Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamervragen PvdA inzake het rapport wisselgeld

Datum nieuwsfeit: 16-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vragen inzake het rapport wisselgeld

Gemaakt: 16-5-2000 tijd: 17:5


24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 16 mei 2000

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de navolgende vragen ter beantwoording aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd over het rapport “Wisselgeld”, dat hij bij brief van 27 april 2000 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden (Soza-00-425). Deze vragen, alsmede de daarop op ….. gegeven antwoorden, zijn hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,
Terpsta

De griffier voor dit verslag,
Nava

Vragen van de PvdA-fractie


1. Is in 60 % van de gevallen de eindejaarsuitkering wel goed toegepast? Zo ja, betekent dit dat - mits volgens de regels toegepast - eindejaarsuitkeringen aan minima wel degelijk mogelijk blijft?

2. Is de minister bereid om de gemeenten voor te lichten op welke wijze een eindejaarsuitkering op grond van gemeentelijk armoedebeleid wel mogelijk is?

3. Betreurt de minister het gegeven dat op grond van publiciteit bij veel gemeenten de indruk is gewekt dat het verstrekken van een eindejaarsuitkering ter bestrijding van kosten aan minima niet is toegestaan?

4. Is de minister van plan op grond van het rapport “Wisselgeld” de bevoegdheid van gemeenten om een categoriale uitkering aan minima te verstrekken te beperken? Zo ja, op welke gronden?

5. Op welke wijze wordt thans invulling gegeven aan het in de circulaire van 6 juni 1996 beoogde terughoudende toezicht?

6. Heeft de minister op enigerlei wijze sancties of aanwijzingen aan gemeente gegeven die de regeling op onjuiste wijze hebben toegepast? Zo ja, welke en aan welke gemeenten?

7. Kan de minister uitleggen op welke wijze een armoedeval een rol kan spelen bij eindejaarsuitkeringen in het kader van gemeentelijk minimabeleid zoals hier bedoeld? Immers de doelgroep dient te worden aangemerkt op grond van de wenselijkheid voor kostencompensatie vanwege de laagte van het inkomen, ongeacht de herkomst van het inkomen en daaronder ook begrepen het inkomen van werkenden. Indien geen verschil gemaakt wordt tussen werkenden en niet-werkenden, dan speelt de armoedeval bij de overgang van betaald werk naar uitkering toch geen rol? Temeer daar het bij eindejaarsuitkeringen als regel om een eenmalige kostencompensatie gaat.

8. Op grond van welke regelgeving is bij het verstrekken van een eindejaarsuitkering bij gemeentelijk minimabeleid de toepassing van een vermogenstoets voorgeschreven, zoals in het persbericht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt gesuggereerd?
Vragen van de VVD-fractie


9. Is de minister in het algemeen van mening dat inkomensbeleid een landelijke aangelegenheid is en dat gemeenten, mede gezien de plannen van het kabinet om de armoedeval aan te pakken, zeer terughoudend moeten omgaan met het ontwikkelen en toekennen van inkomensafhankelijke regelingen, eindejaarsuitkeringen e.d.? Zo ja, is dit de gemeenten in voldoende mate bekend en zal dit standpunt ook tot uitdrukking worden gebracht in de nieuwe minima circulaire die uiterlijk op 1 juni 2000 van kracht zal moeten worden?

10. Geeft de armoedevalproblematiek in het algemeen en de conclusies uit het rapport “Wisselgeld” in het bijzonder de minister aanleiding de gemeentelijke vrijheid op het gebied van het inkomensondersteuningsbeleid in te perken?

11. Is de minister bekend met de argumenten/redenen van de gemeenten om de randvoorwaarden uit de circulaire van 6 juni 1996 te negeren?

12. Kan de minister nader ingaan op de vraag of de randvoorwaarden voor het mogen toepassen van categoriale vormen van gemeentelijke inkomensondersteuningsbeleid -zoals verwoordt in de de circulaire van 6 juni 1996- de gemeenten teveel ruimte geven voor een ruime interpretatie? Zo ja, acht de minister het noodzakelijk de inhoud van de circulaire aan te scherpen?

13. Zijn er uit het verleden andere onderzoeken of gevallen bekend waaruit blijkt dat gemeenten -in strijd met de lopende beleidsinspanningen om de armoedeval te verkleinen, in wel erge ruime mate gebruik maken van hun beleidsvrijheid? Zo ja, wat voor soort regelingen betrof dat en welke conclusies en/of aanbevelingen zijn uit die onderzoeken naar voren gekomen?

14. Wanneer zullen de resultaten van het onderzoek, dat het eerste kwartaal van 2000 uitgevoerd werd naar de mate waarin en de wijze waarop gemeenten invulling geven aan het gemeentelijk inkomensondersteuningsbeleid, naar de Kamer gestuurd worden?
Vragen van de CDA-fractie


15. Welke maatregelen zullen genomen worden tegen gemeenten die zich niet gehouden hebben aan de randvoorwaarden uit de circulaire van 6 juni 1996?

16. Op welke wijze is het “terughoudend” toezicht vormgegeven de afgelopen jaren?

17. Vindt de minister het gewenst dat ook regelingen uit het onderzoek die wel voldoen aan de randvoorwaarden uit de circulaire niet meer voorkomen? Waarom? Welke regelingen zijn nog meer niet gewenst vanuit het oogpunt van bestrijding van de armoedeval?

18. Hoeveel bijstandsgerechtigden vallen onder gemeenten die een eindejaarsuitkering verstrekken die beperkt is tot uitkeringsgerechtigden?
Vragen van de D66-fractie


19. Waarom is voor de periode tussen 1 november 1999 en 1 februari 2000 gekozen en niet voor de gehele periode waarop de circulaire betrekking heeft?

20. Waarom is er bij de categorie ‘overige categoriale verstrekkingen' alleen op de naamgeving van een maatregel afgegaan en niet op de feitelijke inhoud?

21. Komt de definitieve beoordeling, waarover in noot 7 wordt gesproken, er? Zo ja, wanneer komt deze beschikbaar?

22. Waarom hebben gemeenten gekozen voor ‘de weg van de minste weerstand'?

23. Wanneer komt het nader onderzoek er, waarover in de conclusies van het rapport gesproken wordt?
Vragen van de GroenLinks-fractie


24. Uit het onderzoek blijkt dat bij ongeveer 20% van de regelingen in het kader van het gemeentelijk minimabeleid de verplichte vaststelling door de gemeenteraad ontbreekt. Geldt deze verplichting niet voor het verstrekken van categoriale bijstand en waarom niet?

25. Regelingen in het kader van categoriale bijstand zijn vaker dan regelingen in het kader van gemeentelijk minimabeleid uitsluitend toegankelijk voor uitkeringsgerechtigden. Waardoor wordt dit opmerkelijke verschil veroorzaakt?

26. Uit het onderzoek blijkt dat van de door de gemeenteraad vastgestelde regelingen 20% niet toegankelijk is voor niet uitkeringsgerechtigden of ander personen in vergelijkbare omstandigheden; bij de niet door gemeenteraad vastgestelde regelingen ligt dit aandeel vier keer zo hoog namelijk op 80%. Is het op grond van deze onderzoeksresultaten niet gewenst om vaststelling door de gemeenteraad ook verplicht te stellen voor categoriale bijstandsregelingen, hierbij ervan uitgaande dat dit, in tegenstelling tot voor gemeentelijk minimabeleid voor categoriale bijstandsregelingen, niet verplicht is?

27. Bij welke regelingen ontbreekt de vaststelling door de gemeenteraad? Is het ontbreken van vaststelling door de gemeenteraad bij het verstrekken van een NIBUD-agenda van f 16,95 even zo bezwaarlijk als bij het verstrekken van substantiële bedragen?

28. Een eenmalige uitkering (van f 100) vanwege verandering van de betaaldatum komt per definitie alleen terecht bij hen die op deze uitkering zijn aangewezen. Zijn dit soort regelingen meegenomen in de telling van regelingen die niet voldoen aan het criterium uit de circulaire dat regelingen niet alleen toegankelijk mogen zijn voor uitkeringsgerechtigden? Als dit soort regelingen buiten beschouwing worden gelaten, welk percentage voldoet dan niet aan betreffende eis in de circulaire?

29. Wat is het gewicht van het bezwaar tegen ambtshalve toekenning van categoriale bijzondere bijstand aan groepen meerjarige minima die al eerder voor toekenning van regelingen of kwijtschelding van belastingen in aanmerking kwamen? Is in dergelijke gevallen individuele toekenning niet bureaucratisch en duur wat uitvoering betreft?

30. Is een vermogenstoets bij toekenning van categoriale bijstand wel echt relevant gezien de gekozen groep meerjarige minima die al zijn getoetst wat betreft vermogen? Mag niet worden aangenomen dat slechts in uitzonderlijke gevallen vermogensmutaties hebben plaatsgevonden? Is dit niet een te gering financieel risico dat niet opweegt tegen de kosten van individuele vermogenstoetsen?

31. Betekent de opvatting dat regelingen, zoals getroffen rondom de millenniumwisseling, in de toekomst niet meer mogen voorkomen dat sommige groepen minima in 2000 uiteindelijk relatief minder inkomen hebben dan in 1999? Of pleit de minister voor een andere vormgeving van deze regelingen om de financiële druk op huishoudens die het betreffen enigszins te verlichten?

32. Betekent de mogelijkheid voor gemeenten om categoriale inkomensregelingen te treffen niet per definitie dat slechts een globale relatie met specifieke kosten gelegd kan worden? Is het bezwaar dat dit niet gebeurt niet zwak als zeer algemene omschrijvingen als “kosten i.v.m. feestdagen” wel acceptabel worden geacht?

33. Laat het steeds meer categoriaal worden van het gemeentelijk minimabeleid niet zien dat voor diverse categorieën mensen met lage inkomens het algemene inkomensbeleid niet voldoet?
Vragen van de SP-fractie


34. Hoewel categoriale inkomensondersteunende maatregelen mogen, wordt er in het rapport telkenmale op gewezen dat ambtshalve toekenning niet is toegestaan. Hoe verhoudt zich dat met de eveneens gewenste bestrijding van niet-gebruik?

35. De meeste onderzochte regelingen zijn voornamelijk gericht op de uitkeringsgerechtigden. Een conclusie van het rapport luidt dat de vaak gebrekkige toegankelijkheid van de regelingen voor mensen in vergelijkbare omstandigheden leidt tot rechtsongelijkheid. Geldt dit niet ook voor de ontoegankelijkheid van de regelingen voor mensen uit andere gemeenten zonder zulke regelingen?
Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie