Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Onderzoek: tien procent agrariërs komt niet rond van inkomen

Datum nieuwsfeit: 24-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Wageningen Universiteit

Persbericht

24-05-00, nr. 046

Liever arm op het platteland dan rijk in de stad

Tien procent van agrariërs komt niet rond van inkomen

Tien procent van de agrarische gezinnen geeft aan niet te kunnen rondkomen van het inkomen. Dit percentage steekt nog gunstig af bij de harde cijfers: uit analyses blijkt dat 23% van de agrarische gezinnen een inkomen heeft dat onder de armoedegrens ligt. Het verschil tussen beide percentages kan onder meer worden verklaard doordat veel arme gezinnen het uitgavenpatroon zodanig hebben aangepast dat zij hiermee wel rond kunnen komen. Ook heerst er wellicht een zekere schroom onder agrarische gezinnen om met hun problemen naar buiten te keren en te erkennen dat zij arm zijn. Dit blijkt uit het Wetenschapswinkelrapport De beleving van armoede bij agrarische gezinsbedrijven dat woensdag 24 mei is gepresenteerd op een congres in Wageningen. Het rapport is opgesteld door ir. Jolanda Vinkers en dr. Kees de Hoog van de leerstoelgroep Sociologie van Consumenten en Huishoudens van Wageningen Universiteit, op verzoek van het Kritisch Landbouw Beraad, het Steunpunt Landelijke Boerinnen Belangen en de Werkgroep Kerken en Landbouw. Uit het onderzoek blijkt overigens dat weinig gezinnen overwegen met het bedrijf te stoppen. Bovendien zijn de meeste respondenten over het geheel genomen redelijk tevreden met hun totale situatie. Voor het wonen, werken en leven op het platteland wordt een rapportcijfer zeven gegeven. Illustratief is wellicht de opmerking van een respondent: liever arm op het platteland dan rijk in de stad

Het onderzoek van de Wageningse sociologen is de tweede fase van het onderzoek naar armoede op agrarische gezinsbedrijven in Nederland. In oktober 1999 rondde het LEI (Landbouw Economisch Instituut) een statisch onderzoek af dat gericht was op het kwantificeren van het aantal agrarische gezinnen beneden het sociaal minimum. In de tweede fase van het onderzoek stond de beleving van armoede centraal en is nagegaan waardoor gezinnen in de problemen raken en welke overlevingsstrategieën zij hanteren om de armoede het hoofd te bieden. Hiertoe is een schriftelijke enquête afgenomen bij vijfhonderd gezinsbedrijven in de land- en tuinbouw. Als maat voor de objectieve armoede is het sociaal minimum van 36.513 gulden netto (bedrijfswinst na belasting) gebruikt.

Naast het opvallende verschil tussen de objectieve en de beleefde (subjectieve) armoede op het platteland, valt op hoe weinig gebruik wordt gemaakt van hulpverlening. Slechts 30% van de agrarische gezinnen met psychosociale problemen zoekt hiervoor hulp. Ook voor financiële hulp (bijstandsuitkering) wendt slechts een klein percentage (4%) zich tot de Sociale Dienst. Alleen de telefonische hulpdienst voor agrariërs heeft een lagere drempel en blijkt een belangrijk steunpunt voor respondenten.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie