Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW stimulans opleidingen onderwijs en gezondheidszorg

Datum nieuwsfeit: 22-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW inzake financiele stimulansen voor instroom in opleidingen onderwijs en gezondheidszorg

Gemaakt: 24-5-2000 tijd: 11:39


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 22 mei 2000

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de eindrapportage aan van een door de Stichting van Economisch Onderzoek (SEO) uitgevoerde literatuurverkenning naar studiekeuzegedrag. Aan het SEO is gevraagd om in kaart te brengen welke factoren het keuzegedrag beïnvloeden van (aanstaande)studenten en zo ja welke (financiële) instrumenten hierop van invloed zijn in de drie stadia van het keuzeproces, namelijk de instroom naar het hoger onderwijs, het pad door het hoger onderwijs en de uitstroom naar de arbeidsmarkt. In de kabinetsnotitie 'In goede banen' (kamerstuk 27
060, nr.1) is het rapport reeds aangekondigd.
Aanleiding voor de verkenning vormde een tijdens de algemene politieke beschouwingen aanvaarde motie Rosenmöller/de Graaf (kamerstuk 26 800, nr.29), in aansluiting op een eerder door uw Kamer aangenomen motie in de context van 'Maatwerk voor morgen'. In de motie Rosenmöller/de Graaf is gevraagd te onderzoeken of en zo ja op welke wijze in de regelingen voor de studiefinanciering faciliteiten kunnen worden gecreëerd waardoor opleidingen voor en werken in de zorg- en lerarenopleidingen aantrekkelijker kan worden gemaakt. Belangrijkste resultaten van de verkenning De onderzoekers komen tot de volgende bevindingen. Financiële maatregelen lijken in het algemeen geen effectief middel om de initiële studiekeuze te beïnvloeden. De belangrijkste factoren bij de keuze voor een opleiding in het hoger onderwijs zijn volgens het SEO-rapport interesse in het onderwerp van de studie, de mogelijkheid tot zelfontplooiing en een goed vooruitzicht op een betaalde baan. Dit geldt met name voor leerlingen en studenten die een opleiding in de sectoren onderwijs of gezondheidszorg prefereren. Ook achtergrondkenmerken van de leerlingen en het opleidingsniveau van hun ouders beïnvloeden de studiekeuze, zowel wat betreft de keuze van het niveau als de keuze van de richting. Uit eerder door SEO/SCO verricht onderzoek (Deelname aan hoger onderwijs, september 1999) waarin aan reeds ingestroomde eerstejaarsstudenten in niet-exacte opleidingen is gevraagd of zij een exacte studie zouden hebben gekozen bij een aantal financiële stimuli kunnen we het een en ander afleiden over de aantrekkelijkheid van diverse stimuli. De verwachting is dat deze uitkomsten ook geldig zijn voor studenten die instromen in de sectoren gezondheidszorg en onderwijs. Uit het onderzoek blijkt dat een verlaging van het collegegeld van exacte studies met 1000 gulden nauwelijks effect heeft op de aantrekkelijkheid van deze opleidingen. Volledige afschaffing van het collegegeld zou een iets grotere groep studenten stimuleren om voor een exacte studie te kiezen. Als de basisbeurs met 750 gulden per maand wordt verhoogd en het collegegeld wordt kwijtgescholden, geeft een kleine 10% van de potentiële instromers aan een exacte studie te kiezen. De conclusie is dus dat financiële maatregelen nauwelijks de studiekeuze beïnvloeden. Daarbij moet worden bedacht dat deze groep voor het overgrote deel bestaat uit studenten van nauw aan de exacte vakken verwante opleidingen, waarin eveneens tekorten zijn (bijvoorbeeld informatica). Prikkels leiden dan alleen tot een verschuiving van het probleem. Daarnaast blijkt dat maatregelen die zich richten op het beroepsperspectief (verhoging aanvangssalaris, parttime werk, betere carrièrekansen voor parttimers) ongeveer even effectief de initiële studiekeuze te beïnvloeden. Maatregelen als een baangarantie of het verbeteren van de aansluiting tussen vo en ho beïnvloeden de initiële studiekeuze net zoveel als een gematigde financiële prikkel. Daarnaast is het op dit moment een gegeven dat het aantal omzwaaiers en uitvallers in de sector onderwijs aan de hoge kant is. Bij de hbo-lerarenopleiding is het opvallend dat een groot aantal studenten tijdens de opleiding omzwaait naar een andere opleiding op hetzelfde niveau bij de eigen onderwijsinstelling. De uitval tijdens de hbo- en wo-opleidingen gezondheidszorg is relatief klein. De studenten die een hbo-opleiding gezondheidszorg staakten, hebben dat vooral gedaan omdat zij een andere studie interessanter vonden. Er is nog nauwelijks onderzoek gedaan naar de effecten van (financiële) stimulansen op verbetering van de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt. Wat betreft de net afgestudeerden is vooral relevant dat niet alleen het loon, maar ook de arbeidsomstandigheden en de status van een beroep potentiële factoren zijn om hen ook daadwerkelijk de stap van de opleiding naar de beroepspraktijk te doen zetten. Zo'n 5 % van degenen die niet in het onderwijs instroomden na afstuderen, geven aan dat ze door betere arbeidsvoorwaarden zouden kunnen worden overgehaald om leraar te worden. Conclusies De onderzoeksresultaten zijn duidelijk: financiële maatregelen aan het begin van de opleiding kunnen nauwelijks de oorspronkelijke keuze van studenten voor een bepaalde ho - opleiding ombuigen. Immers, om (maximaal) 10% extra instroom in een bepaalde opleiding te bereiken, zou een extra financiële prikkel aan alle instromers in die opleiding moeten worden gegeven. En als er al een extra groep kan worden overgehaald om in te stromen, blijft het onzeker of de groep instromers daadwerkelijk het diploma in de oorspronkelijk gekozen opleiding haalt. Veel leerlingen zwaaien tussentijds om, waardoor van de groep leerlingen uit havo, vwo of mbo die in het hoger onderwijs instroomt, uiteindelijk minder dan de helft het diploma van de eerst gekozen opleiding haalt.

De beperkte effectiviteit van financiële prikkels bij de keuze van de initiële opleiding geeft mij geen aanleiding om afstand te doen van het algemeen principe dat studiefinanciering een generieke inkomensvoorziening is. Maatregelen die zich richten op verbetering van de opleidingen zelf, zowel om de instroom te bevorderen als om omzwaai te verminderen kunnen zeker zoveel effect hebben. Dat geldt eveneens voor maatregelen die zich richten op verbetering van het beroepsperspectief.

Wat betreft de sector gezondheidszorg geldt dat de primaire verantwoordelijkheid voor de personeelsvoorziening en de arbeidsmarkt, inclusief instroom in opleidingen, bij verschillende partijen in het veld ligt. VWS stimuleert een samenhangende, meerjarige en planmatige aanpak en heeft met sociale partners en Arbeidsvoorziening een Arbeidsmarktconvenant gesloten. Naast de wo- en hbo-opleidingen zijn voor de zorgsector ook de secundaire beroepsopleidingen (mbo) en dan vooral de bbl-variant (werkend leren) van groot belang. Bij de studie- en beroepskeuzemotieven van mbo'ers zijn eveneens de intrinsieke factoren dominant, zo blijkt uit onderzoek. Tijdens een AO met de vaste Commissie voor VWS op 9 december 1999 is reeds een groot aantal maatregelen ter verbetering van de instroom in opleiding en beroep besproken. In het voorgenomen AO op 24 mei over de personeelsvoorziening in de zorgsector kan hierover met de bewindslieden van VWS verder worden gesproken.

Wat betreft de sector onderwijs kunt u in juni aanstaande een nieuwe notitie verwachten, die voortbouwt op «Maatwerk voor morgen'. In deze notitie ga ik in op de mogelijkheden om de instroom van leraren op de arbeidsmarkt te vergroten. De notitie bouwt mede voort op de resultaten van bijgaande verkenning.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

(drs L.M.L.H.A. Hermans)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie