Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW inzake samenwerking-aansluiting VMBO-ROC

Datum nieuwsfeit: 16-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW inzake samenwerking-aansluiting vmbo-roc
Gemaakt: 18-5-2000 tijd: 16:51


8


24578 MAVO/VBO/VSO

Nr. 29 Brief staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 16 mei 2000 2000

In de brief d.d. 17 december 1999, kenmerk VO/VMBO/99/51578, heb ik toegezegd u nader te informeren over de samenwerking VMBO-ROC. In het bijzonder zou aandacht worden besteed aan de mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van inventaris, gebouwen en personeel. Daarbij zou worden bezien of, en zo ja op welke wijze, wetswijziging ter bevordering van deze vorm van samenwerking nodig is.

Alvorens die vraag te beantwoorden wordt eerst ingegaan op het inhoudelijk aansluitingsvraagstuk VMBO - ROC. Dit als vervolg op de brief, kenmerk VO/VMBO/2000/15130, die op 17 april 2000 naar u is verzonden. Het voor op stellen van de inhoudelijke aansluiting VMBO - ROC heeft te maken met het feit dat samenwerking meerdere doelen kan dienen:

aantrekkelijk beroepsonderwijs met een kwalificatie als perspectief;

een voldoende aanbod van voorbereidend en secundair beroepsonderwijs in de regio;

efficiënte benutting van middelen door uitwisseling van personeel en het optimaal benutten van lokalen en inventaris;

vermindering van voortijdig schoolverlaten, realiseren van doorlopende leerlijnen;

voldoende zorgbreedte, adequate onderwijsmogelijkheden voor risicoleerlingen.

Het bereiken van die doelstellingen leidt tot verschillende vormen van samenwerking tussen het VMBO en een ROC.

Hoofdvormen zijn:

onderwijsinhoudelijke samenwerking (afstemming over aansluiting en doorlopende leerlijnen);

materiële samenwerking (gezamenlijk gebruik vaklokalen/gebouwen, uitwisseling van onderwijzend personeel en afstemming over het onderwijsaanbod).

Deze vormen van samenwerking kunnen in de praktijk in combinatie voorkomen.

Over beide vormen is op 11 mei jl. een verkennend gesprek gevoerd met vertegenwoordigers uit de onderwijsvelden voortgezet onderwijs en secundair beroepsonderwijs. De resultaten daarvan worden ook in deze brief gemeld.

Samenwerking met als doel de inhoudelijke aansluiting VMBO - ROC te verbeteren

Versterking van de samenwerking tussen VMBO-scholen en ROC's dient tot verbetering van de aansluiting binnen de totale kolom van voorbereidend, secundair en hoger beroepsonderwijs. Het gaat zowel om efficiëntere leerwegen voor kansrijke leerlingen als om versterking van de positie van kwetsbare groepen. Daarmee is de aansluiting VMBO-ROC voor alle VMBO-leerlingen van cruciaal belang.

Samenwerking ligt in het verlengde van de eigen verantwoordelijkheid van de scholen en instellingen en is voor scholen één van de middelen om hun kerntaken optimaal uit te voeren. Die verantwoordelijkheid impliceert dat scholen en instellingen binnen de wettelijke kaders hun eigen keuzen kunnen maken. Circa 70% van de VMBO-scholen is betrokken bij samenwerkingsverbanden op het gebied van regionale aansluitingsprojecten VMBO-ROC. Het betreft hier


40 projecten, ondersteund door SLO, Cinop en APS.
Vaak vormt een samenwerkingsarrangement niet alleen de basis voor inhoudelijke aansluiting maar ook voor materiële samenwerking, uitwisseling van docenten, samenwerken in programma uitvoering. De werkelijkheid is dat niet alle ROC's noch de VMBO-scholen op dit moment actief samenwerken. Het beeld is dus nog divers.

Het rijk vindt het van groot belang dat samenwerking tussen ROC's en VMBO-scholen landelijk dekkend vorm krijgt.

In Koers BVE is samenwerking een van de voornaamste thema's waarover uitvoerig met de instellingen wordt gesproken. In het Impulsbeleid beroepsonderwijs, waarvoor bij de Voorjaarsnota 2000 incidenteel middelen beschikbaar worden gesteld, zal eveneens opnieuw de samenwerking tussen instellingen in de totale beroepsonderwijskolom (VMBO-ROC-HBO) prioriteit hebben.

Het VMBO-invoeringsbeleid bevat voorstellen voor een actieprogramma modernisering en versterking van het VMBO. Ook binnen dit actieprogramma zal de samenwerking VMBO-ROC prioriteit hebben. Inzet is dat elke VMBO-school tot een vorm van samenwerking komt met een ROC. De inhoudelijke en programmatische aansluiting dient daarin centraal te staan. De verdere uitwerking vindt plaats in het Invoeringsplan VMBO.

In de brief van 17 april jl. zijn drie prioriteiten genoemd in de verbetering van de aansluiting VMBO-ROC: ongediplomeerde doorstroom, doorlopende leerlijnen en trajecten voor neven-instromers.


1.1 Ongediplomeerde doorstroom van VMBO naar
secundair beroepsonderwijs en educatie

De nieuwe structuur van het VMBO is ondersteunend aan de 'koninklijke weg': het verwerven van een startkwalificatie gaat via het behalen van een diploma VMBO. De hele opzet van het VMBO heeft tot doel meer leerlingen met diploma voor te bereiden op vervolgonderwijs en arbeidsmarkt. Tevens is er sprake van een versterking van het civiel effect van deze diploma's door een transparante examinering. Een beperkt deel van de leerlingen zal hier niet binnen de gestelde verblijfsduur in slagen. In mijn reactie op het Amsterdamse onderzoek heb ik aangegeven dat een doorstroom naar een secundaire opleiding, gericht op een eerste intrede in de arbeidsmarkt, dan de eerste keuze is.

In het stelsel van beroepsonderwijs en educatie is veel ruimte voor maatwerk ingebouwd. Ongediplomeerden dient onder de condities van maatwerk een passend vervolgtraject te worden aangeboden. De WEB is aangepast aan de instroom uit de leerwegen van het VMBO:

Toelating is altijd mogelijk tot opleidingen op niveau 1.

Toelating Voor niveau 2 zal een diploma VMBO voorwaarde voor toelating zijn. Indien er geen verwante opleiding op niveau 1 is, blijft de drempelloosheid van de niveau-2 opleiding in tact.

De ROC's behouden de bevoegdheid ongediplomeerden toe te laten tot niveau 2 (en hoger), indien zij het mogelijk achten hen een passend traject aan te bieden binnen de beschikbare middelen. Het gaat dan doorgaans om een maatwerktraject met inzet van VOA-middelen en bij voorbeeld een verlengde cursusduur. Het is dus niet zo dat een ongediplomeerde alleen tot niveau 1 kan worden toegelaten.

De drempelloze toegankelijkheid van het stelsel blijft dus in tact.

De BVE-raad, de AOC-raad, het COLO, de LOB en de VVO hebben een gezamenlijk voorstel voor een doorstroomregeling gedaan voor de instromers uit de nieuwe leerwegen VMBO. Krachtens de (gewijzigde) WEB kunnen per opleiding op de niveaus 2, 3 en 4 nadere eisen aan het vakkenpakket worden gesteld. De minister zal spoedig zijn standpunt hierbij bepalen. Toetsteen daarbij is dat de regeling bijdraagt aan een efficiëntere aansluiting zonder onnodige drempels en overlap.

In de uitwerkingsnotitie onderwijskansen en het Invoeringsplan VMBO komen de leerwerk-trajecten terug. Punten die daarin onder meer aan de orde komen zijn de vraag vanuit het scholenveld om binnen de basisberoepsgerichte leerweg scholen ruimte te geven voor maatwerk (flexibiliseren) en meer praktijkgericht onderwijs. Een goed samenspel tussen VMBO - ROC is dan onontbeerlijk.

Een voorstel is in voorbereiding en zal in de maand juni met het onderwijsveld en sociale partners worden besproken.


1.2 Doorlopende leerlijnen

Onder 'doorlopende leerlijnen' vallen al die ontwikkelingen, die gericht zijn op een optimale aansluiting tussen de leerwegen VMBO en de secundaire opleidingen zonder dat de leerlingen een storende breuk tussen deze stelsels ervaren. Samenwerking tussen VMBO-scholen en ROC's op regionaal niveau is hierbij het sleutelbegrip.

Concrete ontwikkelingen zijn:

Trajecten voor bijzonder kwetsbare leerlingen met meervoudige leer- en/of sociale problematiek waarbij, in samenwerking met het ROC, deelkwalificaties in directe aansluiting op de leerweg VMBO worden gerealiseerd. Het gaat dan om arbeidsmarktgerichte afsluitingen. Deze kunnen de vorm aannemen van het verwerven van één of meer deelkwalificaties uit de kwalificatiestructuur secundair beroepsonderwijs. Aanbieder is dan het VMBO. Deze samenwerking is binnen de wetgeving mogelijk als er een duidelijke verantwoordelijkheids-verdeling is. Het ROC neemt de verantwoordelijkheid voor het 'secundaire deel' van de leerweg en voor de certificering hiervan.

Verkorte trajecten voor kansrijke leerlingen: doel is de herhaling van VMBO-stof, met alle demotiverende effecten van dien, te voorkomen door vrijstelling van en/of een verkorte leerweg voor (delen van de) secundaire opleiding. Deze verkorte trajecten kunnen door het ROC worden ingericht vanuit het principe van maatwerk.

Dit kan doordat krachtens de WEB geen cursusduur maar een normduur per opleiding wordt vastgesteld, zodat de instellingen de feitelijke cursusduur voor

specifieke groepen of zelfs individueel kunnen variëren.

Vrijstellingsregelingen maken veelal deel uit van de afspraken binnen regionale samenwerkingsplatforms; ook zijn voor een aantal opleidingen landelijke modellen ontwikkeld.


1.3 Trajecten voor neveninstromers

Een aparte groep betreft de zogenaamde neveninstromers, waaronder asielzoekers. Met name de groep neveninstromers in de leeftijd van 15 tot 18 jaar vraagt in dit verband specifieke aandacht. Deze groep leerlingen wordt opgevangen in het voortgezet onderwijs, waarbij voorbereiding op vervolgonderwijs en/of beroepsvoorbereiding wordt geboden.

Het is van belang dat het onderwijs voor deze groep zich sterk richt op voorbereiding op vervolgonderwijs. Ook in de toekomst zullen VMBO-scholen de mogelijkheid hebben om voor deze neveninstromers specifieke programma's aan te bieden waarin veel aandacht is voor taal en beroepsgerichte vakken Samenwerking tussen VMBO-scholen en ROC's is belangrijk omdat ROC's kennis en know how hebben die voor VMBO-scholen essentieel is bij de opvang van neveninstromers. Gedoeld wordt dan op het gebruik van ervaringen uit de opvang van neveninstromers van 18 jaar en ouder in de vorm van educatie-trajecten voor nieuwkomers (uitvoering van de Wet Inburgering Nieuwkomers).

Er zijn geen specifieke regelingen voor deze groep noodzakelijk: de VMBO-scholen hebben de mogelijkheid om trajecten aan te bieden vanuit het principe van maatwerk. Dit kan in combinatie met educatie (ROC's), al dan niet onder aansturing van de gemeente(n).


2. Wettelijke kaders voor de samenwerking

Het VMBO en secundair beroepsonderwijs zijn binnen de onderwijsstructuur verschillende stelsels met verschillende wettelijke regimes.

De vraag is nu of scholen en instellingen in hun onderlinge samenwerking hindernissen en knelpunten ervaren als gevolg van de verschillen in wettelijke regimes van WVO en WEB.

Wettelijke mogelijkheden

De beide betrokken wetten (WVO en WEB) bevatten geen bepalingen voor de genoemde vormen van samenwerking.

Het gaat om vrijwillige samenwerking tussen autonome scholen en instellingen, werkend binnen en vanuit hun eigen wettelijk stelsel.

Wettelijke uitsluitingen

Door de vigerende wetgeving wordt eigenlijk alleen die samenwerking uitgesloten waa
rbij het ROC delen van het vmbo-programma zou uitvoeren onder eigen verantwoordelijkheid of omgekeerd.

Hindernissen

Vergaande vormen van onderwijsinhoudelijke en materiële samenwerking VMBO-ROC zijn binnen het wettelijk kader mogelijk en komen ook in de praktijk voor. Naarmate materiële samenwerking verder wordt doorgezet zijn er hindernissen als het gaat om de huisvesting en de inzet van personeel:

Bij de huisvesting VO is de gemeente verantwoordelijk. Voor de huisvesting van een ROC is het ROC verantwoordelijk.

Bij de inzet van onderwijzend personeel zijn verschillende werkgevers betrokken (bevoegde gezagsorganen van een VO-school en een ROC); ook zijn er twee CAO's. Dit bepaalt de wijze waarop personeel kan worden ingezet (uitbesteden mag niet, detachering mag wel evenals gecombineerde deeltijdaanstellingen aan VO-school en ROC).

De vormen van samenwerking, waarbij de inzet van gebouwen en/of personeel aan de orde zijn, vergen creatieve oplossingen van de kant van de betrokken scholen en instellingen. Praktijkvoorbeelden laten zien dat dergelijke oplossingen werkbaar zijn.


2.1 Specifieke situatie verticale scholengemeenschappen
De WEB bevat een expliciete vermelding van scholengemeenschappen VO-ROC; hiervoor kunnen nadere voorschriften bij AMvB worden gegeven, maar van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. De WVO biedt de mogelijkheid voor een scholengemeenschap met een ROC; ook hier wordt de mogelijkheid van nadere voorschriften geboden, maar niet gebruikt.

Voor samenwerking tussen de afzonderlijke VO- en EB-componenten binnen verticale scholengemeenschappen en bestuurlijk gefuseerde scholen en instellingen gelden dezelfde wettelijke kaders als voor vormen van samenwerking tussen (noch institutioneel noch bestuurlijk gefuseerd) VMBO en ROC. Binnen een institutionele fusie is het mogelijk het personeel onder één CAO te brengen en het binnen een ongedeelde aanstelling in zowel het EB als het VO in te zetten (in plaats van gecombineerde aanstellingen of detachering). Hierbij gelden echter de bevoegdheidsvoorschriften WVO en de benoembaarheidvoorwaarden WEB onverkort.

2.2 Zwolse variant De Zwolse variant houdt in dat onderdelen (beroepsgerichte vakken) van het vbo-programma kunnen worden verzorgd door een andere vbo-school dan de vbo-school waar de leerlingen zijn ingeschreven. Dit geldt ook voor een vbo-school, die behoort tot een scholen-gemeenschap ROC-VO. Deze vbo-school kan de Zwolse variant aangaan met andere vbo-scholen.

Een daarvan afgeleide variant waarbij een ROC sec voor eigen verantwoordelijkheid een vbo-programma zou aanbieden is niet mogelijk (de betrokken wetten sluiten dit uit). Dit is ook ingegeven op grond van de volgende overwegingen:

Wettelijk is er -o.a. vanwege het verschil in pedagogisch klimaat- bewust voor gekozen een ROC geen licentie-mogelijkheid te geven voor VMBO.

Met de uitvoering van een vbo-programma aan een ROC wordt geen kwantitatieve versterking bereikt. De Zwolse variant is voor het vbo één van de opties dit onderwijs kwantitatief te versterken (clustering van onderdelen van vbo-programma's).

Het bieden van deze mogelijkheid zou het vinden van oplossingen binnen het vbo kunnen ontmoedigen.

Samenwerking tussen het vbo en ROC's vindt nu al plaats, blijkt goed werkbaar en wordt niet belemmerd door het ontbreken van de mogelijkheid dat een ROC sec vbo-programma's uitvoert.


3. Resultaten van het consultatief overleg.
Op 11 mei heeft informeel overleg plaatsgevonden met een vertegenwoordiging van de organisaties uit het VO- en BVE-veld.

De organisaties staan unaniem versterking van de samenwerking binnen het gegeven wettelijk regime voor. De samenwerking zou naar het oordeel van de organisaties verder kunnen worden ondersteund en gestimuleerd, onder meer door informatie te verspreiden over mogelijkheden tot samenwerking en de marges daarbij.

De reacties op het gestelde over de inhoudelijke aansluiting VMBO - ROC's zijn eveneens positief. Er werd verzocht om een nadere uitwerking van het uitgezette beleid. Meer specifiek betreft dit de voornemens voor maatwerk en praktisch georiënteerde (leerwerk)trajecten voor leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de regionale vrijstellingen voor leerlingen die juist met afgeronde verrijkingsprogramma's doorstromen.

Ten aanzien van de neveninstromers is vooral gewezen op de grote diversiteit binnen deze groep. Een 'speciaal programma' als afzonderlijke voorziening werd niet de juiste benadering geacht; juist bevordering van maatwerk is noodzakelijk. Dit maatwerk kan binnen de gegeven wettelijke kaders voor VO respectievelijk EB tot stand komen. Daarbij is het heel wel mogelijk en vaak ook wenselijk, zoals ook uit de verkenning in deze brief blijkt, dat de expertise van het ROC wordt betrokken bij maatwerktrajecten van VO-scholen.


4. Samenvatting en het perspectief van de samenwerking
De verkenning van de wettelijke mogelijkheden tot samenwerking tussen VMBO-scholen en ROC's geeft aan dat er binnen het wettelijk kader voldoende samenwerkingsmogelijkheden zijn.

Het belang van een ononderbroken leerweg voor de individuele deelnemer staat in het landelijk beleid centraal.

Het accent zal blijven liggen op het bevorderen van de samenwerking tussen VMBO-scholen en ROC's. Het bevorderen van de samenwerking VMBO-ROC is mede een alternatief voor verticale fusies.

Om de samenwerking verder te bevorderen wordt het volgende voorgesteld:

Het stimuleren en verder uitbouwen van een landelijk dekkend netwerk van samenwerkingsvormen VMBO-ROC blijft prioriteit krijgen binnen het invoeringsbeleid VMBO (actieprogramma) en wordt ook besproken met het veld binnen Koers BVE. Ook middelen voor de «impuls beroepsonderwijs» zullen hiervoor worden ingezet.

Over de verschillende vormen van samenwerking wordt dit najaar een voorlichtingsbrochure naar de scholen en instellingen verstuurd.

De inhoudelijke aansluiting VMBO - ROC blijft centraal staan in dit landelijk stimuleringsbeleid. Op een aantal onderdelen zal uitwerking plaats vinden en overleg met het onderwijsveld worden gevoerd:

In het Onderwijskansenplan en het door de Kamer gevraagde Invoeringsplan VMBO zal uitwerking gegeven worden aan de leerwerktrajecten. Op korte termijn zal daarvoor een uitwerkingsnotitie aan het Technisch Overleg VMBO worden voorgelegd.

Beslissingen over de doorstroomregeling die door de BVE-raad, de AOC-raad, het COLO, de LOB en de VVO is opgesteld, zullen eveneens nog op korte termijn met het veld worden overlegd.

In overleg met sociale partners/branches en platforms VMBO zijn voorstellen in ontwikkeling voor een landelijk actieprogramma VMBO. Inzet van dit programma is de versterking van de relatie met de branches en de investering in een aantrekkelijk VMBO. De Impulsmiddelen beroepsonderwijs zullen in dit actieprogramma worden ingezet. Zoals aangegeven zal de samenwerking

VMBO - ROC ook in dit actieprogramma aan de orde zijn.

Voor zover deze uitwerkingen geen onderdeel uitmaken van aan de Kamer toegezegde plannen en het daarover te voeren overleg, zal de Kamer tijdig worden geïnformeerd.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

K.Y.I.J. Adelmund

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie