Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over handhaving stadionverbod

Datum nieuwsfeit: 24-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over handhaving stadionverbod
Gemaakt: 26-5-2000 tijd: 16:25


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


24 mei 2000 2000

In antwoord op uw brief van 4 mei 2000, nr. 2990010620, deel ik u, mede namens mijn ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mee dat de vragen van de leden Atsma en Rietkerk over handhaving stadionverbod worden beantwoord, zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.

De Minister van Justitie,

Antwoord van de Minister van Justitie, mede namens de Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, op vragen van de leden Atsma en Rietkerk over handhaving stadionverbod (ingezonden op 3 mei
2000, nr. 2990010620)




1.

Ja.


2.

Bij brief van 27 april 2000 (Kamerstukken II, 1999-2000, 25 232, nr. 22) heb ik de Tweede Kamer der Staten-Generaal geïnformeerd omtrent de wijziging van het beleid bij het openbaar ministerie (OM) ten aanzien van verstrekking van strafrechtelijke gegevens ten behoeve van derden. Het verstrekken van gegevens door het OM aan de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) ten behoeve van civielrechtelijke stadionverboden valt tevens onder dit nieuwe beleid.
Zoals ook blijkt uit mijn hiervoor genoemde brief en het bij vraag 1. gememoreerde krantenartikel hanteert het OM met ingang van 1 mei 2000 de Wet persoonsregistraties (Wpr) als wettelijke grondslag voor verstrekkingen voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden, voor zover het gaat om gegevens uit het geautomatiseerde administratiesysteem (COMPAS) van het OM en de «onder» deze registratie liggende strafdossiers.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wpr kan onder meer aan derden informatie worden verstrekt voor zover dit voortvloeit uit het doel van de registratie. Het komt er -zakelijk weergegeven- op neer dat gevraagd en ongevraagd informatie kan worden verstrekt aan derden, ten behoeve van buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden, indien dit behoort tot een behoorlijke taakuitoefening van de officier van justitie, zoals bedoeld in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie, en voor zover een zwaarwegend openbaar belang daartoe noodzaakt.

De preventie van (voetbal)criminaliteit en van ernstige openbare ordeverstoringen zijn met informatieverstrekking aan de KNVB gediend en vallen daarmee binnen de behoorlijke taakuitvoering van het OM. De aanwezigheid van een zwaarwegend openbaar belang kan in deze gevallen worden aangenomen. Dit betekent dat het openbaar ministerie in beginsel gegevens over voetbalvandalen aan de KNVB kan verstrekken.

Kortheidshalve verwijs ik voor meer informatie omtrent de beleidswijziging naar mijn brief van 27 april 2000, inclusief bijlagen.


3.

Anders dan de titel van het krantenbericht suggereert is de beleidswijziging, zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 2, het resultaat van uitvoerig beraad tussen mijn ministerie en het OM. Van dit beraad heb ik reeds melding gemaakt in mijn antwoorden op vragen van de leden Van der Vlies en Van der Staaij over het stadionverbod (Aanhangsel Handelingen II, 1999-2000, nr. 421). Gezien de toezichthoudende taak op de werking van registraties is de Registratiekamer bij dit proces betrokken geweest. Dit houdt in dat de Registratiekamer een bijdrage heeft geleverd aan de gedachtevorming tijdens de voorbereiding van het nieuwe beleid. De Wpr schrijft niet voor dat de Registratiekamer formeel zijn goedkeuring dient te hechten aan beleid op het gebied van persoonsregistraties. De Registratiekamer is dan ook niet gevraagd om goedkeuring.


4.

Zoals ook blijkt uit mijn antwoord op vraag 2. is aan de beleidswijziging een zorgvuldig traject voorafgegaan. De rechter zal dit beleid desgevraagd in een concreet geval aan de wet toetsen.


5.

De inwerkingtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) zal geen vereenvoudiging dan wel bemoeilijking van de verstrekkingen aan de KNVB met zich brengen. De Wbp hanteert wel andere begrippen dan de Wpr. Het object van de Wbp is niet langer «de persoonsregistratie», maar «de verwerking van persoonsgegevens». Onder het begrip «verwerken» wordt mede verstaan het verstrekken van gegevens. Ingevolge artikel 8, sub e, van de Wbp kunnen gegevens worden verwerkt indien dit noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak. Het OM kan dan ook op grond van dit artikel gegevens over voetbalvandalen blijven verstrekken aan de KNVB.


6.

De invoering van het strafrechtelijk stadionverbod en het gebruik van de Wpr als grondslag voor verstrekkingen van strafrechtelijke informatie ten behoeve van civielrechtelijke stadionverboden staan los van elkaar. Uit mijn antwoorden op de vragen 2. en 5. blijkt dat naar mijn oordeel, op dit moment en na de inwerkingtreding van de Wbp, een adequate grondslag aanwezig is om strafrechtelijke gegevens te verstrekken aan de KNVB ten behoeve van de civielrechtelijke stadionverboden.

Ten aanzien van de strafrechtelijke stadionverboden merk ik nog het volgende op. In antwoorden op vragen van de leden Rijpstra en Nicolaï heb ik aangegeven dat het OM momenteel strafrechtelijk stadionverboden vordert indien sprake is van een notoire voetbalvandaal (Aanhangsel Handelingen, 1999-2000, nr. 883). Uit de antwoorden blijkt ook dat ik welwillend sta tegenover het starten van een pilot, na afloop van het EK 2000, in verschillende steden rond strafrechtelijke stadionverboden in combinatie met een meldingsplicht.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie