Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over plantaardige dieselolie

Datum nieuwsfeit: 16-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over plantaardige dieselolie
Gemaakt: 17-5-2000 tijd: 15:54

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


16 mei 2000 2000

Hierbij doe ik u, mede namens de ministers van Economische Zaken, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, toekomen een notitie ter beantwoording van de vragen van de leden Hofstra en Snijder-Hazelhoff met betrekking tot plantaardige dieselolie.

De staatssecretaris van Justitie,

W. Bos

Antwoord op de schriftelijke vragen van de leden Hofstra en Snijder-Hazelhoff (VVD) over 'het gebruik van plantaardige olie voor dieselmotoren'. (Ingezonden 14 maart 2000)


1. Dieselmotoren kunnen worden aangepast voor het gebruik van plantaardige oliën. Het gaat hierbij echter niet om aanpassingen die zonder meer als eenvoudig gekenschetst kunnen worden. Het gebruik van plantaardige olie in dieselmotoren kan drie soorten problemen veroorzaken. De twee eerst genoemde gelden ook voor biodiesel. In de eerste plaats kunnen kunststof afdichtingen in het brandstofsysteem worden aangetast, waardoor lekkage optreedt. Om dat te voorkomen dienen aangepaste materialen te worden toegepast in die afdichtingen. Sommige auto- en motorfabrikanten hebben in hun producten met dit criterium reeds rekening gehouden. In de tweede plaats kan bij overschakeling van normale dieselolie op plantaardige olie die plantaardige olie als detergens werken, waardoor afzettingen in het brandstofsysteem in oplossing geraken en vervolgens aanleiding geven tot verstopping van het brandstoffilter. Dit vraagt bij overschakeling om bijzondere aandacht. Tenslotte kan het gebruik van plantaardige olie in plaats van diesel of biodiesel leiden tot ernstige koolafzetting in de verbrandingskamer en op het uiteinde van de verstuiver. De ene motor is hiervoor gevoeliger dan de andere. De invloed hiervan op de schadelijke emissies kan aanzienlijk zijn. In sommige gevallen kan het probleem wellicht worden voorkomen door montage van een ander type verstuivers.


2. De afgelopen jaren is door de ministeries van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer in algemene zin bezien wat de voordelen, de perspectieven en de kosten, met inbegrip van de budgettaire kosten, van de productie en inzet van biobrandstoffen zijn. Daarbij is ook plantaardige olie beoordeeld. Het gaat daarbij niet alleen om de emissies van motoren maar om de totale milieu-balans, waarbij ook de emissies bij de productie van deze oliën in acht moeten worden genomen (teelt van het gewas tot en met gereden kilometer). Uit deze beoordeling moet naar de huidige stand van zaken worden geconcludeerd dat een generieke inzet van biodiesel enigermate milieuvoordelen kan opleveren; maar dat deze dermate beperkt zijn dat zij niet opwegen tegen de relatief hoge kosten. Verschillende onderzoeken in binnen- en buitenland wijzen dit uit.

Door de relatief hoge kosten van de Nederlandse landbouwgrond kan in Nederland geproduceerde plantaardige olie niet concurreren met plantaardige olie uit het buitenland. Van een perspectief op werkgelegenheid in de Nederlandse landelijke gebieden kan dan ook niet worden gesproken. Bij een accijnsvrijstelling zal de pompprijs van het product in dezelfde orde van grootte liggen als die van fossiele dieselolie. Het product zal daardoor veeleer kant en klaar uit het buitenland, zoals Duitsland worden geïmporteerd. In Duitsland, waar door grotere landbouwarealen de productiekosten lager liggen, ligt de pompprijs circa 10 cent per liter lager dan die van fossiele dieselolie.


3. Op grond van de Europese regelgeving (artikel 8, vierde lid, van de Richtlijn 92/81/EG van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën PbEG L 316) zou een derogatie kunnen worden aangevraagd voor een vrijstelling of verlaagd tarief voor dergelijke oliën. Op grond van artikel 8, tweede lid, van genoemde richtlijn kan in het kader van proefprojecten, waarbij technologisch en milieuhygiënisch onderzoek plaats vindt, zonder derogatie vrijstelling worden verleend.


4,5 en 6. Zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven is de afgelopen jaren door de ministeries van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer reeds uitgebreid overlegd over de aspecten van de productie en inzet van biobrandstoffen.
Ik acht het thans prematuur een derogatie voor een generieke vrijstelling, al dan niet gekoppeld aan het gebruik door specifieke categorieën motorrijtuigen voor plantaardige dieselolie aan te vragen. Bovendien vergt een dergelijke generieke vrijstelling, zowel voor het bedrijfsleven als voor de belastingdienst een aantal wettelijk voorgeschreven maatregelen met de daaraan verbonden administratieve lasten ter waarborging van de controle op de productie, op de handel en op het vrijgestelde verbruik. Wel ben ik bereid, indien zich ondernemers daarvoor aanmelden, in het kader van proefprojecten vrijstelling te verlenen, zoals dat ook is gebeurd bij gebruik door rondvaartboten. Aan de hand van de resultaten daarvan en de verdere onderzoeken op dit vlak kan vervolgens worden bezien of een gerichte stimulering voor bepaalde sectoren mogelijkheden biedt die tot een - verhoudingsgewijs - voldoende milieuwinst kunnen leiden. Tot nu toe hebben mij echter vanuit de transportsector geen signalen bereikt dat men aldaar belangstelling heeft voor dergelijke proefprojecten.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie