Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag 2263e zitting Raad vd Europese Unie, Ontwikkeling

Datum nieuwsfeit: 18-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Raad van de Europese Unie

2263. Raad - ONTWIKKELINGSSAMENWERKING Press Release: Brussels (18-05-2000) - Press: 156 - Nr: 8571/00


8571/00 (Presse 156)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :


2263e zitting van de Raad

- ONTWIKKELING -

Brussel, 18 mei 2000

Voorzitter:

de heer Luis AMADO

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en Samenwerking van de Republiek Portugal

INHOUD

DEELNEMERS


*

BESPROKEN PUNTEN

HET BELEID VAN DE EG INZAKE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING


*


-

EG-BELEID INZAKE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING - VOORLOPIGE CONCLUSIES

OVER DE MEDEDELING VAN DE COMMISSIE *


-

ACTIEPLAN - HERVORMING VAN HET BEHEER VAN DE COMMUNAUTAIRE HULP *


-

OPERATIONELE COÖRDINATIE TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN DE LIDSTATEN -

CONCLUSIES *


-

ECONOMISCHE HERVORMINGEN EN STRUCTURELE AANPASSING IN

ONTWIKKELINGSLANDEN - RESOLUTIE *


-

DE INTEGRATIE VAN MILIEU EN DUURZAME ONTWIKKELING IN HET

ONTWIKKELINGSBELEID VAN DE EG - CONCLUSIES IN VERBAND MET DE

PROCEDURE *


-

OVERDRAAGBARE ZIEKTEN: HIV/AIDS, MALARIA EN TUBERCULOSE -

CONCLUSIES *

SPECIFIEKE ASPECTEN VAN DE COMMUNAUTAIRE HULP


*


-

BEOORDELING EN TOEKOMST VAN DE HUMANITAIRE ACTIVITEITEN VAN DE

GEMEENSCHAP - RESOLUTIE *


-

CRISIS- EN CONFLICTSITUATIES IN ONTWIKKELINGSLANDEN *

DIVERSEN


*


-

NIEUWE PROCEDURES VOOR WETGEVINGSBESLUITEN OP ONTWIKKELINGSGEBIED


*


-

VOORBEREIDING VAN DE 3e VN-CONFERENTIE OVER MINST ONTWIKKELDE LANDEN (MOL's) *

-

ONTWIKKELINGSASPECTEN VAN DE 6e CONFERENTIE VAN DE PARTIJEN BIJ HET RAAMVERDRAG VAN DE VERENIGDE NATIES INZAKE KLIMAATSVERANDERING


*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

ONTWIKKELING


*


-

Milieu en ontwikkelingsbeleid - bijeenroeping van het bemiddelingscomité *

-

Bosbeheer in ontwikkelingslanden - bijeenroeping van het bemiddelingscomité *

-

Internationale overeenkomst inzake tropisch hout *
Voor meer informatie: tel. 285.87.04 - 285.81.11

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Eddy BOUTMANS

Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking

Denemarken
:

de heer Jan TRØJBORG

Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Duitsland:

de heer Erich STATHER

Staatssecretaris, Minister van Economische Samenwerking en Ontwikkeling

Griekenland
:

de heer Loucas TSILAS

Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger

Spanje
:

de heer Miguel Angel CORTÉS MARTÍN

Staatssecretaris voor Internationale Samenwerking en voor Latijns-Amerika

Frankrijk
:

de heer Charles JOSSELIN

Onderminister van Buitenlandse Zaken, belast met Ontwikkelingssamenwerking en voor de Franstalige Gemeenschap

Ierland
:

mevr. Liz O'DONNELL

Onderminister van Buitenlandse Zaken, belast met Ontwikkelingshulp en Mensenrechten

Italië
:

de heer Rino SERRI

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Luxemburg
:

de heer Jean FEYDER

Ambassadeur/Directeur, Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Acties

Nederland
:

mevr. Eveline HERFKENS

Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Oostenrijk
:

de heer Gregor WOSCHNAGG

Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger

Portugal
:

de heer Luís AMADO

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en Samenwerking

Finland
:

de heer Antti SATULI

Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger

Zweden
:

mevr. Maj-Inger KLINGVALL

Minister bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Ontwikkelingssamenwerking en Migratie

Verenigd Koninkrijk
:

mevr. Clare SHORT

Minister van Internationale Ontwikkeling


* * *

Commissie
:

de heer Poul NIELSON

Lid

HET BELEID VAN DE EG INZAKE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING


-

EG-BELEID INZAKE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING - VOORLOPIGE CONCLUSIES

OVER DE MEDEDELING VAN DE COMMISSIE


1. Algemene beleidsverklaring

De Raad herinnert aan de algemene evaluatie van de ontwikkelingsinstrumenten en -programma's van de Europese Gemeenschap en aan de conclusies van de Raad van mei 1999 over maatregelen ter verbetering van de efficiency, de doelmatigheid en het effect van de communautaire ontwikkelingshulp, waaronder de behoefte aan een algemene beleidsverklaring. De Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie over "Het beleid van de Europese Gemeenschap inzake
ontwikkelingssamenwerking", die ten doel heeft een nieuwe strategie voor het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap te bepalen en waarmee gevolg wordt gegeven aan de aanbevelingen in de evaluatie en de Raadsconclusies. Ook verheugt het de Raad dat de Commissie een proces van overleg met een brede waaier van actoren uit de civiele samenleving (NGO's en andere) op gang heeft gebracht.
De Raad is het met de Commissie eens dat het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, als onderdeel van een internationale strategie waarbij momenteel een integrale visie opgang maakt, de armoedevermindering als overkoepelende doelstelling moet hebben en de activiteiten van de Gemeenschap moet concentreren op gebieden waarop zij comparatieve voordelen te bieden heeft. Doordat de complexiteit en het veelzijdige karakter van de aan armoede gerelateerde problemen wordt erkend, zal meer de nadruk worden gelegd op armoedevermindering in alle ontwikkelingsactiviteiten, waarbij rekening zal worden gehouden met de situatie van de armste landen, de landen met een laag inkomen en de landen waar een groot deel van de bevolking arm is. De Raad benadrukt dat voor een zo coherent mogelijk beleid moet worden gezorgd; het beleid van de Gemeenschap en de lidstaten op andere gebieden mag met andere woorden geen negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkelingsactiviteiten van de Gemeenschap. Voorts is de Raad het ermee eens dat verdere stappen moeten worden gezet om het communautaire ontwikkelingsbeleid en dat van de lidstaten meer complementair te maken. De Raad benadrukt in het bijzonder dat de coördinatie moet worden versterkt en dat mogelijke synergiëen te baat moeten worden genomen om de strategieën van de ontwikkelingslanden te ondersteunen. De Raad is tevens ingenomen met het voornemen om onmiddellijke prioriteiten te stellen met het oog op een beter beheer van de activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, alsmede met de nadruk op partnerschap, eigendom en participatie.

2. Follow-up

De Raad ziet de presentatie van de mededeling als het startpunt van een doorlopend proces.
De Raad zal de mededeling diepgaand bespreken met de bedoeling in de volgende zitting van de Raad Ontwikkeling samen met de Commissie tot een gezamenlijke algemene beleidsverklaring te komen die de parameters voor een nieuw Europees beleid inzake ontwikkelingssamenwerking zal bepalen, en waarop een actieplan moet volgen. De Raad zal de besprekingen in nauw overleg met het Europees Parlement voeren. De Raad en de Commissie zijn het erover eens dat het overleg met de civiele samenleving moet worden voortgezet.
Overigens bevestigt de Raad dat hij bereid is om samen met de Commissie te werken aan de wijzigingen in het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap die uit de bespreking van de aan de orde gestelde thema's zullen voortvloeien. De Raad benadrukt dat de geplande structurele hervormingen bij de Commissie een geschikte basis moeten bieden om op een deugdelijke en doeltreffende wijze uitvoering te geven aan het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap.

-

ACTIEPLAN - HERVORMING VAN HET BEHEER VAN DE COMMUNAUTAIRE HULP

De Raad nam kennis van een voortgangsverslag van de Commissie over de follow-up van de Raadsconclusies van 21 mei 1999 inzake de evaluatie van de communautaire ontwikkelingshulp.

Voorts kreeg de Raad een mondeling verslag van de Commissie over haar hervormingsvoorstellen met betrekking tot het beheer van externe hulp.


-

OPERATIONELE COÖRDINATIE TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN DE LIDSTATEN -

CONCLUSIES

Inleiding


1. Gelet op artikel 180 VEG alsmede op de verschillende resoluties en conclusies op het gebied van coördinatie ( 1) bevestigt de Raad opnieuw dat de ontwikkelingshulp van de Gemeenschap en de lidstaten doeltreffender en efficiënter moet worden, om aldus voor een maximaal profijt voor de partnerlanden te zorgen. Hij herinnert eraan dat de bilaterale hulp van de lidstaten en de door de Gemeenschap gegeven hulp, de Europese Unie tot de grootste donor van officiële ontwikkelingshulp op wereldschaal maken. Meer complementariteit moet de impact van die hulp verhogen en aldus zorgen voor een perceptie die overeenkomt met de omvang van de EU-bijdrage voor ontwikkelingshulp.
De operationele coördinatie tussen de Gemeenschap en de lidstaten is geen doel op zich en moet op zodanige wijze geschieden dat de toegevoegde waarde voor de begunstigde landen zo groot mogelijk wordt.

Balans


2. De Raad neemt kennis van het verslag van de Commissie over de toepassing van de in maart 1998 vastgestelde richtsnoeren voor de versterking van de operationele coördinatie tussen de Gemeenschap en de lidstaten.
Hij constateert dat die richtsnoeren in het algemeen gunstig zijn onthaald door de vertegenwoordigers van de Gemeenschap en de lidstaten ter plaatse, en dat sindsdien verbeteringen zijn vastgesteld.

3. Op basis van de resultaten van het verslag van de Commissie komt de Raad evenwel tot de volgende vaststellingen die nader moeten worden bezien.
§
Interne EU-coördinatie:


- er wordt weinig informatie uitgewisseld en weinig dialoog gevoerd over steunstrategieën en bij het bepalen van programma's;
- de informatie-uitwisseling tussen Gemeenschap en lidstaten is onvoldoende wederkerig;

- het aantal voorbeelden van cofinanciering tussen lidstaten en Gemeenschap en van gemeenschappelijke evaluatie is miniem;
- naargelang van de regio's en landen in kwestie worden de richtsnoeren anders toegepast.

§

Rol van de partnerlanden:


- hun betrokkenheid op de verschillende coördinatieniveaus (algemene coördinatie met de hele donorgemeenschap; sectoriële coördinatie; interne EU-coördinatie), is gering, soms als gevolg van beperkte personele en technische middelen, soms als gevolg van onvoldoende interesse in de coördinatie, of ook als gevolg van politieke instabiliteit.

§
Rol van de interne EU-coördinatie in het kader van coördinatie die ook de andere donoren omvat:


- er is nauwelijks voorafgaand overleg, waardoor zowel op plaatselijk niveau als in internationale fora de standpunten van de EU onvoldoende naar voren worden gebracht;
- de Europese hulp is onvoldoende zichtbaar tegenover de partnerlanden en de overige geldschieters.

Aanbevelingen


4. De Raad bevestigt opnieuw de relevantie van de aan de richtsnoeren van maart 1998 ten grondslag liggende beginselen en van de verschillende bepalingen voor de uitvoering ervan, en verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem in hun streven te volharden door bij hun vertegenwoordigingen in de betrokken landen sterker aan te dringen op een effectieve toepassing van die richtsnoeren.
5. Met betrekking tot de interne EU-coördinatie verzoekt hij de Commissie en de lidstaten:


- per land en per sector de mogelijkheden tot complementariteit die de Commissie in haar verslag heeft onderstreept, te verkennen en daaruit maximaal profijt te trekken;

- overleg te plegen bij de uitwerking van strategieën voor communautaire steun, (zoals strategiedocumenten per land voor communautaire samenwerking);

- hun strategieën voor steun aan de partnerlanden dienovereenkomstig aan te passen door deze zoveel mogelijk in een breder kader te plaatsen, zoals het PRSP;

- na te gaan waarom er niet méér cofinanciering is, en operationele voorstellen te doen om dit euvel te verhelpen, met name door de financiële procedures en voorschriften te harmoniseren;

- de coördinatie van de humanitaire hulp te versterken, met name wanneer ECHO algemene interventieplannen opstelt;
- regelmatiger EU-coördinatievergaderingen te houden in de landen waar dergelijke vergaderingen tot dusver slechts sporadisch plaatsvinden;

- de uitwerking van gemeenschappelijke studies, analyses en evaluaties nog meer te bevorderen;

- de informatiestroom tussen de lidstaten en de Commissie en tussen de lidstaten onderling in beide richtingen te versterken, met name door de nieuwe informaticatechnologieën doeltreffend te gebruiken.


6. Wat de rol van het partnerland betreft, vraagt de Raad dat de Commissie en de lidstaten zich blijven inspannen om het partnerland te steunen zodat het beter zijn verantwoordelijkheden kan opnemen bij het bepalen van ontwikkelingsstrategieën en -programma's en bij de algemene coördinatie van de middelen.

In dat verband dienen de Commissie en de lidstaten het partnerland te helpen om een actieve rol te spelen bij de uitwerking en het functioneren van de nieuwe mechanismen die gecreëerd zijn door de Bretton-Woodsinstellingen (CDF, PRSP) en door de Verenigde Naties. Voorrang moet worden gegeven aan de steun voor de uitwerking van een nationale strategie door het partnerland, door een dialoog met de economische en sociale actoren en de civiele maatschappij op gang te brengen.

Extra inspanningen zijn ook nodig opdat de partnerlanden ten volle hun rol als coördinator kunnen vervullen:

- binnen de sectoriële groepen voor operationele samenwerking waarin de betrokken geldschieters verenigd zijn;


- bij de uitwerking van communautaire steunstrategieën;

- bij de periodieke algemene of sectoriële toetsing van de communautaire hulp,

- bij de integratie van externe financieringen in het begrotingsproces, in het bijzonder bij het bezien van de overheidsuitgaven;

De Commissie wordt verzocht te analyseren om welke redenen de partnerlanden een nog steeds ontoereikende rol spelen op de verschillende coördinatieniveaus, naar gelang van de verschillende geografische regio's, en oplossingen voor te stellen waarin rekening wordt gehouden met voorbeelden van "beste praktijken".


7. Wat de rol van de EU-coördinatie ten opzichte van bredere coördinatie betreft,

- bevestigt de Raad andermaal het belang daarvan, zoals dat in de richtsnoeren van maart 1998 is erkend;

- onderstreept de Raad dat erop moet worden toegezien dat die coördinatie onnodige doublures vermijdt en helpt de last van het partnerland te verlichten.
De Raad verzoekt de Commissie en de lidstaten derhalve:
- in onderling overleg een proactievere rol te spelen in de nieuwe coördinatiemechanismen die door de Bretton-Woodsinstellingen en de Verenigde Naties zijn gecreëerd;

- hun coördinatie te versterken om een bijdrage te leveren tot de doeltreffendheid van die nieuwe mechanismen voor bredere coördinatie, teneinde de stem van de Europese Unie meer samenhang en aldus meer invloed te geven.

Follow-up


8. De Raad is van oordeel dat een versterking van de operationele coördinatie een werk van lange adem is; die versterking is essentieel wil het ontwikkelingshulpbeleid van de EU een maximale impact hebben.
De Raad verzoekt de Commissie om hem concrete voorstellen voor te leggen die het mogelijk maken al deze aanbevelingen uit te voeren. De Raad zal regelmatig, op geografische of thematische basis, de geconstateerde vorderingen en de beste praktijken die als model kunnen dienen voor een verbeterde coördinatie, toetsen.
-

ECONOMISCHE HERVORMINGEN EN STRUCTURELE AANPASSING IN

ONTWIKKELINGSLANDEN - RESOLUTIE

I. Inleiding


1. De Raad heeft kennis genomen van de mededeling van de Commissie over de steunmaatregelen van de Gemeenschap ten behoeve van de economische hervormingsprogramma's en de structurele aanpassing in de ACS-landen en de landen in het oostelijke en het zuidelijke Middellandse-Zeegebied. Hij is ingenomen met de door de Commissie opgemaakte evenwichtige balans op basis van bijna tien jaar ervaring op dit gebied. Uit deze balans blijken zowel de positieve resultaten als de limieten van het communautaire optreden.
2. De Raad memoreert voorts artikel 177 van het Verdrag, waarin de doelstellingen van de Gemeenschap inzake ontwikkelingssamenwerking worden aangegeven, met name duurzame ontwikkeling van de ontwikkelingslanden, hun integratie in de wereldeconomie en de strijd tegen de armoede.

II. Balans van de steunmaatregelen van de Gemeenschap


3. De Raad constateert de vooruitgang die door de ontwikkelingspartners vooral vanaf de tweede helft van de jaren negentig bij de uitvoering van de programma's voor structurele aanpassing en economische hervormingen is geboekt. De bereikte resultaten, waaraan de Gemeenschap in een belangrijke mate heeft bijgedragen, behelzen vooral: de consolidatie van de macro-economische evenwichten in talrijke ACS- en Middellandse-Zeelanden; het op gang komen van ingrijpender en belangrijker economische hervormingen; vooruitgang op het gebied van regionale integratie en overgang naar vrijhandelsregimes (ook met de lidstaten van de EU); de eerste fasen van het initiatief tot vermindering van de schuldenlast (HIPC).
4. Op basis van de door de Commissie opgemaakte balans en van vroegere evaluaties moet de Raad evenwel nog belangrijke tekortkomingen constateren, in het bijzonder wat betreft de overname van de programma's door de begunstigde landen, het beheer van de openbare financiën en de daadwerkelijke verbetering van de sociale dienstverlening aan de bevolking, zelfs daar waar de begroting voor die zaken verhoogd is. Voorts blijft de invloed van de Unie op de uitwerking van en de onderhandelingen over de aanpassingsprogramma's ontoereikend en moet de wijze waarop het instrument wordt beheerd, met inbegrip van de conditionaliteit, worden veranderd. Om deze redenen dient de Gemeenschap een aantal vernieuwingen voor te stellen wat zowel de benadering als de werkmethoden betreft.

5. Tenslotte neemt de Raad er nota van dat de Commissie een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het internationale debat over economische ontwikkeling en de structurele aanpassing, in het bijzonder in de groep SPA ( 2). De Raad constateert dat er een consensus is gegroeid ter zake van het wensenpatroon dat lange tijd het optreden van de Gemeenschap heeft gekenmerkt (het verband tussen de economische hervormingen en hun sociale gevolgen, de strijd tegen de armoede, de internalisering van de programma's en een passende opeenvolging van de hervormingen), en dat de steun van de donoren is geëvolueerd in de richting van bredere hervormingsprogramma's met oog voor de samenhang met het sectorale beleid en de financieringsbehoeften daarvan. III. Vooruitzichten inzake steun voor economische hervormingen
6. Rekening houdend met de belangrijke evoluties die zich de voorbije jaren in de internationale context en op het gebied van de ontwikkeling (onder andere de lancering van de initiatieven HIPC ( 3) en PRSP ( 4) door de internationale financiële instellingen) hebben voorgedaan, en in het bijzonder met de nadruk die op armoedebestrijding is gelegd, steunt de Raad de uitwerking en uitvoering van een nieuwe generatie economische hervormingen door de begunstigde landen, zowel ACS-landen en landen uit het Middellandse-Zeegebied als landen van Azië en Latijns-Amerika. Onderstreept zij dat er per land maar één programma van macro-economische hervorming mag zijn. Dat programma moet worden erkend en gesteund door op zijn minst de belangrijkste multilaterale geldschieters, of met deze donors overeengekomen zijn, ook al wordt het niet noodzakelijk financieel door hen gesteund. De Raad moedigt de Commissie aan deel te nemen aan dit proces en daarbij een belangrijke rol te spelen, zonder daarbij de doelstellingen en de specificiteit van de communautaire steun uit het oog te verliezen.

7. In het licht van haar voorstellen moedigt de Raad de Commissie aan het acquis van de steunmaatregelen voor economische hervormingsprogramma's te consolideren, in het bijzonder:

- de consolidatie of, in voorkomend geval, het handhaven van een evenwichtig macro-economisch kader met een groeibevorderende werking, hetgeen een noodzakelijke voorwaarde is voor het bestrijden van armoede;

- voorrang aan sociale basisvoorzieningen (gezondheid, onderwijs) en aan het onderhoud van de infrastructuur, in het kader van een begroting die gekenmerkt wordt door evenwicht, met name tussen de toewijzingen voor investeringen en de beheerskosten;
- de opneming van de steun voor de hervormingen in een kader dat de regionale integratie, de versterking van de intraregionale handel (ook buiten de bestaande verbanden) en de schepping van vrijhandelszones tussen de landen onderling en met de Unie vergemakkelijkt, rekening houdend met overgangsmaatregelen die in specifieke steun voorzien;

- voortzetting van haar actieve betrokkenheid bij het speciale initiatief ten gunste van arme landen met een zware schuldenlast.

8. De Raad verzoekt de Commissie tevens de uitdagingen van de nieuwe internationale context op internationaal en ontwikkelingsgebied niet uit de weg te gaan en meer aandacht te schenken aan de volgende aspecten:

- overname van de hervormingsprogramma's door de landen zelf, zowel wat ontwerp als wat uitvoering ervan betreft, waarbij dialoog en democratisch overleg worden bevorderd alsmede betere informatie en een regeling voor de rapportage van de geboekte voortgang.
- de terugdringing van de armoede zal een centraal aspect van de nieuwe programma's zijn, hetgeen een op de behoeften van de landen afgestemde steun impliceert die niet beperkt blijft tot het behoud of de toename van de sociale budgetten, maar waarbij meer dan voorheen wordt gelet op de toegankelijkheid en de kwaliteit van de dienstverlening aan de bevolking. Ook de vraagstukken betreffende rechtvaardigheid, verdeling van de vruchten van de groei en toegang tot basisdiensten, alsmede de distributieve effecten van het begrotings- en belastingbeleid zullen worden bestudeerd;
- de begeleiding van het overgangsproces door de vernieuwing van de economieën van de landen uit het oostelijke en het zuidelijke Middellandse-Zeegebied in het kader van de met deze landen gesloten associatieovereenkomsten;

- een gezond en doelmatig beheer van de overheidsfinanciën. Dit omvat steun voor de ontwikkeling van doeltreffende mechanismen voor controle, capaciteitsverbetering en goed beheer van de middelen via een versterking van de rechtsstaat en corruptiebestrijding, terwijl ook de transparantie en de participatie van de civiele samenleving worden bevorderd;
- steun voor belastinghervormingen, dat wil zeggen: uitwerking en toepassing van efficiënte, rechtvaardige en bestuurlijk uitvoerbare hervormingen. Zulks zal het onder andere mogelijk maken in te spelen op de verminderde douane-inkomsten waarmee talrijke landen die liberaliseringsmaatregelen doorvoeren geconfronteerd worden;

- de ontwikkeling van de particuliere sector - motor van aanhoudende en duurzame groei - door de effectieve instelling van een regelgevend, wetgevend en institutioneel kader dat een gunstig klimaat kan scheppen voor investeringen en particulier initiatief;
- rekening houden met horizontale dimensies, zoals bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en het milieu, en bevordering van de gelijkwaardigheid van man en vrouw, alsmede, waar dienstig, steun voor specifieke maatregelen op deze gebieden.
IV. Evolutie van de werkmethoden


9. Ambitieuze doeleinden nastreven, veronderstelt noodzakelijkerwijs een evolutie in de methoden waarmee de communautaire steun in de praktijk wordt gebracht. Op basis van haar voorstellen moedigt de Raad de Commissie aan de volgende veranderingen door te voeren:
- behalve in geval van landen met niet-converteerbare valuta, geleidelijke voortzetting van de rechtstreekse begrotingssteun;
- vanwege de fungibiliteit van de financiële middelen, vooral in landen met een bevredigend beheer van hun openbare financiën, die met name beschikken over een kader voor controle op de overheidsfinanciën en over mechanismen voor interne en externe controle, zo nodig voortgaan met de sectorgerichte begrotingssteun en geleidelijke invoering van een algemene begrotingssteun. Er moet in coördinatie met andere donors verder worden nagedacht over een verbetering van de mechanismen voor de controle op een goed beheer van de overheidsfinanciën;

- de doelstellingen en de verwachte resultaten van de hervormingen duidelijker formuleren en bekendmaken. Zoals het proefproject van de Groep SPA in Burkina Faso heeft aangetoond, maakt de ontwikkeling van prestatie-indicatoren het mogelijk de gevolgen van het gevoerde beleid voor de bevolking, voor andere economische sectoren en voor de overheidsfinanciën te meten. Dit toespitsen van de aandacht op de doelmatigheid van het beleid zal het mogelijk maken selectievere financiële steun te verlenen, wat tot betere resultaten zal leiden zonder de armste landen te treffen;
- het proces van algemene hervorming en economische overgang begeleiden met samenhangende sectorale programma's (op sociaal, belasting-, milieugebied enz.);

- de communautaire steunprogramma's volledig integreren in de algemene kaders voor de samenwerking met de begunstigde landen, inzonderheid in de nieuwe associatieovereenkomsten met de Middellandse-Zeelanden, in de na-Lomé overwogen regionale economische partnerschapsovereenkomsten, of in andere regionale overeenkomsten;

- op het niveau van elk land afzonderlijk de deelneming van de Gemeenschap aan de opstelling en bespreking van economische hervormingsprogramma's versterken. Tijdens deze besprekingen het overleg met de civiele samenleving stimuleren;
- in de landen waar deze bestaan, de
armoedebestrijdingsstrategieën als referentiekader voor de communautaire steun hanteren;

- de systemen voor de follow-up en de evaluatie van de programma's verbeteren door te ijveren voor transparantie en participatie, in het bijzonder bij het selecteren en evalueren van prestatie-indicatoren. Dit zal het onder andere mogelijk maken de oorzaken van mislukkingen te analyseren, successen te valoriseren en de aanpassingen en heroriëntaties aan te geven;
- de noodzakelijke institutionele steun verlenen om de nationale capaciteit voor het opstellen en uitvoeren van macro-economische hervormingsprogramma's en voor het beheer en de controle van de overheidsfinanciën op te voeren.

V. Coördinatie


10. De Europese stem luider laten klinken bij het ontwerpen, uitwerken en implementeren van programma's, veronderstelt een speciale inspanning op het gebied van de coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten en de andere donors, inzonderheid de instellingen van Bretton Woods. Doel is verbetering van de coördinatie en de invloed van de Unie als geheel vanuit het perspectief van haar financiële gewicht. In dit kader verzoekt de Raad de Commissie:

- naast haar actieve rol in de Groep SPA de regelmatige uitwisselingen met de instellingen van Bretton Woods over de algemene aanpak van de economische hervormingen en over de coördinatie van specifieke acties voort te zetten, in overleg met de lidstaten;
- op het niveau van elk betrokken land haar optreden toe te spitsen op de uitwerking, bespreking en follow-up van armoedebestrijdingsstrategieën om de inhoud daarvan te beïnvloeden, zulks in nauw overleg met de lidstaten, vooral die welke bij de begrotingssteun betrokken zijn;
- te blijven streven naar permanente en doelmatige coördinatie tijdens de uitvoering van de steunprogramma's, zowel in algemene zin als het op het niveau van elk betrokken land.

11. De Raad verzoekt de lidstaten tevens, rekening houdend met het systeem van de gewogen stemrechten in de instellingen van Bretton Woods, te zoeken naar wegen om de coherentie en de invloed van de Europese stem in de raden van bestuur van de instellingen van Bretton Woods te vergroten, vooral in het kader van de genoemde strategieën.

-

DE INTEGRATIE VAN MILIEU EN DUURZAME ONTWIKKELING IN HET

ONTWIKKELINGSBELEID VAN DE EG - CONCLUSIES IN VERBAND MET DE PROCEDURE


1. De Raad bevestigt nogmaals het belang van zijn verslag aan de Top van Helsinki betreffende de integratie van milieu en duurzame ontwikkeling naar aanleiding van de Europese Raden van Cardiff en Wenen. Hij herinnert aan het daaropvolgende verzoek van de Top van Helsinki in december 1999 om "al deze werkzaamheden af te ronden en in juni 2001 aan de Europese Raad alomvattende strategieën voor te leggen met eventueel een tijdschema voor verdere maatregelen en een reeks indicatoren voor genoemde sectoren".


2. De Raad is zich bewust van de vorderingen die zijn gemaakt bij de verdere integratie van het milieuaspect in het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap teneinde duurzame ontwikkeling te bevorderen. In deze context neemt de Raad nota van het voortgangsverslag van de Commissie inzake "integratie van milieu en duurzame ontwikkeling in het ontwikkelingsbeleid van de EG" en verzoekt hij de Commissie om het integratieproces gedurende de komende maanden in nauwe samenwerking en coördinatie met de lidstaten te intensiveren.


3. Daarnaast moeten de volgende nieuwe uitdagingen worden aangegaan:
·

In het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap wordt armoedebestrijding als de overkoepelende doelstelling van de communautaire ontwikkelingssamenwerking gedefinieerd. Er zijn veel verbanden tussen armoede en milieu en de Commissie moet in de specifieke strategie de gevolgen van deze beleidswijziging voor het proces van integratie van het milieu volledig onderzoeken.
·

In het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap wordt ook nadruk gelegd op de noodzaak om de globale complementariteit en samenhang, zowel tussen verschillende communautaire beleidsvormen als tussen het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap en dat van de lidstaten te verbeteren, en de coördinatie tussen de verschillende samenwerkingsprogramma's te vergroten. In dit kader dient de Commissie samen met de lidstaten gebieden aan te wijzen voor nauwere samenwerking met betrekking tot de integratie van de milieudimensie en in verband met specifieke milieuprogramma's en
-projecten.

·

De Commissie wordt verzocht in de specifieke strategie concrete en duidelijke voorstellen te doen voor de toewijzing van personele middelen en de verdeling van verantwoordelijkheden voor de integratie van milieuaspecten.


4. De Raad doet een beroep op de Commissie om, in overleg met de lidstaten, voor de Raad Ontwikkeling in mei 2001 een specifieke strategie op te stellen. Deze strategie dient alomvattend en realistisch te zijn en moet onder meer een tijdschema en prestatie-indicatoren behelzen om doorlopende monitoring mogelijk te maken. Dit zal de basis vormen voor de in juni 2001 aan de Top van Gothenburg voor te leggen integratiestrategie van de Raad Ontwikkeling.


-

OVERDRAAGBARE ZIEKTEN: HIV/AIDS, MALARIA EN TUBERCULOSE - CONCLUSIES

De Raad erkent het belang van de volksgezondheid bij de ontwikkeling en de inspanningen inzake armoedebestrijding en is in toenemende mate bezorgd over de verspreiding en de gevolgen van drie ernstige overdraagbare ziekten: HIV/AIDS, malaria en tuberculose. Deze ziekten treffen miljoenen mensen, veroorzaken enorm menselijk leed en hinderen de economische en sociale ontwikkeling en de inspanningen inzake armoedebestrijding. Met name HIV/AIDS moet in een breder ontwikkelingskader worden aangepakt.

De Raad neemt nota van de aanzienlijke inspanningen die de lokale gemeenschappen, de landen zelf en de internationale gemeenschap, waaronder de EU, reeds hebben geleverd om deze ziekten, in het bijzonder HIV/AIDS, te bestrijden. De Raad is zich ervan bewust dat de oplossingen voor het probleem van HIV/AIDS, malaria en tuberculose mede in handen van de partnerlanden liggen. Hij erkent dat de problemen zo enorm groot zijn dat de landen de verspreiding en de gevolgen van deze problemen niet alleen onder controle kunnen houden en dat een aanzienlijke inspanning moet worden geleverd door de internationale gemeenschap. In deze context steunt de Raad een sterke coördinatie van de inspanningen van de EU met initiatieven van de VN, met name UNAIDS en de WGO, de Wereldbank, het IMF en in andere institutionele fora zoals de G8.

De Raad neemt er nota van dat de Commissie aan het eind van het jaar een verslag zal indienen over de uitvoering van Verordening (EG) nr.
550/97 betreffende HIV/AIDS, zoals vereist in de verordening. De Raad roept voorts de Commissie op manieren voor te stellen om voortgang te maken in de context van het document van het voorzitterschap betreffende de rol van de Europese Gemeenschap in de strijd tegen HIV/AIDS in de ontwikkelingslanden en als follow-up van de mededeling van de Commissie van juni 1997 getiteld "Meer solidariteit in de strijd tegen AIDS".

De Raad bevestigt eveneens zijn steun aan de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid van de EG, dat bij voorrang op armoedebestrijding gericht is. Binnen dit kader verzoekt de Raad de Commissie in nauw overleg met deskundigen uit de lidstaten, een mededeling op te stellen betreffende mogelijke aanvullende inspanningen van de EU om ernstige armoedeziekten zoals HIV/AIDS, malaria en tuberculose te bestrijden en de gezondheid van de bevolking in de ontwikkelingslanden te verbeteren. Deze aangelegenheid moet tijdens een volgende zitting van de Raad Ontwikkeling worden bestudeerd.

SPECIFIEKE ASPECTEN VAN DE COMMUNAUTAIRE HULP


-

BEOORDELING EN TOEKOMST VAN DE HUMANITAIRE ACTIVITEITEN VAN DE

GEMEENSCHAP - RESOLUTIE

I.

Inleiding

In mei 1995 heeft de Raad verzocht om een volledige en gedetailleerde evaluatie van de ontwikkelingsinstrumenten en
-programma's van de Europese Gemeenschap. In mei 1999 heeft de Raad conclusies inzake de resultaten van deze evaluatie aangenomen en te kennen gegeven dat hij de conclusies van de evaluatie van de humanitaire hulp later zou bespreken.
De Raad is tevreden over de onafhankelijke evaluatie van de acties voor humanitaire hulp, die werd uitgevoerd op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1257/96 van 20 juni 1996. Ook verheugt hij zich over de mededeling van de Commissie "Evaluatie en toekomst van de humanitaire activiteiten van de Gemeenschap", die hij als evenwichtig opgebouwd en constructief beschouwt. De Raad bevestigt nogmaals dat hij belang hecht aan de humanitaire hulp van de Gemeenschap aangezien deze deel uitmaakt van de door de Gemeenschap en haar lidstaten aangegane verbintenis om het menselijk lijden te voorkomen en te verlichten waar het zich ook voordoet. De Raad wijst nogmaals op de onpartijdigheid van deze hulp in een tijdskader waarin humanitaire crisissen vaak het middelpunt zijn van ruimere conflicten.
De Raad neemt er akte van dat de Gemeenschap en haar lidstaten meer dan 50% van alle humanitaire hulp financieren, terwijl de Gemeenschap via haar humanitaire arm, het Bureau voor humanitaire hulp van de Europese Gemeenschap (ECHO), een van de grootste bronnen van humanitaire hulp in de wereld is. De Raad heeft oog voor de gebieden waar verbetering nodig is, maar stelt het werk op prijs dat ECHO sinds de oprichting heeft verricht in vaak moeilijke omstandigheden. Deze resolutie concentreert zich op wat de Raad als de belangrijkste kwesties beschouwt die uit de evaluatieverslagen en de mededeling van de Commissie naar voren zijn gekomen; de bedoeling van een en ander is dat de humanitaire activiteiten van de Gemeenschap doelmatig en efficiënt zijn en daadwerkelijk hulp brengen naar de noodlijdenden.

II. Belangrijkste bevindingen in het evaluatieverslag

De Raad neemt akte van de volgende conclusies uit de onafhankelijke evaluatie:

0M het bestaan en de status van ECHO blijven ten volle gerechtvaardigd en "het financiert momenteel de verlening van humanitaire bijstand tenminste even goed als iedere andere organisatie en waarschijnlijk beter en op een goedkopere manier dan welke andere, vergelijkbare internationale organisatie ook"; 0M er moeten inspanningen worden geleverd om capaciteit inzake spoedreacties te ontwikkelen aangezien de EU over geen capaciteit op dit gebied, met name niet qua natuurrampen, beschikt. In de evaluatie wordt specifiek voorgesteld om deskundigen naar het veld uit te zenden, elders capaciteit op te bouwen en ECHO te laten fungeren als een "coördinatieplatform" voor de reactie-instrumenten van de EU;
0M ECHO krijgt steeds meer programma's in het zogenaamde "grijze" gebied tussen noodhulp en ontwikkeling te beheren, die vaak het risico lopen dat zij niet duurzaam zullen blijken. Een ander voorstel in de evaluatie is dat ECHO een dubbelsporige aanpak volgt en snel reageert op noodsituaties terwijl van het begin af aan ook een meer strategische aanpak wordt gehanteerd; 0M afzonderlijke projecten inzake paraatheid bij rampen zijn effectief gebleken, maar er zijn meer middelen nodig om het volle effect te bereiken, en aan deze kwestie wordt te weinig aandacht besteed bij ontwikkelingsbijstand of -onderzoek van de Gemeenschap;
0M in het verslag wordt een duidelijk "communicatie"-concept aanbevolen dat uitgaat van het personeel en waardoor de zichtbaarheid van de communautaire bijstand van de Gemeenschap wordt versterkt; op de aanpak van ECHO wordt aangemerkt dat deze soms een duidelijke "focus" miste;
0M bij de evaluatie van de operaties wordt er in de analyse op gewezen dat de projecten door ECHO worden gefinancierd, niet uitgevoerd, zodat de partners delen in de verantwoordelijkheid voor de successen en de mislukkingen. De algemeen overkoepelende plannen (de strategieën voor financiering per land), de kader-partnerschapsovereenkomst, het tempo waarin de begroting wordt uitgevoerd, de kosteneffectiviteit op projectniveau, de evaluatie en de controles werden grosso modo positief beoordeeld, alsook de bijdrage aan het UNHCR en de financieringsstabiliteit van het internationaal systeem voor humanitaire reacties; 0M daarentegen oordeelt het verslag minder positief over de coördinatie, de keuze van de partners, het ontbreken van een koppeling tussen noodhulp en ontwikkeling in de praktijk, veel hulpacties inzake gezondheid en voeding, het niet integreren van het gender-aspect en het overleg over algemeen overkoepelende plannen. Ook bevat het kritiek wegens het toenemende gebrek aan snelle reacties van ECHO op financieringsaanvragen en het feit dat ECHO te weinig heeft gedaan om te voorkomen dat de steun het lokale bestuur ondermijnt.

III. Belangrijkste aanbevelingen


1. Beleid

De Raad herhaalt de beginselen in de verordening, nl. dat humanitaire hulp uitsluitend bedoeld is om menselijk leed te voorkomen en te verlichten en aan de slachtoffers wordt verleend zonder onderscheid naar ras, etnische afkomst, godsdienst, geslacht, leeftijd, nationaliteit of politieke overtuiging, zonder dat overwegingen van politieke aard eraan ten grondslag mogen liggen en zonder dat de hulp aan dergelijke overwegingen ondergeschikt mag worden gemaakt, en dat besluiten tot het verlenen van humanitaire hulp op onpartijdige wijze tot stand dienen te komen, waarbij slechts de behoeften en de belangen van de slachtoffers in aanmerking mogen worden genomen.
De Raad erkent dat het optreden van ECHO zijn onafhankelijkheid op humanitair gebied moet behouden, maar ook moet worden geleid door de aanvullende verantwoordelijkheden die de EU op zich heeft genomen ten aanzien van een hele scala van taken voor conflictpreventie en crisisbeheersing die zijn bepaald in het EU-Verdrag. In deze ruimere context memoreert de Raad de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raden van Helsinki en Lissabon wat niet-militaire crisisbeheersing betreft. In het licht van deze ontwikkelingen en van de algemene beleidsverklaring over ontwikkelingssamenwerking door de Gemeenschap, spreekt de Raad zich positief uit over het voornemen van ECHO om zijn mandaat te verduidelijken aan de hand van een missieverklaring voor de humanitaire bijstand van de Gemeenschap. De verklaring moet voortbouwen op de verordening en er in elk opzicht bij aansluiten terwijl zij voldoende soepel moeten zijn om de nodige aanpassingen aan de veranderende behoeften en voorwaarden op het veld mogelijk te maken.


1.1. Reactie op noodsituaties

De Raad neemt er akte van dat ECHO niet beschikt over een snelle-reactie-eenheid met operationele capaciteit om noodsituaties aan te pakken en de Raad gaat ermee akkoord dat deze kwestie verder overleg vereist. In deze fase moeten de inspanningen erop worden toegespitst de samenwerking met de VN en het Internationale Rode Kruis te verdiepen en als brandpunt te fungeren voor de donorcoördinatie tussen de lidstaten en de Gemeenschap. Tegelijk dient het Bureau er zich op toe te leggen de procedures te versnellen, lokale capaciteit op te bouwen, het beheer en het werk in het veld te verbeteren.

Niettemin is er meer aandacht nodig voor de vraag hoe de middelen waarover de Gemeenschap en de lidstaten in noodsituaties beschikken doeltreffender kunnen worden ingezet, alsook voor de nodige zichtbaarheid.

Na de eerste evaluatie van de noodsituatie, die normaliter wordt uitgevoerd door de VN als aanvulling op de operationele evaluaties van internationale humanitaire organisaties en andere operationele actoren, dient de EU te streven naar een gecoördineerde aanpak van de meer gedetailleerde behoefte-evaluaties, bijvoorbeeld door gezamenlijk optreden en betere uitwisseling van informatie. Deze coördinatie is zowel ter plekke als op directioneel niveau nodig: voor het laatste niveau moet er een netwerk komen van contactpunten voor spoedreacties van ECHO en de lidstaten. Er dient maximaal gebruik te worden gemaakt van de locale/regionale capaciteiten, waaronder de NGO's.


1.2. Paraatheid bij rampen en de overgang tussen noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling op lange termijn (inclusief de "grijze zone")

De Raad neemt met veel belangstelling kennis van de hernieuwde inspanningen van de Commissie om soepele en veelomvattende intra- en interdepartementale regelingen te ontwikkelen teneinde ervoor te zorgen dat de Commissie op "grijze zones" tussen noodhulp en ontwikkeling sterker reageert met coherente, efficiënte, doelgerichte steunverlening tijdens zowel de crisissituatie zelf als in kwetsbare situaties vóór en na de crisis; de lidstaten zijn vast van plan inspanningen te leveren om de complementariteit tussen hun bilaterale hulp en de communautaire hulp te garanderen, niet het minst in het veld.

De Raad vestigt de aandacht op twee specifieke kwesties in deze context. Primo, bijstand dient een ononderbroken geheel te vormen. ECHO moet de periode tussen noodsituatie/noodhulp en de rehabilitatie bestrijken en zo spoedig mogelijk geleidelijk van de scène verdwijnen ten voordele van andere Commissiediensten, zulks op basis van ECHO's terugtrekkingsstrategie en de toegangsstrategie van de Commissiediensten. In nauwe samenwerking met andere Commissiediensten dient ECHO evenwel de mogelijkheid te behouden om, naar gelang van het geval, zijn steun voort te zetten indien overdracht in de fase na de noodsituatie niet gemakkelijk uitvoerbaar is. Secundo, de procedures moeten bijzondere aandacht krijgen, met name als het gaat om timing, zodat de bijstand op tijd komt en precies op de noden is afgestemd.

De Raad spreekt zijn grote voldoening uit over het voornemen van de Commissie om tegen juli 2000 een coherente en doeltreffende strategie, met onderling samenhangende noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling, voor te leggen, die moet leiden tot een duidelijker definitie van de betrekkingen van ECHO met andere Commissiediensten, waaronder die welke zich bezighouden met de communautaire ontwikkelingssamenwerking en externe betrekkingen. De Raad verzoekt ECHO in het bijzonder zich te bezinnen over zijn activiteiten in landen waar humanitaire noden het resultaat zijn van structurele crisissen van economische en soortgelijke aard. Tevens wenst de Raad het belang te beklemtonen van de integratie van programma's inzake paraatheid bij rampen in de strategieën ter ondersteuning van de ontwikkeling van het betreffende land, maar erkent dat, in afwachting daarvan, ECHO's programma ter bevordering van die paraatheid een grote rol blijft spelen bij de versterking van de locale capaciteiten inzake noodhulpinspanningen.


1.3. Versterking van de coördinatie

De Raad beklemtoont het vitale belang van doeltreffende coördinatie op alle niveaus, die er borg voor staat dat de verleende hulp een maximaal effect heeft. Ten eerste bevestigt hij nogmaals dat, op mondiaal niveau, de leidende rol bij de coördinatie in principe toekomt aan de begunstigde landen en aan de Verenigde Naties. Ten tweede wijst hij met klem op de noodzaak dat er binnen het Europese kader gezorgd wordt voor doeltreffende coördinatie, op directioneel niveau én in het veld, tussen de lidstaten onderling, tussen de lidstaten en de Commissie en binnen de lidstaten en de Commissie. Voorts spreekt de Raad de wens uit dat er stappen worden gezet naar nauwere samenwerking tussen de lidstaten en de Gemeenschap, vooral bij het opstellen van de algemeen overkoepelende plannen.
Op directioneel niveau moet de werking van het Comité voor humanitaire hulp (HAC) verder worden verbeterd. De Raad spreekt dan ook zijn voldoening uit over wat reeds is gedaan om de strategische discussie over humanitaire thema's en landenstrategieën in het Comité te versterken. De Raad verzoekt tevens de Commissie de in deze resolutie genoemde kwesties in het comité te bespreken. Tevens verzoekt de Raad de Commissie te zoeken naar manieren om de bestaande communicatiesystemen te verbeteren.


1.4. Zichtbaarheid

De Raad wil garanties dat de humanitaire bijstand van de Gemeenschap ruime publieke steun en bekendheid geniet en verzoekt derhalve ECHO na te denken over manieren om meer doeltreffende zichtbaarheid voor de humanitaire activiteiten van de Gemeenschap tot stand te brengen. Hij acht het zaak een duidelijke communicatiestrategie zoals beschreven in de evaluatie uit te werken, die zowel een operationeel en een veldwerkaspect als doorzichtigheid ten aanzien van de Europese burgers en hun politieke vertegenwoordigers behelst. In het kader van die strategie zou ook worden verduidelijkt in hoeverre ECHO met zijn partners verantwoordelijk is voor de zichtbaarheid. Die strategie vereist duidelijke coördinatie met de andere activiteiten van de Gemeenschap en de Europese Unie.


2. Betrekkingen met de partners


2.1. Betrekkingen met de multilaterale partners
De Raad bevestigt zijn wens dat ECHO VN-organisaties financiert overeenkomstig hun op programma's gebaseerde aanpak en hun specifieke mandaat, en tegelijk een beter inzicht verwerft in de sterke en zwakke punten van de afzonderlijke organisaties en krachtig steun verleent aan hun inspanningen om de normen te verbeteren. Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan stroomlijning van de kader-partnerschapsovereenkomst en het inbouwen van voldoende soepelheid en aanpasbaarheid om ruimte te laten voor de behoeften en mandaten van de VN-organisaties en het ICRK en de IFRC zonder dat dit ten koste gaat van afdoende begrotingscontrole. Hierbij aansluitend verzoekt de Raad de Commissie een strategiedocument over de betrekkingen met de VN-organisaties op te stellen waarin zowel de financiële als de beleidsdimensies aan bod komen, alsook het financieel reglement van de Gemeenschap in een nieuwe vorm te gieten. De Raad moedigt ECHO aan om diens regelmatige dialoog op hoog niveau met internationale humanitaire organisaties op te voeren en stimuleert de Commissie om, indien de middelen het toelaten, in humanitair opzicht haar aanwezigheid in de leiding van belangrijke humanitaire organisaties en aldus de internationale invloed van de Gemeenschap te versterken.


2.2. Betrekkingen met de NGO's
De Raad bevestigt het grote belang van de NGO's en hun bijdrage aan humanitaire operaties en verzoekt ECHO al het mogelijke te doen om zijn partnerschap met de NGO's nog te verbeteren. De Raad benadrukt bovendien dat plaatselijke deelneming belangrijk is en dat er, voorzover mogelijk, plaatselijke capaciteiten dienen te worden opgebouwd via de door de Gemeenschap gefinancierde operaties.


3. Beheer


3.1. Organisatie en beheersprocedures
De Raad staat zonder voorbehoud achter het voornemen van ECHO om nieuwe en verbeterde beheersregelingen in te voeren, waaronder het beheer van de projectcyclus en kwaliteitscontrole, en de professionele vaardigheden van zijn menselijke hulpbronnen te verbeteren wat zowel de opleiding als het bestuurs- en het veldwerk betreft. De Raad verzoekt de Commissie haar uiterste best te doen om haar procedures voor de keuze en de financiering van projecten nog te versnellen zodat ECHO, met name in noodsituaties, alerter kan reageren.


3.2. Doorzichtigheid / toezicht / evaluatie De Raad herinnert er in dit verband aan dat hij reeds in zijn conclusies van mei 1999 de Commissie heeft verzocht haar inspanningen voort te zetten om zich te concentreren op de resultaten en het effect en de controles achteraf, en spreekt zijn goedkeuring uit over de algemene maatregelen die de Commissie in die zin heeft genomen. Zoals reeds in de conclusies van de Raad is aangegeven, vereist dit vooral verbeterde
beheersinformatiesystemen, groter gebruik van prestatie-indicatoren en toezicht op de bijstand; de Raad is ingenomen met de plannen van de Commissie om de prestaties van de partners te volgen. Hij verzoekt de lidstaten hun eigen ervaringen op dit gebied met ECHO te delen zodat er meer eenvormigheid in de aanpak ontstaat.
De Raad juicht de plannen toe om het "institutionele geheugen" binnen ECHO te versterken en benadrukt dat feedback van de conclusies uit de evaluatie noodzakelijk is zodat de geleerde lessen in nieuwe voorstellen worden verwerkt. Hiervoor is er ook een handboek met de geleerde lessen nodig.
De Raad waardeert de inspanningen voor meer doorzichtigheid, waardoor bijvoorbeeld het Comité voor humanitaire hulp kan beschikken over beknopte evaluaties en de partners inzage krijgen in de landenstrategieën. Bovendien verzoekt hij ECHO ten aanzien van zijn partners zoveel mogelijk doorzichtigheid te betrachten op het gebied van beleid en financieringsprocedures.

4. Follow-up

Gelet op het belang van de humanitaire bijstand van de Gemeenschap en ook op de discussie over de samenhang van noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling is de Raad voornemens om op gezette tijden de problematiek van de humanitaire bijstand te bespreken.


-

CRISIS- EN CONFLICTSITUATIES IN ONTWIKKELINGSLANDEN

De Raad hield een gedachtewisseling over crisis- en conflictsituaties in ontwikkelingslanden en nam kennis van de informatie van de Commissie over de volgende aspecten van dit vraagstuk:

- Noodhulp: conflictsituaties, situaties in verband met natuurrampen;

- Rehabilitatie: overgang van noodhulp naar ontwikkeling;

- Ontwikkeling: postconflict en -crisissituaties en vredesopbouw;

- Instabiele situaties - mogelijke conflicten
DIVERSEN


-

NIEUWE PROCEDURES VOOR WETGEVINGSBESLUITEN OP ONTWIKKELINGSGEBIED

Het voorzitterschap wees de Raad op een aantal implicaties van de nieuwe medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement, die sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam op 1 mei
1999 van toepassing is op wetgevingsbesluiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. De aandacht werd speciaal gevestigd op het belang van informele contacten met het Europees Parlement om in een vroeg stadium van de procedure een compromis te vinden.
-

VOORBEREIDING VAN DE 3e VN-CONFERENTIE OVER MINST ONTWIKKELDE LANDEN (MOL's)
De Raad nam kennis van informatie van de Commissie over de stand van de voorbereiding van de 3e VN-conferentie over MOL's, die de EU in mei 2001 te Brussel ontvangt.

-

ONTWIKKELINGSASPECTEN VAN DE 6e CONFERENTIE VAN DE PARTIJEN BIJ HET RAAMVERDRAG VAN DE VERENIGDE NATIES INZAKE KLIMAATSVERANDERING

De Deense delegatie vroeg aandacht voor de ontwikkelingsaspecten van de 6e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatsverandering (november 2000) en onderstreepte dat er een inventaris moet worden opgesteld van de conclusies van de Raad (Ontwikkeling) van 11 november 1999 en dat hieraan uitvoering moet worden gegeven.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)
ONTWIKKELING

Milieu en ontwikkelingsbeleid - bijeenroeping van het bemiddelingscomité

De Raad kon niet akkoord gaan met alle door het Europees Parlement aangenomen amendementen op het gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van de voorgestelde verordening betreffende maatregelen ter bevordering van de reële integratie van het milieuaspect in het ontwikkelingsproces in de ontwikkelingslanden. Derhalve wordt het bemiddelingscomité bijeengeroepen overeenkomstig de procedure van de medebeslissingsprocedure van artikel 251 van het Verdrag.

Bosbeheer in ontwikkelingslanden - bijeenroeping van het bemiddelingscomité

De Raad kon niet akkoord gaan met alle door het Europees Parlement aangenomen amendementen op het gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van de voorgestelde verordening betreffende maatregelen ter bevordering van het behoud en het duurzaam beheer van de tropische bossen en andere bossen in ontwikkelingslanden. Derhalve wordt het bemiddelingscomité bijeengeroepen overeenkomstig de procedure van de medebeslissingsprocedure van artikel 251 van het Verdrag.

Internationale overeenkomst inzake tropisch hout

De Raad kwam overeen om, indien tijdens de 28e zitting van de Internationale Raad voor tropisch hout wordt voorgesteld de overeenkomst te verlengen, de Commissievertegenwoordiger te machtigen ad referendum te verklaren dat de Gemeenschap in beginsel voorstander is van verlenging.

Footnotes:

( 1) 25 mei '93, 2 december '93, 1 juni '95, 28 mei '96, 5 juni '97,
6 maart '98, 21 mei '99.

( 2) SPA: Strategisch Partnerschap met Afrika.

( 3) HIPC: heavily indebted poor country (arm land met een zware schuldenlast).

( 4) PRSP: poverty reduction strategy paper
(armoedebestrijdingsstrategie).


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie