Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VWS met voortgangsrapportage benchmarking AWBZ

Datum nieuwsfeit: 18-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VenWs en sts vws voortgangsrapportage benc hmarking awbz

Gemaakt: 19-5-2000 tijd: 11:54


7

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

's-Gravenhage, 18 mei 2000

Inleiding

Algemeen

Hierbij treft U aan de voortgangsrapportage 'benchmarking AWBZ'. Vorig jaar is het rapport van de interdepartementale werkgroep benchmarking awbz vergezeld van de kabinetsreactie aan uw kamer toegezonden (TK 1998-1999, 26.474, nr. 1). De kabinetsreactie nam de aanbevelingen van de werkgroep over en gaf aan hoe het kabinet voornemens was deze aanbevelingen te realiseren. Dit betrof met name het vervullen van de randvoorwaarden om een brede benchmarking in de verschillende sectoren mogelijk te maken. Het afgelopen jaar is in de verschillende sectoren gewerkt aan het realiseren van deze randvoorwaarden. Deze rapportage geeft de voortgang aan van deze werkzaamheden.

Wat is Benchmarking

Benchmarking komt voor de zorg neer op het vergelijken van instellingen voor wat betreft de doelmatigheid en kwaliteit van de zorgverlening. Het benchmarkinstrument is primair bedoeld om het management van instellingen inzicht te geven in hun eigen functioneren ten opzichte van de andere instellingen. Opzet is instellingen in staat te stellen van elkaar te leren en zo de kwaliteit en doelmatigheid van de geleverde zorg te verbeteren.

De uitkomst van de benchmark levert zo het management instrumenten om de bedrijfs-voering te verbeteren. Daarnaast kan met behulp van een benchmark maatschappelijke verantwoording worden afgelegd over de deelsectoren.

Naast de instrumentontwikkeling moeten er met de sectoren afspraken worden gemaakt over de maatschappelijke verantwoording.

De randvoorwaarden

De werkgroep AWBZ heeft zich in zijn aanbevelingen geconcentreerd op de randvoor-waarden voor een landelijk werkend stelsel van benchmarking. De vier randvoorwaarden zijn:

Heldere productdefinities
Door heldere definities wordt inzicht verkregen in de omvang en kwaliteit van de zorg die een instelling levert.
Goede instellingsadministraties
Het zonder buitensporig hoge inspanningen verkrijgen van de voor de benchmark benodigde informatie is alleen dan mogelijk wanneer de instellingsadministraties inzicht geven in de bedrijfsprocessen en in de productie van een instelling.

Onafhankelijke indicatiestelling
De zorgbehoefte van de cliënt is cruciaal bij het in kaart brengen van de instellings-prestaties. Het is ook voor de benchmarking van belang dat deze zorgbehoefte, waar dat mogelijk is, wordt vastgelegd door een onafhankelijke derde.

Informatiestelsel
Het benchmarkinstrument sluit zoveel mogelijk aan bij al bestaande informatie stromen en bij ideeën die bestaan over standaardisatie van informatiestromen zodat de in-spanning van de instellingen beperkt blijft. Mogelijk worden hierdoor een aantal infor-matie verplichtingen overbodig en kunnen deze worden afgeschaft. Dit sluit aan op de roep van de kamer om de bureaucratie te verminderen.
Naast deze vier randvoorwaarden is een benchmarkinstrument (model) nodig om de instellingsprestaties mee te meten en te vergelijken (het eigenlijke benchmarken van de instellingen).

De werkgroep constateerde vorig jaar dat, afgezien van de thuiszorg, voor de meeste AWBZ-sectoren deze randvoorwaarden niet waren vervuld. Het streven van het kabinet is erop gericht deze kabinetsperiode tot vervulling van deze randvoorwaarden te komen. In deze rapportage wordt per sector ingegaan op de stand van zaken bij iedere randvoor-waarde.

Het benchmarkmodel

De benchmarkmodellen in de sector verpleging en verzorging en de sector gehandicap-tenzorg kennen een uniforme aanpak. Het integrale benchmarkmodel richt zich in zijn analyse op de onderdelen kwaliteit, doelmatigheid en omgevingsfactoren. De operatio-nalisering van deze modellen houdt rekening met het specifieke karakter van iedere sector.

De modellen hebben primair het doel het management van instellingen te ondersteunen bij het individuele instellingsbeleid. Het instrument draagt inzichten aan waardoor het mana-gement in staat is de kwaliteit en doelmatigheid te optimaliseren. Hierdoor wordt een goed samenhangend inzicht verkregen in zorgverlening, bedrijfsvoering, infrastructuur en sociaal beleid. De drie pijlers van het benchmarkmodel moeten een integraal en samenhangend oordeel geven over de kwaliteit en doelmatigheid van de individuele instelling ten opzichte van de andere instellingen.

Sector verpleging en verzorging

Algemeen

De sector verpleging en verzorging bestaat uit de drie deelsectoren verpleeghuizen, ver-zorgingshuizen en de thuiszorg. Voor de gehele sector wordt volgens een uniform model het instrumentarium ontwikkeld.

De thuiszorg is op het gebied van de benchmarking de meest vergevorderde deelsector. In 1998 is de gehele sector anoniem gebenchmarkt over de prestaties in 1997. Voor volgend jaar staat opnieuw een sectorbrede benchmark op het programma, waarbij de uitkomsten per instelling openbaar zullen zijn.

In het kader van de meerjarenafspraken verpleeg- en verzorgingshuizen zijn met het veld verdere afspraken gemaakt over de vormgeving van het benchmarktraject. Op basis van deze afspraken is het afgelopen jaar de hieronder beschreven voortgang geboekt.

De randvoorwaarden

Heldere productdefinities

Er bestaat in de thuiszorg overeenstemming over de te hanteren productdefinities. Voor de deelsector verpleeg- en verzorgingshuizen zijn de concept productdefinities rond. Deze definities zullen de komende maanden worden gevalideerd en waar nodig worden aan-gepast. Tevens worden kwaliteitscriteria ontwikkeld. Beoogd wordt medio september de definitieve definities vast te stellen. Deze kunnen worden gebruikt bij de pilot van het benchmarkmodel. Naast productdefinities wordt voor de sector verpleeg en verzorgings-huizen een zorgzwaarte meting ontwikkeld. Wellicht komt er in de toekomst ook een zorgzwaarte meting voor de thuiszorg.

Goede instellingsadministraties

In de thuiszorg zijn de productregistraties sinds 1 januari 2000 ruim voldoende om infor-matie voor een benchmark te genereren. De productregistratie sluit naadloos aan op de beleidsregels van het CTG. Bij de verpleeg- en verzorgingshuizen is de opzet erop gericht de instellingsadministraties met ingang van 2001 conform de nieuwe productdefinities de output te laten registeren. Zoals al eerder aangegeven wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande informatie structuren.

Onafhankelijke indicatiestelling

De indicatiestelling voor zowel de thuiszorg als de verpleeg- en verzorgingshuizen is onder-gebracht bij de regionale indicatie-organen. Er zijn inmiddels BIO-protocollen voor de gehele sector verpleging en verzorging ontwikkeld. Momenteel werkt ongeveer
70% van de RIO's met deze protocollen. De productdefinities thuiszorg uit de beleidsregels van het CTG staan ook in het BIO-protocol. Opzet is om ook de BIO-protocollen verpleeg- en verzorgingshuizen ter zijnertijd te laten aansluiten bij de definitieve productdefinities voor deze sector. Op deze wijze sluiten de indicatie-adviezen en de instellingsadministraties op elkaar aan.

Informatiestelsel

Met de sector worden op korte termijn afspraken gemaakt over op welke wijze de openbare verantwoording plaats gaat vinden. Als hierover goede afspraken worden gemaakt kunnen tegelijkertijd een aantal informatie verplichtingen worden bezien op nut en noodzaak. Mogelijk kan gewied worden in de informatie verplichtingen die momenteel naast elkaar bestaan.

Model

In 1998 is door het bureau PricewaterhouseCoopers het benchmarkanalysemodel en het bijbehorende instrumentarium voor de thuiszorg ontwikkeld. Op basis van een haalbaarheids-onderzoek met betrekking tot het toepassen van het benchmarkanalysemodel voor de verpleeg- en verzorgingshuizen, zal PricewaterhouseCoopers het model verder ontwikkelen. Ten opzichte van het instrumentatrium bij het benchmarkanalysemodel thuiszorg uit 1998 worden er twee belangrijke deelinstrumenten toegevoegd. Het gaat hierbij om de medewerkersraadpleging en de omgevingsfactoren.

Deze twee laatste punten worden ook aan het model van de thuiszorg toegevoegd. Bij de instrumentontwikkeling wordt specifiek aandacht besteed aan bedrijfsvoeringsaspecten waardoor het management van individuele instellingen zicht krijgt op het eigen functioneren en op eventuele verbeterpunten. Het model voor de verpleeg- en verzorgingshuizen zal nog dit jaar worden ontwikkeld en getest.

Conclusie

De randvoorwaarden voor de thuiszorg zijn verregaand vervuld. Benchmarking is in de deel-sector thuiszorg dan ook een volwaardig instrument dat zowel bijdraagt aan het verbeteren van de doelmatigheid als aan de transparantie van de sector en haar instellingen. Ook in de deelsector verpleeg- en verzorgingshuizen zijn de belangrijkste randvoorwaarden voor een landelijke benchmarking eind dit jaar vervuld. Dit betekent dat nog deze kabinetsperiode een landelijk benchmarkonderzoek kan plaatsvinden.

Gehandicaptenzorg

Algemeen

In de meerjarenafspraken gehandicaptenzorg zijn concrete afspraken gemaakt hoe met benchmarking in de sector om te gaan. Daarbij is het jaar 2000 gereserveerd voor model-ontwikkeling, waarbij vervolgens in de jaren 2001 en 2002 gefaseerd benchmarking in de gehandicaptenzorg zal worden ingevoerd. Eind 1999 is begonnen met modelontwikkeling hetgeen geresulteerd heeft in een benchmarkmodel dat breed binnen de gehandicap-tensector wordt gedragen. Het benchmarkmodel zal ook voor de SPD'en toepasbaar gemaakt worden. In de loop van 2000 zal het model nader geoperationaliseerd worden zodat daadwerkelijk in 2001 met benchmarking kan worden begonnen. In verband met de invoering van een productgerelateerde bekostiging in de gehandicaptenzorg en de nog door te voeren aanpassingen in de administraties van de zorgaanbieders is een volledige benchmark over alle sectoren van de gehandicaptenzorg (verstandelijk gehandicapten, lichamelijk gehandicapten en zintuiglijk gehandicapten) over het jaar 2002 in 2003 mogelijk. In 2001 en 2002 wordt benchmarking gefaseerd ingevoerd. Vanaf 2001 wordt sectorbreed een benchmark uitgevoerd voor die aspecten van het model (kwaliteit, personeel) waar dit uitvoerbaar is. Indien mogelijk wordt bij een beperkt aantal pilot instellingen, die al ver zijn met het doorvoeren van een productgerelateerde bekostiging in hun administraties, reeds begonnen met het uitvoeren van het benchmark op basis van het volledige model.

Randvoorwaarden

Heldere productdefinities

Om de doelmatigheid van instellingen te kunnen vergelijken moet men over heldere productdefinities beschikken. In opdracht van het ministerie VWS is door het NIZW begonnen met het project standaardisatie productdefinities in de gehandicaptenzorg. De ambitie van het project is om eenheid van taal te bewerkstelligen in de keten
indica-tiestelling-zorg-toewij-zing-zorgrealisering. De productindeling vertaalt de AWBZ-bekostigde gehandicapten-zorg (begeleiding, verpleging en verzorging, verblijf, behandeling) in een hanteerbare indeling in producten. Daarbij wordt rekening gehouden met de diverse niveaus waarop producten gebruikt worden (zorg-aanspraken: hard en globaal, indicatiestelling in producten: redelijk globaal, bekostiging van producten: verfijnd via modulen). Het NIZW traject zal medio 2000 resulteren in een uitgewerkte productindeling.

Daarnaast wordt gewerkt aan de invoering van een vraaggestuurde bekostiging in de gehandicaptenzorg. Hier worden op een meer gedetailleerd niveau producten onderscheiden en de daarbij behorende kosten vastgesteld.


2. Goede instellingsadministraties

Om een productgerelateerde bekostiging in de gehandicaptenzorg te kunnen invoeren op basis waarvan benchmarking mogelijk wordt, is het nodig de administraties van instellingen ingrijpend te wijzigen. Administraties moeten immers kosten kunnen toerekenen naar individuele cliënten, wat een andere sturing en beheersing van het primaire proces binnen een instelling vraagt. Bij de aanpassing van de administraties zal tevens de vereisten voor benchmarking worden betrokken. In de loop van 2001 zal met de aanpassing van de administraties van de zorgaanbieders begonnen worden. Er wordt naar gestreefd dit proces voor de gehele gehandicaptensector voor 2002 af te ronden.


3. Onafhankelijke indicatiestelling

Formeel zal de onafhankelijke indicatiestelling in de gehandicaptenzorg per
1 januari 2001 van start gaan. Over de voortgang van het traject indicatiestelling wordt uw Kamer apart geïnformeerd.

4. Informatiestelsel

Begin 2000 heeft de VGN in overleg met het ministerie VWS de enquêtes in de gehandicaptenzorg geactualiseerd. Daarbij is rekening gehouden met de gegevensbehoefte die voortvloeien uit de benchmarking. Overeengekomen is benchmarkgegevens zoveel mogelijk te betrekken uit de reguliere enquêtestroom en het afzonderlijk bevragen van instellingen in het kader van benchmarking zoveel mogelijk te beperken.


5. Model

In overleg met het veld is de keuze voor het benchmarkmodel in deze sector gemaakt. Het model vertoont grote overeenkomsten met het model dat gehanteerd wordt in de thuiszorg. Dit model wordt in de loop van dit jaar verder ontwikkeld. Opzet is dit model aan te laten sluiten op de productdefinities die dit jaar voor de sector beschikbaar komen.

Conclusie

De randvoorwaarden voor een sectorbrede benchmarking in de gehandicaptensector worden dit jaar en volgend jaar nog grotendeels vervuld. De benchmarking wordt in de gehandicaptensector gefaseerd ingevoerd in de jaren 2001 en 2002. In 2003 vindt een eerste volledige landelijke benchmark in deze sector plaats op basis van de instellingsgegevens over 2002.

Geestelijke gezondheidszorg

Algemeen

In de geestelijke gezondheidszorg neemt de branchorganisatie GGz-Nederland het voortouw bij de ontwikkeling van het benchmarkmodel. Deze aanpak, waarbij het veld zelf initiatiefnemers is, wijkt af van overige AWBZ-sectoren. In drie verschillende deelprojecten (zogenaamde «werkplaatsen») worden verschillende kengetallen getest bij een tiental grote (regionale) instellingen. Na een evaluatie medio 2002, wordt overgegaan tot een gefaseerde landelijke invoering en test van het benchmarkmodel.

De randvoorwaarden


1. Heldere productdefinities

De productdefinities zijn gebaseerd op behandelmodules in de geestelijke gezondheidszorg. Behandelmodules zijn gekoppeld aan zorgzwaartecategorieën, die op hun beurt bekostigingscategorieën aangeven. De productdefinities dienen als basis voor de bekostiging van instellingen via het CTG. Dit stelsel wordt doorlopend verfijnd en onderhouden. Daarmee wordt beoogd aan te sluiten op productontwikkelingen en -innovaties, die mede bevorderd worden door de vele fusies in de geestelijke gezondheidszorg en de intensivering van de regionale samenwerking.


2. Goede instellingsadministraties

De koepel werkt aan het opstellen van een uniforme zorggegevensset (de gegevens die instellingsadministraties moeten kunnen leveren). De zorggegevensset 2000 is inmiddels gereed. Dit jaar worden aan de hand van deze set voor het eerst stapsgewijs gegevens verzameld. De beschikbaarheid van deze gegevens is cruciaal in het benchmarkingtraject.

Sinds 1 januari 2000 wordt de instellingen gevraagd gegevens vast te leggen volgens de definities en de categorie-indelingen van de GGZ-zorggegevensset ofwel gegevens zodanig vast te leggen dat deze door middel van een conversie naar deze begrippen en indelingen kunnen worden omgezet. GGz Nederland zal de huidige zorgregistraties en enquêtes in 2000 integreren in één GGZ-breed informatiesysteem waaraan door alle instellingen kan worden aangeleverd. De functionaliteit van het nieuwe systeem en de specificaties voor aanlevering zijn in de eerste helft van 2000 vastgesteld. Het nieuwe informatiesysteem zal operationeel zijn in 2001. Het project «Eenheid van taal 1» is afgerond. Bij dit randvoor-waardenscheppende project is een volledige set standaarddefinities opgesteld voor de landelijke registratie. Hierdoor zijn de gegevens over de informatiesystemen heen verge-lijkbaar.


3. Onafhankelijke indicatiestelling

De geestelijke gezondheidszorg kent naast langdurige zorg ook kortdurende en spoedeisende zorg. De afgelopen jaren is in de geestelijke gezondheidszorg gewerkt aan richtlijnen en procedures voor een onafhankelijke en objectieve indicatiestelling. In 1997 is door het Indicatie Overleg GGZ (IOG) een modelprocedure voor indicatiestelling in de geestelijke gezondheidszorg gepresenteerd. Met de inhoudelijke lijn van die modelprocedure is ingestemd. Inmiddels zijn de uitgangspunten van de modelprocedure gemeengoed in de geestelijke gezondheidszorg en wordt ook praktisch vormgegeven aan indicatiestelling conform de modelprocedure. Bij de indicatiestelling voor langdurig zorgafhankelijken is men daarmee het verst. De zorgaanbieders hebben een veertigtal min of meer onafhankelijke regionale indicatiecommissies opgericht die indiceren voor langdurige zorg op basis van de modelprocedure. Bij kortdurende en spoedeisende zorg is het moeilijker om een onafhankelijke indicatiestelling tot stand te brengen. Zomer 2000 gaat er een brief naar de Tweede Kamer over de voortgang van de invoering van indicatiestelling in de verschillende AWBZ-sectoren. Deze brief geeft tevens helderheid over de bestuurlijke vormgeving van indicatiestelling in de geestelijke gezondheidszorg.


4. Informatiestelsel

Een operationeel benchmarkstelsel vereist een informatiestelsel voor de gegevensuit-wisseling tussen de verschillend actoren. Zoals hierboven reeds vermeld zal het nieuwe landelijke informatiesysteem operationeel zijn in 2001. Opzet is dit stelsel in te passen in de voorstellen voor een stroomlijning van de informatieverplichting van instellingen en een geautomatiseerde gegevensverwerking.


5. Model

GGz-Nederland heeft ervoor gekozen om vanuit de instellingspraktijk benchmarks te ont-wikkelen. Hiertoe zijn drie projecten (de zogenaamde werkplaatsen) ontwikkeld, waaraan een tiental grote (regionale) instellingen deelneemt. De drie modellen zijn te plaatsen op een continuüm van beheersmatige naar uitkomstgerichte benchmarking: één richt zich expliciet op de beheersmatige kant, één expliciet op de output/ behandelingsresultaten, en één op aspecten van beide. Alle modellen zijn gericht op primaire processen en zullen later worden veralgemeniseerd. De keuze voor één van de modellen zal gebaseerd zijn op de keuze voor een bepaalde plaats op het genoemde continuüm.

Het model wordt op basis van de ervaringen van de werkplaatsen ontwikkeld. Het is waar-schijnlijk dat elementen uit alle werkplaatsen gebruikt zullen worden. Het is ook mogelijk dat meerdere modellen noodzakelijk blijken. Eind 2000 zal hierover meer bekend zijn. Het landelijk model wordt medio 2002 geëvalueerd.

Conclusie

Belangrijke randvoorwaarden voor een landelijke benchmarking in de geestelijke gezondheidszorg worden nog deze kabinetsperiode verregaand vervuld. Deze substantiële voortgang legt een basis voor een gefaseerde landelijke invoering in de navolgende periode en test van het in de werkplaatsen ontwikkelde benchmarkmodel.

Conclusie

Het algemene beeld is dat in de verschillende sectoren het afgelopen jaar de nodige voortgang is geboekt. De randvoorwaarden voor de benchmarking zullen nog deze kabinetsperiode in alle sectoren worden vervuld.

Een landelijke benchmark zal bij verpleging en verzorging nog deze kabinetsperiode plaats-vinden bij zowel de thuiszorg als bij de verpleeg- en verzorgingshuizen. Bij gehandi-captenbeleid en de geestelijke gezondheidszorg wordt aan het begin van de volgende kabinetsperiode een volledige landelijke benchmark uitgevoerd. Benchmarking levert zo een effectieve bijdrage aan het optimaliseren van de doelmatigheid en kwaliteit van de instel-lingen (zoveel mogelijk zorg voor de gulden).

Daarnaast wordt de transparantie van de instellingen, de sectoren en de AWBZ belangrijk verbeterd.

Hierdoor wordt het voor de overheid beter mogelijk om afspraken over prestaties te maken met de instellingen en wordt het voor de burger beter mogelijk om zijn keus te bepalen in het zorgaanbod. Benchmarking levert zo een bijdrage aan de realisatie van de vraagsturing.

De Minister van Volksgezondheid, De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers Margo Vliegenthart

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie