Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW over raad EU culturele- en audiovisuele zaken

Datum nieuwsfeit: 16-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW inzake raad eu ministers van culturele- en audiovisuele zaken 16 mei a.s.

Gemaakt: 11-5-2000 tijd: 10:50


6

Aan de Voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Zoetermeer, 9 mei 2000

Op 16 mei 2000 zal in Brussel een Raadsvergadering (EU) van ministers van culturele- en audiovisuele zaken plaats hebben. De voorlopige agenda van deze vergadering bevat de volgende onderwerpen.


1. Het Media Plus programma (2001-2005) - oriënterend debat
voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitvoering van een opleidingsprogramma voor de vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (Media Plus opleiding)

voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de uitvoering van een programma ter bevordering van de ontwikkeling, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken (Media Plus - Ontwikkeling, distributie en promotie)

Met mijn brief van 29 maart 2000 (Kamerstuk 21 501-05, nr. 45) heb ik de vaste kamercommissie over de evaluatie van het EU MEDIA II-programma en over de Commissievoorstellen voor de opvolging van dit programma (Media Plus 2001-2005) geïnformeerd. Tevens is de Kamer per brief van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (d.d. 13 maart
2000, Kamerstuk 22 112, nr. 149) geïnformeerd over de twee voorstellen van de Europese Commissie die samen het Media Plus voorstel vormen. In aanvulling hierop ga ik kort in op de stand van zaken met betrekking tot de Commissievoorstellen, op de zaken die in het oriënterend debat aan de orde kunnen komen en op de prioriteiten die Nederland daarbij zal stellen.

In totaal stelt de Commissie voor Media Plus een budget voor van 400 miljoen euro. Zoals uit eerdergenoemde brieven afgeleid kan worden, is de Nederlandse regering van mening dat het programma in het algemeen aanvullend is op de actuele, Nederlandse stimuleringsmaatregelen op audiovisueel gebied. Dit geldt in het bijzonder de maatregelen die steun bieden aan: projecten voor de ontwikkeling van audiovisuele werken (hierna 'ontwikkeling' genoemd), stimulering van de toepassing van nieuwe technologieën en distributie van audiovisuele werken.

Verder zullen er op zowel inhoudelijke als op budgettaire gronden, prioriteiten moeten worden gesteld. Nederland gaat niet akkoord met het door de Commissie voorgestelde budget van 400 Meuro. In het Nederlandse prioriteitsstellingsbeleid voor de communautaire begrotingcategorie 3 is dit voorstel gekwalificeerd als niet-prioritair. Voor deze categorie geldt een daling van het budget met 5% per jaar (nominaal) ten opzichte van het jaargemiddelde van het vorige programma. Wanneer deze berekening wordt gehanteerd komt de Nederlandse inzet voor het budget uit op 266 Meuro voor de periode
2001-2005. Een restrictief beleid voor categorie 3 lijkt te meer op zijn plaats omdat er in deze categorie een geringe financiële ruimte bestaat.

De voorstellen zijn in eerste en tweede lezing besproken in verschillende raadswerkgroepen. Dit heeft nog niet geleid tot consensus tussen de lidstaten. Er is verdeeldheid over de verhouding die de Commissie voorstelt tussen het budget voor ontwikkeling, distributie en nieuwe media. Verschillende lidstaten vinden dat de accenten die de Commissie legt voor nieuwe media, niet ten koste mogen gaan van de bestaande steun voor ontwikkeling. Ook is er enige verdeeldheid over wat het juiste evenwicht is in de verdeling tussen het budget voor ontwikkeling en het budget voor distributie. Verder bestaan er verschillen van inzicht over de verhouding tussen de steun aan individuele projecten enerzijds en steun aan projectenpakketten (financiering van productiehuizen) anderzijds. Met name door de lidstaten met een beperkte audiovisuele productiecapaciteit is aangevoerd dat de laatstgenoemde vorm van steun in het nadeel zou kunnen uitpakken van die lidstaten.

Nederland heeft waardering voor het feit dat in de huidige voorstellen er aandacht is voor de rol van de nieuwe media. Ook de flexibiliteit om door middel van proefprojecten in te springen op actuele ontwikkelingen is positief. Wel heeft Nederland aangedrongen op een vergroting van de transparantie van het beheer van het programma. Nederland heeft verder vooralsnog het standpunt ingenomen dat voor afzonderlijke projecten in eerste instantie een taak ligt bij de nationale overheden en dat - gezien de kosten die verbonden zijn aan ontwikkeling - meer nadruk gelegd zou dienen te worden op meerjarige financiering van productiehuizen. Verschuiving van communautaire steun naar deze vorm van financiering leidt tot grotere productiecontinuïteit van geselecteerde bedrijven en tot minder bureaucratie in de behandeling van projectvoorstellen. Verder gaat van deze vorm van steun een structurerend effect uit op de audiovisuele productiemarkt. Echter, het blijft van belang dat Nederland zich bewust is van de eigen positie als land met een beperkte productiecapaciteit. Voor documentaire, animatie- en multimediaproducties blijft steun aan individuele projecten van groot belang. Een zeker evenwicht in de verdeling tussen steun aan individuele projecten en meerjarige projectsteun lijkt dan ook wenselijk. Hoewel er in de huidige versie van het voorstel sprake is van een evenwichtige verdeling is het zeer de vraag of deze verdeling in de verdere behandeling van het voorstel - mede gelet op de budgettaire kaders - ook overeind zal kunnen blijven.

Op 27-28 maart jl. vond een eerste bespreking plaats van de Commissievoorstellen voor Media Plus in het Cultuurcomité van het Europees Parlement. Op 24-25 mei a.s. wordt - op basis van de conclusies van de rapporteur - daarvoor verder gesproken. Pas op 21-22 juni wordt gestemd over het verslag, dat op 7 juli a.s. plenair wordt behandeld in het Europees Parlement. Voor de hervatting van de discussie onder het Franse voorzitterschap is de uitkomst van het oriënterend debat in de komende Cultuurraad natuurlijk van belang.

Voor het oriënterend debat heeft het voorzitterschap van de Raad een discussiedocument opgesteld waarin een aantal richtinggevende vragen aan de orde zijn over, onder meer, de subsidiariteit van de voorgestelde maatregelen, over de wijze waarop de toegankelijkheid van het programma voor professionals uit de lidstaten met een kleinere audiovisuele capaciteit kan worden bevorderd, over de verdeling tussen het voorgestelde budget voor steun voor distributie en steun voor ontwikkeling van projecten en over de steun voor toepassing van nieuwe technologieën. Mijn inzet tijdens dit debat, zal -binnen de door Nederland gestelde budgettaire kaders- worden bepaald door de hiervoor aangegeven prioriteiten.


2. Ontwerp-conclusies van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de mededeling van de Commissie over de beginselen en richtsnoeren voor het audiovisuele beleid van de Gemeenschap in het digitale tijdperk.

aanvaarding

In de Mededeling van 14 december 1999 (COM (1999) 657 def.) presenteerde de Europese Commissie beleidsvoornemens op audiovisueel gebied voor de komende vijf jaren. Voor de planmatige aanpak van de Commissie heeft Nederland waardering. Het voorzitterschap heeft nu het initiatief genomen tot een inhoudelijke reactie van de Raad, waarin rekening wordt gehouden met het specifieke karakter van de audiovisuele sector. Omdat op de betreffende beleidsterreinen niet altijd sprake is van communautaire bevoegdheden, is gekozen voor Conclusies van de Raad en vertegenwoordigers van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen.

In de overwegingen van de conclusies:


- wordt rekening gehouden met het belangrijkste regelgevende principe dat infrastructuur en inhoud verschillend moeten worden benaderd, en regelgeving technologisch neutraal hoort te zijn;

- worden de rol van digitale televisie bij het verschaffen van toegang tot de informatiemaatschappij, alsmede het belang van gecoördineerde actie van de overheid, de exploitanten, aanbieders van inhoud en diensten, en consumentenorganisaties benadrukt;

- wordt erop gewezen dat in het openbaar belang de toegang tot infrastructuur en bepaalde typen van inhoud (voor de consument) met passende middelen en rekening houdend met de marktontwikkeling verzekerd moet worden, en wat infrastructuur betreft, vrije toegang en interoperabiliteit bevorderd moeten worden;


- wordt, met inachtneming van nationale bevoegdheden met betrekking tot inhoud en beëindiging van analoge uitzendingen via grondverbindingen, op het belang gewezen van Europese samenwerking en informatie-uitwisseling;


- wordt het belang van Europese programma-inhoud en daarop gerichte ondersteuningsmechanismen onderstreept, en aangedrongen op synergie tussen nationale en communautaire maatregelen;

- wordt tevredenheid uitgesproken over ruime aandacht in de Commissiemededeling voor beginselen van culturele en taalkundige verscheidenheid.

In de conclusies wordt de Commissie gevraagd aanvullende studies te laten uitvoeren naar de gevolgen van de invoering van digitale televisie en naar de vraag hoe culturele en taalkundige diversiteit in de nieuwe digitale context binnen de Gemeenschap te bevorderen. Voorts wordt verzocht om maatregelen te formuleren om de concurrentiepositie van de Europese inhoudsindustrie in het digitale tijdperk te verbeteren en de synergie tussen de verschillende gemeenschapsinstrumenten te bevorderen; initiatieven om sociale en culturele uitsluiting te bestrijden en de Europese samenwerking bij de overgang van analoge en digitale televisie te stimuleren en te blijven toezien op kwesties m.b.t. de toegang tot de inhoud.

Nederland kan instemmen met deze Raadsconclusies, die het Nederlandse beleid ondersteunen en waarin verschillende Nederlandse standpunten zijn overgenomen. Zo wordt aandacht gevraagd voor de wenselijkheid van Europese samenwerking op het vlak van spectrumplanning, inclusief frequentiecoördinatie. Dit proces van internationale afstemming, volgend op de toewijzing van frequenties op internationaal niveau, is essentieel voor de feitelijke ingebruikname van frequenties, en daarmee voor de beschikbaarheid van digitale televisie in de lidstaten. De passages over toegang tot bepaalde typen van inhoud zijn getoetst aan de recente besluitvorming van de regering met betrekking tot de nota «Kabel en consument, marktwerking en digitalisering». Vanwege het onzekere perspectief dat de Commissie schetst over de vraag of de financiering van de publieke omroep te verenigen zal zijn met het Europees Verdrag, heeft Nederland voorgesteld om in positievere zin te wijzen op de toekomst van het Europese duale stelsel van publieke en commerciële omroep. Dit voorstel kon op voldoende steun rekenen.


3. Voorstel voor een resolutie van de Raad inzake de conservering en opwaardering van het Europees cinematografisch erfgoed.
aanvaarding

Aan de Raad wordt gevraagd een resolutie aan te nemen. Deze resolutie onderstreept het belang van de Europese filmarchieven. Het document vraagt specifiek aandacht voor het feit dat een deel van het Europese cinematografisch materiaal wordt bedreigd als gevolg van het feit dat de dragers vergankelijk zijn. Daarnaast vraagt de resolutie aandacht voor het feit dat het niet altijd eenvoudig is om vast te stellen wie de rechthebbenden zijn van het materiaal, hetgeen het gebruik van het materiaal bemoeilijkt.

Het voorzitterschap had in het oorspronkelijke voorstel voor de resolutie tal van verwijzingen naar de wenselijkheid van een verplicht wettelijk depot opgenomen. Aan de Nederlandse wens om dergelijke verwijzingen te schrappen is tegemoet gekomen. De Nederlandse praktijk is immers gebaseerd op een aanpak waarbij de audiovisuele archieven zelf -zonder wettelijke plicht- selecteren op basis van kwaliteit. Dit systeem werkt goed en er is dan ook geen behoefte tot juridisering op grond van internationale verplichtingen.

De Europese Commissie wordt in de resolutie opgeroepen een studie te ondernemen naar de toestand van de Europese filmarchieven en in haar beleid rekening te houden met de behoeften van het cinematografisch erfgoed. De resolutie roept verder de lidstaten op om samen te werken op terreinen van restauratie en conservering, kennis ervaring en 'beste praktijken' uit te wisselen en te werken aan de geleidelijke vorming van databanken welke ook voor pedagogische en wetenschappelijke doeleinden gebruikt zouden kunnen worden. Met deze voornemens en met de resolutie kan Nederland instemmen.


4. Culturele verscheidenheid in een nieuwe internationale context
rapport van het voorzitterschap

De achtergrond van de agendering van de culturele verscheidenheid moet worden gezocht de wens van een aantal lidstaten tot het scheppen van waarborgen voor de culturele en audiovisuele sector in de WTO-ronde. Het mislukken van de ministeriële top naar Seattle (december 1999) betekende niet dat aan deze discussie een einde is gekomen. Het tegendeel is waar. Zowel het Portugese als het komende Franse voorzitterschap beogen met de agendering van de culturele verscheidenheid naar alle waarschijnlijkheid een draagvlak te scheppen voor een uitzondering(spositie) voor de culturele en audiovisuele sector in de WTO-ronde.

Voor het agenderen van besluitvorming over dit onderwerp in de Cultuurraad is weinig draagvlak bij de lidstaten. Tal van lidstaten, waaronder Nederland, zijn van mening dat onderwerpen die de WTO-ronde regarderen primair in het daarvoor passende Raadskader (comité 133 en Algemene Raad) moet worden besproken. Dit verklaart waarom slechts een rapport van het voorzitterschap is geagendeerd. Dit rapport dat aan de lidstaten is gezonden geeft een weergave door het Voorzitterschap van de discussie op de laatstgehouden informele Raad in Lissabon.

Het voorzitterschap concludeert in het rapport dat de culturele verscheidenheid door de EU zowel intern als extern in acht zal moeten worden genomen. Intern dient vooral het communautaire mededingingsbeleid oog te hebben voor de culturele belangen. Grondslag hiervoor is het vierde lid van artikel 151 van het EG-verdrag. Voor de externe oriëntatie wordt verwezen naar het mandaat van de EU voor WTO-top van Seattle, waarin aandacht wordt gevraagd voor de culturele verscheidenheid.

Nederland zal de presentatie van het voorzitterschap aanhoren. Mocht er alsnog een discussie plaats hebben, dan zal Nederland pleiten voor een beter inzichtelijk maken van de werkelijke Europese offensieve en defensieve belangen van de culturele- en audiovisuele sector in de WTO-ronde. Nederland meent dat cultuurministers er goed aan doen om hun belangen ook in te brengen in de besprekingen binnen de eigen regering over de EU-inzet in de WTO. Op deze wijze wordt een competentiestrijd tussen de verschillende Raden voorkomen.


5. Culturele statistieken

conclusies van het voorzitterschap

Net als bij het vorige agendapunt wordt ook voor deze conclusies geen instemming van de Raad gevraagd. Het voorzitterschap concludeert dat er een grote behoefte is aan op Europees niveau vergelijkbare culturele statistieken. In dit kader heeft een door de Commissie (Eurostat) en lidstaten gesteunde groep van nationale experts reeds bemoedigend werk afgeleverd.

Nederland staat dan ook achter de oproep die het voorzitterschap aan de lidstaten doet om het gezamenlijke werk van de nationale experts ook in de toekomst te ondersteunen.


6. Europese Culturele Hoofdstad: benoeming van een jury.
informatie van de Portugese en Franse delegatie

Op dit agendapunt is geen nadere informatie ontvangen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen genoemde delegaties een kandidaat willen voordragen voor een jury die een adviserende taak heeft voor de voordacht van een de Europese Culturele Hoofdstad vanaf 2005. Deze jury zal de Raad adviseren over nominaties per lidstaat. Volgens een reeds genomen besluit heeft tot 2020 ieder jaar één lidstaat het recht om steden te nomineren.(Besluit 1419/1999 van 15 mei 1999). De volgorde is in een bijlage van dit besluit vastgelegd. Nederland mag in 2018 steden voorstellen.


7. (eventueel agendapunt) Richtlijn 93/7 (herzien door richtlijn
96/100) over de teruggave van onrechtmatig geexporteerde cultuurgoederen en over de verordening 3911/92 (herzien door verordening 2469/96) betreffende de uitvoer van cultuurgoederen.
rapportage van de Commissie over het in de praktijk brengen herziening van de regelgeving

Op dit eventuele agendapunt is nog geen nadere toelichting ontvangen.


8. Seminair over de digitale radio.

informatie van het voorzitterschap

Op dit informatiepunt is geen nadere toelichting ontvangen.


9. Diversen

Europees beleid ten aanzien van de radiodiensten (op verzoek van de Italiaanse delegatie).

De Italiaanse delegatie zal zijn zorg uiten over de ontwikkelingen op het gebied van de radiodiensten, in het bijzonder de trage ontwikkeling van digitale radio. Italië meent dat de radio betrokken moet worden in het beleid van de Europese Commissie gericht op de audiovisuele sector, en gelooft dat Gemeenschapsactie nodig is om de radio te ondersteunen.

Terrestrial Digital Audio Broadcasting (TDAB) geeft binnen de digitalisering van de ether de nieuwe Europese norm voor aardse radio weer. In Nederland wordt TDAB gezien als potentiële opvolger van de FM. De Nederlandse regering meent dat voor de Europese Unie hier niet direct een regelgevende of subsidiërende rol is weggelegd. De EU zal zich vooral moeten inspannen om het gebruik van de bestaande TDAB-norm te ondersteunen.

Europees Forum voor intellectuelem, politici en artiesten (Momentum Europe) (op verzoek van de Deense delegatie).

Europees jaar van de Talen. Implicaties voor de Cultuurraad. (op verzoek van de Zweedse delegatie).

Op deze punten in ook nog geen nadere toelichting ontvangen.

De staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

dr F. van der Ploeg

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie