Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen verkoop F-16 aan Arabische Emiraten

Datum nieuwsfeit: 23-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over leveranties f-16 aan de ver. arabische emiraten
Gemaakt: 23-5-2000 tijd: 16:58

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 23 mei 2000

Onder verwijzing naar de bovengenoemde brief bied ik u hierbij aan, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Economische Zaken de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Tweede-Kamerlid van Bommel.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,

H.A.L. van Hoof.

Bijlage behorende bij de brief van de Staatssecretaris van Defensie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Economi-sche Zaken nr. D 2000001812 d.d. 23 mei 2000

Antwoorden op de vragen van het Tweede-Kamerlid Van Bommel (SP) inzake leveranties van F-16's aan de Verenigde Arabische Emiraten. (2990009400).


1. Ja.


2 en 3. Met de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) worden door vertegenwoordigers van het Ministerie van Defensie bespre-kingen gevoerd over de verkoop van twintig overtollige F-16's. Die gesprekken hebben voor een deel plaatsgevonden in de VAE. De eerste aanzet tot deze besprekingen dateert uit 1993, toen de VAE Nederland benaderde over de mogelijkheid overtollige F-16's te kopen. Deze besprekingen zijn thans in een stroomversnelling gekomen.

4. Bij verkoop van overtollig materieel is het veelal noodza-kelijk de klant te assisteren bij de opleiding van perso-neel. In beginsel gebeurt dat in Nederland. Soms is het nodig ter plaatse aanvullende assistentie te verlenen. Of een en ander bij eventuele verkoop van F-16's aan de VAE het geval zal zijn, is thans nog niet te beoordelen.

5 t/m 8. De toets op deelname aan het VN-wapenregister wordt, blijkens de brief van 22 februari 2000 van de Minister van Buitenlandse zaken en de Staatssecretaris van Economische zaken (vergaderjaar 1999-2000, Kamerstuk 22 054 Nr. 47), uitgevoerd in het kader van de toets op het zesde criterium van het wapenexportbeleid, waarin het gedrag van het land van eindbestemming tegenover de internationale gemeenschap wordt getoetst. Aldus zal ook geschieden ten aanzien van eventuele leveranties aan de VAE. De VAE zijn een een betrouwbare partner in de internationale gemeenschap, doch nemen niet deel aan het VN-wapenregister. Dit gegeven zal derhalve in de context van het zesde criterium in negatieve zin meewegen in de totaalafweging bij een besluit over het verlenen van een vergunning voor de eventuele uitvoer van militaire goederen naar dat land. Het tweede criterium van het wapenexportbeleid toetst de gevolgen van de voorgenomen uitvoer aan de mensenrechtensi-tuatie in het land van eindbestemming. Een vergunning wordt niet verleend indien een duidelijk risico bestaat dat de goederen gebruikt zullen worden voor binnenlandse onderd-rukking of mensenrechtenschendingen. Deze afweging wordt gemaakt met inachtneming van de aard van de goederen. In dit verband kan niet worden gesteld dat van een dergelijk risico sprake is. Ook de rapportages van Amnesty Internati-onal (o.a. het Jaarboek 1999) wijzen niet in deze richting.
Het vierde criterium van het wapenexportbeleid toetst de gevolgen van de voorgenomen uitvoer voor de vrede, veilig-heid en stabiliteit in de regio. Een vergunning wordt niet verleend indien een duidelijk risico bestaat dat het mate-rieel voor agressie jegens een ander land zal worden ge-bruikt, of dat er kracht mee zal worden bijgezet aan terri-toriale aanspraken. De VAE hebben weliswaar aanspraken op drie door Iran in 1971 bezette eilanden in de Golf, maar deze geven geen aanleiding tot spanningen tussen de beide landen, die doen vrezen voor een gewapend conflict. Overi-gens heeft de Minister van Buitenlandse zaken op 18 mei jongstleden de Kamer een notitie over de toepassing van dit zogenoemde spanningsgebiedcriterium doen toekomen.

De VAE kennen geen democratie in de westerse zin des woords. Zo is het verboden om politieke partijen en vakbon-den op te richten en is de vrijheid van meningsuiting beperkt. De vraag of een land een democratie in westerse zin is, vormt echter geen apart criterium van het wapenex-portbeleid. Wel toetst het derde criterium van het wapenex-portbeleid de interne situatie in het land van eindbestem-ming op het bestaan van spanningen of gewapende conflicten. Indien de in de vraagstelling genoemde factoren aanleiding zouden geven tot het ontstaan van dergelijke spanningen of conflicten, zou de toets op het derde criterium negatief moeten uitpakken. Daarvan is in het geval van de VAE echter geen sprake. Voor zover de in de vraag genoemde kwesties zouden leiden tot schendingen van mensenrechten, zij verwezen naar bovenstaande opmerkingen over het tweede criterium van het wapenexportbeleid.

Op basis van bovenstaande overwegingen ten aanzien van het over het algemeen positieve gedrag van de VAE ten opzichte van de internationale gemeenschap, het ontbreken van inter-ne spanningen, de situatie met betrekking tot de mensen-rechten alsmede de regionale omstandigheden, zou het to-taaloordeel over een eventuele vergunningaanvraag voor de uitvoer van F-16 vliegtuigen naar de VAE op dit moment alles afwegende positief luiden. Het is ook op grond van deze overweging dat de besprekingen met de VAE zijn voort-gezet.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie