Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV over slijtersproblematiek

Datum nieuwsfeit: 17-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV Slijtersproblematiek

Gemaakt: 18-5-2000 tijd: 16:6


2


26991 Voedselveiligheid

Nr. 12 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 mei 2000

In een aantal dagbladen zijn na het Algemeen Overleg over de slijters-problematiek op 1 mei jl. berichten verschenen over een nieuwe mogelijke verklaring voor de slijtersproblemen in de rundveehouderij. Door middel van deze brief wil ik de Kamer over een en ander nader informeren. Ik maak daarbij van de gelegenheid gebruik om nog nader in te gaan op enkele punten die ook tijdens het Algemeen overleg op 11 mei jl. aan de orde kwamen.

Het circovirus

In de berichten in de media wordt het circovirus genoemd als mogelijke oorzaak van de slijtersproblemen in de rundveehouderij. Het circovirus is het virus dat bij varkens verantwoordelijk wordt geacht voor de zgn. Wegkwijnziekte.

In de rundveehouderij is het circovirus tot nu toe slechts bekend van enkele, in de literatuur beschreven gevallen buiten Europa. In Nederland is het circovirus, voor zover bekend, tot op heden, nooit bij runderen aangetoond. Ook van het bericht dat het virus zou zijn aangetroffen bij runderen van een bedrijf in Zelhem heb ik geen bevestiging kunnen krijgen. Het afgelopen jaar is, op initiatief van de Gezondheidsdienst voor Dieren, materiaal van zieke dieren van dit bedrijf en andere bedrijven, in een laboratorium in Belfast, onderzocht op de aanwezigheid van antilichamen tegen het circovirus. Het resultaat van dit onderzoek was negatief.

In 1999 is in Denemarken vrij uitvoerig onderzoek verricht naar de mogelijkheid van het circovirus als oorzaak van dierziekteproblemen in de rundveehouderij in relatie met de mogelijkheid van besmetting via het IBR-vaccin. Ook dit onderzoek heeft geen positieve uitslag opgeleverd.

In het licht van het voorgaande houden deskundigen het vooralsnog voor onwaarschijnlijk dat het circovirus een rol speelt bij de slijtersproblematiek in de rundveehouderij. Niettemin ben ik van mening dat elke twijfel op dit punt zo snel mogelijk moet worden weggenomen. Ik zal er daarom zorg voor dragen, dat in het aanvullende onderzoek met betrekking tot de slijtersproblematiek, waarvan ik in mijn brief van 8 mei jl. en het tijdens het Algemeen Overleg op 11 mei melding maakte ook het circovirus als mogelijke oorzaak wordt betrokken; dit met inbegrip van de vraag of het IBR-vaccin mogelijk in enig stadium met het circovirus zou kunnen zijn verontreinigd. Eerder onderzoek bij ID-Lelystad heeft overigens geen verontreiniging van de moederbatch van het IBR-vaccin met het circovirus aangetoond.

Het onderzoek van de slijtersproblematiek

Tijdens het Algemeen Overleg op 11 mei is met betrekking tot de opzet van het onderzoek van de slijtersproblematiek en de wijze waarop het wordt uitgevoerd een aantal opmerkingen gemaakt die mij aanleiding geven de Kamer nog nader over een en ander te informeren.

Aan het onderzoek zoals dit in mijn brief van 8 mei is beschreven is een brede discussie vooraf gegaan, waarbij deskundigen betrokken zijn geweest van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht, het RIVM, de Gezondheidsdienst voor Dieren en het ID-Lelystad. Het is vanuit de werkgroepen van deze deskundigen geweest dat de prioriteiten voor het onderzoek zijn aangegeven. Ik hecht er aan hier de nadruk op te vestigen; het is dus bepaald niet alleen ID-Lelystad geweest dat de richting van het onderzoek heeft bepaald. Ook is lang niet alle diagnostische onderzoek uitgevoerd bij ID-Lelystad. Zowel de Faculteit Diergeneeskunde als een aantal buitenlandse instituten is bij het diagnostisch onderzoek ingeschakeld geweest. Verder is, ik heb dat in de Kamer ook benadrukt, de toelating van het IBR-vaccin onderhevig geweest aan de procedures die daar in Europees verband voor gelden. Dat betekent dat de uiteindelijke toelating is geschied op basis van het advies van het Europese bureau voor de registratie van diergeneesmiddelen en haar wetenschappelijke adviescommissie.

Ik maak deze opmerkingen omdat in de Kamer twijfel is geuit met betrekking tot de onafhankelijkheid van het onderzoek naar de oorzaken van slijters-problematiek en dientengevolge, ook de wetenschappelijke integriteit van ID-Lelystad ter discussie is komen te staan. In dit verband wil ik er aan herinneren dat ID-Lelystad met regelmaat wordt onderworpen aan visitatiebezoeken van externe wetenschappelijke deskundigen, officieel is erkend als Sterlab door de Raad voor de Accreditatie en dus haar werkzaamheden verricht volgens alle kwaliteitssystemen als ISO (International Standardization Organisation), GMP (Good Manufactury Practice) en GLP (Good Laboratory Practice).

Ik wil er dan ook geen twijfel over laten bestaan dat ik geen enkele reden heb om te twijfelen aan de wetenschappelijke integriteit van ID-Lelystad. Wel heeft de Raad van Bestuur van Wageningen UR om elke mogelijke twijfel met betrekking tot de kwaliteit van het onderzoek van de slijtersproblematiek uit te sluiten, op mijn initiatief het besluit genomen een onafhankelijke commissie, bestaande uit een drietal binnen- en/of buitenlandse wetenschappelijke deskundigen, een audit te laten uitvoeren op het onderzoek dat ID-Lelystad naar de slijtersproblematiek (heeft) verricht.

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

G.H. Faber

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie