Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Justitie inzake scheidings- en omgangsbemiddeling

Datum nieuwsfeit: 22-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

brief sts just inzake scheidings- en omgangsbemiddeling
Gemaakt: 5-6-2000 tijd: 13:37


4

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 22 mei 2000

In de brief van 11 juli 1997, nr. 630165/97/6 (Kamerstuk 1996/97, 25
451, nr. 1) heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie haar standpunt bepaald naar aanleiding van het rapport «Anders Scheiden» van de Commissie herziening scheidingsprocedure, ook wel de Commissie de Ruiter genoemd. In verband daarmee zijn experimenten scheidings- en omgangsbemiddeling gestart. De ten behoeve van de experimenten opgestelde kaders zijn u toegezonden bij brief van 3 november 1998, nr. 725462/898. Tevens wil ik verwijzen naar de brief van 11 februari
2000, nr. 5010950/00/PJS, waarin een overzicht wordt gegeven van alle onderzoekstrajecten die naar aanleiding van het rapport «Anders Scheiden» in gang zijn gezet.

Conform de in de Beleidsbrief ADR 2000-2002 (19 november 1999) aan de Kamer gedane toezegging zend ik u hierbij de voortgangsrapportages van de experimenten scheidings- en omgangsbemiddeling. Het betreft hier de voortgangsrapportages zoals die door de beide begeleidingscommissies zijn vastgesteld. De voortgangsrapportages geven een overzicht van de stand van zaken van de experimenten na één jaar.

In aanvulling op de voortgangsrapportages wil ik graag het volgende onder uw aandacht brengen.

Vergoeding scheidingsbemiddelaar

Naar aanleiding van de wijziging van het Besluit Vergoedingen Rechtsbijstand per 1 januari 2000, is de vergoeding voor de scheidingsbemiddelaar (die is gebaseerd op de vergoeding voor scheiding op gemeenschappelijk verzoek) analoog aan die wijziging verhoogd van fl. 1525,- (excl. toeslagen en BTW) naar fl.1617,- (excl. toeslagen en BTW).

Omvang experimenten

De experimenten scheidings- en omgangsbemiddeling in het ressort Den Haag (arrondissementen Den Haag en Middelburg en het hof Den Haag) zijn in maart
2000 van start gegaan.

Communicatie

In dit laatste jaar van de experimenten (2000) is -in overleg tussen projectleiders, onderzoeksters en het ministerie- nog een communicatiecampagne gestart, om de mogelijkheden tot deelname aan de experimenten scheidings- en omgangsbemiddeling beter bekend te maken. De concrete producten die hiervoor worden ingezet worden in de beide voortgangsrapportages genoemd.

Wetenschappelijk onderzoek

Aanvankelijk viel bij het insturen van de vragenformulieren een lage respons te noteren. Door de projectleiders en onderzoeksters zijn daarop stappen ondernomen richting bemiddelaars en doorverwijzers om tot een betere inzending van formulieren te komen.

Inmiddels is de formulierenstroom aanzienlijk toegenomen. Dit blijkt ook uit de voorlopige bevindingen van de onderzoeksters.

Daarbij dient een aantal voorbehouden te worden gemaakt.

Er zijn door de onderzoeksters nog geen verbanden gelegd tussen de verschillende uitkomsten van het onderzoek tot dusverre. De bevindingen omvatten voornamelijk zelfstandig cijfermateriaal. Daarnaast zijn, met name bij het experiment omgangsbemiddeling, nog te weinig zaken geregistreerd om reeds conclusies te kunnen trekken.

Door de onderzoeksters is aangegeven dat kwalitatieve interviews met bemiddelaars, doorverwijzers en partijen meer inzicht moeten geven in de (mogelijke) verbanden tussen de verschillende uitkomsten van het onderzoek. De resultaten van deze kwalitatieve interviews zullen worden meegenomen in de eindrapportage, die medio 2001 wordt verwacht.

Tenslotte moet rekening worden gehouden met het feit dat nog niet van alle geregistreerde zaken ook de complete sets formulieren zijn ontvangen en verwerkt. (Per zaak worden meerdere vragenformulieren uitgezet).

A. In het experiment omgangsbemiddeling zijn inmiddels (maart 2000) in 129 zaken vragenformulieren teruggestuurd. Met name het laatste half jaar van het experiment is de respons (ook het aantal complete sets) aanzienlijk toegenomen.

Zoals ook uit eerdere metingen bleek wordt in het overgrote deel van de omgangszaken door advocaten bemiddeld, hoewel relatief veel niet-advocaten zich hebben aangemeld voor deelname. Een mogelijke verklaring is dat omgangsbemiddeling slechts mogelijk is op verwijzing door de rechter, die wellicht meer vertrouwd is met de advocatuur en daarom wellicht sneller naar de advocatuur verwijst. Voorts is er een relatief klein aantal bemiddelaars dat het merendeel van de zaken behandelt. Ook hier kan de rechterlijke verwijzing een rol spelen. Men verwijst mogelijk eerder naar bepaalde (bekende) bemiddelaars.

Fase van verwijzing De meeste deelnemers aan het experiment zijn door de rechter verwezen in het kader van de procedure over de omgangsregeling. Het aantal verwijzingen in voorlopige voorziening is laag. Ook in hoger beroep (na scheiding) wordt slechts in een enkel geval naar de bemiddelaar verwezen. Dit valt te verklaren door het feit dat hoe verder partijen vorderen in het conflict des te minder bereidheid bestaat om aan de bemiddeling deel te nemen. 'Verplichte' deelname aan bemiddeling Het enkele feit van doorverwijzing door de rechter blijkt zeker niet de belangrijkste reden te zijn om met de omgangsbemiddeling in te stemmen. De wens afspraken met betrekking tot de kinderen te kunnen maken en de verwachting dat de echtgeno(o)t(e) zich beter aan de afspraken zal houden worden als voornaamste redenen genoemd om voor bemiddeling te kiezen. Positief effect op de uitkomst van de procedure Zowel voor wat betreft het bemiddelingsproces als voor de uitkomsten van de bemiddeling geeft meer dan de helft van de ouders aan redelijk tot heel tevreden te zijn. Tevens geeft een overgrote meerderheid aan dat zij van mening is dat de bemiddelaar onpartijdig was. Naast de partners vindt het merendeel van de bemiddelaars de bemiddeling geslaagd en de reden hiervoor is voornamelijk dat de partners tot overeenstemming zijn gekomen. Naar aanleiding van de uitkomsten van de vragenlijsten, de tevredenheidspercentages in het bijzonder, rijst de vraag wanneer van een 'geslaagde' bemiddeling kan worden gesproken. In sommige zaken blijkt dat partijen en/of de bemiddelaar de bemiddeling ook als geslaagd ervaren wanneer de onderlinge verhoudingen zijn verbeterd, maar geen vaststellingsovereenkomst is gesloten. Daarnaast blijken bemiddelaars vaker van mening te zijn dat overeenstemming is bereikt dan partijen. In de kwalitatieve interviews zal meer inhoudelijk navraag moeten worden gedaan op dit punt. Bovendien zal door de onderzoeksters één jaar na afloop van de bemiddeling een nameting worden verricht in verband met het bepalen van de duurzaamheid van de uitkomsten van de bemiddeling. Deze onderzoeksresultaten zullen in de eindrapportage worden verwerkt. Met betrekking tot de gelijkwaardigheid van partijen vindt een meerderheid van ouders dat de bemiddeling rechtvaardig is verlopen, hoewel een grote groep mannen vindt dat de gemaakte afspraken in hun nadeel zijn. Slechts in een zeer gering aantal zaken zijn kinderen betrokken bij de bemiddeling, voornamelijk omdat ze doorgaans te jong worden geacht. Kwalitatieve interviews met de ouders zullen meer inzicht moeten geven in de gelijkwaardigheid van partijen bij omgangsbemiddeling en de positie van het kind. B. In het experiment scheidingsbemiddeling zijn inmiddels (maart 2000) in 308 zaken vragenlijsten geretourneerd. Het percentage complete sets is ook hier de laatste maanden aan het toenemen. Driekwart van de bemiddelaars in het experiment scheidingsbemiddeling doet zowel scheidings- als omgangsbemiddeling. De overgrote meerderheid van hen is advocaat. Dit is grotendeels toe te schrijven aan het feit dat in de echtscheidingsprocedure op veel onderdelen juridisch-technische kennis vereist is. Een kwart van deelnemers aan het experiment is via een advocaat doorverwezen naar de scheidingsbemiddeling. Slechts een kleine groep mensen komt via de bureaus voor rechtshulp, informatiefolders of de media bij de scheidingsbemiddelaar terecht. Verreweg de grootste groep mensen heeft aangegeven op een andere wijze bij de scheidingsbemiddelaar te zijn terechtgekomen. De onderzoeksters zullen door middel van de kwalitatieve interviews trachten na te gaan op welke wijze dat concreet is. Uit de antwoorden op de vragenlijsten is te zien dat er twee doorslaggevende redenen zijn om voor bemiddeling te kiezen. Namelijk enerzijds wegens de goede verstandhouding met de partner, en anderzijds de wens en de verwachting dat de partner zich aan de gemaakte afspraken houdt. Het advies van een deskundige (doorverwijzer) blijkt juist geen doorslaggevende reden te zijn om voor bemiddeling te kiezen. Positief effect op de uitkomst van de procedure Zowel voor wat betreft het bemiddelingsproces als voor de uitkomsten van de bemiddeling geeft ongeveer driekwart van de ouders aan redelijk tot heel tevreden te zijn. Men vindt het vooral zinvol, dat in onderling overleg gezamenlijk afspraken worden gemaakt in plaats van opgelegd door de rechter. Daarnaast wordt het verbeteren van de communicatie als voornaamste reden tot tevredenheid genoemd. Met betrekking tot het optreden van de bemiddelaar is meer dan driekwart van de partners van mening dat deze voldoende tot zeer voldoende heeft voldaan en tijdens de bemiddeling onpartijdig was. Naast de partners vindt het merendeel van de bemiddelaars de bemiddeling geslaagd en de reden hiervoor is voornamelijk dat de partners tot overeenstemming zijn gekomen. Uit het onderzoek is nog onvoldoende duidelijk wanneer de bemiddeling daadwerkelijk geslaagd is. Ook hier geldt dat partners en/of de bemiddelaar de bemiddeling soms al als geslaagd ervaren, wanneer alleen de onderlinge verhouding tussen de partners is verbeterd. De kwalitatieve interviews en de nameting zullen hierin helderheid moeten brengen. Gelijkwaardigheid van partijen Ruim driekwart van de partners geeft aan dat de bemiddeling in hun ogen rechtvaardig is verlopen. Het percentage partners dat aangeeft voldoende invloed te hebben gehad op de uitkomsten van de bemiddeling ligt hier een fractie onder. Ook de bemiddelaar vindt de inbreng van de partners in de meeste bemiddelingen redelijk tot zeer gelijk, maar in eenderde van de zaken redelijk tot zeer ongelijk. Met name ten aanzien van de omgang met de kinderen wordt de man als de minder sterke partij beschouwd. Naast objectieve verschillen (bijvoorbeeld verschil in opleiding en inkomen) lijken vooral emoties voor een ongelijkheid tussen partijen te zorgen. Ongelijkheid tussen partijen wordt voorts veroorzaakt door de vraag wie de aanzet tot scheiden heeft gegeven. Belang van het kind Ten aanzien van de positie van het kind valt tot nu toe nog onvoldoende uit het onderzoek af te leiden. De meeste ouders achten het niet wenselijk dat de kinderen bij de bemiddeling worden betrokken. In de meerderheid van de gevallen hebben de ouders al met de kinderen over de scheiding en de bemiddeling gesproken. De voornaamste reden voor het feit dat de ouders niet met hun kinderen over de scheiding en de consequenties daarvan hebben gesproken is dat de kinderen nog erg jong zijn. Om dezelfde reden betrekt de bemiddelaar slechts in een zeer gering aantal zaken het kind bij de bemiddeling. De kwalitatieve interviews met partijen zullen meer inzicht moeten geven in de positie van het kind bij scheidingsbemiddeling. Geselecteerde partijen krijgen van de onderzoeksters per brief en per telefoon de vraag voorgelegd of zij bereid zijn ook de kinderen te laten interviewen. Ik ga er vanuit u hiermee vooralsnog voldoende te hebben geïnformeerd. De Staatssecretaris van Justitie, Bijlage(n) niet elektronisch beschikbaar

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie