Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg over positie van Rusland

Datum nieuwsfeit: 23-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg positie van rusland
Gemaakt: 25-5-2000 tijd: 11:51


25668 Raad van Europa

nr. 11 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 23 mei 2000

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken<1> heeft op 10 mei 2000 overleg gevoerd met minister Van Aartsen en staatssecretaris Benschop van Buitenlandse Zaken over de positie van Rusland in de Raad van Europa.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Timmermans (PvdA) memoreerde dat dit overleg nodig was, omdat het comité van ministers van de Raad van Europa zich op 11 mei, de dag na dit overleg, zou buigen over de aanbevelingen, met name aanbeveling
1456, waartoe de parlementaire assemblee in april heeft besloten. Zijns inziens gaat de minister in diens brief van 9 mei voorbij aan de basis waarover met Rusland wordt gesproken. Hij noemde het verstandig dat de minister streeft naar een duurzame strategische relatie met Rusland, maar meende dat de relatie slechts duurzaam kan zijn, wanneer zij is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden. Die gemeenschappelijke waarden zijn onder meer vastgelegd in de documenten die ten grondslag liggen aan de Raad van Europa, met name het Europees verdrag van de rechten van de mens (EVRM). Toen Rusland na veel discussie lid werd van de Raad van Europa, heeft het zich aan die regels gecommitteerd. Sinds september voert Rusland strijd in Tsjetsjenië, waarbij het die regels stelselmatig op grove wijze schendt. De Kamer heeft daarover verschillende keren met het kabinet gediscussieerd. Telkenmale heeft het kabinet gezegd dat Rusland met concessies zou komen, eerst na de Doemaverkiezingen, toen na de presidentsverkiezingen en vervolgens na de ambtsaanvaarding door de nieuwgekozen president.
Als lid van de assemblee kon de heer Timmermans melden dat de Russische parlementariërs niet, zoals in de brief staat, zijn geschorst door de parlementaire assemblee, maar dat hun slechts het stemrecht is ontnomen; een interne maatregel van de assemblee. De Russische parlementariërs zijn toen vervolgens weggelopen. Zij hebben gesteld dat de schorsing het einde zou betekenen van de dialoog met Rusland, maar dat blijkt in de praktijk niet het geval te zijn.

De assemblee is tot de conclusie gekomen dat Rusland op geen enkele wijze is tegemoetgekomen aan haar twee belangrijkste politieke eisen: een onmiddellijk en volledig staakt-het-vuren en een politieke dialoog zonder voorwaarden vooraf met de verkozen Tsjetsjeense autoriteiten. Het aanbod van de verkozen Tsjetsjeense president Maschadov is door verschillende vertegenwoordigers van de Russische regering afgedaan als terroristenpraat, terwijl bovendien de krant die het interview publiceerde meteen is gesloten. Ook na de resolutie van de VN-mensenrechtencommissie waarin het Russische optreden werd veroordeeld, zijn er nog geen waarneembare verbeteringen opgetreden in de mensenrechtensituatie.

In de brief wordt als positief element vermeld dat mensenrechtenexperts van de Raad van Europa mogen opereren in het bureau van de presidentiële mensenrechtencommissaris en ombudsman Kalamanov in Tsjetsjenië, maar Kalamanov weigert Moskou te verlaten. Het bureau wordt uitsluitend door Tsjetsjenen bemand. De veiligheid van de experts is niet te garanderen. De heer Timmermans zette uiteen tot welke problemen dit leidt en stelde dat de Raad van Europa in een onmogelijke positie belandt als Rusland niet serieus ingaat op het aanbod mensenrechtenexperts te zenden.

In de brief schrijft de minister niet de verwachting te hebben dat de door hem genoemde Russische commissies volgens westerse normen een onafhankelijk parlementair onderzoek naar de mensenrechtenschendingen zullen uitvoeren, maar noemt hij ze wel een belangrijke Russische concessie aan de westerse kritiek. De heer Timmermans kwalificeerde de instelling van de commissies evenwel als windowdressing. De directe onderhandelingen die op 13 april zijn toegezegd aan de OVSE-Chair in Office zijn nog steeds niet begonnen.

Met zijn mededeling dat hij in dit stadium niet wil overgaan tot verdergaande maatregelen, legt de minister de aanbevelingen van de parlementaire assemblee terzijde, aldus de heer Timmermans, die meende dat de Kamer van de minister mag verwachten dat deze zich ervoor zal inzetten om te bevorderen dat de aanbevelingen van de assemblee worden overgenomen door het comité van ministers. Immers, de minister heeft zich in het verleden bereid verklaard serieus met zijn collega's te praten over een statenklacht, maar niet unilateraal. Nu ziet hij geen aanleiding voor toepassing van dit zware middel. Acht hij dan inmiddels zoveel verbeterd? De heer Timmermans zei geen Alleingang van de minister in het comité van ministers na te streven, maar wel een inspanningsverplichting in de door hem aangeduide zin.

De heer Van Baalen (VVD) herinnerde eraan dat zijn fractiegenoot Blaauw bij de discussie over de toetreding van Rusland tot de Raad van Europa heeft gezegd dat het verstandig is landen eerst te laten voldoen aan de toelatingscriteria alvorens ze toe te laten en landen niet toe te laten als een soort aanmoediging om de mensenrechten te respecteren. Waar destijds is besloten Rusland toch toe te laten, moet thans worden getracht het Russische lidmaatschap van de Raad van Europa zo positief mogelijke gevolgen toe te kennen.

De heer Van Baalen was het met de minister eens dat schorsing van het lidmaatschap of een statenklacht thans niet opportuun is, maar op een later moment wel opportuun kan zijn. Hij vroeg hoe de situatie in Tsjetsjenië in de praktijk is en of de minister is geïnformeerd over onderhandelingen die (zullen) worden gevoerd.

De heer Van Baalen stelde dat zijn fractie goed kan leven met het gestelde in de brief, wat niet wegneemt dat de Russen zeer serieus moeten worden gevolgd bij het boeken van de nodige vooruitgang.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) zei ongelukkig te zijn met de conclusie van de minister dat opschorting van het Russische lidmaatschap van de Raad van Europa ongewenst is en dat hij zich niet wil inzetten voor een statenklacht. Ook zij achtte dit onbegrijpelijk in het licht van eerdere uitspraken van de minister in de Kamer. Een statenklacht mag dan een langdurige procedure vergen, met het starten ervan zou het duidelijke signaal worden gegeven dat de Russische massale aanhoudende schending van mensenrechten in Tsjetsjenië niet wordt geaccepteerd. Uiteindelijk is de samenwerking in de Raad van Europa gebaseerd op respect voor de mensenrechten. Stelselmatige schending daarvan vereist sancties.

De in de brief genoemde instrumenten moeten leiden tot acties, omdat de mensen wier rechten worden geschonden er anders niets aan hebben. Blijkens de brief ontbreken van Russische zijde de strategie, de wil en het vermogen om echt werk te maken van diplomatieke onderhandelingen en oplossingen. Hoe denkt de minister dat diplomatieke oplossingen dan kunnen worden gerealiseerd?

Het principiële punt is volgens mevrouw Karimi dat het lidmaatschap van de Raad van Europa en het tegelijkertijd aanhoudend massaal schenden van mensenrechten, sancties van de zijde van andere leden van de Raad rechtvaardigen. Is de minister, gegeven de inbreng vanuit de Kamer, bereid om in de vergadering van het comité van ministers op 11 mei via de staatssecretaris, die daar Nederland namens hem zal vertegenwoordigen, een andere houding te kiezen en zich in te zetten voor het door het comité accepteren van de aanbevelingen van de assemblee?

De heer Verhagen (CDA) riep in herinnering dat de minister bij eerdere gelegenheden in de Kamer heeft gesproken over disproportioneel geweld dat door Rusland wordt gebruikt in het conflict met Tsjetsjenië, geweld dat niet in overeenstemming is met de waarden die door de lidstaten van de Raad van Europa worden voorgestaan. 's Ministers verwachting dat na de presidentsverkiezingen de militaire activiteiten zouden worden verminderd, is beschaamd. De militaire activiteiten zijn sinds 1 april juist opgevoerd.

De internationale gemeenschap als zodanig heeft aanhoudend kritiek geleverd en veroordelingen uitgesproken over het Russische optreden en heeft opgeroepen tot een staakt-het-vuren en beëindiging van de schendingen van mensenrechten. De Europese Unie heeft tijdens de Europese Raad in Helsinki een aantal maatregelen genomen en de VN-mensenrechtencommissie heeft een duidelijke veroordeling uitgesproken. Dat de VN-mensenrechtencommissie dit heeft gedaan, geeft aan op welke grove wijze de mensenrechten worden geschonden. Eerder had de assemblee van de Raad van Europa het comité van ministers opgeroepen een statenklacht tegen Rusland in te dienen en de procedure voor schorsing van Rusland als lid in gang te zetten. Volgens toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Van Mierlo heeft Rusland bij de toetreding tot de Raad van Europa gezegd zich meer gebonden te achten aan de mensenrechten, zoals o.a. verwoord in het EVRM. De reactie van Rusland op de resolutie van de VN-mensenrechtencommissie geeft al aan dat dit land het signaal van de internationale gemeenschap niet positief heeft opgepakt.

Gelet op de opstelling van de minister in het verleden ten aanzien van de statenklacht en de veroordeling van de schending van de mensenrechten, stelde de jongste brief van de minister de heer Verhagen zeer teleur. Het verbaasde hem voorts dat de VVD zich kennelijk neerlegt bij het niet-uitvoeren van de aanbeveling, terwijl de liberale fractie in de assemblee ervoor heeft gestemd. Op de tegenwerping dat de maatregelen op dit moment niet dienstig zijn, maar mogelijk op een later moment wel, reageerde de heer Verhagen met de opmerking dat helder in de aanbeveling staat dat gestart moet worden met de procedure voor de opschorting van het lidmaatschap als niet wordt tegemoetgekomen aan een aantal vragen en eisen. Op het moment dat er concrete signalen zijn dat Rusland gehoor wil geven aan de oproep van de Raad van Europa, hoeft die in gang gezette procedure niet te leiden tot effectuering van de opschorting. Met het starten van de procedure wordt aangegeven dat de Raad van Europa een waardengemeenschap is, gefundeerd op het EVRM. Als een land, lid van de Raad van Europa, het zich kan permitteren om alle rechten van de mens te negeren, wat is dan nog de geloofwaardigheid van het EVRM? Als een land zoiets kan doen, zullen andere landen zich afvragen of zij zich nog iets gelegen moeten laten liggen aan uitspraken van het Hof en het EVRM. De geloofwaardigheid van de assemblee wordt sterk aangetast, als haar aanbevelingen worden genegeerd zonder dat invulling wordt gegeven aan de daarin geformuleerde voorwaarden. De heer Verhagen had niet de indruk dat de internationale druk die tot op heden is uitgevoerd, effect sorteert. Zijns inziens zijn verdergaande stappen noodzakelijk. Vandaar dat hij meende dat serieus gevolg moet worden gegeven aan de oproep van de assemblee. Hij vroeg de minister zich ervoor in te spannen dat binnen het comité van ministers de aanbevelingen van de assemblee worden nagevolgd.

De heer Verhagen steunde nog steeds de stelling van de minister, neergelegd in de brief van 17 januari, dat een statenklacht samen met andere lidstaten moet worden ingediend. Daarvoor was toen onvoldoende draagvlak. De minister had toen geen principiële bezwaren tegen een statenklacht in dezen, maar noemt de statenklacht nu een te zwaar middel. De heer Verhagen wilde graag weten waarom de minister nu een andere positie inneemt ten aanzien van de statenklacht dan op 17 januari. De opstelling van de minister geeft Rusland de indruk dat de genomen maatregelen voldoende zijn.

Mevrouw Van 't Riet (D66) merkte op dat in de assemblee, waarvan zij ook deel uitmaakt, de vraag aan de orde was in hoeverre een organisatie die staat voor de mensenrechten, in staat is een lidstaat die de mensenrechten schendt volwaardig te behandelen. Zij had persoonlijk besloten niet in te stemmen met het ontnemen van stemrecht aan de Russische parlementariërs noch met het verzoek aan het comité van ministers om de schorsingsprocedure te starten. In haar fractie zijn de meningen over beide zaken verdeeld. Het was een afweging tussen enerzijds het isoleren van Rusland met de mededeling dat dit het mensenrechtenbeleid moet veranderen en anderzijds het bereiken van resultaat via een dialoog. Mevrouw Van 't Riet somde een aantal zaken op die volgens haar erop wijzen dat Rusland stappen in de goede richting heeft gezet en gaat zetten. Van een isolement van Rusland wordt de situatie in Tsjetsjenië absoluut niet beter. Doemaleden die ook zitting hebben in de assemblee van de Raad van Europa hebben haar gezegd een beter beleid voor te staan. Het verbreken van de dialoog zou bepaalde krachten in de Doema in de kaart spelen.

Antwoord van de regering

De minister onderstreepte de opmerkingen over
mensenrechtenschendingen, in het bijzonder in Tsjetsjenië. In een hard en duidelijk gesprek met zijn Russische collega heeft hij gezegd dat als de Russische Federatie lid wil zijn van een aantal belangrijke organen zoals de Raad van Europa, daarbij hoort het respecteren van de beginselen van die organen. De Nederlandse regering heeft bilateraal en in alle overleggen over deze materie in Unieverband langs die heldere lijn geopereerd. Het is evenwel goed nu ook te letten op wat er in de Russische Federatie is gebeurd. Er is een ontwikkeling in de goede richting gaande, zoals de minister in zijn brief al met voorbeelden heeft aangetoond. De Russische Federatie heeft bijvoorbeeld toegestemd in de terugkeer van de OVSE en het Internationale Rode Kruis en heeft ingestemd met de komst van mensenrechtenexperts van de Raad van Europa. In het overleg van deze avond zal de Russische minister van buitenlandse zaken worden medegedeeld dat deze experts ook daadwerkelijk moeten kunnen opereren. In de regio zijn twee seminars gehouden over democratie, mensenrechten en federalisme. De Verenigde Naties hebben toestemming om humanitaire hulp te verlenen. Voorts zijn, zoals in de brief staat, een Doemacommissie en een onafhankelijke commissie ingesteld. De Russische Federatie zoekt serieuzer dan voorheen naar een politieke oplossing van het conflict, maar heeft problemen met het vinden van de juiste gesprekspartner. De federatie is inmiddels bereid ook te onderhandelen met Maschadov.

Dat de Russische Federatie een politieke oplossing wil zoeken, houdt waarschijnlijk verband met enerzijds de enorme druk die op de federatie is uitgeoefend, onder meer door de parlementaire assemblee en de Europese Unie, en anderzijds de wens de omvang van de militaire aanwezigheid in Tsjetsjenië te verminderen. Men heeft daarbij evenwel last van toenemende guerilla-activiteiten vanuit het berggebied. De Russische Federatie heeft dus ook zakelijk belang bij een politieke oplossing.

In EU-verband is afgesproken om op 11 mei een gezamenlijke verklaring af te leggen, waarin wordt aangegeven dat er in lijn van de resolutie van de VN-mensenrechtencommissie, die door de EU tot stand is gekomen, een onafhankelijke commissie moet worden ingesteld. Een dergelijke verklaring is ongebruikelijk, maar houdt verband met de wens de dialoog met de Russische Federatie voort te zetten, omdat er toch sprake is van enige progressie, alle kanttekeningen die erbij te maken zijn ten spijt.

De minister benadrukte dat schorsing van de Russische Federatie een paardenmiddel is en in wezen het einde betekent van de deelname van de federatie. Dat werd bij interruptie bestreden met de opmerking dat zodra wordt voldaan aan de eisen in de aanbeveling van de assemblee het lidmaatschap gewoon kan worden voortgezet. De minister bleef erbij dat het neer zou komen op "einde oefening". Er is binnen de Europese Unie geen lidstaat voor schorsing van de Russische Federatie. Als Nederland daarop aandrong, zou het alleen komen te staan in de Unie en zou er een einde komen aan wat er in bilateraal overleg met de Russische Federatie is bereikt. De effectiviteit van de Nederlandse activiteiten internationaal en in het EU zal dan worden verkleind. Nederland zal wel, wat een opmerkelijke procedure is, naast de EU-verklaring een eigen verklaring afleggen in het comité van ministers. Daarin zal staan dat Nederland van oordeel is dat er op dit moment vanwege de progressie geen aanleiding is om de instrumenten schorsing en statenklacht in te zetten, maar dat deze boven de markt moeten blijven hangen, in afwachting van nadere maatregelen van de federatie. Mocht er geen verdere progressie komen, dan zal de inzet van deze instrumenten moeten worden bepleit. Op 29 mei zal het EU-Ruslandoverleg plaatsvinden. Poetin zal ook Spanje en Italië bezoeken. In die gesprekken zal aandacht worden besteed aan de EU-verklaring. Ook zal er nog een gesprek plaatsvinden tussen de heren Poetin en Clinton.

De minister betoogde naar aanleiding van een interruptie dat er wel degelijk enige, zij het onvoldoende progressie is geweest in de afgelopen periode. Nodig zijn inzet en ambitie om te komen tot een politieke oplossing. Daarbij is het lopende of komende overleg tussen de Russische Federatie en Maschadov en zijn medestanders van groot belang. Daarnaast zal in de komende overleggen onderwerp van discussie zijn het instellen van een onafhankelijk onderzoek volgens internationale normen naar mensenrechtenschendingen conform het gestelde in de resolutie van de VN-mensenrechtencommissie.

De minister wees erop dat door de bank genomen deadlines niet werken in de internationale politiek, tenzij uiterste termijnen zijn bereikt, zoals op enig moment in 1999 gold voor de FJR.

Sondering voorafgaand aan dit overleg leerde dat er bij de EU-partners, net als in januari het geval was, geen bereidheid bestaat om tot een statenklacht te komen, mede vanwege de duur van de procedure en de onzekerheid over de afloop en omdat er sprake is van progressie en het einde van de onderhandelingen met de Russische Federatie nog niet is bereikt.

Naar aanleiding van enkele interrupties verklaarde de minister dat gepoogd zou kunnen worden om in het EU-coördinatieoverleg van die avond te accorderen, dat de interventie die Nederland voornemens is op
11 mei te houden, in de EU-verklaring doorklinkt. In hoeverre dat mogelijk is, kon hij niet zeggen. Desgevraagd beaamde hij dat Nederland het initiatief zou kunnen nemen tot het implementeren van de instrumenten schorsing en statenklacht in het geval dat er geen vooruitgang wordt geboekt op de in de EU-verklaring genoemde terreinen (politieke oplossing-onafhankelijk onderzoek
mensenrechtenschendingen).

Nadere gedachtewisseling

De heer Timmermans (PvdA) maakte zich grote zorgen over de ontwikkeling die de Raad van Europa nu doormaakt. De EU-landen willen er blijkbaar een praatforum van maken, net als met de OVSE is gebeurd, en de EU-landen zijn kennelijk niet bereid in wetten vervatte afspraken te doen naleven. Dat heeft een Realpolitische achtergrond, maar heeft ook verregaande consequenties voor de Raad van Europa als organisatie. Wat er nu met Rusland gebeurt, zal zijn uitwerking niet missen op andere lidstaten van de raad. De heer Timmermans sprak de vrees uit dat de Raad van Europa als een waardengemeenschap zal moeten worden afgeschreven. Hij veronderstelde dat het aandringen op een politieke oplossing bestaat uit het aandringen op een onmiddellijk staakt-het-vuren en op het beginnen van onderhandelingen met de wettelijk verkozen vertegenwoordigers van de Tsjetsjeense bevolking.

Hij kreeg nog graag meer duidelijkheid over de inhoud van de aparte Nederlandse verklaring en over de positie in deze discussie van de non-EU-lidstaten van de Raad van Europa.

De heer Van Baalen (VVD) stelde dat de verschillen van inzicht in de Tweede Kamer de timing en de methodieken betreffen en niet de einddoelstelling, namelijk proberen te bewerken dat Rusland zich gedraagt conform het EVRM en de mensenrechten.

De minister heeft in zijn brief duidelijk aangegeven welke procedure hij wenst te volgen. Daarover zullen de Kamer en de minister nog veel debatteren. De heer Van Baalen wilde niet dat de minister het overleg in het comité van ministers met gebonden handen ingaat en ondersteunde derhalve het beleid dat de bewindsman heeft uitgestippeld.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) betoogde dat het de vraag is of de Nederlandse regering met de in de brief vervatte opstelling de geloofwaardigheid dient van de discussie over de mensenrechten en het belang dat daaraan wordt gehecht, ongeacht of het om een strategisch belangrijk land gaat of niet. Rusland is verdragspartner en kan dus worden aangesproken op het nakomen van verplichtingen die het als lidstaat van de Raad van Europa zelf heeft geaccepteerd. Mevrouw Karimi beschouwde de verklaringen dan ook als een doekje voor het bloeden. Zij bleef het teleurstellend vinden dat de minister niet een stapje verder wil gaan en op dit moment zich niet wil inzetten voor het gebruik van zware instrumenten, hoewel Rusland al geruime tijd stelselmatig de mensenrechten in Tsjetsjenië op een grove manier schendt. Zij wilde de minister vragen een andere koers te varen. Mogelijk kan de Kamer hierover een uitspraak doen in een afrondend plenair debat.

Mevrouw Van 't Riet (D66) meende dat alle leden van de Kamer vinden dat de mensenrechten moeten worden gerespecteerd. Er bestaat alleen verschil van mening over hoe dat kan worden bereikt. Mevrouw Van 't Riet wilde graag dat Nederland zijn positie van bruggenbouwer behoudt. Dat dient ook meegewogen te worden in de uiteindelijke beslissing. Zij was voornemens haar fractie voor te stellen de lijn van de minister te volgen.

De heer Verhagen (CDA) betoogde dat de geloofwaardigheid van de parlementaire assemblee op het spel staat. Vertegenwoordigers van de Kamer hebben in de assemblee aangedrongen op maatregelen door het comité van ministers. Enkele van die vertegenwoordigers hebben ook in dit overleg het woord gevoerd. Het zou politieke schizofrenie zijn als de Kamer dit verzoek afwees.

Ook staat de geloofwaardigheid van de Raad van Europa als zodanig op het spel. Die geloofwaardigheid staat of valt volgens de heer Verhagen met het kunnen aanspreken van de lidstaten van de raad op het nakomen van de verplichtingen die zij hebben aangegaan door lid te worden van de Raad van Europa.

Voorts staat de geloofwaardigheid van het EVRM, een van de basiswaarden van de westerse samenleving, op het spel op het moment dat er geen consequenties worden verbonden aan het schenden van het EVRM door een van de partijen.

Ten slotte staat de geloofwaardigheid op het spel van de waardengemeenschap, die ook binnen de Europese Unie wordt voorgestaan.

De heer Verhagen hechtte er, ondanks enig begrip voor de ontwikkelingen die de minister heeft geschetst, aan dat de Nederlandse vertegenwoordigers in het comité van ministers zich ervoor inzet dat het comité de aanbevelingen van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa overneemt, wat betekent dat de procedure voor schorsing wordt ingezet indien geen substantiële aantoonbare vooruitgang wordt geboekt op het punt van de mensenrechten. Vandaar dat de heer Verhagen overwoog een plenaire voortzetting of afronding van dit overleg te vragen.

De minister meende dat de heer Timmermans met zijn opmerkingen de feitelijke ontwikkelingen miskent. De afgelopen maanden is forse vooruitgang geboekt. Het belang van de parlementaire assemblee en de waarde ervan staan volgens de minister in het geheel niet op het spel. Uiteraard is het staakt-het-vuren een essentiële stap in het proces naar een politieke oplossing. Dat staat dus in de EU-verklaring. Het tweede belangrijke element is het onafhankelijke onderzoek. De minister herhaalde wat er in de Nederlandse verklaring zal komen te staan.

De Nederlandse regering heeft de afgelopen periode gepoogd impulsen te geven aan het gemeenschappelijke buitenlandse beleid en het gemeenschappelijke veiligheidsbeleid. Dat leek de minister een belangrijk element van de Unie en van het Verdrag van Amsterdam. Zijns inziens betekent dit dat Nederland zijn beleid allereerst binnen de Europese Unie moet ontwikkelen.

De staatssecretaris merkte op dat naar het zich laat aanzien de Nederlandse interventie op 11 mei een van de scherpste zal zijn die gehouden worden in de Raad van Europa. Er zal sprake zijn van een zeer serieus nemen van de resolutie van de parlementaire assemblee. De overige lidstaten van de Europese Unie oordelen enigszins of geheel positief over de Russische opstelling. In de verklaring van de Europese Unie zal dan ook grote zorg worden geuit over wat er is gebeurd en nog gebeurt en zal melding worden gemaakt van de noodzaak van verdere stappen van de Russisch Federatie. In de concept-EU-verklaring wordt het staakt-het-vuren genoemd als eerste element van de politieke oplossing. Dat de Europese Unie gezamenlijk optreedt in het kader van de Raad van Europa onderstreept het belang van het onderwerp en van de manier waarop het wordt behandeld.

De Nederlandse bijdrage kan tegen de achtergrond van de EU-bijdrage extra reliëf geven en een aantal accenten. De staatssecretaris achtte het niet verstandig in de Nederlandse verklaring volledig buiten de band van de EU-inbreng om te gaan, mede omdat dit afbreuk zou doen aan het streven naar een meer gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Nederland heeft de andere EU-lidstaten de afgelopen jaren steeds aangesproken op de bereidheid om ten aanzien van niet alleen deze onderwerpen, maar ook van dergelijke fora in het externe optreden tot een meer gecoördineerde aanpak te komen. Als Nederland dit doorbreekt, zal dit de effectiviteit van de ontwikkeling van het buitenlands beleid in de Unie kwaad doen. Dat is niet goed voor Europa, voor Nederland of voor de onderwerpen die daarbij aan de orde zijn, zoals de bescherming van de mensenrechten.

Het comité van ministers begint op 11 mei om 10 uur en zal tot 13 uur vergaderen. In die tijd worden de verklaringen afgelegd en wordt het debat gevoerd.

De fungerend voorzitter zegde toe de voorzitter van de Kamer te zullen verzoeken zo snel mogelijk een plenaire afronding van dit overleg mogelijk te maken, opdat de bewindslieden ruim voor 11 mei 10 uur op de hoogte zijn van het standpunt van de Kamer.

De voorzitter van de commissie,

De Boer

De griffier van de commissie,

Hommes


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Valk (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Verhagen (CDA),ondervoorzitter, M.B. Vos (GroenLinks), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Dijksma (PvdA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), De Boer (PvdA), voorzitter, Timmermans (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Remak (VVD), Van der Knaap (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Wilders (VVD)

Plv. leden: Dijkstal (VVD), Van Baalen (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Zijlstra (PvdA), Belinfante (PvdA), Visser-van Doorn (CDA), Eurlings (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Van Bommel (SP), Cherribi (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Gortzak (PvdA), De Haan (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Albayrak (PvdA), Van Oven (PvdA), Feenstra (PvdA), Leers (CDA), Patijn (VVD), Van den Akker (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Duivesteijn (PvdA), Balemans (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie