Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg ESF

Datum nieuwsfeit: 24-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg esf

Gemaakt: 26-5-2000 tijd: 10:2


1


26642 Europees Sociaal Fonds (ESF)


26995 Controle en toezicht op ESF-subsidies
nr. 9 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 24 mei 2000

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid<1> heeft op
10 mei 2000 overleg gevoerd met minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:


- de uitvoering van ESF-projecten (26642, nr. 8) en het Algemene Rekenkamerrapport Controle en toezicht op ESF-subsidies (26995, nr.
2);


- de beleidsmatige inzet van ESF-3-middelen (SOZA-00-253).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Uitvoering van ESF-projecten en het Algemene Rekenkamerrapport Controle en toezicht op ESF-subsidies

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Verburg (CDA) constateerde dat in dit migrainedossier twee vragen aan de orde zijn: zijn de oude problemen opgelost, en hoe wordt voorkomen dat in het nieuwe ESF-programma (2000-2006) weer problemen ontstaan. Over de eerste vraag merkte zij op dat de Algemene Rekenkamer terecht zeer kritisch is over de rol van het ministerie en die van arbeidsvoorziening, zeker als in beschouwing wordt genomen dat de eerste signalen van oneigenlijk gebruik al in 1995 zijn afgegeven. In tegenstelling tot de minister karakteriseerde zij de voornemens om te komen tot een betere afstemming tussen Sociale Zaken en Werkgelegenheid en arbeidsvoorziening en tot een plan van aanpak als het praten over de vraag hoe zaken kunnen worden verbeterd. Mevrouw Verburg vroeg de minister of deze de analyse deelt dat tot 1999 in feite onvoldoende daadkrachtig is gereageerd op alle signalen. Hoe alert mag dit heten? Zij benadrukte dat de minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid de Kamer in februari 1999 verkeerd heeft geïnformeerd over een project in Rotterdam in het kader van de terugkeer van werkloze Antilliaanse jongeren. Zijn er nog meer van dit soort projecten?

Mevrouw Verburg vroeg hoeveel projecten uit de jaren 1994-1996 nog worden onderzocht. Bij hoeveel projecten is sprake van de inschakeling van het openbaar ministerie en met welk resultaat? In hoeveel gevallen wordt inschakeling van het openbaar ministerie overwogen en waarvan hangt de inschakeling af? Hoelang duurt het voor alle 35 projecten uit
1994-1996 waarnaar de Commissie onderzoek heeft gevraagd, zijn gecontroleerd en de Kamer daarover de laatste gegevens krijgt? Hoe wordt omgegaan met accountants die rekeningen hebben goedgekeurd die uiteindelijk niet deugdelijk bleken? Hoe verklaart de minister het verschil van ruim 40 mln. in taxatie tussen de Commissie en het ministerie als het gaat om het terugbetalen van ESF-gelden? Wanneer komt daarover helderheid? Is inmiddels de onderste steen boven? Zo niet, wanneer zal dat wel het geval zijn? Waarom stelt de minister dan wel voor nu alvast de taskforce op te heffen?

Over het voorkomen van problemen in het nieuwe ESF-programma 2000-2006 merkte mevrouw Verburg op de brief van de minister van 16 maart behoorlijk vaag te vinden. Zij miste onder andere een heldere kijk op het voorkomen van misbruik van oneigenlijk gebruik (M&O) van subsidies. Verder miste zij een nieuwe toezichtfilosofie, een beleid om de aanvrager veel directer op zijn verantwoordelijkheid aan te spreken en duidelijkheid over de rol van accountants in relatie tot de door hen afgegeven goedkeuringsverklaringen. Kan de minister verklaren waarom hij in tegenstelling tot zijn eerder gedane uitspraak om alle aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer over te nemen, dit niet doet? Is er sprake van nieuwe nonchalance? Deelt de minister de opvatting dat een waterscheiding moet worden aangebracht en zo ja, hoe denkt hij die te bereiken? ESF-gelden zijn bedoeld als cofinanciering, om langdurig werklozen kansen te bieden. Mevrouw Verburg pleitte voor een scherp M&O-beleid, dat eenvoudig doch effectief is. Een dergelijk plan wilde haar fractie beoordelen voordat de nieuwe ESF-periode van start gaat. Kan en wil de minister deze toezegging aan de Kamer doen?

De heer Blok (VVD) memoreerde dat in 1995 de eerste signalen binnenkwamen bij het ministerie over onvoldoende toezicht en controle op het gebruik van ESF-gelden door arbeidsvoorziening. Er is echter, zo blijkt uit de Rekenkamerrapportage, bijzonder weinig voortgang geboekt. Deelt de minister de conclusies van de Rekenkamer en hoe omschrijft de minister het optreden van het ministerie en de toen verantwoordelijke minister?

Het had de heer Blok verbaasd te lezen dat de minister heeft besloten de taskforce voor het ESF binnen zijn ministerie op te heffen. Logischer zou het zijn te overwegen of de verantwoordelijkheid voor de besteding van ESF-gelden voorlopig niet beter bij het ministerie kan blijven en wellicht later in het kader van het traject van structuur uitvoering werk en inkomen (SUWI) kan worden toegedeeld, bijvoorbeeld aan het Landelijk instituut werk en inkomen (LIWI).

Een volgend punt voor de toekomst vond de heer Blok de taakvervulling door arbeidsvoorziening. In het rapport van de Rekenkamer staat dat zij vaak niet kan vaststellen wie had deelgenomen aan projecten en of een traject door deelnemers was voltooid. Dat roept onvermijdelijk de vraag op of arbeidsvoorziening bij de gewone uitoefening van haar taken wel bijhoudt, wie deelneemt aan projecten en of dat wordt afgerond. Kan goed toezicht worden gehouden op de effectiviteit van het werk van arbeidsvoorziening en op de vraag of de klanten van arbeidsvoorziening voldoen aan reïntegratieverplichtingen? Hoe moet verder worden gegaan met Europees sociaal beleid en de financiële kant daarvan? De heer Blok vroeg zich voor de wat langere termijn af of het verstandig is geld naar Brussel te sturen wat na formulering van beleid in Brussel weer terugkomt naar Den Haag, inclusief de bijbehorende regels. Leidt het Rekenkamerrapport niet onvermijdelijk tot de conclusie dat het uitvoeren van sociaal beleid op Europees niveau onverstandig is en beter kan worden overgelaten aan de lidstaten?

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) benadrukte dat al eerder is gesproken over de wijze waarop op dit punt het één en ander is misgegaan in de besteding en verantwoording van middelen. Zij was niet gerust over en niet gelukkig met een aantal zaken, zeker als het gaat om een toekomstperspectief. Hoewel de minister stelt dat geen onderbesteding is ontstaan door de genomen maatregelen, meende zij dat dat de facto wel zo is. Hoeveel subsidieaanvragers zijn in beroep gegaan, hoeveel zijn er in het gelijk gesteld en hoeveel procedures lopen er nog?

Het was mevrouw Noorman opgevallen dat de veranderingen op het punt van controle en beheer erg zijn geënt op de staande organisatie, waarover zij zich grote zorgen maakte. Hebben zich in het afgelopen jaar en dit jaar nog onregelmatigheden voorgedaan? Zijn er nog zaken boven de 4000 euro die gemeld moeten worden en zo ja, hoeveel? Wie gaat het correctiebedrag van 51 mln. betalen? Is de minister van plan de Kamer te informeren over de feitelijke verantwoording van dat bedrag?

Over het onderzoek van de Algemene Rekenkamer merkte mevrouw Noorman op dat de minister er nog niet is met het overnemen van de aanbevelingen uit dat rapport. Zij verwees in dit verband naar het krantenbericht over Futuro Laboral. Kan de minister schriftelijk en/of mondeling aangeven of de informatie die de Kamer heeft gekregen destijds correct was en zo niet, wat de juiste informatie is? Bij onjuiste informatie wilde zij weten hoe dat kan. Hoe zit het met de regeling van de ministeriële verantwoordelijkheid en de voortgang daarvan?

Over de destijds ontvangen aanschrijving van de Commissie, getekend door een ambtenaar, wilde mevrouw Noorman weten of die aanschrijving rechtsgeldigheid heeft. Zij complimenteerde de minister en zijn voorganger met de voortvarende aanpak van het dossier. Niet gelukkig was zij daarom met de afbouw van de taskforce. Op welke wijze wordt het ESF-beheer binnen het LIWI verbijzonderd? Hoe zit het met de ESF-middelen die via andere ministeries lopen? Hoe zit het met de wettelijke inbedding van de ministeriële verantwoordelijkheid met betrekking tot LIWI en ESF in de nieuwe situatie en hoe wordt dat in regelgeving vormgegeven? Kan voor 30 mei schriftelijk worden aangegeven hoe vanaf 1 januari 2001 aan de nieuwe organisatie vorm wordt gegeven en welke waarborgen daarbij worden ingebouwd?

Mevrouw Noorman vond het spijtig dat het rapport van de Algemene Rekenkamer de Kamer niet tijdig heeft bereikt. Kan in het overleg van
30 mei worden aangegeven op welke wijze de minister de slotconclusies van de Rekenkamer over het functioneren van arbeidsvoorziening denkt aan te pakken?

De voorzitter gaf aan dat het rapport van de Rekenkamer op 13 maart in afschrift naar de Kamer is gestuurd en niet is verspreid onder de leden. Hoogst waarschijnlijk is dat niet gebeurd omdat het om een afschrift ging en omdat de Rekenkamer er geen gedrukt Kamerstuk van wilde maken en "ook voor het overige geen actief openbaarmakingsbeleid wilde toepassen".

Mevrouw Schimmel (D66) vroeg of het waar is dat uit vertrouwelijke correspondentie tussen Sociale Zaken en arbeidsvoorziening blijkt dat de Tweede Kamer in april 1999 onjuist is ingelicht. Zij vond de geschiedenis van toezicht en controle op ESF-gelden pijnlijk. Er waren inderdaad signalen, zoals een rapport van de Rekenkamer en blokkades, maar nu blijkt dat de Kamer voortdurend is afgescheept met papieren tijgers. Voorkomen moet worden dat de geschiedenis zich herhaalt; het is tijd voor een nieuwe toezichtfilosofie. Het is heel belangrijk om aanvraag, uitvoering en toezicht niet in één hand te hebben en dat Sociale Zaken meer eerstelijnscontrole "neemt". Omdat er toch een reorganisatiediscussie is, kan het laatste punt daarin meteen worden meegenomen.

In het rapport van de Rekenkamer is in het nawoord van het centraal bestuur vermeld dat arbeidsvoorziening ESF-gelden gebruikte als financieringsbron voor het in stand houden van het activiteitenniveau. Dat is in strijd met de Europese regelgeving. Mevrouw Schimmel vroeg daarop een reactie van de minister. Is er een echt M&O-beleid? Wat doet de minister om de administraties op orde te brengen? Is de minister opnieuw van plan de externe accountantscontrole volgens het controleprotocol in te voeren? Is de minister van plan de Europese regelgeving en de Nederlandse definities beter op elkaar af te stemmen? Wat is inmiddels gedeblokkeerd en wordt nog meer gedeblokkeerd? Gaat arbeidsvoorziening het restant van de 350 mln. nog terugstorten?

Het antwoord van de regering

De minister deelde de mening dat op dit dossier veel is misgegaan. Hij erkende dat het rapport van de Rekenkamer buitengewoon kritisch is. De minister sloot niet uit dat het bedrag van 51 mln. hoger uit zal vallen. De onderste steen is wat dat betreft nog niet boven. Er bestaat nog geen inzicht in de jaren 1998 en 1999.

De minister had uit de brief van zijn voorganger de indruk gekregen dat het rapport van de Algemene Rekenkamer op vrijwel alle essentiële punten wordt gevolgd. Hij gaf aan dat initieel 40 projecten zullen worden onderzocht en zo nodig nog meer. Een en ander moet in 2000 worden afgerond. Over de omvang hiervan moet overleg worden gepleegd met Brussel.

In antwoord op de vraag wie dat zal moeten gaan betalen, zei de minister dat dat uiteindelijk de belastingbetaler is. Meer concreet is arbeidsvoorziening daarvoor verantwoordelijk. Daar waar andere instellingen en organisaties in gebreke zijn gebleven, kan een terugvorderingprocedure worden gestart. Zodra de omvang hiervan bekend is en bekend is wie verantwoordelijk is en welke juridische procedures daartoe zullen worden gevoerd, zal de Kamer daarover worden bericht. De opgeheven taskforce wordt, zo gaf de minister aan, voortgezet in de staande organisatie, met dezelfde mensen. Hij stelde voor met een plan van aanpak te komen voor de nieuwe periode. Daarin wordt ingegaan op het te voeren M&O-beleid, een nieuwe toezichtfilosofie en de vraag waar het ESF-beleid onder zal ressorteren. Dit plan van aanpak kan niet voor 30 mei, als het aspect arbeidsvoorziening in de Kamer aan de orde komt, gereed zijn. De minister zegde toe de vraag waar de ESF-uitvoering onder zal ressorteren wél voor 30 mei aan de orde te stellen. De voorzitter benadrukte dat de commissie hiermee volledig instemt. Over de rol van de accountants merkte de minister op deze aan te zullen pakken waar dat mogelijk is, indien zij foutief hebben gehandeld.

De minister gaf aan dat bij het beoordelen van de doelmatigheid niet altijd even duidelijk is welk criterium daarbij moet worden aangelegd. Het zou daarom goed zijn om een nulpunt te definiëren. Gepoogd zal worden daaraan in het licht van het rapport van de Rekenkamer tegemoet te komen. Over het bericht in het AD over het niet of onjuist informeren van de Kamer zal de Kamer eind volgende week een brief ontvangen. Hetzelfde geldt voor de vraag van mevrouw Noorman over de mogelijk door een onbevoegde ambtenaar ondertekende aanschrijving van de Commissie. De relatie tussen ESF en SUWI zal later aan de orde komen. De minister gaf aan dat tot op heden geen subsidieaanvragers in beroep zijn gegaan tegen het niet-toekennen van subsidies. Hij kon op dat moment nog geen antwoord geven op de vraag of ESF-geld is gebruikt voor doeleinden waarvoor het geld niet is verstrekt. Hij ging ervan uit dat de regels goed zijn toegepast. De Rekenkamer zal opheldering worden gevraagd over de op pagina 23 van het rapport verwoorde conclusie. Aan de hand hiervan zullen de eventuele consequenties van terugvordering van niet juist bestede gelden worden bezien.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Verburg (CDA) vroeg of het plan van aanpak ook op het Europese niveau in kan gaan. Zij vond verder dat het tijd wordt voor de periode
1994-1996 de laatste steen bijna boven te hebben.
De heer Blok (VVD) miste het antwoord op zijn vraag hoe, als arbeidsvoorziening vaak geen inzicht heeft in de deelname aan allerlei projecten, erop kan worden vertrouwd dat arbeidsvoorziening buiten het ESF-kader dat toezicht wel uitoefent. Verder miste hij een reactie op zijn vraag over het nut van het Europese sociaal beleid.

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) had een antwoord gemist op haar vraag over de projecten boven de 4000 euro. Wanneer kan het plan van aanpak worden verwacht?

De minister gaf aan te zullen proberen het plan van aanpak uiterlijk in het zomerreces bij de Kamer te krijgen. Een fundamentele discussie over Europees beleid wilde hij graag voeren, in aanwezigheid van onder andere de minister van Financiën. Het aantal projecten boven de 4000 euro is 22.

De beleidsmatige inzet van ESF-3-middelen

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Verburg (CDA) merkte over het onder het ESF brengen van de sluitende aanpak op dat bij tegenvallende economische ontwikkelingen de aandacht voor langdurig werklozen minder wordt. Ziet de minister dit risico ook en zo ja, hoe gaat hij dit soort negatieve effecten voorkomen?

Mevrouw Verburg vroeg of voor het bedrag van 250 mln. geen meer fundamentele oplossing moet worden gevonden. Denkt de minister eraan een deel van de 0,6 mld. voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, genoemd in de Voorjaarsnota, te besteden en de dan vrijkomende 250 mln. op een andere manier te besteden?

Mevrouw Verburg meende dat de centralisatie die heeft plaatsgevonden in de ESF-organisatie een verandering is ten opzichte van het verleden. Zij zag daarin het risico dat alleen nog maar grotere projecten worden goedgekeurd. Ziet de minister dat risico, zo nee, hoe wil hij dat dan voorkomen en zo ja, wat wil hij doen om ervoor te zorgen dat ook kleinere, kwalitatief goede regionale projecten voluit tot hun recht kunnen komen?

In de besteding voor 2000 ligt het accent nogal zwaar op nationale instituties. Het effect daarvan is dat projecten in kleinere gemeenten, met voornamelijk fase-4-cliënten, minder kansen krijgen. Hoe denkt de minister dat tegen te gaan? Over de niet-overtuigende brief van de minister aan het ROC-Zeeland vroeg mevrouw Verburg of de minister kan aangeven dat de gemeenten en regio's die de Kamerleden aanschrijven, zich onterecht ongerust maken over de mogelijkheid om blijvend een beroep te doen op het ESF. Hoe staat het in het kader van het ESF met de Langmanakkoorden?

Mevrouw Örgü (VVD) vond dat de werkgelegenheidsprojecten een verantwoordelijkheid van de nationale overheden zijn, welke projecten geen papieren tijgers mogen worden. De bron van alle misbruik van ESF-gelden is dat op Europees niveau geen eenduidig beleid is gemaakt. Verder heeft het ministerie verzuimd de ESF-3-regelingen te toetsen op misbruik en oneigenlijk gebruik. Het feit dat arbeidsvoorziening verschillende petten op heeft, blijkt in de praktijk niet te werken. Haar fractie kon zich in eerste instantie vinden in wat de minister daarover op papier heeft gezet. In de praktijk blijkt echter dat er problemen zijn met de nieuwe invulling, aangezien de brief van de minister op verschillende manieren kan worden uitgelegd. Kan de minister daarop reageren? De minister heeft een aanwijzingsbevoegdheid, die dan wel moet worden toegepast. De Kamer moet daarover regelmatig teruggerapporteerd worden. Zij sloot zich aan bij de vragen over de kleinere projecten in Nederland.

Mevrouw Bussemaker (PvdA) meende dat het bij de besteding van ESF-gelden in relatie tot de Europese werkgelegenheidsrichtsnoeren en het nationaal actieplan werkgelegenheid gaat om nationaal beleid, dat op Europees niveau wordt afgestemd. De bedoeling is dat een deel van het Europese geld wordt besteed aan de pijlers die in de Europese werkgelegenheidsrichtsnoeren zijn terug te vinden, waaronder bevordering van werkgelegenheid en scholing en bevordering van zelfstandig ondernemerschap, aanpassingsvermogen van bedrijven en werknemers en bevordering van gelijke kansen. Nederland wil het ESF-geld vooral betrekken op activerend arbeidsmarktbeleid, waaronder de sluitende aanpak. Verder wordt het ESF-geld vooral gebruikt voor het beroepsonderwijs. Hoe verhoudt de verdeling van de ESF-gelden zich tot de vier pijlers van de werkgelegenheidsrichtsnoeren? In hoeverre kan het geld worden besteed om mensen in een uitkeringssituatie de kans te geven zelfstandig ondernemer te worden? In hoeverre wordt rekening gehouden met de positie van vrouwen? Zijn de UVI's wel voldoende toegerust en bereidwillig om langdurig werklozen en herintreders toe te leiden naar de arbeidsmarkt? Kan de minister een beter zicht geven op de financiële verdeling over de vier pijlers van het Europees werkgelegenheidsbeleid?

Mevrouw Bussemaker had begrepen dat veel gemeenten meer tijd kwijt zijn met het aanvragen van subsidies dan met het feitelijk opzetten van projecten. Zij onderstreepte dat moet worden geprobeerd te vermijden dat het daarbij tot onnodige bureaucratie komt. Welke garantie is er dat de 250 mln. zal worden besteed aan projecten? Hoe wordt vermeden dat dit geld wordt weggezet voor verplichte inkoop? Kan de minister ingaan op de gang van zaken bij het project Werk en Aandacht?

Mevrouw Bussemaker vroeg of de in de brief van de minister van 25 februari genoemde oplossingen toereikend zijn om de knelpunten op te lossen. Zij vond de informatie in die brief erg summier om een goed oordeel te kunnen vellen. Zij deed de suggestie een plan van aanpak op te stellen. Verder zou de administratie voor gemeenten kunnen worden vergemakkelijkt. Waarom komt er op dit punt geen computerprogramma voor gemeenten? Gemeenten zouden moeten worden aangespoord tot meer samenwerking en er zouden meer programma's moeten worden gefinancierd dan alleen heel kleine projecten. Betere controle mag niet leiden tot meer bureaucratie en meer inflexibiliteit. Mevrouw Bussemaker hoopte dat daaruit lessen kunnen worden getrokken voor het jaar 2001. Wanneer kan het plan van aanpak worden verwacht?

Mevrouw Schimmel (D66) merkte op dat de brief van 25 februari van de minister haar niet had gerustgesteld. Zij vroeg zich af of het voor het jaar 2000 wel een handige zet is geweest om de niet-G-25-gemeenten buiten de aanvragen te houden.

Het antwoord van de regering

De minister gaf aan dat met Brussel wordt onderhandeld over de beschikking, die binnenkort gereed is. Vervolgens moet de subsidieregeling op basis van Europees recht worden vastgesteld. Het probleem is dat er nog geen toetsingskader is, op basis waarvan de middelen worden toegekend. Er is dus geen sprake van dat kleinere projecten worden achtergesteld bij grotere projecten. Pas als de subsidieregeling er is, kan de vinger aan de pols worden gehouden. De minister zei terughoudend te zijn met het gebruik van de aanwijzingsbevoegdheid, aangezien hij ervan uitgaat dat vastgesteld beleid wordt uitgevoerd. De verdeling van de beschikbare gelden is als volgt: 100 mln. naar de G-25, wat wordt besteed aan een sluitende aanpak en reïntegratie van langdurig werklozen, 50 mln. naar het LISV,
90 mln. naar OCW, 250 mln. naar arbeidsvoorziening en 40 mln. voor scholing van werkenden. De minister ging ervan uit dat deze verdeling evenwichtig is. Verder ging hij ervan uit dat er geen sprake is van gedwongen winkelnering.

De minister merkte op dat zijn eerste prioriteit is te voldoen aan de Europese spelregels, hoe bureaucratisch die ook zouden kunnen zijn. Vervolgens kan worden bekeken of op nationaal niveau de procedures kunnen worden vereenvoudigd. Vereenvoudigde administratieve regels kunnen daarbij soelaas bieden, maar zij moeten wel gecontroleerd kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan computerprogramma's en internet. De minister zegde toe hiernaar te laten kijken. Hij ging ervan uit dat ook kleine projecten die aan de criteria voldoen in aanmerking kunnen komen voor subsidies. Over de vier pijlers van het Europees sociaal beleid merkte de minister op dat het kabinet maatregelen heeft genomen om zelfstandig ondernemerschap te bevorderen. Dit wordt vanuit het ESF gecofinancierd. De mogelijkheid bestaat om werkzoekenden via training te begeleiden bij het ondernemerschap. Met de positie van vrouwen wordt rekening gehouden. De Brusselse verordeningen houden in dat het ESF mannen en vrouwen naar rato moet bereiken. Een deel van de ESF-gelden moet zijn gericht op mensen zonder uitkering, wat in Nederland vooral vrouwen zijn. Ook kinderopvang kan via het ESF worden gecofinancierd. De minister vond daarom dat de pijlers in het voorliggende voorstel tot hun recht komen. Wel beklemtoonde hij afhankelijk te zijn van de wijze, waarop uitvoering wordt gegeven in de praktijk. Verder geldt dat de ene regio de andere niet is. Het beleid zal bekend worden gemaakt bij de verschillende met de uitvoering belaste actoren.

De minister gaf aan dat 2000 een overgangsjaar is. Aangezien ieder jaar op zich staat, kan voor 2001 nog een voorstel worden gedaan. Ten slotte merkte hij op dat de Commissie voor de doelstelling-2-gebieden, waaronder het noorden van het land, denkt aan 15%, terwijl de regering streeft naar zo'n 20%.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Verburg (CDA) ging ervan uit dat uiterlijk eind mei de nationale subsidieregeling er kan zijn, zodat gemeenten ermee aan de slag kunnen. Zij miste een reactie op haar vraag over de verhouding tussen een sluitende aanpak en aandacht voor langdurig werklozen, en hoe de minister kan garanderen dat het een niet ten koste gaat van het ander. Verder miste zij een antwoord op haar vraag over de 250 mln. bij arbeidsvoorziening.

Mevrouw Örgü (VVD) vond de toezegging van de minister dat alle projecten die voldoen aan de criteria moeten worden geholpen, voldoende.

Mevrouw Bussemaker (PvdA) wees erop dat het erom gaat te bekijken of de vier pijlers van het Europees sociaal beleid worden nageleefd en hoe de Kamer dat kan controleren. Hoe kan die zekerheid worden verkregen? Wellicht kan in dat verband een klantenonderzoek worden verricht. Bestrijding van de bureaucratie kan worden uitgevoerd door het gezamenlijk opzetten van programma's waarvan verschillende projecten onderdeel uitmaken. Zij had begrepen dat het plan van aanpak uitkomt voordat beslissingen over 2001 worden genomen. Ten slotte vroeg zij of de Kamer op de hoogte kan worden gesteld van het informeren van de uitvoerende organisaties over de ESF-doelstellingen.

Mevrouw Schimmel (D66) vroeg of de mogelijkheid bestaat bij het departement te klagen over gedwongen winkelnering.

De minister gaf aan dat bij de besteding van ESF-gelden uitdrukkelijk is bepaald dat aandacht moet worden besteed aan langdurig werklozen. Hij vond dat er sprake is van een voldoende evenwichtige inzet van middelen om te voorkomen dat een sluitende aanpak ten koste gaat van de inzet van middelen voor langdurig werklozen. Bovendien wordt extra aandacht besteed aan de fase-4-cliënten. Het bedrag van 250 mln. is ingezet voor een bepaalde doelstelling en kan dus niet worden gebruikt voor andere doeleinden. Bovendien ligt de 250 mln. onder het beslag van Brusselse regelgeving. De minister zegde toe te zullen proberen zicht te krijgen op verplichte winkelnering. Er vinden halfjaarlijkse rapportages plaats, waarin wordt ingegaan op de besteding van ESF-gelden. Aan de verschillende actoren "in het veld" zal een brief worden gestuurd, waarin op de materie wordt ingegaan. Deze brief zal in afschrift aan de Kamer worden gestuurd. In de Algemene wet bestuursrecht wordt ingegaan op de mogelijkheid om te klagen.

De voorzitter van de commissie,

Terpstra

De griffier van de commissie,

Van Dijk


1 Samenstelling:

Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Kalsbeek (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Essers (VVD), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP), Verburg (CDA), Smits (PvdA), Spoelman (PvdA), Van der Staaij (SGP), Örgü (VVD), Harrewijn (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Balkenende (CDA), Wilders (VVD), Santi (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD)

Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Van der Hoek (PvdA), Dankers (CDA), Hamer (PvdA), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), Eisses-Timmerman (CDA), Schoenmakers (PvdA), Middel (PvdA), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Vendrik (GroenLinks), Rosenmöller (GroenLinks), Wagenaar (PvdA), Mosterd (CDA), De Vries (VVD), Oudkerk (PvdA), Klein Molekamp (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie