Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit fiscale maatregelen explosie Enschede

Datum nieuwsfeit: 19-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Fiscale maatregelen explosie Enschede


Mededeling: Maatregelen in verband met de explosie in Enschede.

Besluit van 18 mei 2000, nr. VB2000/0850

De plv. directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het navolgende besloten.

Hoofdstuk 1 Inleiding

In verband met de explosie in Enschede op 13 mei 2000 heb ik een aantal maatregelen van fiscaal-technische en fiscaal-organisatorische aard getroffen. Deze maatregelen zijn bedoeld voor belasting-plichtigen die door of als gevolg van de explosie schade hebben ondervonden. Aanvullend daarop heb ik enkele extra maatregelen getroffen voor personen (hierna: particulieren) en bedrijven (hierna: ondernemers) die op 13 mei 2000 woonachtig of gevestigd waren in de kern van het getroffen gebied (de zogenoemde binnenring, zie hierna). De Belastingdienst zal hierbij uitgaan van de ringen die door de gemeente Enschede zijn aangegeven op maandag 15 mei 2000 om 12.30 uur. De Belastingdienst is tussen 9.00 en 17.00 uur ook vertegenwoordigd in het crisiscentrum (telefoon 053-4845000). Fiscale vragen die buiten de kantoortijden worden gesteld in het crisiscentrum worden genoteerd en zo snel mogelijk beantwoord. Tot 1 augustus 2000 kan ook rechtstreeks contact worden opgenomen met de klantendienst van de Belastingdienst/Ondernemingen Enschede (053-4823767). Na 1 augustus 2000 moet voor het beantwoorden van vragen contact worden opgenomen met de competente eenheid.

Alle fiscale post bestemd voor de adressen in de zogenoemde binnenring wordt tot 5 juni 2000 opgevangen door de eenheid Particulieren Hengelo. Deze eenheid zorgt voor verspreiding over de bevoegde eenheden die vervolgens de post verder vasthouden tot dat de post kan worden doorgezonden. Vanaf 5 juni 2000 zullen de eenheden Ondernemingen Enschede en Particulieren Hengelo aan de hand van de stand van zaken beoordelen hoe de post verder moet worden behandeld.

Ten behoeve van de coördinatie van uitvoerende maatregelen op het onderhavige terrein heb ik de directeur Rechtstoepassingsbeleid Belastingdienst aangewezen als contactpersoon op het ministerie.

De hiervoor bedoelde maatregelen die zonodig nader zullen worden aangevuld en een overzicht van een aantal van belang zijnde aspecten zijn opgenomen in de hierna volgende hoofdstukken, te weten:

Hoofdstuk 2. Behandeling van aangiften:

§ 2.1 Behandeling van aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

§ 2. 2 Behandeling van aangiften omzetbelasting, loonbelasting/premieheffing volks-

verzekeringen, accijns en verbruiksbelastingen

§ 2.3. Maandaangifte douanewetgeving

§ 2.4 Opgaaf intracommunautaire transacties

§ 2.5 Teloorgaan van accijnsgoederen

Hoofdstuk 3. Lopende bezwaar- en beroepstermijnen

Hoofdstuk 4. Belastingconsulenten

Hoofdstuk 5. Administratieve verplichtingen

Hoofdstuk 6. Uitstel van betaling

Hoofdstuk 7. Giften en uitkeringen

Hoofdstuk 8. Motorrijtuigenbelasting

Hoofdstuk 9. Enkele IB/Vpb-aspecten:

§ 9.1 Voorlopige aanslagen IB/Vpb en voorlopige teruggaaf bij carry-back

§ 9.2 Afwaardering bedrijfsmiddelen

§ 9.3 Extra bedrijfskosten

§ 9.4 Willekeurige
afschrijving/(energie-)investeringsaftrek en -bijtelling
§ 9.5 Uitkeringen

Hoofdstuk 2 Behandeling van aangiften

§ 2.1 Behandeling van aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

Aan belastingplichtigen die op 13 mei 2000 woonachtig of gevestigd waren in de zogenoemde binnenring verleent de inspecteur ambtshalve uitstel voor het doen van aangifte voor de inkomsten-belasting of de vennootschapsbelasting tot 31 juli 2000. Het uitstel kan op schriftelijk verzoek worden verlengd indien bedoelde belastingplichtigen ook op 31 juli 2000 in verband met de gevolgen van de explosie redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht een juiste aangifte te doen.

Aan belastingplichtigen die niet woonachtig zijn in de zogenoemde binnenring maar ten gevolge van de explosie redelijkerwijs niet in staat zijn om tijdig aangifte te doen, wordt op hun schriftelijk verzoek uitstel verleend voor het doen van aangifte voor de genoemde belastingmiddelen tot 31 juli 2000 of een door de inspecteur te bepalen later tijdstip.

§ 2.2 Behandeling van aangiften omzetbelasting, loonbelasting/premie volksverzekeringen,

accijns en verbruiksbelastingen

§ 2.2.1. Uitstel van indiening aangiften

Aan ondernemers en inhoudingsplichtigen die op 13 mei 2000 woonachtig of gevestigd waren in de zogenoemde binnenring verleent de inspecteur ambtshalve uitstel voor het doen van aangifte voor de genoemde belastingmiddelen tot 31 juli 2000. Het betreft hier aangiften waarvan de uiterste datum van indiening ligt vóór of op 30 juni 2000.

Aan ondernemers en inhoudingsplichtigen die niet woonachtig zijn in de zogenoemde binnenring maar ten gevolge van de explosie redelijkerwijs niet in staat zijn om tijdig aangifte te doen, wordt op hun schriftelijk verzoek uitstel verleend voor het doen van aangifte voor de genoemde belasting-middelen tot uiterlijk 31 juli 2000. Indien het verzoek om uitstel de inspecteur niet tijdig bereikt en reeds (naheffings-)aanslagen zijn opgelegd, zal de inspecteur in voorkomend geval de aanslag vernietigen en alsnog uitstel verlenen.

§ 2.2.2 Geschatte aangiften

Ondernemers en inhoudingsplichtingen die in verband met de gevolgen van de explosie ook op 31 juli 2000 nog niet in staat zijn tot het doen van juiste aangiften, krijgen, indien zij de inspecteur daarom voor 31 juli 2000 schriftelijk verzoeken toestemming tot het doen van geschatte aangiften. Deze toestemming kan worden verkregen voor aangiften waarvan de uiterste datum van indiening ligt vóór of op 30 juni 2000. De schatting moet zo reëel mogelijk zijn. De aangiften naar geschatte bedragen en de daarmee verband houdende betalingen moeten uiterlijk op 14 augustus 2000 zijn ingediend resp. verricht.

In het geval dat een ondernemer of inhoudingsplichtige ook met betrekking tot na 30 juni 2000 vervallende aangifteverplichtingen redelijkerwijs niet geacht kan worden een juiste aangifte te doen, kan de inspecteur toestaan dat ook dan met een schatting wordt volstaan. Uitgangspunt daarbij is dat het verzoek de inspecteur tijdig - dat wil zeggen vóór het verstrijken van de wettelijke aangiftetermijn- bereikt.

§ 2.2.3 Definitieve aangifte

Ondernemers en inhoudingsplichtigen die met betrekking tot perioden waarvoor uiterlijk op 30 juni 2000 aangifte moet worden gedaan toestemming hebben verkregen tot het doen van aangifte naar geschatte bedragen, moeten in beginsel voor 1 oktober 2000 een definitieve aangifte indienen. Voor situaties waarbij blijkt dat het doen van een definitieve aangifte voor 1 oktober 2000 redelijkerwijs niet kan worden verlangd, zal de inspecteur een datum vaststellen waarop de definitieve aangifte moet zijn gedaan.

§ 2.3 Maandaangifte douanewetgeving

Het vorenstaande is mutatis mutandis van toepassing op de maandaangiften, voortvloeiende uit het Communautair douanewetboek.

§ 2.4 Opgaaf intracommunautaire transacties

Indien de opgaaf intracommunautaire leveringen over het tweede kwartaal 2000 niet uiterlijk op 31 juli 2000 kan worden ingediend en door de inspecteur is toegestaan dat een schattingsaangifte wordt ingediend met betrekking tot de aangiften waarvan de uiterste datum van indiening ligt vóór of op 30 juni 2000, verleent de inspecteur uitstel voor het indienen van deze opgaaf intracommunautaire leveringen.

§ 2.5 Teloorgaan van accijnsgoederen

Met betrekking tot meldingen door accijnsplichtige ondernemers van als gevolg van de explosie teloorgegane of beschadigde accijnsgoederen dient met soepelheid te worden gehandeld.

Hoofdstuk 3

Lopende bezwaar- en beroepstermijnen

Op grond van het bepaalde in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht blijft niet-ontvankelijk verklaring van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

In verband daarmee geldt voor belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen die op 13 mei 2000 woonachtig of gevestigd waren in de zogenoemde binnenring het volgende.

Voor alle gevallen waarin de bezwaar- of beroepstermijn afloopt na 12 mei 2000, zal de inspecteur een beroep op niet-ontvankelijk verklaring achterwege laten mits het bezwaarschrift respectievelijk het beroepschrift uiterlijk op 31 juli 2000 is ingediend.

Voor belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen die niet woonachtig zijn in de zogenoemde binnenring maar van wie redelijkerwijs aannemelijk is dat zij in verband met de gevolgen van de explosie niet in staat zijn geweest om tijdig een bezwaar- of beroepschrift in te dienen, blijft een beroep op niet-ontvankelijk verklaring eveneens achterwege mits het bezwaarschrift respectievelijk het beroepschrift uiterlijk op 31 juli 2000 is ingediend.

Hoofdstuk 4 Belastingconsulenten

Op grond van de uitstelregeling voor belastingconsulenten kan bijzonder of incidenteel uitstel worden verleend in geval van overmacht.

In situaties waarvoor de kantoorinspecteur thans reeds bijzonder uitstel heeft verleend (belastingjaar 1998 of eerder), zal, indien sprake is van overmacht in verband met de gevolgen van de explosie, de verleende termijn op verzoek van de belastingconsulent kunnen worden verlengd tot een tijdstip na 1 juni 2000.

In situaties waarin sprake is van overmacht in verband met de gevolgen van de explosie zal de kantoorinspecteur op verzoek van de belastingconsulent kunnen afwijken van het vastgestelde inleverschema (belastingjaar 1999). Eventueel reeds opgetreden achterstanden behoeven in beginsel niet te worden ingehaald.

Hoofdstuk 5 Administratieve verplichtingen

Op grond van wettelijke bepalingen is hij die gehouden is desgevorderd boeken en andere bescheiden betreffende zijn bedrijf of zelfstandig uitgeoefend beroep ter inzage te verstrekken, verplicht deze gedurende een bepaalde periode te bewaren. De wet gaat daarbij uit van het zgn. bezitsvermoeden hetgeen betekent dat hij van wie inzage van boeken en andere bescheiden is gevorderd, geacht wordt deze in zijn bezit te hebben, tenzij het tegendeel aannemelijk is gemaakt. Om gedupeerden van de explosie te behoeden voor het toepassen van de in de wet voorziene sanctie op het niet of niet volledig (kunnen) nakomen van deze verplichting, zal in voorkomend geval een soepel standpunt worden ingenomen.

Hoofdstuk 6 Uitstel van betaling

Ten aanzien van belastingplichtigen die ten tijde van de explosie woonachtig of gevestigd waren in de zogenoemde binnenring worden in de periode tot 1 augustus 2000 in beginsel geen
dwanginvorde-ringsmaatregelen getroffen. Dit betekent dat aan hen gedurende deze periode geen dwangbevelen worden betekend en dat de tenuitvoerlegging van reeds betekende dwangbevelen gedurende deze periode wordt opgeschort.

Naast de hiervoor beschreven algemene maatregel met betrekking tot de (dwang)invordering voor de periode tot 1 augustus 2000 is het navolgende van kracht.

In de gevallen waarin een belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij door of als gevolg van

de explosie hetzij direct hetzij indirect schade heeft geleden en dientengevolge betalingsproblemen heeft met betrekking tot belastingaanslagen, wordt als volgt afgeweken van het bepaalde in artikel 25 van de Leidraad Invordering 1990 (hierna:LI).


1. Uitstel van betaling in verband met een te verwachten teruggaaf kan ook worden verleend in het geval de bedoelde teruggaaf wordt verwacht uit hoofde van vermindering van een aanslag
wegens achterwaartse verliescompensatie in verband met een verlies over het belastingjaar

2000 (art. 25, § 3, eerste lid, LI).


2. Bij de uitvoering van het tegemoetkomend beleid ten behoeve van een belastingschuldige die

door of als gevolg van de explosie schade heeft ondervonden wordt geen onderscheid

gemaakt tussen zakelijke en persoonlijke schulden (art. 25, § 9, eerste lid, LI). Hetgeen hierna volgt, geldt derhalve voor zowel particulieren als ondernemers.


3. Een belastingschuldige hoeft voor de oplossing van zijn betalingsproblemen geen onderzoek in

te stellen naar de mogelijkheden tot het afsluiten van een lening bij een bank of andere

kredietinstelling (art. 25, § 8, eerste lid en § 14, eerste lid, LI).


4. Het verzoek om uitstel van betaling wordt niet afgewezen op grond van de aanwezigheid van

vermogen ten tijde van het verzoek (art. 25, § 11, tweede lid).


5. Mits het verzoek van de belastingschuldige er toe strekt dat de betaling van de belastingschuld

plaats vindt binnen een periode van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop

blijkens de beschikking de ontvanger de betalingsregeling toestaat, kan de berekening van de

betalingscapaciteit achterwege blijven (art. 25, § 13, vierde lid en § 14, zevende lid), LI).


6. Van de eis dat de belastingschuldige bij het verzoek nadere gegevens moet verstrekken, kan

worden afgeweken indien aannemelijk is dat het verstrekken van deze gegevens wordt

bemoeilijkt door of als gevolg van de explosie (art. 25, § 13, derde lid en § 14, eerste lid, LI).


7. Er wordt rekening gehouden met betalingsverplichtingen aan derden, mits deze verplichtingen

rechtstreeks voortvloeien uit schuldverhoudingen welke zijn ontstaan door de schade door of

als gevolg van de explosie (art. 25, § 13, zevende lid en § 14, achtste lid, LI).


8. De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel van betaling nadere voorwaarden verbinden

indien hij vreest dat het ongeclausuleerd toestaan daarvan in de toekomst zal leiden tot

invorderingsmoeilijkheden.


9. Indien uitstel van betaling wordt verleend naar aanleiding van een ongemotiveerd, maar tijdig

ingediend bezwaarschrift, wordt de termijn waarbinnen de belastingschuldige het bezwaar-schrift alsnog dient te motiveren met de nodige coulance vastgesteld als aannemelijk is dat de motivering wordt bemoeilijkt door of als gevolg van de explosie (art. 25, § 2, tweede lid, LI).

10. Voor het in rekening brengen van invorderingsrente wordt geen van de LI afwijkend beleid

gehanteerd.

Hoofdstuk 7. Giften en uitkeringen

Geen schenkingsrecht zal worden geheven wegens schenkingen die zijn gedaan of zullen worden gedaan op giro 777 van het Nederlandse Rode Kruis, of aan het Nationaal Rampenfonds, naar aanleiding van de explosie in Enschede.

Uitkeringen door deze instellingen aan de getroffenen zijn, gelet op het bepaalde in artikel 33, derde lid, ten tiende, van de Successiewet 1956, vrijgesteld van schenkingsrecht. Aangifte voor het recht van schenking kan in al deze gevallen achterwege blijven.

Voorts wijs ik erop dat de genoemde instellingen instellingen zijn in de zin van artikel 47 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en artikel 16 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zodat giften aan deze instellingen aftrekbaar zijn binnen de wettelijke grenzen.

Uitkeringen door deze instellingen aan particulieren worden in het algemeen niet in de heffing van inkomstenbelasting betrokken. Alleen als herstelkosten in aftrek worden gebracht, zoals bij de particuliere verhuurder, wordt met de daarvoor ontvangen vergoeding rekening gehouden. Voor uitkeringen aan ondernemers verwijs ik naar hoofdstuk 9 hierna.

Andere rechtspersonen die in het kader van de explosie in Enschede op 13 mei 2000 gelden inzamelen en uitkeren aan getroffenen, kunnen een verzoek richten aan de Directie Rechtstoepas-singsbeleid Belastingdienst van het ministerie van Financiën, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag, om voor bovenvermelde regelingen in aanmerking te komen.

Hoofdstuk 8 Motorrijtuigenbelasting

Voor motorrijtuigen die als gevolg van de explosie technisch total loss zijn en dit door de politie dan wel de Belastingdienst wordt vastgesteld, vervalt direct de verschuldigdheid van de motorrijtuigen-belasting. Reeds betaalde motorrijtuigenbelasting over het deel van een lopend tijdvak dat nog na 12 mei 2000 resteert dan wel over nog niet ingegane tijdvakken, wordt automatisch aan de houder teruggegeven.

Voor motorrijtuigen van op 13 mei 2000 in de zogenoemde binnenring woonachtige houders, welke (nog) niet technisch total loss zijn verklaard, wordt de verschuldigdheid van de motorrijtuigenbelasting vooralsnog twee maanden opgeschort.

Aan andere houders van motorrijtuigen welke door de explosie technisch total loss zijn, kan op verzoek van de houder door het Centraal bureau motorrijtuigenbelasting (CBM) dan wel de voor die houder competente eenheid van de Belastingdienst uitstel van betaling van de motorrijtuigenbelasting worden verleend, gedurende welk uitstel de houder aannemelijk kan maken dat het motorrijtuig technisch total loss is als gevolg van die gebeurtenis. Als dit eerder door de politie dan wel de Belastingdienst is geconstateerd, zal de Belastingdienst de verschuldigdheid direct laten vervallen. Het vervallen van de verschuldigdheid zal alsdan met terugwerkende kracht tot 13 mei 2000 geschieden en er zal automatisch teruggaaf worden verleend van betaalde belasting over het deel van een lopend tijdvak dat nog na 12 mei 2000 resteert dan wel over nog niet ingegane tijdvakken.

Hoofdstuk 9 Enkele IB/Vpb-aspecten

§ 9.1 Voorlopige aanslagen IB/Vpb en voorlopige teruggaaf bij carry-back

Verzoeken om vernietiging of vermindering van voorlopige aanlagen IB of Vpb worden met spoed afgewikkeld met begrip voor de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid om zo spoedig mogelijk een voorlopige teruggaaf te verlenen, voorafgaand aan een carry-backbeschikking, (tot 80% van het vermoedelijke verlies) conform artikel 52, derde lid, IB en artikel 21, derde lid Vpb.
§ 9.2 Afwaardering bedrijfsmiddelen

Indien een bedrijfsmiddel door een abnormale gebeurtenis een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan van zodanige omvang dat de hersteluitgaven als een kapitaaluitgave dienen te worden geactiveerd, kan extra afschrijving plaatsvinden. Bij bedrijfsmiddelen kan o.a. gedacht worden aan: gebouwen, machines, inventaris en transportmiddelen. Deze afwaardering kan plaatsvinden indien zich op balansdatum (overigens is dit veelal 31 december) feiten en omstandigheden voordoen die tot een extra afwaardering aanleiding geven (voorzover die feiten en omstandigheden bij het opmaken van de jaarstukken bekend zijn).
Het is uiteraard ook mogelijk dat een bedrijfsmiddel geheel verloren is gegaan zodat de bestaande boekwaarde afgeboekt kan worden tot nihil.

§ 9.3 Afwaardering voorraden

Courante voorraden worden normaliter gewaardeerd op de kostprijs dan wel op de kostprijs of lagere (inkoop)marktwaarde. Ten gevolge van de explosie kunnen voorraden volledig verloren zijn gegaan of (zwaar) beschadigd zijn. Indien voorraden geheel verloren zijn gegaan, kan (uiteraard) afgeboekt worden tot nihil. Ingeval de voorraden beschadigd zijn, kan een afwaardering plaatsvinden waarbij bijvoorbeeld een systeem wordt gehanteerd dat uitgaat van een veronderstelde verkoopprijs verminderd met de gebruikelijke winstmarge. Ook hier dient waardering te geschieden naar de situatie op balansdatum (ook veelal 31 december).

§ 9.4 Extra bedrijfskosten

Ten gevolge van de explosie kunnen mogelijkerwijs de volgende extra kosten ontstaan: huisvestingskosten, onderhoudskosten, schoonmaakkosten en adviseurskosten.
Voorzover deze kosten worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening van het jaar 2000, kunnen zij in dat jaar ten laste van de winst worden gebracht, ongeacht of betaling in het jaar 2000 heeft plaatsge-vonden.

§ 9.5 Willekeurige afschrijving/(energie-)investeringsaftrek en
-bijtelling

Nieuwe (vervangende) investeringen in bedrijfsmiddelen komen onder de gebruikelijke voorwaarden in aanmerking voor willekeurige afschrijving en (energie-)investeringsaftrek.
Indien bedrijfsmiddelen waarvoor destijds (energie-)investeringsaftrek is gevraagd en verkregen, binnen de desinvesteringstermijn (5 jaar vanaf het begin van het investeringsjaar) teloor zijn gegaan, vindt volgens de wet geen desinvesteringsbijtelling plaats.
§ 9.6 Uitkeringen

Uitkeringen die zijn gerelateerd aan de geleden bedrijfsschade en die om die reden worden gedaan aan een ondernemer worden tot de winst gerekend en zijn dus belast.
Voorzover vergoedingen zijn of zullen worden gedaan ter zake van een verloren gegaan of beschadigd bedrijfsmiddel en het voornemen bestaat om dat bedrijfsmiddel te vervangen of te herstellen, kan de vergoeding (voorzover de boekwaarde overtreffend) onder de gebruikelijke voorwaarden in een vervangingsreserve worden ondergebracht.
DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,

namens deze,

DE PLV. DIRECTEUR-GENERAAL BELASTINGDIENST,

mr. J. Thunnissen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie