Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen: cijfers van verkooppunten softdrugs

Datum nieuwsfeit: 23-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over juistheid van cijfers over verkooppunten van softdrugs
Gemaakt: 25-5-2000 tijd: 9:34


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 23 mei 2000

In antwoord op uw brief van 8 mei 2000 deel ik u mede dat de vragen van het lid Dittich over de juistheid van de cijfers verkooppunten van softdrugs worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.

De Minister van Justitie,

Antwoorden op vragen van het lid Dittrich aan de minister van Justitie over de juistheid van de cijfers over verkooppunten van softdrugs, nr.
2990010650


1

Ik beoordeel die kritiek als onterecht. De cijfers geven een bepaald beeld van het aantal gedoogde coffeeshops en illegale verkooppunten. Voor het eerst in Nederland zijn alle 538 gemeenten betrokken in een onderzoek naar aantallen verkooppunten van cannabis. Het aantal gedoogde coffeeshops, 846, is tot stand gekomen door een telling bij de betreffende gemeente-ambtenaren van alle gemeenten. Voor het aantal andere verkooppunten zijn 241 politiemedewerkers benaderd. Deze hebben, voor zover mogelijk, een schatting gegeven van de aantallen andere verkooppunten. Van 538 gemeenten had de politie voor 42 gemeenten (sommige groot, andere klein) geen informatie over de overige verkooppunten. Het aantal berekende overige verkooppunten is de optelsom van de wel bekende gegevens over de verkooppunten in de gemeenten: 1466 overige verkooppunten in 496 gemeenten. Dit is het meest complete beeld dat ooit is verschaft en op dit moment verschaft kan worden. Als men dit resultaat wil zien als een landelijk resultaat, dan is het aantal slechts een schatting van een ondergrens. Het kan dan niet meer zijn dan een omvangschatting van het minimum. Als gegevens verkregen zouden kunnen worden voor de genoemde 42 gemeenten, dan zou het aantal ongetwijfeld hoger uitvallen.

Het specifieke feit dat het hier om een minimumschatting gaat had in de notitie «het pad naar de achterdeur» duidelijker gemeld kunnen worden.


2

Het bureau Intraval heeft zijn gegevens betrokken van derden. Voor de telling van de coffeeshops zijn gegevens opgevraagd bij alle 538 gemeenten, i.c. bij de betreffende ambtenaar die het coffeeshopbeleid in zijn of haar takenpakket heeft. Voor de schatting van de andere verkooppunten is informatie opgevraagd bij 241 politiemedewerkers. De benaderde politiemedewerkers zijn aangewezen door de betreffende gemeente-ambtenaren. Voor de vergelijkbaarheid van de resultaten is gekozen voor dezelfde methode als gevolgd in het eerdere onderzoek uit
1997.


3

Het werkelijke aantal verkooppunten kennen we helaas niet. En voor zover we dat menen te kennen, is dat werkelijke aantal aan verandering onderhevig.

De afwijking tussen de getallen gepresenteerd in de media voor Maastricht en Kerkrade enerzijds en de getallen vermeld in het onderzoekrapport anderzijds verklaar ik als volgt. Uit navraag bij de gemeente Maastricht blijkt de afwijking te berusten op een misverstand, dat wil zeggen dat de gemeente Maastricht - desgevraagd - blijft bij de opgave 'niet bekend'. In het onderzoek staat bij Maastricht «niet bekend» vermeld. Dit is conform de mededeling van de bevoegde politie ambtenaar. Voor Kerkrade is er geen andere verklaring gevonden dan de tijdsduur (ongeveer een half jaar) tussen de bevragingen.


4

Ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan de door het bureau Intraval gerapporteerde gegevens. Net als het bureau moet ik hierbij wel vertrouwen op een juiste opgave door de respondenten. Voor de goede orde teken ik aan dat het vermeende twijfelachtige cijfer voor Amsterdam een cijfer is dat uit 2 onderdelen is opgebouwd t.w. het aantal 2 voor soortgelijke verkooppunten (openbare softdrugsverkopende inrichtingen niet zijnde coffeeshops) en het aantal 'niet bekend' voor de overige illegale verkooppunten (woonhuizen, koeriersdiensten e.d.).

Het onderhavige onderzoek is een snel inventariserend onderzoek geweest.

In de Voortgangsrapportage Drugbeleid en in de notitie »Het pad naar de achterdeur» is reeds nader en uitvoeriger onderzoek aangekondigd naar de invloed van de daling van het aantal coffeeshops op de andere, niet gedoogde verkooppunten.


5.

Neen.

Uit bovenstaande antwoorden kunt u afleiden dat ik m.b.t. de juistheid van de cijfers uw mening niet deel. Bovendien, het aantal coffeeshops, resp. overige verkooppunten is niet een zeer bepalende factor bij de vraag die ten grondslag ligt aan de notitie over de achterdeur van de coffeeshops nl. of de aanvoer van cannabis naar de coffeeshops moet worden gereguleerd.

De ontwikkeling in het aantal verkooppunten is interessant als basismateriaal. Het stelt de beleidsmakers in staat de effecten van voorgenomen of reeds in gang gezet beleid te doorzien.

Voor de notitie over de achterdeur van de coffeeshop zijn andere onderzoeken en bijeenkomsten meer bepalend

Ik wijs hier m.n. op de voorlopige resultaten van het onderzoek naar het THC-gehalte van in Nederland verkochte softdrugs en de conclusies en bevindingen uit het symposium dat in januari van dit jaar met betrokken burgemeesters, politiefunctionarissen en vertegenwoordigers van het OM, over de achterdeurproblematiek is gehouden.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie