Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

'Regels en toezicht blijven nodig bij woningcorporaties'

Datum nieuwsfeit: 18-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van VROM

Persberichten


-

Remkes over woningcorporaties: wettelijke regels en publiek toezicht blijven nodig


18 mei 2000

Er mag geen enkel misverstand bestaan over de maatschappelijke taak en verantwoordelijkheid van woningcorporaties. Daarom blijven wettelijke regels en publiek toezicht voor zo'n belangrijke sector nodig. Een discussie over die maatschappelijke taak zou uiteindelijk het bestaansrecht van corporaties in de waagschaal leggen. Dat is de boodschap van staatssecretaris Remkes (VROM) voor de woingcorporaties tijdens een Aedes-manifestatie over de ontwerp Nota Wonen. Na de zomer wordt de nota in definitieve vorm gepubliceerd. Hij roept de corporaties op ervoor te zorgen dat dan gelijktijdig het Nationaal Akkoord Wonen (tussen het rijk en de koepelorganisaties) en meerjarige afspraken over het huurbeleid gepubliceerd kunnen worden.

Hieronder volgt de integrale tekst van de toespraak.

Toespraak van staatssecretaris Remkes (VROM) op het Aedes-congres over de Nota Wonen, Den Haag, 18 mei 2000

Nog vóórdat mijn eigen ministerie de presentatie van de ontwerp Nota Wonen officieel aankondigde, publiceerde Aedes vorige week op het ANP al een uitnodiging aan de pers om deze bijeenkomst vandaag bij te wonen. Als ik dat als een teken van ongeduld en nieuwsgierigheid naar die nota mag interpreteren, doet mij dat deugd. De verwachtingen aan uw kant waren blijkbaar hoog gespannen. Het zal u inmiddels duidelijk zijn dat dat geheel wederzijds is!

Dames en heren,
We hebben de afgelopen dagen via de media over en weer al wat kennis kunnen nemen van elkaars standpunten over de nota. Maar het is ook de toon die de muziek maakt en daarom niet verstandig alleen op de krantenkoppen af te gaan. Het is dan ook goed om zo snel na het verschijnen al een bijeenkomst te hebben als deze om tot een eerste gedachtewisseling te komen. Dat er van uw kant wat gemor klinkt over een aantal elementen uit de nota komt niet helemaal onverwacht. Ik troost mij met de gedachte dat na de verschijning van de nota Heerma, meer dan tien jaar geleden, de corporaties op de barricaden stonden om te protesteren tegen wat hen werd aangedaan: de gouden koorden met het rijk werden doorgesneden en ze moesten voortaan op eigen benen staan. Maar binnen een paar jaar was de verzelfstandiging in de ogen van de corporaties een grote verworvenheid en nu vreest u zelfs voor de aantasting daarvan. Ik vind dat overigens niet het belangrijkste thema. Eerst moeten we het maar eens hebben over de grote opgave die er ligt en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de sector. Daarom begin ik met de context van de nota Wonen en drie belangrijke thema's: zeggenschap, kwaliteit en betaalbaarheid. Daarna kom ik dan bij de toekomstige rol en positie van de woningcorporaties, het speelveld en dergelijke.
Context
Laten we om te beginnen eens onze zegeningen tellen. Het gaat goed met het wonen in ons land. Het kwantitatief woningtekort is grotendeels ingelopen en ook de financieel zwakke groepen zijn over het algemeen goed gehuisvest. De woningcorporaties hebben daarbij een belangrijke rol gespeeld en doen dat - gelukkig - nog steeds. Ze zijn over het algemeen geprofessionaliseerd en staan er ook financieel goed voor. Zelfs aanzienlijk beter dan we een paar jaar eerder op grond van het prognosemodel verwachtten (maar daar kom ik nog op terug). Er ligt dus een meer dan gezonde basis om hoge ambities te kunnen hebben voor de komende tien jaar. Dat is ook nodig, want ondanks die verworvenheden is er nog een hoop te doen. Veel steden verliezen nog steeds draagvlak, er is bij alle burgers (ook die met de kleine portemonnee) vraag naar meer kwaliteit bij het wonen, er liggen milieu-opgaven, de vergrijzing stelt andere eisen aan woningen en diensten, dak en thuislozen moeten gehuisvest en ga zo maar door. Ook wat ik maar noem 'de ordening' is redelijk op orde. De nota Heerma is grotendeels uitgevoerd en er is zeker geen reden voor grote omwentelingen in dat opzicht. Wel kies ik voor een aantal stevige accentverschuivingen: beheerste marktwerking en een betrokken overheid (die actiever is en ook weer vaker zelf iets vindt, dus dat zal soms even wennen zijn), nadruk op samenwerking in de vorm van heldere, prestatiegerichte afspraken en een goede wettelijke verankering in een nieuwe Woonwet.

Zeggenschap
De belangrijkste accentverschuiving is natuurlijk die naar de burger. Waar tien jaar geleden - terecht naar de omstandigheden van toen - de instituties centraal stonden, wordt het nu tijd dat de burger aan zijn trekken komt. En dat geldt wat mij betreft voor alle burgers: arm en rijk, koper en huurder, jong en oud. Manieren om dat vorm te geven, zijn voor corporaties bijvoorbeeld:
* verkoop van huurwoningen. Veel huurders willen hun huis kopen, het versterkt het draagvlak van steden en het levert geld op om weer te investeren in die steden. Ik zet daarom hoog in: 500.000 corporatiewoningen in tien jaar verkopen (en niet in dertig jaar, wat ik lees in een recente notitie van Aedes over de ruimtelijke inrichting van ons land). Uiteraard moet dat wel verantwoord gebeuren en in goede samenhang met transformatie van wijken, zeg ik ook maar meteen tegen Peter Noordanus, die op dit punt geloof ik wat last heeft van koudwatervrees;

* versoepeling van het beleid bij zelf aangebrachte voorzieningen;
* meer mogelijkheden voor huurders en verhuurder om afspraken te maken over inrichting, onderhoud, tussenvormen van huur en koop (bij dat laatste moeten we goed in de gaten houden dat er voor huurders en potentiële kopers ook echt iets te kiezen is);
* experimenten met uitgifte van een soort 'aandelen' aan bewoners om hun invloed op het beleid te vergroten;

* vroegtijdige betrokkenheid van huurders bij aanpak van wijken en waar mogelijk ook bij nieuwbouwplannen.

Betaalbaarheid
Verbreding van het woonbeleid van wat traditioneel 'de doelgroep' is gaan heten, naar álle burgers, wordt door sommigen als een bedreiging gezien. Ten onrechte, alle misverstanden op dat punt wil ik wegnemen. De huursubsidie blijft kerninstrument, daar hoeven mensen zich geen zorgen over te maken. En experimenten met vouchers zijn absoluut niet bedoeld als verkapte bezuiniging, maar als een manier om ook die groep meer keuzevrijheid te geven (ik blijf mij verbazen over de Pavlov-reacties van sommigen). Wel blijven verhuurders (zeker sociale!) nadrukkelijk mee verantwoordelijk voor de beheersbaarheid van de huursubsidie-uitgaven. Als op dat punt problemen ontstaan, zal ik niet aarzelen de corporaties een deel van de kosten in rekening te brengen.
Dan de huren. Vanaf komend jaar (dat kan geen verrassing zijn!) wil ik naar een gemiddeld inflatievolgend huurbeleid. Dat is gewenst met het oog op de betaalbaarheid en het is mogelijk als ik kijk naar de financiële positie van de sector. Bij het Landelijk Overleg Huurders Verhuurder ligt de uitdaging om tot bindende afspraken te komen; lukt dat niet, dan zal ik een ander, onafhankelijk adviesorgaan hierover in het leven roepen. Daarnaast wil ik huurders en verhuurders - binnen een bandbreedte - meer contractvrijheid geven, zodat ook hier nieuwe producten (huurvast e.d.) kunnen ontstaan. Ik roep Aedes op in het overleg over de huren vanuit de eigen opvattingen enige inschikkelijkheid te tonen om tot goede, toekomstgerichte afspraken te komen. (Ook al omdat we er denk ik allemaal belang bij hebben als mijn gedachtewisseling met de Kamer over dit onderwerp wat minder tijd in beslag neemt dan afgelopen keer!)
Kwaliteit
Meer kwaliteit is de algemene opgave, maar die spitst zich vooral ook toe op de steden. Volgens onze onderzoeksgegevens is de urgentie en omvang van de problematiek daar veel groter dan waarvan de meeste gemeenten nu nog uitgaan en moet de ambitie dus omhoog. Gebeurt dat niet, dan zullen nog meer mensen die het zich kunnen permitteren de stad de rug toekeren. De meest kwetsbare groepen blijven dan achter en een groeiend aantal wijken (met vooral corporatiebezit!) komt in de problemen.
Voor corporaties ligt hier misschien wel de belangrijkste opgave: het gaat, zoals gezegd, vooral om 'uw wijken' en de verantwoordelijkheid ligt voor een groot deel bij u. Daarom ook verwacht ik van u een zeer belangrijke bijdrage in de investeringen. Ik pleit er overigens voor om deze taak niet als 'monopolist' in die wijken alléén aan te pakken, maar daar ook marktpartijen bij te betrekken.
Corporaties
Dames en heren, ik zou nog veel kunnen zeggen over de opgaven die er liggen, bijvoorbeeld op het gebied van zorg en milieu. Ik zal dat nu niet doen - u kunt dat zelf allemaal lezen in de nota die u volgende week toegestuurd krijgt. Ook met het oog op de tijd stap ik over op het onderwerp dat u geloof ik het meeste bezighoudt: taak en positie van woningcorporaties.
U werkt momenteel met een campagne aan uw imago. Met de Nota Wonen wil ik u daar eigenlijk een handje bij helpen; de beste PR gaat immers uit van het principe: 'be good and tell it'.
Laat ik eens beginnen met een paar algemene opmerkingen:
* corporaties zijn en blijven nodig; dat blijkt uit wat ik hiervoor zei en de nota laat daar ook geen misverstand over bestaan;
* corporaties zijn en blijven hybride organisaties; het MDW-traject heeft dat als uitkomst en het kabinet zegt daarover: voor de komende tien jaar is dat geen punt van discussie meer (overigens: of je dat hybride karakter moet willen versterken is iets anders, daarover zo meer);

* als het gaat om de inhoudelijke ambities op het gebied van het wonen kan ik mij niet voorstellen dat daarover in de corporatiewereld wezenlijk anders wordt gedacht (of dat ook allemaal echt wordt waargemaakt is vers twee);
* de discussie met en over corporaties gaat vaak over:
. meetbaarheid, transparantie, kunnen afrekenen . spelregels en speelveld.


* in dat laatste zit naar mijn stellige overtuiging ook een deel van uw imago-probleem! Vergelijk het met voetbal: bij een goede wedstrijd valt de scheidsrechter niet op en (behalve in de Arena) is er ook weinig aandacht voor de kwaliteit van de grasmat! Anders gezegd: ik vind dat we het primair moeten hebben over de maatschappelijke opgave en pas daarna - en in samenhang daarmee - over nevenactiviteiten, fusies en dergelijke.
Maatschappelijke taak
'Van wie is de corporatie?' is een vraag die regelmatig gesteld wordt. Het ultieme antwoord op die vraag geef ik niet in de nota en valt, denk ik, ook niet te geven. Maar wat mij betreft kan er geen enkel misverstand bestaan over de maatschappelijke taak en verantwoordelijkheid van corporaties. Als we daarover zouden gaan moeten discussiëren zijn we op de verkeerde weg en zou u uiteindelijk ook het bestaansrecht van corporaties in de waagschaal leggen. Het is voor mij volstrekt vanzelfsprekend dat er publieke verantwoording en inbedding van de sector nodig is; daarom kies ik ook voor een helder wettelijk kader in een nieuwe Woonwet. Het zou buitengewoon merkwaardig zijn om bij een sector met zo'n belangrijke maatschappelijke taak en zo'n omvangrijk maatschappelijk bezit daar een andere keuze in te maken. Daarmee zeg ik niets negatiefs over wat de sector zelf doet en u mag het ook niet uitleggen als een teken van wantrouwen. Intern toezicht, bedrijfstakcode en visitatie zijn allemaal heel belangrijk en waardevol en daar moet u ook zeker mee doorgaan. Maar uiteindelijk zijn deze instrumenten nooit helemaal sluitend en voor iedereen bindend. Ook de commissie Terlouw heeft bijvoorbeeld aangegeven dat échte sancties bij de bedrijftakcode ontbreken. Wettelijke regels en publiek toezicht blijven daarom nodig (en dat is iets anders dan een BBSH van één A4, waarnaar sommigen in uw sector uitzien, als ik dat goed begrijp).

Prestaties
Maar dan de inhoud. Kernvraag is in feite: wat dient er met het maatschappelijk vermogen te gebeuren? Het BBSH gaf daarvoor een aantal prestatievelden en regelde daarnaast vooral wat niet mag. De nota kiest voor de omgekeerde weg: als uitgangspunt nemen wat moet gebeuren en daar een uitbreiding aan geven; dat leggen we vast in het nationaal beleidskader.
Het prognosemodel geeft aan dat de sector er financieel goed voorstaat, zelfs wat beter dan we voorzien hadden. Dat komt door een aantal gunstige ontwikkelingen (zoals rente en inflatie), maar toch ook doordat de prestaties op onderdelen achterbleven bij de verwachtingen. Op basis van de aannames van de nota (en inclusief het ambitieuze verkoopprogramma) resteert ná alle investeringen en een inflatievolgend huurbeleid in 2010 nog een gezamenlijk vermogen van tegen de zestig miljard! En ik begrijp dat Aedes op een wat lager bedrag uitkomt, maar dan nog: ik kan en wil tegen deze achtergrond noch in het kabinet, noch in de Kamer, noch in de samenleving uitleggen dat de huren omhoog moeten of dat er extra rijksgeld nodig is voor de transformatie van wijken (Zalm ziet me aankomen!). Daarom vind ik dat overheden en corporaties onderling harde en toetsbare afspraken moeten maken over te leveren prestaties. Dat gaat over de investeringen in nieuwbouw en transformatie van wijken, maar ook over het voor eigen rekening aanpassen van woningen voor gehandicapten. En ik vind dat de corporaties de kwaliteitsverbeteringen in de bestaande voorraad zonder huurverhogingen moeten doorvoeren. In de Nota Wonen heb ik mijn ambities geformuleerd en in het te sluiten Nationaal Akkoord Wonen wil ik daar goede afspraken over maken. Er is dus geen sprake van een dictaat, we zullen een proces van onderhandelingen op basis van gelijkwaardigheid ingaan. Maar ik beschouw dat akkoord wél als een lakmoesproef voor waar de sector écht voor staat. Vervolgens moeten de nationale afspraken op lokaal niveau hun concrete vertaling krijgen in prestatie-afspraken met gemeenten. Op die manier wil ik voor alle partijen, inclusief gemeenten en rijksoverheid, de vrijblijvendheid op alle niveaus wegnemen, zodat voor iedereen duidelijk is dat gaat gebeuren wat moet gebeuren.
Verzelfstandiging
Dan kom ik bij discussie over het speelveld; dat woord geeft trouwens letterlijk wel goed weer waar het over lijkt te gaan! Deze discussie wordt aan uw kant meestal gekoppeld aan de verzelfstandiging. Er liggen - begrijp ik - de nodige gevoeligheden, maar ik wilde hierover maar geen blad voor de mond nemen. Om te beginnen: draai ik de verzelfstandiging terug? Ik heb nooit begrepen dat met verzelfstandiging 'vrijheid, blijheid' zou zijn bedoeld. Voor mij zegt verzelfstandiging vooral iets over de ruimte om bedrijfsmatig en professioneel te kunnen functioneren, maar het kan nooit een vrijbrief zijn om bij wijze van spreken een koekjesfabriek te beginnen (dat zou de corporaties immers wel érg hybride maken!)
Wat zijn de discussiepunten?
* het speelveld: corporaties die hun maatschappelijke prestaties contractueel hebben vastgelegd, krijgen beperkte ruimte om ook andere activiteiten te verrichten binnen het speelveld: wonen, woondiensten en woonomgeving. Maar dan nog zullen die activiteiten altijd een échte toegevoegde waarde moeten hebben vanuit de primaire taak. Dus zeker geen vrijbrief voor hobbyisme. Makelen in zorg? Prima. Maar zelf een makelaardij in onroerend goed overnemen? Nog niemand heeft mij kunnen uitleggen wat daarvan de toegevoegde waarde is. (Als het goed is heeft u trouwens uw handen meer dan vol aan wat écht moet gebeuren!)

* voor deelnemingen in rechtspersonen die buiten het speelveld actief zijn is toestemming vooraf vereist. Dat is naar mijn stellige overtuiging de enige manier om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen en het is daarmee óók in het belang van de sector zelf;

* fusies zijn aan de orde van de dag. Ik heb de indruk dat de argumentatie daarvoor in een aantal gevallen wat dun is. Daarom vind ik dat er heldere criteria moeten komen om expliciet vast te stellen of de huurders uiteindelijk daarmee zijn gediend en of de lokale inbedding gewaarborgd is.

In de Agenda heb ik ook de mogelijkheid van 'opting out' genoemd. Uit de vele discussies heb ik begrepen dat daar niet echt veel belangstelling voor bestaat. Maar ik vind dat de mogelijkheid moet blijven bestaan, met twee voorwaarden: de belangen van huurders (en van het plaatselijke woonbeleid) moeten gewaarborgd zijn en het maatschappelijk kapitaal moet zijn doel houden, dus even afrekenen. Ik verwacht overigens meer belangstelling voor die andere vorm van privatisering: de verkoop van grote aantallen huurwoningen! Verder wil ik - omgekeerd - ook toetreding van nieuwe corporaties mogelijk maken, bijvoorbeeld in de vorm van kleinschalige initiatieven.

Tenslotte
Dames en heren, ik ga afronden. Ik heb een aantal hoofdlijnen uit de nota Wonen - toegespitst op de corporaties - nog eens voor u op een rij gezet.
'Huren, dat kan natuurlijk ook', luidt de slogan van úw campagne. En de míjne luidt: 'Meer kwaliteit en zeggenschap voor alle burgers bij het wonen'. Bij elkaar geven ze de ambitie aan voor de komende jaren: hoe zorgen we ervoor dat huren een aantrekkelijk alternatief blijft voor burgers die wat te kiezen willen hebben en meer kwaliteit vragen, óók als ze dat niet helemaal uit hun eigen portemonnee kunnen betalen. De ontwerpnota bevat een uitnodiging te komen tot een Nationaal Akkoord Wonen en meerjarige afspraken over het huurbeleid. Na de adviesronde wil ik de aangepaste nota naar de Kamer sturen. Het zou een goed gebaar naar de samenleving en een prima bijdrage aan het imago van de sector zijn als een ambitieus Nationaal Akkoord Wonen en kaders voor een meerjarig huurbeleid daar dan meteen bij gevoegd kunnen worden (met onder dat alles natuurlijk ook de handtekening van Willem van Leeuwen)!

^

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie