Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verantwoording ministerie van SZW

Datum nieuwsfeit: 24-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vragen verantwoording szw

Gemaakt: 25-5-2000 tijd: 15:36


1

27 127 Financiële verantwoordingen over het jaar 1999 Nr.
LIJST VAN
VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 24 mei 2000

De vaste commissie voor
Sociale Zaken en Werkgelegenheid*) heeft over de Financiële Verantwoording van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) over het jaar 1999 (kamerstuk 27 127, nr 37) de navolgende vragen ter ..............aan de regering voorgelegd. Deze vragen, alsmede de daarop op gegeven ............zijn hieronder afgedrukt De voorzitter van de commissie, Terpstra De griffier voor deze lijst, Nava Waarom is in de beleidsverantwoording niet aangegeven welke moties tijdens de begrotingsbehandeling zijn ingediend? Waarom is geen verantwoording over de uitvoering van deze moties aangegeven? Is de regering van mening dat als onderdeel van de beleidsverantwoording ook de verantwoording moet plaats vinden over de uitvoering van kameruitspraken? Wil de regering alsnog daarover verantwoording afleggen? Ook in het geval er sprake was van toezeggingen van de kant van de regering op grond waarvan moties zijn aangehouden? Wat is de reden van het verschil tussen de Verplichtingen automatisering 1999 in de oorspronkelijke begroting van f26,9 miljoen en de realisatie van f
37,6 miljoen? Door wie zijn de hogere verplichtingen aangegaan? Waren zij daartoe bevoegd en zo ja, op grond waarvan? (blz. 4). Waren de genoemde voornemens uit het regeerakkoord ook de belangrijkste doelstellingen voor de begroting 1999? Welke concrete doelstellingen waren gekoppeld aan de genoemde voornemens of instrumenten? (blz. 11) Hoe is het speerpunt van reïntegratie vormgegeven in 1999? (blz.
11) Hoe hoog is de werkloosheid onder statushouders en hoe groot is de uitkeringsafhankelijkheid onder hen? Klopt het dat dit laatste 60% is? Wat is ondernomen om deze problematiek aan te pakken en welke resultaten zijn bereikt met de inspanning om hen aan het werk te krijgen? (blz. 14). Kan een onderscheid gemaakt worden tussen de daling van het aantal werkloosheidsuitkering ten gevolge van de economische groei en ten gevolge van beleid? (blz. 14) Er is in 1999
8,2 miljard van de SZW begroting gerealiseerd voor arbeidsmarktuitgaven. Dat is enerzijds meer dan begroot in de sociale nota (6,9 miljard), toen nog geen rekening gehouden was met uitgaven voor I/D-banen etc. Maar anderzijds is de 8,2 miljard weer minder dan verwacht, omdat er minder gebruik is gemaakt van de arbeidsmarktmaatregelen. Kunnen de effecten van deze beide afzonderlijke 'afwijkingen' in een tabel duidelijk worden gemaakt? (blz. 15). Hoe verhouden zich de bedragen die in het kader van de In- en Doorstroombanen worden genoemd tot elkaar (zo spreekt men op blz.
17 over f 944 miloen, op blz. 19 over f 993 miljoen, op blz. 21 over f
914 miljoen en op blz. 95 over f977 miljoen)? (blz. 17). Welke effecten zijn bereikt met de reïntegratiebudgetten? Hoeveel personen zijn door de reïntegratie-inspanningen aan het werk gekomen? (blz. 21). Kan in één tabel per instrument (WIW-dienstbetrekking, WIW-werkervaringsplaats, I/D/EWLW-banen, sluitende aanpak) inzichtelijk worden gemaakt welk bedrag begroot was in (de loop van) 1999 uit te geven en hoe hoog de gemiddelde kosten per werkzoekende waren geraamd, en vervolgens welk bedrag uiteindelijk in 1999 is gerealiseerd, hoe veel werkzoekenden daarvan daadwerkelijk hebben geprofiteerd en hoeveel de gemiddelde kosten per werkzoekende uiteindelijk bleken? (blz. 21). Welke middelen voor sociale activering zijn in 1999 aangewend? Voor welke groepen? (blz. 22). Kan aangegeven worden wat de uitstroomcijfers uit de I/D-banen en de arbeidsplaatsen WIW zijn, en waarnaar toe uitgestroomd werd? Hoeveel mensen zijn uit een I/D baan gestroomd naar een reguliere werkplek? (blz. 22) Kan dieper ingegaan worden op de redenen waarom het niet is gelukt het geraamde aantal extra I/D-banen bij gemeenten te realiseren? (blz.
22). Wat zijn de oorzaken dat ongeveer eenderde van de trajecten die Arbeidsvoorziening uitgevoerd heeft niet heeft geleid tot plaatsing op de reguliere arbeidsmarkt? (blz. 22) Kunnen de cijfers voor de I/D-banen uitgesplitst worden naar man/vrouw? (blz. 22) Kan nader aangegeven worden hoeveel procent van de doelgroep bereikt wordt met de WIW? (blz. 22) Waarom zijn er twee keer zo veel werkervaringsplaatsen voor de WIW gerealiseerd als er was begroot en door welke groep zijn deze plaatsten bezet? (blz 22) Kan er een overzicht gegeven worden van de maatregelen die getroffen zijn om het begrote aantal dienstbetrekkingen via de WIW te realiseren? (blz. 22) Kunnen de cijfers voor de WIW uitgesplitst worden naar man/vrouw, en autochtonen/allochtonen? (blz. 22) Op welke termijn kunnen we een antwoord verwachten op de vraag welke invloed de sluitende aanpak heeft op de werkloosheid en waar mensen terecht zijn gekomen: in de particuliere sector dan wel in de gesubsidieerde of publieke sector? (blz. 22) Voor welk deel van de nieuwe werkzoekenden is de sluitende aanpak sluitend geweest? (blz. 22) Hoe hoog was de werkloosheid onder allochtonen in 1999? Wat zijn de voorspellingen voor 2000? (blz. 22). Wat zijn de oorzaken van de hoge werkloosheid onder allochtonen? Wat is concreet ondernomen om de werkloosheid onder deze groep terug te dringen? Wat zijn de resultaten tot nu toe van het uitgezette beleid en in hoeverre is dit terug te zien in de werkloosheidscijfers? (blz.
22). Kunnen de cijfers voor de sluitende aanpak uitgsplitst worden naar man/vrouw, allochtonen/autochtonen en kan daarnaast worden aangegeven in welke fase deze mensen waren ingedeeld? (blz. 22) Heeft de regering niet de beleidsdoelstelling gesteld in 1998 dat de werkloosheid onder allochtonen gehalveerd zou moet worden? Waarom is de evenredigheidsdoelstelling van arbeidsvoorziening niet op de beleidsdoelstelling aangepast? (blz. 22). Als het beleidsdoel bij de werkloosheidsbestrijding minderheden het behalen van evenredigheid is, moet dan het uitgangspunt niet zijn dat als de werkloosheid onder allochtonen vier maal zo hoog is, het te bemiddelende aantal allochtonen ook vier maal zo hoog moet zijn? (blz. 22). Waarom zijn er in 1999 twee keer zo veel werkervaringsplaatsen gerealiseerd, maar minder dienstbetrekkingen bezet dan begroot? Heeft deze bevinding tot beleidswijzigingen geleid? (blz. 23). Is het aantal CWI's achter gebleven bij de verwachting? (blz. 23) Hoe is precies de f 1 miljoen voor ondersteuning voor het minderhedenbeleid verdeeld? Wat was de doelstelling, zijn er prestatiegegevens bekend? (blz. 23). Meent de regering dat de planning en begroting van de inzet van ESF middelen onderdeel zouden moeten zijn van de begrotingsbehandeling in het kader van integraal arbeidsmarkt beleid. Zo ja, gaat de regering daar uitvoering aan geven? (blz. 23). Kan er een overzicht gegeven worden van de bedragen die via de sluitende aanpak aan de nieuwe instromers wordt uitgegeven en de bedragen die voor de langdurig werklozen zijn uitgegeven? (blz. 23) Hoeveel trajecten zijn er exact gehaald in het kader van de sluitende aanpak? (blz. 23) Wanneer worden de resultaten van het onderzoek naar de arbeidstoeleiding van nieuwkomers bekend? (blz. 23) Verschaffen de in 1999 gestarte pilots al enig inzicht in de omschakeling van traditionele SW-bedrijven naar een vormgeving onder regie van gemeenten? (blz. 24) In welke mate zijn de wachtlijsten van de WSW afgenomen, en is dit de afname die beoogd werd? Hoe lang staan mensen gemiddeld op de wachtlijst? (blz. 24). Hoeveel van de 1100 extra WSW-plaatsen uit het regeerakkoord zijn in 1999 gerealiseerd? (blz. 24) Arbeidsvoorziening heeft als gevolg van de gunstige economische omstandigheden minder mensen in trajecten geplaatst dan was begroot. Toch zijn er nog steeds (langdurig) werklozen. Waarom zijn zij niet in traject genomen? (blz. 24). Hoe verhoudt zich de lagere besteding van REA-gelden tot het speerpunt van reintegratie in
1999?(blz. 25) Waarom is de kaderovereenkomst met Uvi's en gemeenten vertraagd tot stand gekomen? (blz. 25) Wat zijn de specifieke aanloopproblemen van de gemeenten bij de aanbesteding van de REA-budgetten? Hoeveel REA budget is door de gemeenten besteed? (blz.
25). Hoeveel arbeidsgehandicapten zijn in 1999 door REA geholpen? Zijn aanloopproblemen de enige reden dat de aanbesteding van de REA-budgetten door gemeenten zijn achtergebleven? (blz. 25). Welke concrete afspraken zijn er met de arbeidsbureaus gemaakt over de afbouw van het negatieve eigen vermogen? (blz. 25) Wat zijn de concrete resultaten geweest van het Plan van Aanpak WAO in 1999? (blz.
27) Zijn er experimenten op grond van de Wet experimenten WW van start gegaan? Zo ja, kan inzicht worden gegeven in de stand van zaken WW-experimenten, zowel wat betreft aard als omvang van deelnemers en trajecten? (blz. 27) Met welke landen is tot nu toe in het kader van de wet BEU een handhavingsvedrag gesloten? Met welke landen worden onderhandelingen gevoerd om tot zo'n verdag te komen en op welke termijn? Kan ook tevens inzicht worden gegeven in het aantal personen dat met BEU geconfronteerd zal worden? (blz 27) Kan daarbij specifiek ingegaan worden op het bestand WAJONG-gerechtigden in het buitenland? (blz. 27) Hoeveel personen ontvingen in 1999 een WAJONG-uitkering en wat was de groei ten opzichte 1998? (blz. 28) Welke verzekeringen betreft de uitgavenstijging van f 90 miljoen en wat zijn hiervan de oorzaken? Zijn deze oorzaken incidenteel of structureel? (blz. 28) Hoeveel mensen ontvingen een Anw-uitkering in 1999? Hoeveel bedroegen de uitvoeringskosten? (blz. 30) Ongeveer 10% van de ingekochte Rea-trajecten heeft geleid tot plaatsing in de eerste negen maanden
1999. Is al meer bekend over het uiteindelijke resultaat van de ingekochte trajecten? Wat is het plaatsingspercentage? Welke verklaring is er voor het geringe aantal plaatsingen dat het inkopen van bemiddelingstrajecten bij arbeidsvoorziening en andere intermediairs heeft opgeleverd? (3086 plaatsingen terwijl er 30577 trajecten zijn ingekocht) (blz. 30) Welke bemiddelingstrajecten waren succesvoller: die van de arbeidsvoorziening of die van de andere intermediairs? (blz. 30) Wat is de oorzaak van de extra uitgaven van
350 miljoen in de REA? (blz. 31) Kan nader inzicht gegeven worden in de toegevoegde waarde van de Wet Rea? Hoeveel extra plaatsingen heeft het opgeleverd die er niet geweest zouden zijn zonder het instrument van de Rea? (blz. 31) Kan voor de plaatsingen met REA-toepassing worden aangegeven hoe lang mensen in de WAO hebben gezeten, wat het aandeel man/vrouw was en welke leeftijdsgroepen geplaatst zijn? (blz.
31) Waaraan is het gestegen percentage onrechtmatigheid bij de ANW te wijten? (blz. 33) Wanneer wordt de jaarrekening van het GAK over 1997 verwacht? (blz. 34) Wanneer wordt het Internationaal Bureau Fraude-informatie geëvalueerd? (blz. 35). Tot wanneer loopt de samenwerkingspilot tussen de SVB en de IBG? Wanneer worden de resultaten van deze samenwerking bekend? Bestaat er ook zo'n samenwerking tussen de gemeenten, de Uvi's en de IBG? (blz. 35). Hoe verhoudt zich de daling van het aantal onderzoeken naar uitkeringsfraude met de opsporingscapaciteit bij de Uvi's? Is de opsporingscapaciteit voldoende? (blz. 35). Hoeveel van de opsporingscapaciteit wordt besteed voor de verschillende wetten aan het opsporen van zwarte fraude? (blz. 35) Wat zijn de oorzaken van het hogere fraudepercentage in de WW? Kan uit de tekst op blz. 36 worden opgemaakt dat de stijging van de opgespoorde fraude met WW-fraude te wijten is aan te late verwerking van GVI-signalen? Zo ja, wat is hier de oorzaak van? (blz. 36). Waarom is de controlefrequentie voor de WAO lager? (blz. 37) Is er bij de Anw sprake van achterstand in het verwerken van wijzigingen in inkomen? (blz. 38) Hoe verhoudt zich de opsporingscapaciteit van 60 functionarissen bij de SVB tot de fraudegevoeligheid van de wet- en regelgeving? (blz. 38) Werd bij sociale verzekeringsfraude ook aangifte gedaan indien het fraudebedrag boven f 6000 lag? Zo ja, hoe vaak is er aangifte gedaan, hoeveel zaken zijn voor de rechter geweest per wet, hoe vaak heeft er veroordeling plaatsgevonden? In welke mate heeft de toename van partnerfraude in de Anw tot verdere vervolging geleid? (blz. 38). Het aantal bijstandsgerechtigden met een normuitkering is in 1999 afgenomen met bijna 34.000 tot 381.000. Waar is deze daling met name aan toe te schrijven en welke instrumenten hebben met name aan deze daling bijgedragen? (blz. 39). Wat was de instroom in de bijstand in 1999 en wat was de uitstroom? Was er sprake van toename van het aantal langdurige werklozen? (blz. 39). Wat verklaart de sterke daling van de Abw toeslagen? (blz. 40) Zijn de gelden van de bijzondere bijstand geheel gebruikt? blz. 40). Waaraan is de f 100 miljoen die in 1999 extra beschikbaar was voor armoedebeleid besteed? (blz. 40) In 1999 is extra geld uitgetrokken voor armoedebestrijding. Is in 1999 daardoor de armoede ook werkelijk afgenomen? Zowel kwantitatief als kwalitatief? (blz. 40). Hoe verhoudt zich het thema van inkomenswaarborg en armoedebestrijding tot het thema van activering, gelet op de problematiek van de armoedeval? (blz. 41) Is er in 1999 ook aandacht besteed aan de armoedeval? (blz. 41) Hoe verhoudt de verdubbeling van de uitgaven ten behoeve van het gemeentelijk armoedebeleid tussen 1995 en 1997 (Monitor Gemeentelijk Armoedebeleid) zich tot het tegelijkertijd effectief aanpakken van de armoedeval? Wat zijn de effecten van deze uitgaven? (blz. 41). Hoeveel mensen zitten in de armoedeval? Welke wijzigingen in het beleid hebben in 1999 plaatsgevonden met betrekking tot de armoedeval? (blz. 41). Kan een schatting worden gemaakt van de kwalitatieve en kwantitatieve effecten van de armoedeval op het functioneren van de arbeidsmarkt? (blz. 41). Wordt de daling van het opgespoorde fraudebedrag veroorzaakt door het sneller signaleren van fraude? (blz. 41). Is naar het oordeel van de regering de doelstelling van sociale activering opgenomen in het regeerakkoord thans geheel uitgevoerd? Zo niet, welk beleid en welk volume ontbreekt daar nog aan? Gaat de regering nu jaarlijks ook cijfers presenteren waarin het aantal sociale activeringsplaatsen wordt aangegeven? (blz. 42). Wanneer ontvangt de Kamer het wetsvoorstel dat een partiële beschikbaarheid van de arbeidsmarkt van alleenstaande ouders in de bijstand regelt (toezegging bij de begrotingsbehandeling 1999)? (blz. 42). Hebben alle WIK-aanvragen tot een uitkering geleid of zijn er ook mensen afgewezen? Wat is de reden van de fors lagere realisatie? (blz. 43) Op welke wijze wordt invulling gegeven aan de toets op fraudegevoeligheid van (nieuwe) regelgeving? (blz. 44) Wanneer wordt het IB ingevoerd? (blz. 44) Wat zijn de concrete resultaten van de rif's? (blz. 44) Hoeveel proefopstellingen IB zijn er in de tweede fase? (blz. 44) Kan een overzicht worden gegeven van welke organisaties op dit moment bestanden worden gekoppeld zijn en wat de effecten van deze koppeling zijn? Kan tevens worden aangegeven welke pilots er op dit moment lopen of zojuist zijn afgerond met betrekking tot het koppelen van gegevens bestanden en wanneer de resultaten van deze pilots bekend worden? (blz. 45). Waarom zijn er nog geen definitieve gegevens uit 1998 en nog helemaal geen gegevens uit 1999 beschikbaar over fraude in de bijstand? (blz. 45) Is er minder geïnvesteerd in opsporing van zwarte fraude? (blz. 46) Wordt thans in alle gemeenten fraude bestrijding adequaat toegepast? Hoeveel gemeenten schieten daarin te kort? (blz. 47). Beschikt de regering over uitvoeringsgegevens van de Wet boeten en maatregelen van zowel de sociale verzekeringen als de bijstand? Zo ja, behoren deze gegevens geen onderdeel te zijn van verantwoording over het M&O-beleid? (blz. 47). In hoeveel gemeenten is de single-audit-methode thans geheel toegepast? In welke mate leidt dat tot vereenvoudiging van de verantwoording en de verbetering van de kwaliteit van de uitvoering? (blz. 47). In hoeveel gemeenten is de debiteuren opschoning nog niet gerealiseerd? (blz.
48). Is het bevorderen van welzijn op de werkplek geen doelstelling van beleid van SZW? (blz. 48) Hoeveel vertraging hebben de voornemens op het terrein van Arbeid en zorg opgelopen ten opzichte van het Regeerakkoord en de begroting 1999? (blz. 49) Zijn de doelstellingen met betrekking tot de uitgaven Emancipatie 1999 bereikt? (blz. 49). Hoeveel is er in 1999 uitgegeven aan kinderopvang en waaraan is dat uitgegeven? (blz. 49) Hoeveel mensen maken gebruik van de wet financiering loopbaanonderbreking? (blz. 49) De uitgaven aan arbeidsomstandighedenbeleid is ernstig achtergebleven. Er zijn minder arbo-convenanten gesloten dan verwacht. Is er een verband met de grotere instroom in de WAO dan werd verwacht? (blz. 51). Waarom is het aantal activiteiten van de Arbeidsinspectie afgenomen? (blz. 52) Op welke punten is het handhavingsinstrument ingezet? Wat is de oorzaak van de stijging van de inzet van deze instrumenten? (blz. 52) Wat is de stand van zaken met betrekking tot de
opdrachtgeveraansprakelijkheid loonconfectie? (blz. 53) Wat was de effectiviteit van het sanctiebeleid van de Uvi's en gemeenten in 1999? ( blz. 54). Welk inzicht bestaat in de vermoedelijke omvang van de zwarte fraude in de sociale zekerheid in 1999? Welke activiteiten worden ontplooid om dat inzicht te verkrijgen? (blz. 57). Wat is de verwachte invloed van de nieuwe regels voor de financiering van de ABW, IOAW en IOAZ op de fraudecijfers? (blz. 57) Hoe hoog ligt de instroom in de WAO bij het ministerie? (blz. 62) Kan het grote verschil verklaard worden tussen de gemiddelde apparaatskosten huisvesting per fte in 1998 (f5.224) en 1999 (f 17.322)? (blz. 79). Waarin is de post externe advisering met meer dan 50% overschreden? (blz. 79) Waarom is gekozen voor externe uitbesteding van monitoronderzoeken in plaats van uitbreiding van de capaciteit van de Arbeidsinspectie? Wat is de achtergrond van de verschuivingen in de werkzaamheden bij de Arbeidsinspectie? (blz. 80) Tot hoeveel plaatsingen heeft de f 75 miljoen voor sluitende aanpak die Arbeidsvoorziening heeft gekregen, geleid? (blz. 84) Wat is de verklaring voor het verschil tussen realisatie van de post budgetvoorziening op centraal niveau en de begroting (U1202)? Voor welke doelen is dit budget beschikbaar? (blz. 85). Hoeveel personen stonden op de wachtlijst WSW per ultimo 1999? (1996 23,100, 1997
20.400, 1998 16.100) (blz. 85). Waarom is het aantal uitgestroomde WSW-werknemers in 1998 fors afgenomen en hoe is de ontwikkeling geweest in 1999? (blz. 85). Waarom is de taakstelling begeleid werken in 1998 niet gehaald? (blz. 85). Waarom is het aantal WSW-ers in externe dienstbetrekking niet toegenomen? (blz. 85). Wat was de doelstelling wat betreft Begeleid Werken in 1999? (blz. 85). Zijn de vertragingen m.b.t. de indicatiestelling WSW inmiddels opgelost? En is de opgelopen achterstand ingehaald? (blz. 86) Wat zijn naar verwachting de redenen van de lage realisatie van het aantal mensen dat begeleid werkt. Hoeveel WSW-ers werkten begeleid en wat was de taakstelling? (blz, 86) Is er sprake van een achterstand inhet toezicht op de WSW, omdat de geweigerde rijksvergoeding betrekking heeft op de jaren 1995 en 1996? (blz. 87) Waarom is het aantal gestarte trajcten zo laag in de eerste helft van 1999, slechts ongeveer een kwart van de totale doelstelling voor het hele jaar? (blz. 88) De realisatie van het aantal dienstbetrekking WIW is flink lager dan begroot als gevolg van de economische groei en lager werkloosheid. Hoe verhoudt zich dit echter tot de doelgroep? Hoe groot is de doelgroep? (blz. 90) De realisatie van het aantal dienstbetrekkingen is lager dan voorzien als gevolg van de gunstige arbeidsmarkt. Op welke manieren is van diezelfde gunstige arbeidsmarkt gebruik gemaakt om de uitstroom te bevorderen (U1206)? (blz. 91). Waarom is het aantal arbeidsgehandicapten met een Abw, Ioaz of Ioaw-uitkering die een Wiw-dienstbetrekking hebben lager? Hoeveel arbeidsgehandicapten hebben een Abw, Ioaz of Ioaw-uitkering? (blz. 92) Is bekend hoe groot de doorstroom is van mensen met een I/D-banen naar werk in de particuliere sector in 1999? (blz 94). Wat was de geraamde uitstroom naar reguliere arbeid in de EWLW-regeling (blz. 94) Op welke wijze is de juistheid gecontroleerd van de verantwoordingsinformatie van de gemeenten met betrekking tot de uitvoering van de ID-banen? (blz. 95). Zijn in het verleden onrechtmatigheden geconstateerd in de uitvoering van de I/D-banenregling door gemeenten? Zo ja, hoe vaak komt dat voor? (blz. 95). Welke conclusies worden verbonden aan de constatering dat er interpretatieverschillen mogelijk zijn over de inhoud van de regelgeving? (blz. 97) Wat is de aard en de omvang van de fraude in de sociale zekerheid? (blz. 98). Kan per sociale verzekeringswet worden aangegeven wat er de laatste jaren is ondernomen om de fraude te bestrijden en wat de effecten van dit beleid zijn? (blz. 98). Per 31 december 1999 waren 1.027 tweelingen in Turkije onderzocht in verband met de AKW. In 40% van de gevallen werd een afwijking vastgesteld. Welke afwijkingen werden vastgesteld? In hoeveel gevallen werd één kind aangetroffen? In hoeveel gevallen werden geen kinderen aangetroffen? In hoeveel gevallen is aangifte van fraude gedaan? (blz. 100). Wordt uitbreiding van de opsporingscapaciteit overwogen in verband met de fraudegevoeligheid van de regelgeving? (blz. 100) Wanneer wordt het registratiesysteem van de SVB, dat het aantal fraude- en sanctiegevallen per land bijhoudt, in gebruik genomen? (blz. 101). Zijn er inmiddels gegevens beschikbaar over het aantal fraudegevallen met de Akw per land? Zo nee, waarom niet? (blz. 101). Is de omzetting van AAW-uitkeringen in Wajong-uitkeringen de enige oorzaak van de groei van het aantal Wajong-ers? (blz. 107) Hoe valt te verklaren dat ondanks een voorlichtingscampagne toch minder personen een beroep op de TOG-regeling hebben gedaan? Hoe denkt de minister het 'veel groter aantal gerechtigden' te bereiken? (blz. 110). Wat was de reden van de daling van het aantal opgespoorde fraudegevallen Abw van
2.356 in 1996 naar 301 in 1997? (blz. 116). Wat is de reden dat de bovenregionale vervoersbehoefte achterblijft bij de raming voor 1999? Is dit een incidenteel of een structureel verschijnsel en welke gevolgen zal dat hebben voor de komende begroting? (blz. 122). Welke maatregelen zullen worden genomen om de opgelopen achterstanden bij de behandeling van aanvragen voor dure woningaanpassingen weg te werken? (blz. 122). Hoe hoog was de totale onderuitputting ten opzichte van de begroting in 1998? (blz. 130) De nieuwe Arbo-wet is pas op 1 november ingevoerd en heeft dus slechts 2 maanden, in plaats van 12 maanden haar werk kunnen doen. Toch is niet 1/6 van het oorspronkelijk begrote bedrag gerealiseerd, maar slechts ongeveer de helft dáárvan. Wat is hiervoor de verklaring? (blz. 132).

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie