Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Commissie: Grondwet moet Internet en e-mail beschermen

Datum nieuwsfeit: 24-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Commissie Franken: Grondwet moet internet en e-mail gaan beschermen

Een persbericht bij het onderwerp Grondwet(sherziening)


24 mei 2000

ICT neemt een steeds belangrijkere plaats in onze samenleving in. Om de grondrechten van burgers ook in een "digitaal tijdperk" optimaal te kunnen beschermen, moeten zij techniek-onafhankelijk worden. Vrijheid van meningsuiting moet evenzeer gelden voor uitingen via internet als voor uitingen door middel van de drukpers. Niet alleen het brief-, telefoon- en telegraafgeheim moet worden beschermd, maar ook vertrouwelijke communicatie via e-mail en fax. Daarnaast moet een artikel aan de Grondwet worden toegevoegd dat het recht van burgers op toegang tot overheidsinformatie garandeert.

Dit schrijft de Commissie "Grondrechten in het digitale tijdperk" onder leiding van prof. Franken in een rapport dat zij vandaag heeft aangeboden aan de ministers De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid en Korthals van Justitie.
In het rapport beschrijft de commissie de gevolgen van ICT voor de grondrechten van burgers. De commissie is door het kabinet ingesteld nadat de Eerste Kamer bezwaar maakte tegen het voornemen de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim te veranderen. De Kamer was mening dat er geen mogelijkheid was voor een publiek debat over het voornemen.
De commissie stelt voor om de artikelen 7, 10 en 13 van de Grondwet te wijzigen en een artikel aan de Grondwet toe te voegen. Artikel 7 regelt de vrijheid van meningsuiting. Het huidige artikel noemt als uitingsmiddelen: de drukpers, radio en televisie en "overige middelen". Internet met zijn multimediale karakter is moeilijk onder één van deze bestaande middelen te brengen. Daarnaast meent de commissie dat het huidige verschil in beschermingsniveaus voor die middelen niet goed is te verdedigen. In het nieuwe artikel zou het recht op vrije meningsuiting ongeacht het gebruikte medium centraal moeten staan. Het nieuwe artikel 7 beschermt ook handelsreclame en productinformatie. Wel zullen de beperkingsmogelijkheden met betrekking tot dergelijke uitingen verder gaan dan voor uitingen met een andere inhoud. Tot slot wordt artikel 7 uitgebreid met een zorgplicht van de overheid met betrekking tot de pluriformiteit van het informatieaanbod. Artikel 10, eerste lid, van de Grondwet beschermt het recht op privacy. Omdat die bepaling reeds techniek-onafhankelijk is geformuleerd, behoeft die naar het oordeel van de commissie niet te worden gewijzigd. Het tweede lid van artikel 10 bepaalt dat de wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer regels stelt in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens. De commissie stelt voor deze regelingsopdracht, conform de Europese privacyrichtlijn, uit te breiden tot de gehele keten van verwerking van persoonsgegevens, dat wil zeggen van het verzamelen tot en met het vernietigen van gegevens. Het derde lid van artikel
10 bepaalt dat de wet regels stelt inzake bepaalde aanspraken van personen met betrekking tot hun persoonsgegevens. De commissie stelt voor deze aanspraken uit te breiden met onder meer de aanspraken op de kennisneming van de doeleinden van de verwerking en op verwijdering van de verwerkte gegevens. Opneming in artikel
10 van een recht op anonimiteit of een recht op informationele zelfbeschikking wijst de commissie af. Dergelijke grondrechten zouden een zeer grote reikwijdte hebben en om die reden zeer ruime beperkingsmogelijkheden vergen. De Commissie wijst ook suggesties af om over andere onderwerpen, zoals "datamining" en "spamming" (ongevraagde reclame in de vorm van e-mail), regels in de Grondwet op te nemen. Het zou niet bij het sobere karakter van de Grondwet passen om daarin ook dergelijke onderwerpen te regelen. In artikel 13 van de Grondwet staat dat zowel het brief- als het telefoon- en telegraafgeheim in beginsel onschendbaar zijn. De opsomming van genoemde media is gedateerd, nieuwe media zijn ingeburgerd. Daarbij doet zich het probleem voor dat nieuwe vormen van communicatie als e-mail en fax zowel kenmerken van de brief vertonen (geschrift) als kenmerken van de telefoon en telegraaf (telecommunicatie). De commissie stelt voor artikel 13 zodanig te wijzigen dat het recht om vertrouwelijk te communiceren centraal staat. Via welk medium deze communicatie geschiedt is van ondergeschikt belang. Het nieuwe artikel 13 strekt zich ook uit tot vertrouwelijke communicatie in directe, mondelinge vorm. Dit impliceert dat het gebruik van bijvoorbeeld richtmicrofoons in een opsporingsonderzoek voortaan aan dezelfde strenge voorwaarden dient te voldoen als het afluisteren van telefoongesprekken. Het nieuwe artikel 13 bevat ook de verplichting degene van wie bijvoorbeeld een telefoongesprek wordt afgeluisterd, daarvan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen. Wel zullen in het belang van de opsporing en de nationale veiligheid daarop uitzonderingen bestaan. De commissie stelt voor verkeersgegevens - "wie belt met wie, waar en wanneer?" - buiten de bescherming van artikel 13 te laten. De bescherming die artikel 10 Grondwet aan verkeersgegevens geeft, is voldoende.
Naast het wijzigen van een drietal bestaande Grondwetsartikelen, stelt de commissie voor om een nieuw artikel aan de Grondwet toe te voegen. Dit artikel geeft in de eerste plaats iedereen het recht op toegang tot overheidsinformatie. Wel kan de wet dit recht beperken. Dit grondrecht reikt in beginsel verder dan de rechten die de burger aan de Wet openbaarheid van bestuur ontleent: ook informatie bij de overheid over andere dan bestuurlijke aangelegenheden valt eronder. Verder moet het nieuwe artikel de toegankelijkheid van overheidsinformatie garanderen. Het gaat hier onder meer om de vindbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de informatie. De overheid is verantwoordelijk voor het aanbieden van deze informatie. Het nieuwe artikel is nodig, omdat de commissie van mening is dat de huidige grondwetsbepaling die de openbaarheid van bestuur regelt, artikel 110, niet langer toereikend is.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie