstel, onder meer van de voorzitter Pina Moura en voorzitter Lemierre van het Economisch en Financieel Comité (EFC). Dit onderwerp zal tijdens de volgende Euro-11, 4 juni a.s., opnieuw aan de orde komen. De globale richtsnoeren werden uitgebreid besproken in de Ecofin Raad.

Ecofin Raad

EU-steun aan Montenegro

Secretaris-Generaal Solana wees er op dat de Europese Raad van Lissabon de urgentie van hulp heeft onderstreept. Het voortbestaan van de democratische regering van Montenegro staat op het spel. Hij riep de Raad op akkoord te gaan met de voorstellen voor begrotingssteun en te besluiten tot het instellen van de mogelijkheid om EIB-leningen te verstrekken.

Commissaris Solbes lichtte de Commissievoorstellen toe. Het voorstel om 20 miljoen euro aan uitzonderlijke begrotingssteun te verstrekken kan gerechtvaardigd worden, gelet op de moeilijke economische situatie. De steun zal in tranches verstrekt worden. Er zal een klein team ter plaatse werken, aangezien Montenegro niet in aanmerking kan komen voor programma's van IMF of Wereldbank. De steun kan worden gevonden door herschikking binnen categorie IV van de EU-begroting. Voor de EIB-leningen is al een aantal projecten geïdentificeerd. De EIB vraagt een 100%

garantie van de EU en de leningen zullen verstrekt worden onder de normale voorwaarde dat de achterstanden zijn terugbetaald. De Commissie zal na de bespreking van vandaag een formeel voorstel doen. Aan het Europees Parlement zal advies gevraagd worden.

Voorzitter Lemierre van het EFC noemde drie problemen ten aanzien van het verstrekken van EIB-leningen. Hij voorzag problemen bij de gebruikelijke cofinanciering vanwege het ontbreken van banken die in die regio actief zijn. Verder noemde hij de betalingsachterstanden van Joegoslavië bij de EIB en ten slotte achtte hij het risico van het niet terugbetalen van de leningen zeer groot zodat waarschijnlijk feitelijk sprake zou zijn van een directe subsidie.

Minister Zalm dankte de Commissie voor de uitgewerkte voorstellen waarom hij eerder had verzocht. Hij gaf aan de kritische kanttekeningen van de voorzitter van het EFC te kunnen onderschrijven, maar toonde zich bereid steun te verlenen aan het voorstel.

In de daarop volgende gedachtewisseling bleek er voldoende steun te bestaan voor het voorstel om begrotingssteun aan Montenegro te verstrekken. Wel werden er garanties gevraagd voor een juiste aanwending van de middelen.

Een aantal lidstaten uitte twijfel over de opportuniteit van het verstrekken van EIB-leningen. Naast de door de voorzitter van het EFC genoemde kanttekeningen werd door sommige lidstaten ook betwijfeld of de regio over voldoende capaciteit beschikt om een bedrag van 50 miljoen euro aan EIB-leningen te kunnen absorberen.

Voorzittter Pina Moura concludeerde dat er voldoende steun bestaat voor het verlenen van 20 miljoen euro begrotingssteun, te verstrekken in tenminste twee tranches. Hieraan zullen voorwaarden voor een deugdelijke aanwending verbonden worden. De steun zal uit categorie IV van de EU-begroting worden gefinancierd, zonder de Financiële Perspectieven te wijzigen.

Over de EIB-leningen kunnen nog geen besluiten worden genomen. De Commissie en de EIB werden verzocht hier nader onderzoek naar te verrichten; eventuele voorstellen kunnen de volgende vergadering van de Ecofin Raad opnieuw worden besproken.

Implementatie stabiliteits- en groeipact

Gesproken werd over het stabiliteitsprogramma van Oostenrijk. Commissaris Solbes benadrukte het belang van consolidatie van de begroting. In dit opzicht voldeed het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Oostenrijk niet volledig. Het feit dat het tekort pas in 2003 tot 1,3% daalt, is een jaar later dan overeengekomen. Bovendien maakt de Oostenrijkse regering bij de tekortreductie gebruik van incidentele inkomsten uit verkoop van onroerend goed die in de periode 2000-2003 meer dan 1,1% van het BNP belopen. Tijdens de vorige bespreking van het Oostenrijkse stabiliteitsprogramma had de Raad al aangegeven dat een ambitieuzere doelstelling wenselijk is. Voorts stelde Commissaris Solbes dat de structurele hervormingen sneller moeten worden doorgevoerd.

Voorzitter Lemierre van het EFC sprak zich positief uit over het feit dat de vorm van het programma conform de gedragscode is en dat structurele hervormingen worden aangekondigd. Hij was negatief over een drietal punten. Ten eerste de uitvoering van de begroting 1999, die tot een stijging van de schuldquote heeft geleid. Ten tweede de weinig ambitieuze doelstelling voor de tekortreductie in 2000 en latere jaren. Voor een deel is de tekortverbetering toe te schrijven aan overschotten van de locale overheden, die een grotere onzekerheid kennen. Ten derde is Oostenrijk het enige land dat de doelstellingen van het stabiliteits- en groeipact niet in 2002 zal bereiken. Hij concludeerde dat de Oostenrijkse regering naar meer structurele inkomstenbronnen moet zoeken en een sterkere tekortreductie moet nastreven.

Minister Grasser dankte de Commissie voor de gemaakte opmerkingen en voor het in zo korte tijd geven van een analyse van het geactualiseerde programma. Hij gaf aan het eens te zijn met de kritische analyse van de Commissie en het EFC. Hij merkte evenwel op dat de nieuwe bondsregering zich voor een enorme uitdaging geplaatst heeft en dat de regering in een zeer korte tijd een begroting voor het lopend jaar heeft opgesteld. De regering heeft verder structurele hervormingen van de gezondheidszorg, de overheidsdiensten en de pensioenen in gang gezet. Naar verwachting zullen de meeste voorstellen nog voor de zomervakantie door het Parlement worden goedgekeurd. Hij achtte de tekortreductie minimaal en zal, zo kondigde hij aan, de regering de boodschap overbrengen dat grotere inspanningen gewenst zijn. Tenslotte wees hij er op dat het feit dat de verkoop van gebouwen een eenmalige exercitie is niets af doet aan het feit dat deze geheel conform de norm van Maastricht verwerkt is. Oostenrijk wil de gebouwen efficiënter gebruiken en hiertoe worden de gebouwen geprivatiseerd.

Minister Zalm merkte op dat er alle aanleiding is voor een kritische opstelling. Dat de vorige regering tot een belastingverlaging heeft besloten, geeft een verklaring voor de begrotingssituatie in 2000. Dat er na 2000 niets gebeurt, is evenwel geheel aan de huidige regering toe te schrijven. Het stabiliteits- en groeipact schrijft voor dat de overheidsfinanciën "close to balance or in surplus" zijn. Een tekort van meer dan 1% is niet "close to balance" en zeker niet "in surplus". Hij wees er op dat Oostenrijk nog een herkansing heeft, wanneer Oostenrijk naar verwachting in november een nieuw programma zal presenteren. Ten slotte vroeg minister Zalm of de Commissie de correctie voor niet-duurzame factoren in het tekort systematisch ook op andere landen wil toepassen. De opmerkingen van minister Zalm werden gesteund door enkele andere Lidstaten, en ook de vertegenwoordiger van de ECB liet zich kritisch uit over het feit dat het Oostenrijkse programma niet voldeed aan de vereisten van het stabiliteits- en groeipact. Commissaris Solbes voegde daar nog aan toe dat Eurostat nog overleg pleegt met de Lidstaten over de wijze waarop de opbrengst van de verkoop van activa in de overheidsrekeningen moet worden verwerkt.

Voorzitter Pina Moura concludeerde dat de Raadsconclusies, zoals verwoord in DOC SN 2609/00 (bijgevoegd) konden worden vastgesteld.

Globale richtsnoeren voor economisch beleid

Over de uitvoering van de Globale Richtsnoeren voor Economisch Beleid in 1999 meldde Commissaris Solbes als een aandachtsgebied de voltooiing van de interne markt en dan met name de liberalisatie van de electriciteit- en de telecommarkten. Verder achtte hij actief beleid nodig om de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Slechts enkele Lidstaten hebben rigiditeiten in onder meer fiscale stelsels en pensioenstelsels daadwerkelijk aangepakt.

Bij de voorbereiding van de ontwerp Globale Richtsnoeren voor Economisch Beleid voor 2000 heeft de Commissie rekening gehouden met de uitkomsten van de buitengewone Europese Raad in Lissabon van 23 en 24 maart. De aanbevelingen van de Commissie over het stimuleren van kennis-intensieve economische activiteiten en het hervormen van de kapitaal- en goederenmarkten vloeien daaruit voort.

Voorzitter Lemierre van het EFC ondersteunde het pleidooi van de Commissie dat de richtsnoeren zich moeten richten op het verhogen van het groeipotentieel in Europa. Daarnaast pleitte hij voor een afzonderlijke passage over de economische ontwikkeling van de euro-zone. Hij wees er in dat verband op dat andere organen zoals het IMF ook de euro-zone in haar geheel presenteren. Hij stelde voor dat het EFC voor de volgende bijeenkomst van de Ecofin Raad een aantal tekstsuggesties voor de ontwerp-richtsnoeren zal opstellen.

Voorzitter Glass van het Economisch en Politiek Comité (EPC) pleitte voor het specifiek ingaan op het bevorderen van de kenniseconomie. De noodzaak van structurele hervormingen zou nog meer kunnen worden benadrukt. Het EPC heeft contact gehad met het EFC, alsmede met het Werkgelegenheidscomité en de Interne Marktraad. Verder kondigde hij aan dat naar aanleiding van de conclusies van de top in Lissabon een werkgroep wordt ingesteld voor het opstellen van structurele performance indicatoren.

Een aantal Lidstaten sprak steun uit voor het Commissie-voorstel voor de richtsnoeren 2000. De suggestie om meer aansluiting te zoeken bij de Lissabon-conclusies, ook in de landenspecifieke aanbevelingen, werd onderschreven. Een grote lidstaat pleitte er voor de omvang van de teksten binnen de perken te houden. Men vond het rapport over de uitvoering van de richtsnoeren 1999 in dat opzicht minder geslaagd en te gedetailleerd. Ten aanzien van de te volgen procedure stelde een andere grote lidstaat dat de centrale rol van de Ecofin Raad moet worden bewaakt en dat voorkomen moet worden dat andere raden hun opvattingen over de ontwerp-richtsnoeren rechtstreeks aan de Europese Raad rapporteren.

Voorzitter Pina Moura stelde vervolgens vast dat, na enkele tekstuele verduidelijkingen de conclusies, zoals opgenomen in DOC SN 2484/2/00 REV 2 konden worden vastgesteld (bijgevoegd). Deze conclusies zullen worden opgenomen in de ontwerp-richtsnoeren. Definitieve goedkeuring van de ontwerp-richtsnoeren zal plaats vinden tijdens de Ecofin Raad van 5 juni. Het EFC en het EPC werden uitgenodigd hun bijdragen voor te bereiden in het licht van de discussie in de Ecofin Raad en rekening houdend met de inbreng van andere relevante fora.

Begroting 2001

Commissaris Schreyer meldde dat het voorontwerp van de begroting 2001 pas op 10 mei aanstaande door de Commissie zal worden besproken. Enige hoofdpunten lichtte zij mondeling toe.

Bij de niet-landbouwuitgaven gaat de Commissie uit van een stijging in 2001 van 1% voor de vastleggingen (verplichtingen) en van 2,8% voor de betalingen. De stijging bij de landbouwuitgaven zal 7,6% bedragen. Ten opzichte van het in Berlijn afgesproken plafond voor de landbouwuitgaven laat de Commissie een marge van 400 mln euro. Het totaal van de vastleggingen zal in vergelijking met 2000 met 3,9% toenemen, de betalingen met 5%.

Commissaris Schreyer benadrukte dat de uitgaven, uitgaande van het kader van Berlijn, met 6% mogen stijgen. Hieruit blijkt dat de Commissie zeer terughoudend te werk is gegaan. Bovendien kondigde de Commissaris aan dat het saldo 1999, ter grootte van 3,2 mld euro, via een aanvullende begroting 2000 naar de lidstaten zal terugvloeien.

In het voorontwerp van begroting 2001 zal de Commissie nog geen nieuwe posten vragen, aangezien de interne screeningsexercitie nog niet is afgerond. In september zal bezien worden of aanvullende posten noodzakelijk zijn.

Het voorontwerp van begroting 2001 zal aldus Commissaris Schreyer vergezeld gaan van een voorstel om de Financiële Perspectieven aan te passen om de steun van 5,5 miljard euro voor de Balkan voor de periode 2000-2006 mogelijk te maken. Hierbij is een bedrag van ruim 2 miljard euro voor Servië uitgetrokken; een bedrag dat daadwerkelijk ter beschikking zal worden gesteld als aan de democratische voorwaarden is voldaan. Aangezien niet het volledige bedrag van 5,5 miljard euro via herschikkingen in categorie 4 gevonden kan worden is een aanpassing van de Financiële Perspectieven noodzakelijk. Commissaris Schreyer beklemtoonde dat het bedrag van 5,5 miljard euro redelijk is als men weet dat in de jaren 1991-1999 een bedrag van 4,5 miljard euro voor dezelfde regio is uitgetrokken.

In een reactie gaven 11 lidstaten, waaronder Nederland, aan een aanpassing van de Financiële Perspectieven niet te kunnen accepteren. De in Berlijn vastgestelde plafonds per categorie mogen niet worden overschreden. Bovendien achtten deze Lidstaten het prematuur om nu reeds geld voor Servië uit te trekken. Verder vroegen de Lidstaten een deugdelijke onderbouwing van de behoeften voor de Balkanregio, rekening houdend met absorptiecapaciteit en de beschikbaarheid van andere financieringsbronnen dan uitsluitend de EU-begroting (EIB-leningen, bilaterale bijdragen).

Voorzitter Pina Moura concludeerde dat de Raad kennis heeft genomen van de prioriteiten van de Commissie, dat de Raad de Commissie uitnodigt rekening te houden met de gemaakte opmerkingen en dat Coreper gevraagd wordt de besprekingen over het voorontwerp van begroting 2001 ter hand te nemen.

BTW-strategie

Op 3 april j.l. heeft Commissaris Bolkestein in een brief aan de Ministers van Financiën opgeroepen tot steun voor de nieuwe strategie met betrekking tot de BTW. Deze nieuwe strategie heeft de Commissaris uiteengezet in de Taxation Policy Group op 2 maart j.l.

Hij vroeg nu de steun van de Ecofin Raad voor deze nieuwe strategie, gericht op vier belangrijke doelstellingen: de vereenvoudiging en modernisering van de bestaande regels, een meer gestandaardiseerde toepassing van de huidige bepalingen en versterking van administratieve samenwerking tussen de lidstaten om fraude tegen te gaan.

Naar aanleiding van de inleiding van Commissaris Bolkestein werden geen opmerkingen gemaakt.

Voorzitter Pina Moura concludeerde dat de Raad op hoofdlijnen instemt met de strategie zoals uiteengezet door de Commissaris en uitziet naar de formalisering van het actieprogramma van de Commissie.

Overige punten

Tijdens de lunch is kort gesproken over de G-7 vergadering die op 15 april j.l. plaatshad in Washington. Een grote Lidstaat meldde dat discussie had plaatsgevonden over de hervormingen in het IMF. Hierbij was de gezamenlijke Europese positie goed tot zijn recht gekomen.

Verder werd besloten de Fransman Jean Lemierre voor te dragen als EU-kandidaat voor het presidentschap van de EBRD.

Bijlage:

* Raadsopinie inzake stabiliteitsprogramma Oostenrijk
* Raadsconclusies inzake Globale Richtsnoeren

- o -

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie