Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Thom de Graaf blikt terug op Kosovo

Datum nieuwsfeit: 18-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66

Sender: (monique.pressin@nieuwsbank.nl)


18 mei 2000

Kosovo debat

Thom de Graaf

Terugkijken naar Kosovo een jaar geleden is ongemakkelijk. Elke oorlog is op zijn minst ongemakkelijk en verwarrend, omdat zelfs de overwinning een nederlaag is. Een nederlaag in beschaving, in diplomatie, in politiek en in wezen ook in moreel opzicht. De Kosovo-oorlog, die geen oorlog mocht heten, is daarop geen uitzondering, misschien is het wel een schoolvoorbeeld. Dat zeg ik overigens met groot respect.
Voor de mannen en vrouwen van alle betrokken krijgsmachtonderdelen. Wij droegen in regering en parlement de verantwoordelijkheid voor hun optreden, zij voerden gewetensvol uit. Wij spraken hier over de morele dilemma's , zij ondervonden die aan den lijve. Wat zij deden was in alle opzichten moeilijk.

De evaluatie werd door collega Melkert in september vorig jaar gevraagd en verscheen uiteindelijk eind maart. Dat is niet bepaald snel te noemen. Waarom heeft het eigenlijk zo lang geduurd, vraag ik de ministers. Ik kan mijzelf niet geheel aan de indruk onttrekken dat het samenhangt met moeizame discussies over toon en inhoud. Ik zou dat overigens kunnen begrijpen, want het is buitengewoon moeilijk, ook voor mij, een afgewogen oordeel te geven over het succes van de Navo-operatie. Bovendien is het op zijn minst niet gemakkelijk om een eerlijke inschatting te maken over de eigen Nederlandse politieke positie. Dat ongemak komt in de evaluatie tot uitdrukking.

De Navo-interventie in Kosovo was naar het oordeel van mijn fractie onvermijdelijk en uiteindelijk ook niet zonder zin. Dat wordt niet door iedereen zo ervaren. Ik sluit niet uit dat als in de jaren voorafgaand aan de crisis effectiever internationaal was opgetreden tegen de Servische agressie en etnische politiek, de oorlog had kunnen worden voorkomen. Een te zwakke Europese Unie, een in zichzelf gekeerd en onvoorspelbaar Rusland, gebrek aan overeenstemming over stevige internationale sancties, alles dreef de internationale gemeenschap uiteindelijk in de richting van een militaire confrontatie met Milosevic. In een laat stadium bleek het onmogelijk om tot echte onderhandelingsresultaten te komen. Hoezeer de zwakte van de internationale gemeenschap ook heeft bijgedragen aan de escalatie, er kan geen twijfel over bestaan dat de volledige verantwoordelijkheid en schuld voor de oorlog en de ellende van de Kosovaren bij Milosevic ligt.

De route naar Rambouillet was dus al niet erg overtuigend. En het is ook evident dat de internationale gemeenschap Milosevic verkeerd heeft ingeschat. De dreiging met oorlog door een met zichzelf discussierende alliantie van Navo-landen maakte onvoldoende indruk. De rechtsgrond voor optreden was dun, de dreiging was niet volledig, want grondtroepen werden niet overwogen en de consensus tussen de landen was broos. Niettemin was het na het mislukken van de diplomatie onvermijdelijk dat die oorlog werd gevoerd. De militaire interventie heeft, uiteindelijk, zeker er toe bijgedragen dat Milosevic heeft ingebonden. In die zin is het een zinvolle operatie geweest. Je zou kunnen zeggen: het is gelukt, maar vraag niet hoe.

Ik heb daar de volgende kantekeningen bij. · Mijn fractie blijft het onwaarschijnlijk vinden hoe slecht de Navo geprepareerd was op de doorgaande etnische zuiveringen en daarmee gepaard gaande vluchtelingenstromen. De vluchtelingencrisis werd onderschat door zowel UNHCR als door de Navo en kennelijk heeft helemaal niemand zelfs maar de idee gehad om een worst case scenario te maken. Minister De Grave erkende tijdens de crisis openlijk dat we gewoon naïef zijn geweest en de evaluatienota bevestigt dat. Ik vrees dat dat waar is en dat is eigenlijk onaanvaardbaar. Wie oorlog wil voeren, moet zijn tegenstander kennen en met het ergste rekening houden. Dat is door de Navo niet gedaan.


· In de tweede plaats kunnen vraagtekens worden gesteld bij de politieke doelstellingen van het militaire optreden. Ik blijf met de indruk achter dat die met de dag en de week van de crisis verschoven. Van de 5 Navo-voorwaarden werd de laatste de bereidheid om een politieke oplossing te zoeken op basis van Rambouillet, niet gerealiseerd en dat stond tijdens de oorlog ook niet meer voorop. De omvang van de humanitaire crisis werd zo groot dat alleen dat nog maar telde. Op 24 maart 1999, de eerste dag, zei minister Van Aartsen dat eigenlijk al: de kern is het voorkomen van een humanitaire ramp. Het politieke einddoel van de oorlog is echter tot de dag van vandaag onduidelijk gebleven. De oorlog was, schrijft de regering, uitdrukkelijk niet bedoeld als een strafexpeditie tegen Milosevic. De Minister van Defensie zei op 7 april vorig jaar dat het doel was Milosevic terug naar de onderhandelingstafel te krijgen. De VS schrijven in hun evaluatie dat het doel was om het verzet van de Navo duidelijk te maken tegen de agressie van Belgrado in de Balkan. Dat lijken allemaal tekenen die er wijzen dat binnen de Navo op zijn minst verschillende accenten werden gelegd en geen volledige consensus bestond over de vraag wat de interventie uiteindelijk beoogde. · In dat verband kan ook niet zomaar worden gezegd dat de oorlog daadwerkelijk werd gewonnen. De regering zegt terecht dat niet alleen de luchtacties tot het beoogde resultaat hebben geleid, maar vermoedelijk ook andere factoren, zoals de opstelling van Rusland. Weten we eigenlijk wel wat Milosevic uiteindelijk heeft bewogen om te buigen? De MP weet het niet (vorig jaar) Het is onthullend dat ook de Amerikanen erkennen dat tot op de dag van vandaag niet te weten. · Dat roept natuurlijk de vraag op wat er was gebeurd als Milosevic niet had toegegeven. Een denkexercitie met onzalige uitkomsten. Hoe lang had immers de luchtactie nog kunnen voortduren zonder dat daadwerkelijk burgerdoelen met grote collaterale schade zouden zijn getroffen en zonder dat de alliantie uit elkaar zou zijn gevallen? En zou uiteindelijk toch de optie van de grondoorlog niet serieus zijn overwogen? (De Nederlandse PV bij de Navo zei in een interview vorig jaar dat de positieve les van de oorlog was dat je met het gebruik van het luchtwapen in een extreem geval zoals Kosovo de heropening en afsluiting van vastgelopen onderhandelingen kunt afdwingen. Maar in datzelfde vraaggesprek zei hij ook dat het tot verrassing van de Navo niet snel was afgelopen en het daarmee een "open-ended oorlog werd.) Ik denk dat de conclusie moet zijn dat een luchtoorlog als in Kosovo gevoerd ondanks de technische superioriteit geen garantie biedt voor succes, noch in militaire noch in politieke zin. In de evaluatie wordt op dit punt niet nader ingegaan. Toch zou ik graag de zienswijze van de regering hierover horen. · Ik zei al dat de militaire actie naar ons oordeel onvermijdelijk was. De SG van de Navo, Robertson, noemt het een prisonersdilemma. Optreden is verschrikkelijk, niet optreden nog erger. Een ernstig punt van zorg is nog steeds de uiterst dunne rechtsbasis van het Navo-optreden. Zoals de regering terecht opmerkt: er bestaat spanning tussen het recht op niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden en het besef dat dit niet een vrijbrief mag zijn voor structurele schending van mensenrechten door de staat tegen de eigen burgers. De SG Navo noemt in zijn evaluatie een aantal omstandigheden die de legaliteit van de interventie zouden ondersteunen: het niet nakomen van eerdere VN-resoluties, waarschuwingen voor een humanitaire ramp van de SG van de VN, geen politieke mogelijkheden meer in de Veiligheidsraad en ten slotte de bedreiging van de vrede en veiligheid in de gehele regio. Die omstandigheden geven aan dat er eerder sprake was van een soort overmacht, een soort rechtvaardigingsgrond om af te wijken van het recht, dan van een rechtsbasis zelf. Misschien niet legaal, maar wel legitiem. Het wordt hoog tijd om in dit spanningsveld een internationale lijn te ontwikkelen, een doctrine voor humanitaire interventie. Ik herhaal mijn suggestie bij de Algemene Beschouwingen om met een aantal landen het initiatief te nemen zodat de Algemene Vergadering VN een zg. legal opinion kan vragen aan het Internationale Hof van Justitie. Het is goed dat elk land zich daar zelf over buigt, zoals Nederland nu, maar het is beter als er internationale rechtsvorming plaatsvindt. Wat doet de regering hiermee?
Over de Nederlandse invloed op de internationale besluitvorming is de regering in de evaluatie wat besmuikt. Ik denk dat dit terecht is, want overduidelijk blijkt dat Nederland op vele fronten een marginale positie heeft gehad, hoewel de suggestie wel eens anders was. Eigenlijk nauwelijks tot geen betrokkenheid bij de voorfase, anders dan bilaterale contacten met de grote broers. Dat is geen verwijt, maar een constatering van de positie van een middelgroot land als Nederland.

Het is alleen opmerkelijk dat die geringe politieke invloed in het besluitvormingsproces ook tijdens de daadwerkelijke oorlogsfase niet vergroot werd. Nederland was een grote speler, een grote leverancier van mensen en middelen in de coalition warfare, maar had noch de ingang noch de kennelijke wil om die om te zetten in politieke betekenis. Waar landen als Frankrijk, het VK en Duitsland zich intensief bemoeiden met de doelkeuze in fase 2b van het strategieplan, heeft Nederland genoegen genomen met de formele rol binnen de Navo-raad. De regering vindt terecht de bemoeienis van individuele bondgenoten met de doelkeuze ongewenst binnen het kader van de gemaakte afspraken, maar is daarmee ook alles gezegd? Heeft de regering lijdzaam toegekeken hoe de formele Navo-structuur door grote landen werd omzeild? Nederland had wel enig recht van spreken. Na Frankrijk nam ons land samen met de Britten het grootste Europese aandeel voor zijn rekening. Dat veronderstelt in ieder geval de positie om de partners aan te spreken op het doorbreken van de formele besluitvormingsstructuren. Waarom is dat niet gebeurd? En wat is de reactie van de regering op generaal Clark, die afgelopen zaterdag in NRC-handelsblad liet optekenen dat de invloed van landen in verhouding staat tot wat zij aan de strijd bijdragen, in middelen en vermogen? Dat is toch gewoon onzin gebleken?

Ik constateer in ieder geval enig verschil tussen de ferme woorden die met name de minister van Buitenlandse Zaken vorig jaar uitsprak over de Nederlandse betrokkenheid en de realiteit zoals die in de evaluatie is beschreven. Op 11 juni vorig jaar zei minister van Aartsen in deze Kamer dat Nederland op meer dan voorbeeldige wijze in het hele spel betrokken was geweest. (ik citeer letterlijk) "Op alle relevante momenten die er moesten zijn is Nederland bij het proces betrokken geweest".
Ik vrees dat dit toch anders ligt. Een voorbeeld lijkt de bijeenkomst van vijf niet nader genoemde bondgenoten in mei over grondtroepen. Wie die 5 zijn, kunnen wij raden, maar zeker is dat Nederland daar niet voor werd uitgenodigd. Illustratief is dat in de Franse evaluatie naast de eigen bijdrage die van het VK en Duitsland werd geroemd, evenals die van Italië Over Nederland geen woord.
Minister van Aartsen had formeel gelijk toen hij vorig jaar tijdens de oorlog in een interview zei dat de Navo in consensus besluit. Ik citeer hem: "Dat is het mooie, de stem van de VS telt even zwaar als die van Nederland". Zeker, gelijkwaardigheid, maar dan wel de gelijkwaardigheid van Orwell's Animalfarm.
Die schijn van gelijkwaardigheid in informatie en invloed is niet alleen nu een probleem gebleken, het zal het voor de toekomst ook zijn. De vraag is gerechtvaardigd of de grote bondgenoten ons eigenlijk wel zien staan en of niet in elke volgende interventie hetzelfde stramien zichtbaar wordt. De Navo zal zich moeten beraden hoe zij zich als politiek collectief vastlegt op de reikwijdte van het militair optreden, schrijft de regering. Dat is terecht, maar wellicht ook een illusie. Belangrijker lijkt mij de vraag hoe Nederland zich in voorkomende gevallen gaat opstellen. In de keuze tussen het braafste jongetje van de klas zijn en de eigen invloed op de interventie vergroten zou ik voor het laatste kiezen. De evaluatie schiet in een beoordeling van dit probleem naar mijn mening te kort.
Tot slot een tweetal punten. In de eerste plaats de informatievoorziening tijdens de oorlog naar parlement en burgers. Die was niet optimaal. Uit de aard der zaak, omdat veel vertrouwelijk moet blijven. Maar ook omdat de regering niet altijd over alle relevante informatie leek te beschikken. Als Jamie Shea en CNN je voornaamste bronnen worden is echte controle niet goed mogelijk. In de toekomst zal een goede structuur moeten worden gevonden, waarover wij ook als Kamer zelf moeten spreken. De voorlichting naar burgers toe kan ook beter. Dat begint al met de bekendmaking van de oorlogssituatie. De MP vindt het wat on-Nederlands om in zo'n geval, zoals zijn collega's, een toespraak te houden. Zijn voorganger deed het wel bij een oorlog waar ons risico aanmerkelijk kleiner was. Voor de betrokkenheid van Nederland bij Kosovo was dat toch beter geweest.

In de tweede plaats de situatie in Kosovo nu. Cynici wijzen op de ellende die nog steeds bestaat. Alsof het allemaal voor niets is geweest. De spanningen in en rond Kosovo zijn niet voorbij. Een etnisch verdeeld land dat voor lange tijd internationale betrokkenheid nodig heeft, meer nog dan nu. Maar de werkelijkheid is ook dat meer dan een miljoen vluchtelingen zijn teruggekeerd, dat huizen zijn herbouwd en dat de winter is overleefd. Hoe moeizaam ook, dat is toch een beetje winst van onze medeverantwoordelijkheid.

E-mail:(th.dgraaf@tk.parlement.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie