Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over ontwikkelingshulp: evaluatie ORET/MILIEV

Datum nieuwsfeit: 23-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Ontwikkelingshulp: evaluatie ORET/MILIEV (230500)

Archief Schriftelijke Vragen Archief Schriftelijke Vragen

Ontwikkelingshulp: evaluatie ORET/MILIEV (230500)

Den Haag, 23 mei 2000

Achtergrond

In november 1999 is een rapport verschenen over de evaluatie van ORET en MILIEV door het Policy and Operations Evaluation Department (IOB). De belangrijkste conclusies in het rapport zijn dat met enkele kanttekeningen ORET en MILIEV goede instrumenten zijn voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de ontwikkelingslanden, m.n. voor de armste groeperingen in die landen en voor zover van toepassing hebben zij ook een positief effect op het milieu.

In Nederland is maar slechts 13% van ontwikkelingshulp gebonden ontwikkelingshulp, terwijl in andere landen dit percentage veel hoger ligt. De minister van ontwikkelingssamenwerking wil de gebonden hulp het liefst helemaal afschaffen en verwijt Nederlandse ondernemingen leunstoelgedrag. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft zich aan die uitspraak gestoord.

Inbreng

Voorzitter, allereerst moet mij van het hart dat de reeds meerdere keren toegezegde notitie over Ontwikkeling en Economie weer niet klaar is. De minister draait het nu om: E.e.a. is aangehouden tot na het Algemeen Overleg over ORET en Miliev opdat de resultaten daarvan in de notitie kunnen worden verwerkt.
Voorzitter je moet maar durven. En dan te weten dat het overleg over ORET en Miliev diverse keren is uitgesteld vanwege het niet op tijd ter beschikking komen van de notitie. Voorzitter wat is hier aan de hand? Waarom komt de minister niet met de notitie voor de dag? Graag een uitvoerige reactie van de minister en laat de minister bij de beantwoording van mijn vragen nu eens duidelijk uitleggen wat de meningsverschillen zijn in plaats zich achter goedkope uitvluchten te verbergen!

Voorzitter er zijn forse verschillen van mening in het kabinet over ORET en Miliev: Een paar quotes van de bewindslieden:

De minister: Bedrijven vertonen leunstoelgedrag De staatssecretaris: Bedrijven vertonen geen leunstoelgedrag

De minister: Het Nederlandse bedrijfsleven houdt alleen de hand op voor exportsubsidies
De staatssecretaris: vindt niet dat het Nederlandse bedrijfsleven bij investeringen in ontwikkelingslanden alleen maar de hand ophoudt voor subsidies van Ontwikkelingssamenwerking.

De minister: Ik ben fundamentalistisch faliekant tegen gebonden hulp. En, zo ging de minister ongenuanceerd verder: Van die paar potjes die niet gericht zijn op het creëren van een enabling environment kan ik u verzekeren dat ik bezig ben die op te schonen en uit te mesten. De staatssecretaris: Voorzitter, hier heb ik geen reactie van de staatssecretaris kunnen vinden. Waarschijnlijk was hij op dat moment tot de conclusie gekomen dat hij maar beter niet meer hierop kon reageren en heeft de staatssecretaris wijselijk genoeg maar zijn mond gehouden.

Voorzitter wat is dit voor gedoe? Notities toezeggen maar niet op tijd klaar hebben, ongenuanceerde opmerkingen in de publiciteit en om de aandacht af te leiden, leggen we de zwarte Piet maar bij het bedrijfsleven.
Graag een duidelijke reactie van de minister want deze uitspraken mogen we niet in de lucht laten hangen. Daarvoor is het onderwerp te belangrijk.

Voorzitter, in haar brief van 29 november stelt de minister heel duidelijk dat de bevindingen van IOB aangaande de ontwikkelingsrelevantie van het ORET en MILIEV programma positief zijn. De onderzochte projecten hebben bijgedragen aan het verbeteren van en de structuur voor de werkgelegenheid in de ontwikkelingslanden met in veel gevallen verwachtbare positieve effecten op de positie van de armen en voor het milieu. Ook is vastgesteld dat de projecten de prioriteiten volgden die de overheid van het ontwikkelingsland had gesteld.

In dit verband is het voor mijn fractie onbegrijpelijk dat de minister zich zo negatief in de publiciteit heeft uitgelaten over gebonden hulpprogrammas als ORET en MILIEV. De minister praat over subsidies. Voorzitter, één van de meest hardnekkige misverstanden is dat ORET een export subsidieprogramma zou zijn. Het ORET-programma verschaft geen exportsubsidie aan het Nederlandse bedrijfsleven. De subsidie gaat naar de overheden van ontwikkelingslanden om daarmee een deel van in Nederland gekochte goederen en diensten te financieren. Deelt de minister deze zienswijze?

Voorzitter, waar het volgens mijn fractie op aan komt is dat via programmas als ORET en MILIEV een relatie tot stand komt tussen het Nederlandse bedrijfsleven en het in de ontwikkelingslanden nog tot stand te brengen en te ontwikkelen bedrijfsleven ter bevordering van de werkgelegenheid met name voor de allerarmsten en ter verbetering van het milieu. Door veelvuldige contacten tussen bedrijven in het donorland en het ontvangende land kan de kans op een tot ontwikkeling brengen van het bedrijfsleven in het ontwikkelingsland worden vergroot, waarbij tevens belangrijke aspecten als kwaliteit, leveringszekerheid, technologische ontwikkeling, logistiek en andere in het bedrijfsleven relevante factoren gemeengoed worden. En de evaluatie laat dat ook zien. ORET is een uitstekende katalysator van investeringen; bijna de helft van de ORET-gebruikers heeft inmiddels een vorm van samenwerking met de zakelijke partners in ontwikkelingslanden opgebouwd, meestal via een joint-venture.

Voorzitter mijn fractie had zo gehoopt dat de notitie over Ontwikkeling en Economie hierover een duidelijk standpunt zou hebben ingenomen En dat het een gezamenlijk programma betreft van Economische Zaken en Ontwikkelingssamenwerking om e.e.a. tot stand te brengen. Die betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven dat hierbij onontbeerlijk is. Wat jammer en wat een gemiste kans. En wie wordt daarvan de dupe? Jawel goed geraden, de mensen in de ontwikkelingslanden.
Voorzitter mijn fractie zou zo dadelijk van de minister een datum willen horen wanneer de notitie eindelijk we naar de Kamer zal worden gestuurd. Mijn fractie rekent erop dat dat in ieder geval voor het
a.s. zomerreces zal zijn . Graag een reactie van de minister.
De evaluatie van het ORET programma dat is uitgevoerd door het IOB, een onafhankelijke controle instelling binnen het eigen departement van Buitenlandse Zaken, komt in tegenstelling tot de minister wèl tot een positief oordeel over het programma. En het rapport legt ook de nadruk op de hoge ontwikkelingsrelevantie van het instrument. Vanwaar dan deze negatieve uitlatingen van de minister? Waarom negeert de minister de positieve conclusies? Jawel, deze positieve beoordeling staat haaks op hetgeen de minister met haar collegas van Engeland, Duitsland en Noorwegen als uitgangspunten heeft uitgedacht. Waarbij de Noorse collega inmiddels politiek is weggevallen en de ministers van de andere landen in hun kabinet ook geen handen op elkaar hebben gekregen.

Vandaar dat mijn fractie ervoor pleit niet eenzijdig gebonden hulp te beëindigen. Immers het Nederlandse deel van gebonden hulp bedraagt slechts 13% van de totale bilaterale hulp terwijl dat percentage in andere landen veel hoger ligt, zoal de VS met maar liefst 72%, Duitsland met 40%, Frankrijk 35% en zelfs voor een land als Zweden met 36%. Hoe valt het beleid in die landen te rijmen met de opvattingen van de minister?

Voorzitter, maar wat is nu het officiële Nederlandse beleid? De staatssecretaris van Economische Zaken heeft hier heel andere opvattingen over als de minister van Ontwikkelingssamenwerking, zoals blijkt uit de persberichten.
Mijn fractie zou nu graag van beide bewindslieden willen weten wat nu het kabinetsbeleid is en dat voortaan één liedje wordt gezongen. Wij zouden dat zo dadelijk klip en klaar van de bewindslieden willen horen. Aan grote broeken aantrekken in de krant hebben wij geen behoefte. Wij zouden graag willen weten wat het beleid is in het belang van de ontwikkelingslanden en in het belang van het Nederlandse bedrijfsleven.

Voorzitter, toch een paar opmerkingen over de inhoudelijke argumenten van de minister in haar brief van 29 november waar het gaat om de nadelen die verbonden zijn aan gebonden hulp:

- het ontwikkelingsland kan niet altijd dat kopen dat men het liefst zou hebben (merk, kwaliteit, technologisch niveau). Zou de minister dat kunnen toelichten? Het ontwikkelingsland kan toch reeds met de keuze van de projecten uit de diverse donorlanden daarmee rekening houden?

- Het zou het ontwikkelingsland belemmeren een scherpe prijs te krijgen. Is er dan geen concurrentie in het donorland? Alsof prijs het enige criterium zou zijn. Kwaliteitsbesef, training, technologische ondersteuning kennisoverdracht enz. enz. zijn vaak veel belangrijker dan prijs.

Graag een reactie van beide bewindslieden.

Voorzitter, dan toch nog even het punt dat de minister het Nederlandse bedrijfsleven van leunstoelgedrag v.w.b. Afrika, verwijt. En dat het Nederlandse bedrijfsleven bij investeringen in ontwikkelingslanden alleen de hand ophoudt voor subsidies. Voorzitter, voor wat betreft de exportprestaties van het Nederlandse bedrijfsleven in het algemeen kun je toch moeilijk bedrijven betichten van leunstoelgedrag en hand ophouden.
En waarom zou dat dan wel gelden specifiek voor Afrika?
Het economisch principe brengt met zich mee dat het bedrijfsleven die markten bewerkt waar de meeste winst tegen de minste inspanning valt te behalen. Veel ontwikkelingslanden zijn moeilijke markten en hebben dus niet de eerste prioriteit. Dat kun je toch moeilijk het bedrijfsleven verwijten. En dat geldt niet alleen voor het Nederlandse, maar voor het gehele internationale bedrijfsleven. Van waar dan toch die rare uitval van de minister?
Als de Nederlandse overheid ontwikkelingslanden wil steunen met behulp van het bedrijfsleven, dan zal zij e.e.a. moeten faciliteren en ondersteunen. Dat is een taak van de overheid en niet van het bedrijfsleven. Ik ben dat volkomen eens met de staatssecretaris. Graag zou ik ook van de minister willen weten hoe zij aan de stelling komt dat gebonden hulp corruptie in de ontwikkelingslanden zou aanwakkeren. Heeft de minister hier concrete bewijzen voor v.w.b. ORET en Miliev? Die zouden wij graag willen vernemen en als de minister deze bewijzen niet kan leveren, dan moet ze haar mond houden, omdat daarmee niet alleen ontwikkelingslanden, maar ook Nederlandse bedrijven in een raar daglicht worden gesteld.

Voorzitter, de frustratie van de minister m.b.t. de gebonden hulp is groot. Zou de minister kunnen zeggen of onderuitputting van ORET en Miliev nu goed of slecht is voor de hulp aan ontwikkelingslanden. Uiteindelijk is er duidelijk minder hulp aan de armste landen gegeven. Beschouwt de minister, gezien al haar uitspraken in de publiciteit over ORET en MILIEV, de onderuitputting van het programma gedurende de laatste jaren nu als een succes of een failure van beleid? Graag een reactie van de minister.
Voor mijn fractie is het in ieder geval duidelijk dat een succesvol programma op een vakkundige wijze de nek wordt omgedraaid. Als we naar het beleid van de laatste jaren kijken dan is het programma eerst opgehoogd, daarna overtekend, toen stopgezet, regels aangescherpt en nu vindt een chronische onderuitputting plaats. De minister wijt dit aan de economische situatie in Azië en ze hoopt dat zodadelijk door de situatie in Indonesië onderuitputting zal verdwijnen. Voorzitter maar wat is van terecht gekomen van de afspraken om de procedures te versnellen? De bureaucratie te verminderen. Graag een reactie van beide bewindslieden.

Woordvoerder: J.L. van den Akker

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie