Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamervragen over de stijging van de hypothecaire schuld

Datum nieuwsfeit: 20-06-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
MINISTERIE FIN

www.minfin.nl

MIN FIN: STIJGING HYPOTHECAIRE SCHULD EN HUIZENPRIJZEN

PERSBERICHTNR. 00/139 Den Haag 20 juni 2000

VRAGEN AAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN VAN HET

LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VENDRIK OVER DE STIJGING

VAN DE HYPOTHECAIRE SCHULD EN DE STIJGING VAN DE HUIZENPRIJZEN

Vragen.


1.

Hebt u kennisgenomen van de zorgen die DNB-president Wellink heeft over de ontwikkeling van de huizenmarkt in relatie tot de risico.s voor de economie als geheel?

2.

Hoe beoordeelt u zijn analyse dat de overwaardering op de Nederlandse huizenmarkt te vergelijken is met de ontwikkeling op de Amerikaanse aandelenmarkt? Deelt u zijn analyse?

3.

Hoe beoordeelt u het feit dat de hypothecaire schuld in Nederland sneller is opgelopen dan in andere landen? Heeft u een verklaring voor deze ontwikkeling?

4.

Hoe beoordeelt u de uitkomst van de door de DNB gehouden enquête dat 73% van de ondervraagde huizenbezitters verwacht dat er beperkingen zullen komen aan leenfaciliteiten? Deelt u de opvatting dat deze uitkomst suggereert dat er draagvlak bestaat voor dergelijke maatregelen?

5.

Welke instrumenten bestaan er volgens u voor de overheid om de stijging van huizenprijzen enigszins te beperken?
6.

Ziet u aanleiding in de DNB-analyse om maatregelen te overwegen die de stijging van de hypothecaire schuld en de stijging van de huizenprijzen enigszins zouden kunnen afremmen? ANTWOORDEN:


1.

Ja.

2.

President Wellink van De Nederlandsche Bank geeft aan dat in zowel Nederland als de Verenigde Staten de bestedingen worden gestimuleerd door gestegen prijzen van vermogens-objecten. In Nederland heeft dit effect zich bovenal (maar niet uitsluitend) voorgedaan via de vermogensaanwas door hogere huizenprijzen, in de Verenigde Staten nagenoeg volledig door de explosieve groei van de aandelenmarkt. Voor wat betreft de huizenprijsontwikkeling gebeurt dit doordat gezinnen gestegen overwaarde kunnen verzilveren via het afsluiten, oversluiten of ophogen van hun hypothecaire leningen. De precieze omvang van deze vermogenseffecten is moeilijk in kaart te brengen. Het CPB rekent in het CEP 2000 voor dat de toename in vermogen een extra bestedingsimpuls heeft gegeven van 23 mld gulden (in prijzen van 1993) in de periode in 1993-1999. Het merendeel hiervan heeft plaatsgevonden in de laatste twee jaar.
3.

De snelle toename van de hypothecaire schuld is toe te schrijven aan een combinatie van oorzaken. In de eerste plaats was de afgelopen jaren sprake van een lage rente in combinatie met een voorspoedige economische groei. Daarnaast spelen verschillende structurele factoren een rol. Hierbij kan worden gedacht aan demografische ontwikkelingen (meer huishoudens, meer tweeverdieners), een beperkt woningaanbod en een verruiming van het acceptatiebeleid van kredietverschaffers. Deze ontwikkelingen zijn in belangrijke mate landspecifiek. Ook zijn de afgelopen jaren hypotheekproducten ontwikkeld waarbij meer gebruik wordt gemaakt van de fiscale rente-aftrekmogelijkheid. Bovendien speelt mee dat het eigen woningbezit in Nederland, dat thans met 51% nog onder het Europese gemiddelde ligt, snel toeneemt. Deze inhaalslag gaat gepaard met een toename van de uitstaande hypotheekschuld.
4.

De enquête-uitkomst strookt met het gegeven dat de fiscale mogelijkheid per 1 januari 1997 al enigszins is beperkt doordat de rente alleen nog aftrekbaar is voorzover krediet wordt aangewend voor de aankoop of verbetering van een woning. Voorts zal in het nieuwe belastingplan de invloed van de rente-aftrek minder groot worden doordat de marginale belastingtarieven worden verlaagd en de aanspraak die men kan maken op de hypotheekrenteaftrek zich beperkt tot een periode van 30 jaar. Daarnaast vallen tweede woningen per 1 januari 2001 onder het forfaitaire rendement.
Ten aanzien van de tweede vraag voert het naar mijn oordeel te ver om een direct verband te leggen tussen de verwachting van huizenbezitters dat de hypothecaire kredietverstrekking aan banden zal worden gelegd en hun steun voor een dergelijke maatregel.

5 en 6.
Uit het rapport 'Het bancaire hypotheekbedrijf onder de loep' van De Nederlandsche Bank bleek dat hoewel de macro-economische kwetsbaarheid van de Nederlandse economie door de sterke toename van de hypothecaire schuld en de prijsstijging op de huizenmarkt is toegenomen de soliditeit van het Nederlandse financiële bestel ook bij een eventuele omslag op de woningmarkt buiten kijf staat. Dit neemt niet weg dat ik de ontwikkelingen op deze markten nauwlettend volg. Zoals ook aangegeven in mijn brief aan de vaste commissie voor Financiën van 8 maart jongstleden, waarin een reactie op het onderzoek van De Nederlandsche Bank werd gegeven, moet daarbij bedacht worden dat de toename van de hypotheekverstrekking en de stijging van de huizenprijzen het gevolg is van een combinatie van een groot aantal factoren aan de vraag- en aanbodkant.
Een gedeelte van de prijsstijging op de huizenmarkt is toe te schrijven aan de beperkte groei van het woningaanbod. Het kabinet poogt met de bouw van de Vinex locaties (mede) de spanning op de huizenmarkt vanuit de aanbodszijde te temperen. De stijging van de huizenprijzen en de hypothecaire schuld worden verder beïnvloed door de rente. In de EMU wordt het rentebeleid evenwel door de ECB bepaald en wel voor de eurozone als geheel. Voor het overige kan de overheid invloed uitoefenen door zorg te dragen voor een goede marktwerking op de huizen- en hypotheekmarkt. Het kabinet ondersteunt voorts, op het terrein van de hypothecaire kredietverstrekking, de aanscherping van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen. Deze is onlangs door de NMa goedgekeurd en ondersteunt een verantwoorde hypotheekverstrekking. Dit betreft onder meer een goede informatieverstrekking aan de consument. De Raad van Financiële Toezichthouders beziet momenteel, vanuit het toezichtsperspectief, de stabiliteit en solvabiliteit van de financiële instellingen, alsmede de effectiviteit van het huidige toezichtsinstrumentarium.
Voorts verdient ook de rol van intermediairs aandacht, hetgeen eveneens wordt benadrukt door De Nederlandsche Bank. De positie van intermediairs zal worden betrokken bij de tijdens de Tweede Kamer-behandeling van de wetsvoorstellen Wabb I en Wabb II toegezegde nota in 2000 over bemiddeling in financiële diensten . Verder zal, zoals door mij toegezegd bij de Algemene Politieke Beschouwingen van eind september jongstleden, in de loop van dit jaar een brede notitie inzake de fiscale behandeling van het eigen huis verschijnen. Deze notitie zal tevens zicht bieden op vraagstukken die verband houden met de hypothecaire schuld en financieringslasten. Ter beantwoording verwijs ik ten slotte naar mijn brief aan de Tweede Kamer van 25 februari jongstleden waarin eerdere kamervragen over de groei van het aantal hypothecaire leningen worden beantwoord en waarin ook wordt ingegaan op deze en andere initiatieven.
Woordvoerder: drs. S.A.E. Schrover
Tel.nr.: 070 - 342 7140

20 jun 00 15:20

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie