Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Conjunctuurbericht Centraal Bureau voor de Statistiek

Datum nieuwsfeit: 25-05-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CBS publicaties


Home Centraal Bureau voor de Statistiek
Home Site-map Zoeken English

transp.GIF (89 bytes) Statline CBS-Webmagazine Statistische informatie Producten Diensten Indelingen Bibliotheek Berichtgevers Organisatie Blaise Agenda
transp.GIF (89 bytes)

Conjunctuurbericht Mei 2000
Afsluitdatum gegevens: 23 mei 2000

* Algemeen: overwegend positief nieuws

* Economische groei: opnieuw hoog

* Consumptie: aanhoudende kooplust

* Productie industrie: kleine toename

* Consumentenprijzen: inflatie loopt licht op
* Producentenprijzen: opnieuw sterke stijging
* Valutakoersen: euro onder druk

* Producentenvertrouwen: record hoogte

* Consumentenvertrouwen: stemming blijft rooskleurig
* Werkloosheid: dalende tendens houdt aan
* FOCUS: Buitenlandse handel: conjunctuur en structuur

* Duitsland en elektrotechnische apparatuur het belangrijkst
* Wederuitvoer belangrijk

Algemeen: overwegend positief nieuws

De indicatoren voor de ontwikkeling van de Nederlandse conjunctuur blijven in april net als in voorgaande maanden hoofdzakelijk positieve signalen afgeven. Het bruto binnenlands product is in het eerste kwartaal 4,2% groter dan in het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Weliswaar is de economische groei daarmee iets lager dan in het vorige kwartaal, maar het groeicijfer blijft onveranderd hoog. De productie in de industrie neemt toe en de werkloosheid blijft dalen, al neemt het tempo van de daling de laatste maanden iets af. De gunstige economische ontwikkelingen voeden het vertrouwen van zowel de consumenten als de producenten. In mei is het vertrouwen van de consument in de Nederlandse economie ongeveer even groot als in april. Het vertrouwen van de producenten bereikt in april een recordhoogte. De prijsontwikkelingen detoneren enigszins met deze positieve berichten. Met name de prijzen van verbruikte grondstoffen en halffabrikaten liggen in maart veel hoger dan in dezelfde maand van het jaar ervoor. Ook de inflatie neemt in april iets toe. Op de valutamarkten is het onrustig. Sinds zijn introductie heeft de euro gestaag terrein verloren tegenover de Amerikaanse dollar en het Engelse pond.

Economische groei: opnieuw hoog

De relatief hoge groei van de Nederlandse economie blijft voorlopig aanhouden. In het eerste kwartaal van dit jaar is het volume van het bruto binnenlands product volgens een eerste raming 4,2% groter dan in het eerste kwartaal van 1999. Dit betekent een lichte terugval (0,4%-punt) vergeleken met het relatief hoge groeicijfer van het vierde kwartaal van vorig jaar. Het productievolume ligt in het eerste kwartaal bij goederenproducenten 4,4%, bij de commerciële dienstverlening 4,9% en bij de niet-commerciële dienstverlening 2,0% hoger. Deze groeicijfers zijn lager dan in het laatste kwartaal van vorig jaar. Wel is het groeicijfer bij de goederenproducenten veel hoger dan in het eerste halfjaar van 1999. Bij de commerciële dienstverlening lijkt het ontwikkelingstempo zich te stabiliseren op een niveau dat iets lager ligt dan de zeer hoge groeicijfers van 1998. Aan de bestedingenkant nemen in het eerste kwartaal met name de overheidsconsumptie en de investeringen in vaste activa door bedrijven minder toe dan in het kwartaal ervoor. Door incidentele oorzaken zoals de oplevering van grote projecten kunnen de groeicijfers van de investeringen in vaste activa sterk schommelen. Zonder deze invloeden is de investeringsgroei in het eerste kwartaal van dit jaar ongeveer gelijk aan die in het vierde kwartaal van vorig jaar.

Top

Consumptie: aanhoudende kooplust

Het volume van de binnenlandse bestedingen door gezinnen is in het eerste kwartaal van dit jaar 4,3% groter dan in hetzelfde kwartaal van het jaar ervoor. Dit cijfer is beduidend hoger dan het groeicijfer in het laatste kwartaal van vorig jaar. De schrikkeldag heeft de consumptie weliswaar positief beïnvloed, maar dit is niet een volledige verklaring voor het hoge groeicijfer. De consument lijkt voorlopig kooplustig te blijven. Duurzame goederen zijn in het eerste kwartaal vooral in trek. Aan deze categorie heeft de consument 7,7% meer besteed dan in hetzelfde kwartaal van vorig jaar. Binnen deze categorie wordt vooral veel meer uitgegeven aan huishoudelijke apparaten. Ook aan voedings- en genotmiddelen wordt in het eerste kwartaal meer uitgegeven (3,1%). Dit is vrij opvallend, aangezien de bestedingen aan voeding al enige tijd onder druk staan. De maandcijfers tonen een grillig verloop, mede omdat juist in deze categorie koopdageneffecten een belangrijke rol spelen. In januari lagen de bestedingen nog ruim 3% lager dan in dezelfde maand van het jaar ervoor. Daarentegen lagen deze in februari, mede door de schrikkeldag, bijna 5% hoger. Het is derhalve nog te vroeg om te concluderen dat voedingsmiddelen weer populairder worden. Aan diensten wordt 3,7% meer besteed. De groei van deze categorie is al geruime tijd vrij stabiel.

Top

Productie industrie: kleine toename

Het volume van de productie in de industrie is in maart, na uitschakeling van invloeden van het seizoen, vergeleken met februari met 0,8% toegenomen. De groei is niet gelijkmatig over alle bedrijfstakken verdeeld. Zo stijgt de productie in de voedings- en genotmiddelenindustrie met 3,5% en in de chemische industrie met 3,1%. In de textiel-, kleding- en lederindustrie neemt het productievolume daarentegen af met 0,2% en in de metaalindustrie met 0,8%. Ten opzichte van maart 1999 ligt het niveau van de totale industriële productie nu 3,2% hoger. Het volume van de productie in de chemische industrie groeide vergeleken met maart vorig jaar het sterkst met 8,5%.

Top

Consumentenprijzen: inflatie loopt licht op

Het consumentenprijsindexcijfer ligt in april van dit jaar 2,1% hoger dan in dezelfde maand van 1999. De inflatie is iets hoger dan in het eerste kwartaal van 2000. Gemiddeld zijn de consumentenprijzen tussen maart en april met 0,4% gestegen. Vooral verse groenten en fruit zijn flink in prijs gestegen. Aardappelen daalden nog wat verder in prijs. De autobrandstoffen werden iets goedkoper. Vakantiearrangementen voor de komende zomer zijn gemiddeld 3,8% duurder dan vorig jaar. Ook vakantieaccommodaties in Nederland zijn in de maand april duurder geworden. Voor een vergelijking binnen de Europese Unie (EU) gebruikt men de geharmoniseerde consumentenprijsindex. De aan de hand hiervan gemeten inflatie bedroeg in maart voor de 15 landen van de EU gemiddeld 1,9%. In ons land bedroeg de inflatie in maart, volgens deze Europese maatstaf, 1,6%. Hiermee behoort Nederland tot de landen binnen de EU met de laagste inflatie. Uitschieter naar beneden is het Verenigd Koninkrijk met een geldontwaarding van 0,7%. De hoogst gemeten inflatie binnen de EU treffen we aan in Ierland (5,0%).

Top

Producentenprijzen: opnieuw sterke stijging

Ook in maart van dit jaar zijn de afzetprijzen van producten van de Nederlandse industrie sterk gestegen. Vergeleken met februari van dit jaar stijgen deze prijzen met 1,4%. De prijzen van de goederen afgezet in het binnenland nemen in deze periode toe met 0,9%. De geëxporteerde goederen werden 1,6% duurder. Prijsdalingen komen uitsluitend voor in de leer- en lederwarenindustrie. Minder dan gemiddeld stijgen de afzetprijzen in onder andere de voedings- en genotmiddelenindustrie (0,7%). Dit is ook het geval in de papier- en kartonwarenindustrie en de chemische industrie (beide 0,6%). In de basismetaalindustrie stijgen de prijzen van de binnenlandse afzet (1,9%) en die van de geëxporteerde producten (4,1%) bovengemiddeld. Evenals in de voorgaande maanden stijgen ook tussen februari en maart de prijzen van de producten van de aardolie-industrie het meest en wel met 7,8%. In vergelijking met maart vorig jaar liggen de afzetprijzen voor de gehele industrie gemiddeld 11,7% hoger, die van de aardolieproducten maar liefst 122%.
In maart van dit jaar ligt het prijsniveau van de in de industrie verbruikte grondstoffen en halffabrikaten 21,6% hoger dan een jaar eerder. In vergelijking met de afzetprijzen zijn de verbruiksprijzen dus aanzienlijk meer gestegen. Vooral de prijsontwikkeling van grondstoffen speelt hier een rol. De prijzen van ingevoerde grondstoffen stegen bijna driemaal zoveel als die van uit ons land afkomstige grondstoffen en halffabrikaten.

Top

Valutakoersen: euro onder druk

Sinds zijn introductie op 1 januari 1999 is de gemeenschappelijke Europese munt, de euro, geleidelijk aan steeds meer in waarde gedaald ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Vooral sinds oktober van het vorig jaar is het tempo van de daling toegenomen. In februari was de euro voor het eerst minder waard dan 1 dollar. In april is de waarde verder teruggelopen tot gemiddeld 0,95 dollar en begin mei daalde de koers onder de 0,9. Ter vergelijking: bij de introductie was de euro nog 1,18 dollar waard. Ook ten opzichte van een andere belangrijke munt, het Engelse pond, daalt de euro in waarde. Een aantal factoren is van invloed op de wisselkoersen. Zo is het met betrekking tot de te verwachten rente-ontvangsten aantrekkelijk te beleggen in een land met een hoge rentevoet. Een stijgende rente zal dan ook vaak leiden tot een hogere wisselkoers. Een ander aspect is de economische groei. Bij een hoge economische groei stijgt de vraag naar geld. De economische groei in de Eurozone is matig vergeleken met die in de Verenigde Staten. Dit heeft de koers van de euro in de afgelopen maanden negatief beïnvloed. Een lagere koers van de euro heeft voor de deelnemende landen zowel voor- als nadelen. Enerzijds betekent een lagere koers dat exportproducten uit de Eurozone goedkoper worden, hetgeen de concurrentiepositie op de buitenlandse markten verbetert. Anderzijds wordt de invoer van producten duurder, wat de inflatie kan aanwakkeren. De meest recente signalen van de valutamarkt zijn wisselend. Organisaties als het Centraal Planbureau en de OECD verwachten een afname van de economische groei in de VS en een toename in de eurozone. Dit zou de koers van de euro kunnen opstuwen. Daarentegen zouden Amerikaanse renteverhogingen remmend kunnen werken op het herstel van de euro als zij groter zijn dan de renteverhogingen van de Europese Centrale Bank.

Top

Producentenvertrouwen: record hoogte

Het vertrouwen van de producenten in de industrie is in april verder toegenomen. De indicator komt uit op 7,8. Dit is de hoogste waarde sinds het CBS vijftien jaar geleden begon het producentenvertrouwen te meten. De toename in april is vooral het gevolg van een positiever oordeel over de voorraden gereed product. Ook over de verwachte bedrijvigheid en de orderpositie is men optimistisch. Al sinds september van het vorig jaar is het vertrouwen bij de producenten groot.

Top

Consumentenvertrouwen: stemming blijft rooskleurig

Net als in voorgaande maanden heeft de consument in mei een gunstig oordeel over de ontwikkeling van de Nederlandse economie. De indicator komt in mei uit op 25. Dit is ongeveer gelijk aan het niveau dat in april werd gemeten. Ook de oordelen over het economisch klimaat en de koopbereidheid blijven ongeveer gelijk. Sinds januari van dit jaar is de stemming van de consument nagenoeg niet veranderd. Men is onveranderd optimistisch.

Top

Werkloosheid: dalende tendens houdt aan

Het aantal geregistreerde werklozen komt in de periode februari-april uit op 201 duizend. Het aantal werklozen is sterk afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen. Daarnaast schommelt het aantal werklozen ook binnen een jaar. Dit is voornamelijk het gevolg van invloeden van het seizoen. In sommige maanden is de vraag naar arbeid in bepaalde bedrijfstakken tijdelijk groter dan in andere maanden en ook het arbeidsaanbod ligt in bepaalde periodes hoger. Zo ligt in de winter de productie van de bouwnijverheid en daardoor de werkgelegenheid lager dan in de rest van het jaar. In de zomer neemt de vraag naar arbeid sterk toe in de horeca. Ook in de openluchtrecreatie is er een sterke stijging van de vraag naar arbeidskrachten. Schoolverlaters melden zich in de zomermaanden massaal aan op de arbeidsmarkt. Om een duidelijker beeld van de ontwikkeling van de werkloosheid te krijgen wordt een seizoencorrectie toegepast. Na uitschakeling van de invloeden van het seizoen komt de werkloosheid voor de periode februari-april uit op 193 duizend. Het aantal geregistreerde werklozen is nu 45 duizend minder dan in dezelfde periode van vorig jaar, wat neerkomt op een gemiddelde daling van vierduizend per maand. Van de mannelijke beroepsbevolking is in het tijdvak februari-april van dit jaar 2,6% werkloos. Bij de vrouwen ligt dit percentage op 3,3%.

Top

FOCUS

Buitenlandse handel: conjunctuur en structuur

Het volume van de uitvoer van goederen is in het eerste kwartaal van dit jaar 6,6% groter dan in hetzelfde kwartaal van 1999. Dit groeicijfer ligt in dezelfde orde van grootte als dat van het vierde kwartaal van vorig jaar. In de tweede helft van vorig jaar herstelde de buitenlandse handel zich, na een moeizame periode als gevolg van de ongunstige ontwikkeling van de wereldeconomie. In 1997 en 1998 kenden met name Azië, Zuid-Amerika en Rusland een economische crisis. Het economisch klimaat is in een aantal Aziatische landen inmiddels rooskleuriger geworden. Ook in Duitsland zijn er tekenen van herstel, na enkele jaren met matige groeicijfers. Omdat de economische groei in de Verenigde Staten hoog blijft, ontwikkelt de wereldeconomie zich sinds een half jaar gunstiger dan in de periode ervoor. De buitenlandse handel trekt hierdoor aan. Vooral de chemie profiteert van de betere situatie op de afzetmarkten.

Top

Duitsland en elektrotechnische apparatuur het belangrijkst

In 1999 heeft Nederland voor ruim 407 miljard gulden aan goederen uitgevoerd. Dit is meer dan 50% van het bruto binnenlands product, de som van de toegevoegde waarde van in Nederland geproduceerde goederen en diensten. Het percentage is hoog in vergelijking met andere landen. Dit illustreert het grote belang van de export voor de Nederlandse economie. Niet alle landen zijn even belangrijk als afzetgebied. Twee belangrijke factoren in dit verband zijn de afstand tot Nederland en de grootte van de economie. De buurlanden blijven de belangrijkste handelspartners. Ongeveer een kwart van onze uitvoer gaat naar Duitsland, terwijl 12% naar België en Luxemburg gaat. Daarna volgen de andere grote economieën binnen de Europese Unie, Frankrijk (11%), het Verenigd Koninkrijk (11%) en Italië (6%). In totaal gaat bijna 80% van de uitvoer naar landen binnen de EU15. In vergelijking hiermee is het aandeel van de Verenigde Staten zeer bescheiden. Ongeveer 4% van de uitvoer is bestemd voor dit land. Wel moet bij de hoge uitvoer naar de EU15 worden opgemerkt dat het hier vaak goederen betreft die niet in Nederland zijn geproduceerd, maar via Nederland worden gedistribueerd. Bij de uitvoer naar de VS is het belang van in Nederland geproduceerde goederen veel groter. De aandelen zijn over het algemeen vrij constant in de loop van de tijd. Oost-Europa is sinds het verdwijnen van het IJzeren Gordijn wel een belangrijker exportgebied geworden. Het aandeel blijft voorlopig echter bescheiden. Dit komt mede doordat het welvaartsniveau in deze landen naar Westerse begrippen nog laag is. Elektrotechnische machines en optische apparaten zijn voor de uitvoer het belangrijkst. Het aandeel van deze categorie in de totale goederenuitvoer is meer dan 20%. De laatste drie jaar groeide de uitvoer van deze producten sterk, met groeicijfers van 10% á 20% op jaarbasis. Chemische producten en voedings- en genotmiddelen zijn twee andere belangrijke productcategorieën. Het aandeel van deze groepen ligt rond de 15%. Er is een verschil in ontwikkeling tussen deze twee categorieën. De chemie is een conjunctureel gevoelige sector en sterk afhankelijk van de wereldhandel. Het groeicijfer is daarom in met name het laatste kwartaal van vorig jaar hoog. De ontwikkeling van de uitvoer van voedings- en genotmiddelen is veel gelijkmatiger.

Wederuitvoer belangrijk

Bij de uitvoer van goederen kan een onderscheid gemaakt worden tussen de uitvoer van in Nederland geproduceerde goederen en de wederuitvoer. Sommige producten worden ingevoerd in Nederland en meteen weer uitgevoerd zonder dat een bewerking is ondergaan. Als deze producten niet tijdelijk Nederlands eigendom worden, is er sprake van doorvoer. In dat geval wordt de transactie niet meegenomen in de cijfers van de buitenlandse handel. Nederland verdient niets aan de handelstransactie als zodanig, hoogstens aan het transport. Als deze producten Nederlands eigendom worden, is er sprake van wederuitvoer. De wederuitvoer wordt wel meegerekend in de cijfers van de buitenlandse handel. Vooral kantoormachines en computers vormen een groot deel van de wederuitvoer. Het aandeel van wederuitvoer in de buitenlandse handel is vrij groot. In 1999 was bijna 38% van de geëxporteerde goederen wederuitvoer. Bovendien is de groei van de wederuitvoer al vele jaren groter dan die van in Nederland geproduceerde goederen. Deze trend toont dat Nederland in toenemende mate een distributieland wordt. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de verdere integratie van de Europese Unie.

Conjunctuurbericht is een uitgave van de divisie Presentatie en Integratie, sector Conjunctuur en Regio, e-mail: (infopcr@cbs.nl).

© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 2000 Bronvermelding is verplicht.
Verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern gebruik is toegestaan.
Top

Laatst gewijzigd: 25 mei 2000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie