Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Financien en OS over versoepelde HIPC-initiatief

Datum nieuwsfeit: 23-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief Financien en min os inzake versoepelde hipc initiatie f

Gemaakt: 26-5-2000 tijd: 12:29


3


26234 Vergaderingen Interim Committee en Development Committee
nr. 14 Brief van de ministers van Financien en voor Ontwikkelingssamenwerking

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 mei 2000

Als toegezegd gedurende het overleg met de Vaste Commissies voor Financiën en voor Buitenlandse Zaken d.d. 19 januari jl. 26234, nr. 10 en verzocht d.d. 2 mei 2000 doen wij u hierbij informatie toekomen over de afspraken die gemaakt zijn over de kwijtschelding van commerciële schulden van landen die in aanmerking komen voor extra hulp in het kader van het versoepelde HIPC-initiatief. Deze afspraken zijn gemaakt nadat, in overleg met het IMF, de Wereldbank en in het kader van de Club van Parijs, zeker gesteld kon worden dat bedragen van bilaterale, hogere tussentijdse schuldkwijtschelding daadwerkelijk ten goede kunnen komen van het betrokken schuldenland en het onmogelijk is geworden dat andere crediteuren daardoor minder kunnen bijdragen. Ook het probleem van de lastenverdeling over alle betrokken (bilaterale) crediteuren lijkt nu bevredigend opgelost te worden.

Zoals reeds vermeld in het statement van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking in het Development Committee, heeft Nederland besloten uiteindelijk 100% kwijt te schelden van alle commerciële schulden van de HIPC-landen die in de Club van Parijs behandeld worden. Daarbij zal onderscheid gemaakt worden tussen de voor wat betreft commerciële kredieten relevante HIPC-landen die deel uitmaken van de groep (17+4) Bolivia, Burkina Faso, Mali, Ethiopië, Nicaragua, Tanzania, d.w.z. de HIPC-landen waarmee Nederland op basis van goed beleid en democratisch bestuur een langdurige ontwikkelingsrelatie heeft en de HIPC-landen waarmee Nederland niet zo'n relatie heeft.

De HIPC-landen waarmee Nederland een speciale relatie heeft zullen reeds op het zogenaamde beslispunt in aanmerking komen voor 100% tussentijdse schuldverlichting d.w.z. 100% kwijtschelding van de geconsolideerde bedragen. Bij het bereiken van het zogenaamde eindpunt zal de nog resterende schuld in zijn geheel worden kwijtgescholden. Dit komt erop neer dat deze landen na het bereiken van het beslispunt aan Nederland geen schuldendienstverplichtingen meer hoeven te betalen. De totale lasten van 100% kwijtschelding van de schuld van deze landen wordt berekend op ruim f 210 miljoen. Alhoewel het exacte bedrag nu nog niet bekend is, is wel duidelijk dat een groot deel van dit bedrag reeds in de loop van 2000 kan worden kwijtgescholden. Met Tanzania is in april jl. een driejarige consolidatie overeengekomen en verwacht wordt dat in de loop van dit jaar in elk geval de ophoging van de kwijtschelding t.b.v. Bolivia en Burkina Faso zal plaatsvinden (Nicaragua hoeft op dit moment in het geheel niets te betalen omdat met dat land een betalingsmoratorium van kracht is vanwege de orkaan Mitch).

Voor de HIPC-landen waarmee Nederland niet diezelfde intensieve relatie heeft zal op het beslispunt 90% kwijtschelding van de geconsolideerde bedragen als tussentijdse schuldverlichting worden verstrekt. Op het eindpunt d.w.z. op het moment dat er o.a. zekerheid verkregen is over de bevredigende uitvoering van een overeen te komen armoedebestrijdingsstrategie, zullen ook deze landen in aanmerking komen voor 100% kwijtschelding van de nog resterende schuld (=stock-of-debt). Voor Nederland gaat het hierbij om de volgende landen: Benin, Guyana, Honduras, Ivoorkust, Kameroen, Mauritanië, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Togo en Tsjaad. Al deze landen hebben in het verleden reeds één of meerdere consolidaties met de Club van Parijs afgesproken, in het kader waarvan zij voor gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking zijn gekomen. Om tot een houdbare schuld te komen zal deze kwijtschelding verder opgehoogd moeten worden. We gaan ervan uit dat dat in de meeste gevallen minstens 90% zal moeten zijn en in een aantal gevallen zelfs 100%. Berekend is dat de lasten van de ophoging van de kwijtschelding tot 90% ten behoeve van deze landen minstens f 370 miljoen zal bedragen. Bij volledige bilaterale ophoging tot 100% komt daar nog eens ruim f85 miljoen bij. 100% kwijtschelding voor deze groep landen in zijn geheel zal dus op minstens f 455 miljoen uitkomen. Omdat deze landen minder ver gevorderd zijn met de uitvoering van een hervormingsbeleid en armoedestrategie dan de HIPC-landen binnen de groep 17+4, is het te verwachten dat het grootste deel van het bedrag ad f 455 miljoen gespreid over één tot drie jaar na 2000 zal worden kwijtgescholden.

Te uwer informatie voegen wij daaraan toe dat in het kader van de Club van Parijs reeds sinds 1989 op commerciële schulden wordt kwijtgescholden. Tot eind 1999 was dat voor Nederland op DAC-I landen totaal ca f 750 miljoen.

Als gebruikelijk en in overeenstemming met de DAC-criteria voor kwijtschelding van commerciële schulden u.h.v. de exportkredietverzekering zal de kwijtschelding ten laste van de 0,8% BNP ODA komen.

Met bovengenoemde afspraken schaart Nederland zich bij die landen die recentelijk hebben medegedeeld 100% van de commerciële schuld kwijt te zullen schelden, d.w.z. alle G7-landen en Noorwegen. Hierbij zij opgemerkt dat dit door de verschillende crediteurlanden op verschillende manieren gebeurt, maar dat geen enkel crediteurland de commerciële schuld reeds volledig kwijtscheldt op het beslispunt. Evenals Nederland volgen deze landen de procedures van IMF, WB en Club van Parijs. Het VK, Duitsland en de VS nemen maatregelen die erop neerkomen dat het betrokken land na het beslispunt geen schuldendienst meer hoeft te betalen. Het VK deelt dit al op het beslispunt mede aan het schuldenland in kwestie, hetgeen voor het schuldenland overeenkomt met 100% kwijtschelding van de schuld (id. Nederland voor de HIPC's binnen de groep 17+4). In het geval van Duitsland is aan de kwijtschelding (vooralsnog in elk geval) de voorwaarde verbonden dat het schuldenland blijft voldoen aan de conditionaliteit als overeengekomen met het IMF en de Wereldbank in het kader van het onderliggende aanpassingsprogramma en armoedestrategie. De overige G7-landen verstrekken op het beslispunt 90% kwijtschelding als tussentijdse schuldverlichting en schelden 100% van de resterende schuld kwijt op het eindpunt. Ook indien de G7-landen deze kwijtscheldingsinspanning inderdaad volledig additioneel verstrekken d.w.z. daarmee hun huidige ontwikkelingsinspanning verhogen, dan is het onwaarschijnlijk dat hun jaarlijkse hulpinspanning daardoor op
0,7% BNP zal uitkomen. Tot voor kort haalden de meeste G7-landen immers niet eens het percentage van 0,35% BNP per jaar.
Voor behandeling van de bilaterale hulpschulden verwijzen wij u naar de macro-brief 1999 d.d. 5 april 2000 van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Naar aanleiding van het verzoek van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van 2 mei 2000 wordt voorts wat betreft criteria/overzicht van exportkredietverzekeringen verwezen naar de brief van 10 mei 2000 van het Ministerie van Financiën (EKI
2000-312).

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

G. Zalm

DE MINISTER VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING,

E.L. Herfkens

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie