Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over bewaartermijn medische dossiers

Datum nieuwsfeit: 24-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over bewaartermijn medische dossiers
Gemaakt: 25-5-2000 tijd: 9:31


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2000

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Hermann (GroenLinks) over de bewaartermijn van medische dossiers (2990010560).

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden op kamervragen van Hermann over de bewaartermijn van medische dossiers.

(2990010560)


1.

Herinnert u zich uw antwoord op mijn vragen betreffende de bewaartermijn van medische dossiers?


1.

Ja.


2.

Is het u bekend dat de Gezondheidsraad onlangs een gesprek met deskundigen georganiseerd heeft over dit onderwerp?


2.

Ja, dat is mij bekend.


3.

Is het u voorts bekend dat het geanonimiseerd bewaren van gegevens het per definitie onmogelijk maakt om eventueel later bij een persoon optredende effecten terug te herleiden tot eerder door deze persoon ondergane behandelingen?


3.

Het is niet aannemelijk dat gegevens, die voor de behandeling van de patiënt van belang zijn, geanonimiseerd bewaard worden. Het anoniem bewaren van gegevens is van belang bij voorbeeld voor epidemiologisch onderzoek naar het voorkomen van ziektes of het verloop daarvan. In zo'n situatie gaat het er niet om te weten dat het de gegevens van mijnheer Jansen of mevrouw Pieterse betreft.


4.

Hoe is uw standpunt, dat de gezondheidszorg primair bedoeld is voor het behartigen van de gezondheid van het individu te rijmen met de opdracht uit artikel 22 Grondwet, dat de overheid maatregelen treft ter bevordering van de volksgezondheid? Is het niet juist de overheid die bij haar taakuitoefening het algemeen belang moet stellen boven het belang van het individu en derhalve zorg moet dragen dat geneeskundige wetenschap en kennis niet belemmerd worden?


4.

De opdracht uit artikel 22 Grondwet aan de overheid, om maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid, kan geen afbreuk doen aan het recht van ieder individu op bescherming van zijn privacy. Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer is immers vastgelegd in de Grondwet in artikel 10. De opvatting dat in het belang van de volksgezondheid het belang van het individu zou moeten wijken voor dat van het collectief, zou afbreuk doen aan het feit dat de eerbiediging van de persoonlijk levensfeer beschouwd kan worden «als een essentiële voorwaarde voor een menswaardig bestaan en als een van de grondslagen voor onze rechtsorde ( Tweede Kamer 1975-1976,
13872, nrs. 1-5, blz. 9-24)». Dit wil niet zeggen dat dit recht absoluut en niet in te perken is, zo biedt de wet de mogelijkheid om patiënten met een besmettelijke ziekte eventueel tegen hun zin te isoleren, maar wel dat het belang van dit recht niet behoeft te worden gelegitimeerd of aangetoond.

Bovendien zijn de mogelijkheden die de Wgbo in deze biedt nog niet voldoende benut resp. verkend door hulpverlener en onderzoeker. Voorts wil ik toch graag opmerken dat er nu eenmaal altijd grenzen zijn aan wat mogelijk is.


5.

Is het u bekend dat in de gezondheidszorg jaarlijks tal van nieuwe, soms zeer ingrijpende, technieken worden geïntroduceerd waarvan de (neven)effecten soms pas vele jaren later, dan wel in de volgende generatie, optreden?


5.

Ja, dat is mij bekend. Het is dan aan de zorgverlener om in overleg met de patiënt te bezien hoe lang de gegevens bewaard dienen te worden.


6.

Is het u bekend dat het vernietigen van de dossiers van overleden patiënten kan leiden tot een selectiebias?


6.

Neen, maar ook dossiers van overleden patiënten behoren bewaard te blijven tot de termijn van 10 jaar verstreken is. Dat zegt overigens nog niets over de rechtmatigheid van ter beschikking stellen van medische persoonsgegevens voor bijvoorbeeld onderzoek. Daartoe dienen de mogelijkheden die de Wgbo biedt tijdig gevolgd te worden


7.

Hoe is uw standpunt, dat de zaken die de hoogleraar mw. Prof. Dr. F. van Leeuwen bepleit zeer wel te bereiken zijn binnen de bestaande regelgeving, te rijmen met het gegeven dat artsen onmogelijk afspraken over bewaartermijnen kunnen maken wanneer zij de gevolgen van hun handelen niet kennen of kunnen overzien?


7.

Wanneer artsen de gevolgen van hun handelen niet kunnen overzien, bij voorbeeld omdat er sprake is van nieuwe technieken of behandel methodieken, dan lijkt mij dat een gegeven waar wel degelijk samen met de patiëntenorganisaties afspraken over te maken is. In die situatie kan dit in overleg met de patiënt in het dossier worden aangeven. Op die manier kunnen de gegevens dan langer bewaard worden.


8.

Bent u bereid alsnog de Gezondheidsraad te vragen of de artikelen 454 en 455 van BW boek 7, titel 7 afd. 5, waarin de bewaartermijn op maximaal 10 jaar gesteld wordt, zouden moeten worden herzien?


8.

Bij het opstellen van de WGBO is er een afweging gemaakt tussen het belang van langer bewaren, bijv. in het belang van de wetenschap, en het privacybelang. Tot nu toe is er nauwelijks gebruik gemaakt door de partijen in het veld om tot een invulling te komen van de norm om gegevens langer dan 10 jaar te bewaren. Het lijkt mij zinvol om die ontwikkeling af te wachten aleer met wetswijziging aan de slag te gaan.

Momenteel leggen onderzoekers in opdracht van Zorgonderzoek Nederland (ZON) de laatste hand aan een evaluatie-onderzoek van de WGBO. Alvorens nadere stappen te nemen wacht ik eerst de resultaten van die evaluatie af.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie